Depressie en Alzheimer mogelijk behandelbaar met Acetyl-L-Carnitine

Rond je dertigste geen levenslust om 's ochtends je bed uit te komen. En op je tachtigste ben je blij als je een televisie van een magnetron kan onderscheiden. Depressie en Alzheimer; welvaartziekten die ons een leven lang teisteren. Wat kan Acetyl-L-Carnitine voor deze aandoeningen betekenen?
 

Wat is l-carnitine?

L-Carnitine is een zogenoemd semi-essentieel aminozuur,  wat betekent dat ons lichaam het aminozuur zelf kan aanmaken. Ons gestel vormt de stof in de regel uit l-methionine en l-lysine, maar bij dit omzettingsproces kan een hoop fout gaan1. Bovendien kunnen factoren als een operatie, dieet, snelle groei of zware sportbeoefening een semi-essentieel aminozuur essentieel maken1. We vinden het nutriënt voornamelijk in dierlijke eiwitten; vlees en zuivel zijn de voornaamste bronnen. Vegetariërs en veganisten zijn daarom ook gevoelig voor een tekort1,2.
 

Acetyl-L-Carnitine is dé carnitine voor de hersenen

In relatie tot het brein hebben we het over de vorm van l-carnitine gebonden aan acetyl2,3. Drie eigenschappen van het molecuuldeel zorgen namelijk voor een efficiëntere passage door het celmembraan:
  • Acetyl is een lipide achtige verbinding, waardoor de darm het molecuul als geheel kan opnemen2,3
  • De acetylbinding beschermt het molecuul tegen oxidatie, wat snelle verspreiding in de cel tot gevolg heeft2
  • De enzymen in onze cellen kunnen deze binding razendsnel splitsen. Hierdoor neemt het lichaam acetyl-l-carnitine wel goed op, in tegenstelling tot reguliere carnitine2,3.
En aangezien de bloed-hersenbarrière ook een celmembraan is, zorgt de toevoeging van acetyl voor een betere interactie met het brein en zenuwstelsel in verhouding tot andere carnitine vormen2,3. Daarom noemen we ALC ook wel de neurologische carnitine.
 

Bevordert acetylcholine aanmaak

Naast een verhoogde activiteit in hersenen en zenuwen, schrijven we ook een verhoogde aanmaak van de neurotransmitter acetylcholine op conto van de carnitine vorm gebonden aan acetyl5,6. Logisch ook; de toepassingen zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. 
 
Zo zijn de zogenoemde cholinerge zenuwcellen, die acetylcholine nodig hebben voor hun prikkeloverdracht, te vinden in verschillende hersengebieden5,6. Hier zijn de cellen onder andere verantwoordelijk voor ons geheugen, denkvermogen en de sturing van ons bewegingsapparaat5,6. Ons zenuwstelsel maakt bovendien gebruik van cholinerge neuronen en motorische zenuwvezels sturen skeletspieren aan. Acetylcholine kunnen we dus zien als de brandstof die ons brein en zenuwstelsel draaiende houdt. 
 
In theorie zou een verhoging van de acetylcholine aanmaak door Acetyl-L-Carnitine suppletie dus resulteren in een beter functionerend zenuwstelsel en verhoogde cognitieve capaciteit. We analyseren de literatuur.
 

Acetyl-L-Carnitine bevordert de groei van zenuwweefsel

ALC verhoogt de productie van de zogenoemde Nerve Growth Factor4. Deze zenuwgroeifactoren draaien voor een groot deel op acetylcholine en zijn daarmee essentieel voor de groei van zenuwweefsel. Onderzoek wijst uit dat acetyl-l-carnitine suppletie -door zijn acetylcholine bevorderende eigenschappen- het herstel na zenuwbeschadiging aanzienlijk versnelt4.
 

Verbeterde zenuwfuncties

Daarnaast heeft ALC suppletie cel-beschermende, cel-overlevende en prikkel-verlichtende effecten binnen ons zenuwstelsel2. Verschillende studies toonden het effect van ALC op neurologische klachten aan, waaronder suiker gerelateerde neurologische complicaties en zenuwklachten als gevolg van chemotherapie. ALC bleek te zorgen voor een vermindering van klachten, verbetering van de zenuwfuncties en verbetering van de reactie op externe prikkels6. 
 
Acetyl-L-Carnitine suppletie zorgt er dus voor dat zenuwweefsel sneller groeit en de aanverwante functies verbeteren. Maar kunnen we de effecten van ALC op de biochemie van ons zenuwstelsel vertalen naar aandoeningen die onze welvaartstaat teisteren, zoals depressie en Alzheimer?
 

Minder depressiesymptomen

Suppletie met Acetyl-L-Carnitine heeft een uiterst positief effect op de vermindering van depressiesymptomen5,9. Zo bleek in een metanalyse onder ruim 791 deelnemers met ernstige klachten gelieerd aan depressie, zoals zware neerslachtigheid en verminderde levenszin, dat ALC de symptomen aanzienlijk verminderde9. Maar liefst 95 procent van de deelnemers ervaarde zelfs enige vermindering van de klachten9. Helemaal uitzonderlijk; in sommige gevallen bleek ALC voor dezelfde vermindering van klachten te zorgen als reguliere medicatie voor depressie9
 
De oorzaak voor deze aanzienlijke depressieverbetering vinden we in een gedaald cortisollevel. ALC lijkt namelijk de HPA-as (stress-as) te reguleren, waardoor cortisolniveaus dalen en gevoelens van constante zwaarmoedigheid verbeteren5. Verschillende bronnen suggereren bovendien dat we de oorzaak van verminderde somberheid door ALC suppletie moeten zoeken in de verbetering van het lipidenmetabolisme die het aminozuur bewerkstelligt5.
 

Positief effect op Alzheimer verloop

Ook de resultaten van ALC in relatie tot Alzheimer lijken hoopgevend. Suppletie van ALC gedurende één jaar bleek namelijk voor een minder snelle Alzheimer progressie te zorgen onder 130 patiënten ten opzichte van de placebogroep. Voor het onderzoek werd onder andere gekeken naar de logische intelligentie, motoriek, mondbewegingen en de selectieve aandacht. De behandelde groep ouderen toonde verbeteringen ten opzichte van placebogroep op alle gebieden7. Onderzoek suggereert dat met name ALC suppletie in een vroeg stadium van de cognitieve degeneratie leidt tot significante verbeteringen van het Alzheimer verloop5,7
 
Suppletie met Acetyl-L-Carntine zorgt dus voor een verhoogde acetylcholine aanmaak, de neurotransmitter die we linken aan geheugen, denkvermogen en de sturing van ons bewegingsapparaat. Voordat je een leven van gezichtsbreed lachend opstaan en literatuur verslindend oud worden voor je ziet; de wetenschappelijke resultaten rondom ALC zijn niet eenduidig. Al stemmen de resultaten voor de behandeling van depressie en Alzheimer hoopgevend.
 

Referenties:

  1. Acetyl-L-carnitine, A. (2010). Monograph. Altern Med Rev, 15(1), 76-83.
  2. Alesci, S., Manoli, I., Costello, R., Coates, P., Gold, P. W., Chrousos, G. P., & Blackman, M. R. (2004). Carnitine: Lessons from one hundred years of research. Annals of the New York Academy of Sciences, 1033, ix-xi.
  3. Ferreira, G. C., & McKenna, M. C. (2017). L-Carnitine and acetyl-L-carnitine roles and neuroprotection in developing brain. Neurochemical research, 42(6), 1661-1675. 
  4. Flanagan, J. L., Simmons, P. A., Vehige, J., Willcox, M. D., & Garrett, Q. (2010). Role of carnitine in disease. Nutrition & metabolism, 7(1), 1-14. 
  5. Hoogland, A., & de Jong, W. Acetyl-L-Carnitine. 
  6. Onofrj, M., Ciccocioppo, F., Varanese, S., Di Muzio, A., Calvani, M., Chiechio, S., ... & Thomas, A. (2013). Acetyl-L-carnitine: from a biological curiosity to a drug for the peripheral nervous system and beyond. Expert review of neurotherapeutics, 13(8), 925-936. 
  7. Spagnoli, A., Lucca, U., Menasce, G., Bandera, L., Cizza, G., Forloni, G., ... & Senin, U. (1991). Long‐term acetyl‐L‐carnitine treatment in Alzheimer's disease. Neurology, 41(11), 1726-1726. 
  8. Traina, G. (2016). The neurobiology of acetyl-L-carnitine. Front Biosci (Landmark Ed), 21, 1314-1329. 
  9. Veronese, N., Stubbs, B., Solmi, M., Ajnakina, O., Carvalho, A. F., & Maggi, S. (2018). Acetyl-l-carnitine supplementation and the treatment of depressive symptoms: A systematic review and meta-analysis. Psychosomatic Medicine, 80(2), 154-159.