Orthomoleculair kennisinstituut
Menu

Hoe zit het met immuniteit na corona

4 februari 2022
7 minuten leestijd

Het immuunsysteem: een wonderlijk en complex georganiseerd beschermingsleger. Met een eigen back-up systeem en immuniteitsopbouw. In dit artikel vertellen we óf en hoe je immuniteit opbouwt na besmetting met het SARS-CoV-2 virus, ofwel corona.

De grote vraag van vandaag houdt menigeen behoorlijk bezig: als je corona hebt gehad, ben je dan immuun voor het virus dat deze ziekte veroorzaakt? Voordat we die vraag kunnen beantwoorden zal je eerst moeten begrijpen hoe het immuunsysteem werkt, en in het bijzonder bij virussen, schimmels, bacteriën en andere ziekteverwekkers. We praten je bij.

Is gezondheid ook jouw passie en wil je meer leren over voeding en suppletie? Bekijk dan eens onze e-learning Orthomoleculair Adviseur Basis.

Gratis advies op maat

Wij bieden gratis advies op maat aan door onze orthomoleculair specialisten!

Advies op maat

Immuniteit: zo werkt het

Ons afweer- of immuunsysteem is een verzamelnaam voor een uitgebreid verdedigingssysteem dat bestaat uit verschillende stoffen, afweercellen en weefsels. Zie het als een leger waarin iedereen zijn eigen taak heeft. Afweercellen patrouilleren via het wegennet van de lymfe en het bloed door het lichaam.

Het aangeboren en aangeleerde afweersysteem

Veel afweercellen zijn verzameld op centrale plekken in het lichaam, zoals de milt, lymfen en het beenmerg. Er is vanuit dit systeem een continue paraatheid voor het verjagen van ziekteverwekkers. Op het moment dat een virus als SARS-CoV-2 (veroorzaker van de ziekte corona) het lijf binnendringt schieten er twee groepen te hulp: het aangeboren of aspecifieke afweersysteem en het aangeleerde ofwel adaptatieve afweersysteem.1

Het aangeboren afweersysteem

Het aangeboren afweersysteem heet ook wel de aspecifieke afweer: het reageert op alle indringers en niet op een specifieke ziekteverwekker. Dit onderdeel heeft geen geheugen en valt alles aan. Ook wanneer je voor een tweede of derde keer besmet raakt met het SARS-CoV-2 virus. Belangrijke cellen bij dit systeem zijn vooral macrofagen, ‘natuurlijke killer cellen’ en dendritische cellen.

Macrofagen staan op wacht en eten schimmels, bacteriën en virusdeeltjes waarna ze deze vernietigen. Bij dit vernietigingsproces geven deze grote eters noodsignalen af voor andere afweertroepen. De ‘natuurlijke killer cellen’ herkennen de cellen die geïnfecteerd zijn met een virus. Deze cellen krijgen van de killers de opdracht zichzelf te vernietigen. Handig in geval van het SARS-CoV-2 virus: het virus is namelijk afhankelijk van deze gastheercel om zichzelf te vermeerderen!

Het aangeleerde afweersysteem

Dendritische cellen zijn witte bloedlichaampjes die helpen infecties te bestrijden door signalen (antigenen) te produceren die erop gericht zijn een immuunreactie uit te lokken. Deze cellen bespeuren virusdeeltjes en geven dit door aan de lymfocyten: het aangeleerde afweersysteem.

Lymfocyten reageren heel specifiek op een indringer met behulp van receptoren (herkenningsmoleculen). Deze receptoren herkennen een stukje van de indringer. Deze lymfocyt ontwikkelt zich als geheugencel voor een specifiek virus bijvoorbeeld in geval van SARS-CoV-2. Voorwaarde voor deze ontwikkeling tot specifieke geheugencellen is dat je eerst in aanraking moet komen met het virus. Het duurt dan een aantal dagen voordat dit systeem in werking treedt. In tegenstelling tot je aangeboren afweersysteem bouw je gedurende je hele leven aan deze geheugencellen en dus je eigen bibliotheek.1

Volg deze opleiding als E-learning
Start nu met e-learning en ontvang tot wel 27.5% korting! E-learning
Bekijk de E-learning

Het SARS-CoV-2 virus

Er zijn verschillende soorten coronavirussen waaronder MERS (Middle East Respiratory Syndrome)-CoV (coronavirus), SARS (Severe Acute Respiratory Syndrome)-CoV (Coronavirus)-1. Het virus dat ons nu in de greep heeft, heet niet COVID-19. Dit is de infectieziekte die het virus veroorzaakt. COVID is de afkorting van coronavirus disease en de 19 staat voor het jaartal waarin dit virus is ontdekt: 2019. De officiële naam van het virus zelf is SARS-CoV-2, dat staat voor Severe Acute Respiratory Syndrome Coronavirus 2.3

De vorm van coronavirussen is opvallend. Als je het virus onder een elektronenmicroscoop bekijkt, zie je uitsteeksels met een bolletje erop. Dat ziet er een beetje uit als een kroon. De Latijnse naam voor kroon is corona. Hij is dus genoemd naar zijn vorm.

Maar hoe complex de vorm ook, in essentie zijn virussen heel eenvoudig. Ze hebben een omhulsel, meestal gemaakt van eiwitten. Binnen dat omhulsel zit erfelijke informatie in de vorm van DNA of RNA. Het virus is zo primitief dat het niet zelfstandig kan leven. Op zichzelf kan een virus niets behalve een beetje rondwaaien in waterdruppeltjes zodat ze niet uitdrogen.2

Als het binnen is…

Het coronavirus is dus gedoemd om te leven als parasiet en verspreidt zich via ademhalingsdruppels. Als het virus in contact komt met een geschikte cel dan kan het binnendringen. Het SARS-CoV-2 virus richt zich voornamelijk op specifieke cellen in de neus en bronchiën. De slijmbekercellen en trilhaarcellen in de neus bevatten veel van het RNA-boodschappersmolecuul ACE-2: de favoriet van het coronavirus om zich aan vast te klampen via het spike-eiwit! Hier kan het zijn genetische informatie vrijlaten en de cel kapen.

Het virus neemt de besturing van de cel als het ware over om vervolgens heel veel virussen te vormen. Over het algemeen overleeft de gastheercel dit niet. De gevormde nieuwe virusdeeltjes maken zich los van de cel en kunnen zich verder verspreiden en nieuwe cellen infecteren. Dit veroorzaakt de ziekte COVID-19.

In eerste instantie geeft besmetting met het coronavirus niet altijd klachten. Het aangeboren en aangeleerde afweersysteem doen hun werk en dit geeft milde symptomen als verkoudheid, een zere keel en hoesten. Ook vermoeidheid en lichte verhoging komen voor. Vaak is deze reactie voldoende om de ziekte te bestrijden.

Wanneer dit niet het geval is, komt na een aantal dagen een meer specifieke immuunrespons op gang! De lymfocyten hebben informatie ontvangen van de dendritische cellen en gaan vermenigvuldigen. Virus specifieke cellen doden zeer gericht SARS-CoV-2 geïnfecteerde cellen. Ook produceren de natuurlijke killer cellen ontstekingsbevorderende moleculen. Na een week start daarbij ook de productie van specifieke SARS-CoV-2 antilichamen. Dit stadium is verantwoordelijk voor klachten als kortademigheid, longklachten, koorts en extreme vermoeidheid.3

Immuun na corona?

Het coronavirus heeft je te pakken gehad, maar kun je het daarna weer krijgen? Het antwoord is positief. Bij mensen die besmet zijn geweest met het coronavirus bevat het neusvocht en het bloed antistoffen.  Zoals eerder vertelt vormt het immuunsysteem geheugencellen na aanval door virusdeeltjes. Deze antistoffen bevatten moleculen die specifieke stukjes van een indringer herkennen.

Als de geheugencellen eenmaal een bepaalde indringer hebben gezien, reageren ze sneller wanneer een ziekteverwekker, in dit geval het SARS-Cov-2 virus, het lichaam probeert binnen te dringen. Het grote voordeel hiervan is dat wanneer je COVID-19 hebt gehad, je een volgende keer niet of minder besmet raakt. De immuniteit voor het coronavirus is hierdoor (tijdelijk) geboren.

Uit onderzoek van het Radboudumc blijkt dat patiënten die meer antistoffen in de neus hebben aangemaakt een snellere afname laten zien van griepachtige klachten zoals koorts, rillingen, spierpijn en vermoeidheid, maar niet van luchtwegklachten zoals hoesten en keelpijn. Uit het onderzoek bleek verder dat deelnemers met meer antistoffen in de neus over het algemeen minder virus in de neus hadden. Bij alle deelnemers die uiteindelijk besmet bleken met SARS-CoV-2 zagen de onderzoekers een toename in antistoffen in het neusvocht in de eerste maand na besmetting. De hoeveelheid antistoffen in de neus nam daarna langzaam af, maar was bij alle deelnemers nog steeds aanwezig na negen maanden.4

Een ander onderzoek uitgevoerd in opdracht van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) toont aan dat bij 90 procent van de mensen bij wie antistoffen tegen SARS-CoV-2 in het bloed zijn gevonden, bijna een jaar later nog steeds antistoffen in het bloed aanwezig zijn. Het gaat hierbij om het type antistof IgG (Immunoglobulin G).

Dit is uiteindelijk het belangrijkste type antistof want deze zorgt voor bescherming op de lange termijn. Ook blijkt dat de antistoffen over de tijd sterker zijn geworden. Ze binden zich beter aan het virus en daarom zijn er minder antistoffen nodig om hetzelfde werk te doen.5,6

Conclusie

Als je corona hebt gehad, ben je dan immuun? Uit verschillende onderzoeken blijkt dat mensen die besmet zijn geweest met het SARS-CoV-2 virus antistoffen in het neusvocht en bloed hebben. 5,6 Deze antistoffen zorgen ervoor dat wanneer het virus opnieuw het lichaam probeert binnen te dringen het immuunsysteem snel reageert op de ziekteverwekker. Je raakt niet of minder besmet en de symptomen bij herbesmetting zijn over het algemeen mild. Deze immuniteit duurt tot zeker negen maanden na de eerste besmetting. Belangrijk om daarbij te vermelden is dat bij een zwak immuunsysteem en het opduiken van verschillende varianten van het SARS-CoV-2 virus het risico op herbesmetting groot is.

Wapen je daarom zo goed mogelijk tegen indringers van het virus. Wil je meer weten over hoe je je immuunsysteem versterkt tegen COVID-19? Hier schreven we eerder dit blog over.

Is gezondheid ook jouw passie en wil je meer leren over voeding en suppletie? Bekijk dan eens onze Orthomoleculair Adviseur Basis.

Referenties
  1. Parkin J, Cohen B. (2001). An overview of the immune system. Lancet, 357(9270), 1777-1789.
  2. Corman, V. Muth, D. (2018). Hosts and Sources of Endemic Human Coronaviruses. Elsevier Inc.https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/29551135/
  3. (2021). Het virus (SARS-CoV-2). https://www.rivm.nl/coronavirus-covid-19/virus
  4. Jonge, de M. Diavatopoulos, D. (2021). SARS-CoV-2 mucosal antibody development and persistence and their relation to viral load and COVID-19 symptoms. Nature Communications. https://www.nature.com/articles/s41467-021-25949-x
  5. Hartog, den G. (2021). Persistence of Antibodies to Severe Acute Respiratory Syndrome Coronavirus 2 in Relation to Symptoms in a Nationwide Prospective Study. Clinical Infectious Diseases, Volume 73, Issue 12, Pages 2155–2162, https://doi.org/10.1093/cid/ciab172
  6. Verberk, J. Vos, R. Mollema, L. Vliet, van J. Weert, van J. Melker, de H. Klis, van der F. (2019). Third national biobank for population-based seroprevalence studies in the Netherlands, including the Caribbean Netherlands. BMC Infectious Diseases. https://bmcinfectdis.biomedcentral.com/articles/10.1186/s12879-019-4019-y
Sluiten