Betaïne HCL: natuurlijk alternatief voor maagzuurremmers

Of we nu een puntzak friet eten of een gezonde salade, de route is hetzelfde. Ons maagdarmkanaal neemt voedingsstoffen op en scheidt overblijfselen uit. Of zoals we het vroeger ook wel leerden: van mond tot kont. Hoewel de interne route van onze voeding dus misschien hetzelfde is, zijn de sporen die onze etenswaren in het lichaam achterlaten zeer verschillend. Om het meeste uit onze voeding te halen is een goed verloop van het spijsverteringsproces dan ook van essentieel belang. Gelukkig bestaan er nutriënten die ons natuurlijk verteringsproces kunnen vergemakkelijken. Een bekend nutriënt is het door onze maagklieren geproduceerde enzym betaïne HCL (hydrochloride). Dit endogene enzym verbetert de condities van de eerste stap waar ons lichaam begint met verteren: de maag.

De maag is de plek waar ons voedsel wordt opgevangen en is een cruciale eerste stap binnen het verteringsproces. Toch is juist dit een zwakke plek voor veel mensen. In de jaren 2014-2018 stonden maagzuurremmers op nummer één in de top drie meest voorgeschreven geneesmiddelen (Nivel, 2018). Een snelle verlichting, maar lang niet altijd de oplossing. Want in tegenstelling tot wat mensen vaak denken, zijn refluxklachten eerder het gevolg van een tekort aan maagzuur als een overschot (Yago et al., 2014, Yago et al., 2013). In deze blog lichten we toe welke functie maagzuur heeft en hoe we ons maagzuurgehalte op een natuurlijke wijze kunnen verbeteren!

De functie van maagzuur

Onder andere maagzuur zorgt voor een optimaal verloop van het verteringsproces. Maagzuur splitst eiwitmoleculen uit voeding waardoor het bloed ze opneemt. Zonder dit zuur breekt het lichaam eiwitten, koolhydraten en vetten niet goed af. Bovendien maakt het maagsap vreemde bacteriën en schimmels in ons voedsel onschadelijk. Daarnaast maakt de maagvloeistof een goede opname van vitaminen en mineralen mede mogelijk. Wanneer dit proces verstoord raakt, heeft dit gevolgen voor alle daaropvolgende stappen binnen het spijsverteringsgestel. Het is daarom uitermate belangrijk om goed zorg te dragen voor dit proces, waardoor klachten als een opgeblazen gevoel, stoelgangproblemen en vermoeidheid kunnen worden verminderd.

Maagzuur en maagzuurremmers

Maagzuur en een goed functionerend spijsverteringsgestel zijn dus onlosmakelijk met elkaar verbonden. Uit onderzoek blijkt dat ruim 40% van de mensen regelmatig maagzuur gerelateerde klachten ervaart. Dit percentage is uitsluitend gebaseerd mensen die maagzuurremmers hebben verkregen op recept. Recreatief gebruikers zijn hier niet in zijn meegenomen. Zodoende ligt het daadwerkelijke aantal mensen met refluxklachten hoogstwaarschijnlijk veel hoger. Symptomen kunnen variëren van brandend maagzuur, gasvorming, opboeren, oprispingen, een opgeblazen gevoel na de maaltijd tot pijn op de borst en tal van andere klachten. Wanneer je dergelijke symptomen bij de huisarts voorlegt, schrijven ze meer dan eens maagzuurremmers voor. Een makkelijke manier om de symptomen te bestrijden, maar zuur verlagende maagtabletten blijken zelden de oplossing voor de problemen.

Bovendien heeft het verminderen van ons maagzuurgehalte uiteenlopende negatieve effecten. Een lage zuurgraad in de maag zorgt er namelijk voor dat we voedingsstoffen minder goed opnemen. Dit heeft met name gevolgen voor de intrinsieke factor en de daarmee direct samenhangende opname van b12 in ons lichaam (Allen et al., 1994, Lindenbaum et al., 1994, Garcia et al., 2002). Bovendien kan het door de maag geproduceerde eiwitsplitsende verteringsenzym pepsine minder goed zijn werk doen wanneer het maagzuurgehalte afneemt. 

De relatie tussen maagzuur en refluxklachten

Maar wat helpt tegen maagzuur? Je maag maakt zuur, enzymen en hormonen aan. Je eten zal de maag pas verlaten als de zuurgraad van de maag voldoende is (1,35-3,50). Bij een tekort aan maagzuur duurt dit beduidend langer en worden koolhydraten, eiwitten en vetten niet voldoende afgebroken. Als gevolg blijft je eten te lang in de maag, alwaar het gaat gisten en rotten. Dit resulteert in gassen en een opgeblazen gevoel. Op den duur probeert je maag een uitweg te vinden voor het half verteerde voedsel en gaat samentrekken. De slokdarmsluitspier gaat deels open, waardoor de voedselbrij de slokdarm terug in komt en een branderig gevoel veroorzaakt. Dit fenomeen wekt de indruk dat er een overschot aan maagzuur is. Dit proces kan zich voordoen als gevolg van zwangerschap, slechte voeding, een scheur in het middenrif, roken, stress of medicatie.

Pak de oorzaak aan met betaïne HCL

Hoewel maagzuurremmers een relatief makkelijke, maar tijdelijke oplossing bieden, levert het aanvullen van het maagzuur op de lange termijn veel meer op. Een bekend nutriënt waarmee je dit kunt realiseren is betaïne HCL. Betaïne HCL is de chloridezoutvorm van trimethylglycine. Het lichaamseigen zoutzuur wordt toegepast om de maagzuurgraad te verhogen en de spijsvertering te ondersteunen. Verschillende klinische onderzoeken onderschrijven het positieve effect van betaïne HCL op de aanwezigheid van te weinig maagzuur (Anon, 2003, Yago et al., 2014, Yago et al., 2013).

Pepsine versterkt de werking van Betaïne HCL

Betaïne opereert echter nooit alleen en is nauw verwant aan het verteringsenzym pepsine. Pepsine is de actieve vorm van pepsinogeen. Dit zymogeen bevindt zich in de maagwandklieren. Zodra pepsinogeen in aanraking komt met het zoutzuur in de maag, zet het zich om tot de actieve vorm pepsine. Bovendien kan het pepsinogeen worden geactiveerd door het reeds ontstane pepsine (autoactivatie). In de vroege stadia van de maag breekt pepsinogeen de verbindingen van aminozuren in het midden van de eiwitten af (endopeptidases). Deze splitsing tot kleinere moleculen worden polypeptiden en peptiden genoemd. De maag heeft dus maagzuur nodig wil pepsine optimaal werken. De combinatie betaïne in de vorm van zoutzuur (HCl) met pepsine is dan ook een bijzonder hecht team dat elkaar versterkt in de werking. Let er daarom in de keuze voor een betaïne HCL supplement op, dat er ook een goede vorm van pepsine in de formule is opgenomen. Deze vorm van pepsine moet beschikken over een hoge enzymactiviteit. Dit geeft namelijk aan hoeveel eiwit de pepsine kan verteren. Hoe hoger de activiteit, des te effectiever de formule.

Kortom biedt suppletie met betaïne HCL en pepsine een gericht en toegankelijk alternatief op maagzuurremmers, die veel negatieve bijwerkingen hebben. Zo ondersteunt het de natuurlijke balans in de maag en draagt er bovendien zorg voor dat ons gehele spijsverteringgestel optimaal kan functioneren!

Referenties

  • Nivel Kennis voor betere zorg. (2018). Top-10 geneesmiddelen, totaal en naar leeftijd. Geraadpleegd van https://www.nivel.nl/nl/nivel-zorgregistraties-eerste-lijn/top-10-genees...
  • Anon. Betaine. Monograph. Altern Med Rev 2003;8:193-6.
  • Allen LH, Casterline J. Vitamin B-12 deficiency in elderly individuals: diagnosis and requirements. Am J Clin Nutr 1994;60:12-14
  • Garcia A, Paris-Pombo A, Evans L, et al. Is low-dose oral cobalamin enough to normalize cobalamin function in older people? J Am Geriatr Soc 2002;50:1401-4.
  • Lindenbaum J, Rosenberg IH, Wilson PW, et al. Prevalence of cobalamin deficiency in the Framingham elderly population. Am J Clin Nutr 1994;60:2-11.
  • Yago MR, Frymoyer A, Benet LZ, Smelick GS, Frassetto LA, Ding X, Dean B, Salphati L, Budha N, Jin JY, Dresser MJ, Ware JA. The use of betaine HCl to enhance dasatinib absorption in healthy volunteers with rabeprazole-induced hypochlorhydria. AAPS J. 2014 Nov;16(6):1358-65.
  • Yago MR, Frymoyer AR, Smelick GS, Frassetto LA, Budha NR, Dresser MJ, Ware JA, Benet LZ. Gastric reacidification with betaine HCl in healthy volunteers with rabeprazole-induced hypochlorhydria. Mol Pharm. 2013 Nov 4;10(11):4032-7.