Maag- en darmstelsel

Voedselvertering begint in de mond, gaat vervolgens via het spijsverkeringskanaal de darmen in en eindigt als ontlasting in de endeldarm. Gedurende dit hele proces kan er veel mis gaan rondom deze vertering. Bij mensen die er een verkeerd voedingspatroon op na houden, kunnen er problemen ontstaan in de productie van pancreas (alvleesklier) enzymen.

Door de trage vertering ontstaat een reflux van maagzuur. In zulke gevallen worden er vaak ten onrechte langdurig maagzuurremmers voorgeschreven, welke mogelijk een vitamine b12 tekort tot gevolg kunnen hebben. Ons darmslijmvlies-barrière is belangrijk voor ons immuunsysteem. Wanneer deze barrière beschadigd raakt door een slechte vertering en/of schadelijke stoffen zoals teveel gluten dan kunnen ontstekingen of zelfs een auto-immuunziekte ontstaan. In de darmen tenslotte leven miljarden goede bacteriën die ons lichaam beschermen tegen infecties. Veel uiteenlopende klachten kunnen ontstaan met laaggradige ontstekingen door een slechte spijsvertering.

Spijsvertering

In de mond (of eigenlijk al bij het ruiken van voedsel) begint de spijsvertering. Door de tanden en kiezen wordt het voedsel fijngemalen en komt er speeksel vrij. Hierin zitten enzymen die het verteren van koolhydraten laten beginnen. Wanneer het voedsel voldoende is fijngemalen gaat het naar de slokdarm. Door de ritmische bewegingen van de slokdarm stuwt de slokdarm het voedsel naar de maag. In de maag wordt het voedsel vermengd met de maagsappen. Hier wordt onder invloed van vele enzymen, o.a. het enzym pepsine, begonnen met de afbraak van de eiwitten. De spijsbrij die dan ontstaat wordt chymus genoemd. De lever en galblaas spelen vervolgens weer een belangrijke rol bij de afbraak van vetten. In de lever wordt het vet afgebroken waarna er gal overblijft. De galblaas zorgt voor de opslag van gal en wordt daarna afgevoerd naar de twaalfvingerige darm. De pancreas (alvleesklier) scheidt sappen af naar de twaalfvingerige darm waar dit vermengd wordt met de chymus. Dit sap zorgt er voor dat de voedingsmoleculen af worden gebroken. Het sap van de alvleesklier bevat ook natriumcarbonaat dat ervoor zorgt dat de zuren van de maagafscheiding weer geneutraliseerd worden. In de dunne darm vervolgt de chymus zijn weg. Door de sappen van de pancreas en het gal wordt de chymus ontbonden in enkelvoudige chemi- sche stoffen (voedingstoffen). De haarvaatjes die in de dunne darm zitten kunnen zo deze voedings-stoffen opnemen. Via de dunne darm gaat de chymus naar de dikke darm. In de dikke darm zitten darm- bacteriën die ervoor zorgen dat de overgebleven koolhydraten verder worden ontbonden. Het water en de minerale zouten worden in dit laatste deel van de spijsvertering in de bloedsomloop opgenomen. Door het samentrekken van de dikke darm worden de resten van het voedsel naar de endeldarm gedreven. Als het vocht eruit is gehaald kan de ontlasting door de anus afgevoerd worden.

Spijsverteringsklachten

Maag- darmproblemen komen in alle leeftijdscategorieën voor. Een veel voorkomende veroorzaker hiervan die niet vaak wordt opgespoord in het ziekenhuis is de pancreas. Het afnemen van de functie van de pancreas en het toenemen van chronische ontstekingen verloopt meestal sluipend en traag. De functie van de pancreas gaat vaak onopgemerkt gaandeweg achteruit. Er wordt geen veroorzaker gevonden en mensen blijven met klachten rondlopen. De pancreas heeft naast zijn hormoonproductie (insuline) nog een heel belangrijke taak. Namelijk zijn betrokkenheid bij de vertering van eiwitten, vetten en koolhydraten. Deze verteringsfuncties van de pancreas kunnen langzaam slechter worden en een oorzaak zijn van vage buikklachten. De symptomen die wij zien en die gerelateerd kunnen zijn aan een verteringsprobleem zijn:

  • Opgeblazen gevoel in de buik vrij direct na een maaltijd
  • Na de maaltijd een vol gevoel alsof het voedsel niet verder wil gaan
  • Winderigheid
  • Stinkende ontlasting met onverteerd voedsel en veel gasvorming
  • Een explosieve stoelgang
  • Soms schuimende of slijmerige ontlasting
  • Bolle uitpuilende buik met onduidelijke buikklachten
  • Pijn in de buik meestal rond de navel
  • Bepaalde voeding niet goed kunnen verdragen zoals koffie, alcohol, vet, histaminerijke voeding en het slecht kunnen verdragen van granen.

 

Problemen met de vertering van koolhydraten uit zich door gasvorming, gisting en een rottende eierenlucht duidt op een slechte vertering van eiwitten. Wanneer men last heeft van plakkerige ontlasting duidt dit op een slechte vetvertering. Het probleem in de pancreas wordt veroorzaakt door een verkeerd voedingspatroon. Wanneer er onvoldoende maagsap wordt geproduceerd en er onvoldoende enzymen door de pancreas worden aangemaakt dan ontstaat er stagnatie van voedsel dat in de maag verblijft met zuurbranden als gevolg. Soms is hierbij een reflux aanwezig die de zure maaginhoud terug de slokdarm in stuwt. Voor dit probleem worden ten onrechte maagzuurremmers gegeven.

Maagzuurremmers

Deze groep medicijnen vormen een gevaar want ze worden langdurig geslikt. Boven de 60 jaar heb je minder dan de helft van de maagzuurproductie dan die van een 20-jarige. Te weinig maagzuurproductie geeft dezelfde klachten als te veel maagzuur. Bij een gebrekkige spijsvertering zien we een vertraagde maagontleding in combinatie met gisting en rotting met als gevolg een verstoring van de zuurgraad in de darmen. Hierdoor ontstaat een dysbiose in de darmen. Deze situatie kan dezelfde klachten geven als te veel maagzuur. Maagzuurremming verergert zo het probleem! Een tekort aan vitamine B12 kan het gevolg zijn van langdurig gebruik van maagzuurremmers. De intrinsieke factor wordt geproduceerd in de maag en darm en zorgt voor een opname van vitamine B12.

Spijsverteringsenzymen

Mensen met een problematische spijsvertering kunnen baat hebben bij het gebruik van specifieke verteringsenzymen. Het voornaamste verteringsenzym is pancreatine. Dit is een mengsel van verschillende enzymen, die bij jonge mensen in voldoende mate door de pancreas wordt geproduceerd. Pancreatine is actief in de darmen en bevat zowel protease die eiwitten afbreken en er aminozuren van maken, amylase om complexe koolhydraten in bruikbare bloedsuikers om te zetten en lipase om vetten om te zetten in degelijke energiecomponenten. Trypsine is een eiwitafbrekend enzym dat in een gezonde dunne darm voedingseiwitten verder afbreekt. Het heeft een zeer specifieke functie. Trypsine splitst alleen peptidebindingen (binding tussen twee aminozuren) waarvan de carboxylgroep afkomstig is van een van de basische aminozuren lysine en arginine. Het enzym wordt gemaakt in de pancreas in de vorm van een inactief voorstadium, het trypsinogeen. Activering van trypsinogeen tot trypsine gebeurt in de dunne darm. Chymotrypsine komt voor in het maagsap van de mens en helpt ook bij het verteren van eiwitten. Bromelaïne is meer dan alleen een proteolytisch enzym. Het wordt gewonnen uit de stengels en het sap van de ananasplant. Bromelaïne heeft buiten het spijsverteringskanaal belangrijke ontstekingsremmende, pijnstillende en immuunversterkende eigenschappen. Het is daardoor een waardevol supplement bij een scala aan gezondheidsproblemen. Papaïne is een enzym dat uit papaja wordt gehaald. Het is ook een eiwitsplitsende stof en in zijn werking te vergelijken met bromelaïne. Hemicellulase is een belangrijk enzym om koolhydraten (de hemicellulose) af te breken, die voorkomen in vele, moeilijke verteerbare granen, bonen en bepaalde groenten. De twaalfvingerige darm heeft voor een goede vertering een basisch milieu nodig. Door een verkeerde pH waarde in de twaalfvingerige darm kunnen enzymen van de pancreas niet optimaal functioneren. Door een pancreasinsufficiëntie ontstaan storingen in de eiwit- en vetvertering. Hierdoor ontstaat een ongewenst te alkalisch (pH verhogend) darmmilieu. Gezonde darmen hebben een pH waarde van tussen de 6.0 – 7.0. Eenzijdige voeding of een niet goed werkend verteringssysteem leidt tot een onjuiste darmflora.

Slijmvliesbarrière darm

Een gezonde darmslijmvlies-barrière is uitermate belangrijk voor het hele immuunsysteem. In de dunne darm bevindt zich circa 80% van het immuunsysteem. Het immuunsysteem wordt in zijn taakuitvoering geholpen door het long- en darmslijmvlies, de darmflora en het maagzuur, waarbij een hoge zuurtegraad in de maag het merendeel van de bacteriën doden. De gemakkelijkste gebieden die door de indringers (antigenen) geïnfiltreerd kunnen worden zijn de darmen, de longen en de huid. Het immuunsysteem heeft een tweetal systemen tot zijn beschikking die bestaat uit: Eerstelijns afweer en het aangepaste immuunsysteem. In dit eerstelijns immuunsysteem worden bacteriën en virussen tegengehouden door monocyten. Er ontstaat een zwelling of rode plek en de strijd is begonnen. Het aangepaste immuunsysteem, het tweede- en derdelijns immuunsysteem heeft meerdere middelen tot zijn beschikking: zoals de T-lymfocyten en B-lymfocyten. Deze cellen hebben een geheugen en communiceren over de aanpak van de infectie. De T- en B- lymfocyten en/of cellen bestrijden de zwaardere infecties, die in het bloed zijn terecht gekomen en niet door de eerstelijns afweer konden worden vernietigd. De communicatie verloopt via de boodschapper stofjes genaamd cytokines, zoals interferon, IL-6 en TNF alfa, en tot taak hebben andere systemen of cellen te (in) activeren. Waarbij geldt hoe hoger het cytokinegehalte, hoe ernstiger de klachten.

Darmdysbiose

Een goed functionerende darmflora is de rechterhand van ons immuunsysteem. De gunstige bacteriën in de darmen zorgen voor een adequate productie van de verschillende immuuncellen, immunoglobulines en andere delen van de immuniteit. Maar het meest belangrijk is wel dat ze het immuunsysteem in de juiste balans houden. Er zijn twee soorten T-helpercellen die ieder op zich met hun eigen boodschappers werken. Th1 cellen reageren op virussen, bacteriën en de meeste eencellige darmparasieten. Th2 cellen reageren op wormen en bepaalde parasieten. Bij een disbalans tussen Th1 en Th2 ontstaan allergieën. Bij een chronische overactieve respons van Th1 spreekt men van auto-auto-immuunziekten, zoals reumatische gewrichtsontstekingen, glutenallergie, en de ziekte van Crohn. Wat vaak gebeurt bij iemand met darmdysbiose, is dat de twee belangrijkste armen van hun immuunsysteem, de Th1 en Th2 uit balans raken door een te weinig actieve Th1 en overactieve Th2. Dit is de oorzaak van allergische reacties, eczeem en darmklachten. De overdreven respons ontstaat door een combinatie van aanleg voor infectieziekten en een immuunrespons die niet optimaal is. Th1-cellen stimuleren de productie van boodschappers die het lichaam aanzetten tot verdediging, een pro-infectierespons. Eén van de belangrijkste en bekendste boodschappers is Tumor necrosis factor alfa, TNF-a, dit veroorzaakt schade. Ook een overdaad aan buikvet produceert TNF-a, een stof die uiteindelijk de bloedvaten zal aantasten. Candida albicans hangt samen met de dominantie van de Th1 en zwakte van Th2. Voor een goede balans in de Th1 en Th2 is het noodzakelijk dat de methylering processen goed verloopt. Hierbij is voldoende vitamine B12, folaat en SAMe nodig en van deze vitaminen wordt juist vaak een tekort gezien bij maag- en darmproblemen. Lactobacillen zoals in Lactospore hebben een gunstige werking op de Th2.

Gluten

Het glutenmysterie in granen, vooral tarwe, leidt bij heel wat mensen tot glutenintolerantie, een verminderde absorptie van voedingsstoffen in de darm. Granen reduceren de absorptie van mineralen, spoorelementen en vitamine B1. Zij blokkeren ook de verteringsenzymen en maken proteïnen onverteerbaar. Tarwe kan eveneens het pancreas enzym lipase blokkeren en vertraagt de vetvertering. Onze voorouders gebruikten veel varkensreuzel en oliën bij de bereiding van graangerechten en hadden geen tolerantie. Het afweersysteem van mensen met een overgevoeligheid voor granen herkent gluten als vreemd waarop een immunologische en een ontstekingsreactie ontstaan. De patiënt lijdt dan aan glutenintolerantie. Hierbij wordt het darmslijmvlies aangetast en raakt beschadigd. Slijmvliezen vormen een verdedigingssysteem en zijn de grens tussen ons lichaam en de buitenwereld. Het darmslijmvlies maakt voor 80% deel uit van het totale slijmvlies. Een gezonde slijmvliesbarrière is van groot belang voor het goed functioneren van ons immuunsysteem.

Leaky gut

De spijsvertering heeft als doel het “verkleinen” van de voedingsmiddelen om uiteindelijk als voedingsbouwstenen uit de dunne darm te kunnen worden opgenomen. Alleen voedingsbouwstenen die zodanig verkleind zijn dat ze kunnen worden gebruikt door de cellen worden door de dunne darm doorgelaten naar het bloed. Eenzijdige voeding, het gebruik van antibiotica, belasting door toxinen uit het milieu, te veel zuurvormende voeding, stress en andere factoren verstoren het microbiologische evenwicht. Het gevolg is een cascade van elkaar beïnvloedende reacties, waardoor uiteindelijk het darmslijmvlies beschadigd raakt en een verhoogde doorlaatbaarheid van de darm ontstaat. Men spreekt in dit geval van een "lekkende darm" of "Leaky Gut Syndroom". De openingen van de darm zijn weliswaar alleen onder een microscoop te herkennen, maar groot genoeg om onverteerde voedingsbrokjes met het lichaamseigen weefsel in contact te laten komen. Een voedselallergie kan dan het gevolg zijn. Bijvoorbeeld een appelallergie; wanneer een appel niet volledig wordt verteerd en het darmslijmvlies een grotere doorlaatbaarheid heeft komen eiwitbestanddelen van de appel als vijandige indringer binnen. Hierop reageren afweercellen met een immuunreactie en het produceren van IgG (Immunoglobulinen G). Het lichaam kan onbekende eiwitten van een bepaalde omvang opmerken. Dat kunnen virussen en bacteriën zijn, maar ook niet goed verteerde voedingsdeeltjes. Het lichaam ziet deze allemaal als "indringers", dus ook de appeldeeltjes. Om deze "indringers" onschadelijk te maken, produceren eigen afweercellen (lymfocyten) nu antilichamen (afweereiwitten). Deze antilichamen zijn specialisten; ze herkennen het appeleiwit steeds opnieuw (ook als het slechts in heel kleine hoeveelheden voorkomt), nadat er eenmalig contact heeft plaatsgevonden. Het appeleiwit laat op deze manier zijn sporen na in het immuunsysteem, waardoor een herinneringsmechanisme in gang wordt gezet. Hier wordt gesproken van een "immuunreactie op voedingsmiddelen". Immuunreacties die door de hierboven beschreven antilichamen van voedingsmiddelen gestart worden, worden meestal niet opgemerkt, omdat de eventuele klachten tot 72 uur na het eten van een bepaald voedingsmiddel kunnen optreden. Daarom is het erg lastig voor mensen om hun hoofdpijn, reumatische klachten, migraine, hartkloppingen, huidproblemen, slaapproblemen, overgewicht of andere klachten in verband te brengen met het eten van een bepaald voedingsmiddel. Het lichaam wordt zo voortdurend met levensmiddelen belast, tegen welke het een afweer heeft ontwikkeld. Dit is een extra belasting voor de lever, de bijnier kan uitgeput raken en in sommige gevallen kunnen er zelfs auto-immuunziektes ontstaan. Bekende voorbeelden van auto-immuunziektes zijn Coeliakie, de ziekte van Crohn, Diabetes type 1 en reuma. Dit geldt ook voor de ziekte ME/CVS. Op hersenniveau kunnen slecht verteerde voedingsstoffen (vooral gluten en caseïne) en gifstoffen in het bloed neurotransmitters verstoren, zoals bij ADHD, dyslexie en psychoses. Ook kunnen deze stoffen zorgen voor acne, eczeem en andere huidproblemen. Het afweersysteem kan op deze manier verstoord en overbelast raken met tot gevolg meer ontstekingsactiviteit in het lichaam.

Laaggradige ontstekingen

Laaggradige ontstekingen zijn niet acuut maar systemisch ontstekingen die verspreid zijn door het lichaam en van zeer lage intensiteit. Er is een chronische activatie van het immuunsysteem bij een ontstekingsbevorderend milieu. Een laaggradige ontsteking is te vinden bij het metabool syndroom, obesitas, hart- en vaataandoeningen, neurodegeneratieve ziekten, depressie, osteoporose en kanker. NF-kB (nucleaire factor kappa-B) is een eiwitcomplex dat de transcriptie van DNA regelt. NF-kB is in bijna alle dieren celtypes en is betrokken bij cellulaire responsen op stimuli zoals stress, inflammatoire cytokinen, vrije radicalen, U.V.-straling, geoxideerd LDL en bacteriële of virale antigenen. NF-kB speelt een belangrijke rol in het reguleren van de immuunrespons op infectie (kappa lichte ketens zijn kritische componenten van immunoglobulinen). Onjuiste regulatie van NF-kB is gekoppeld aan kanker, ontstekingsziekten en auto-immuunziekten, septische shock, virale infectie en ongepaste immuunontwikkeling. CRP-eiwit (C-reactive protein) is de voorloper van de antilichamen en de immunoglobulines. Een lekkende darm en een dysbiose veroorzaken laaggradige ontstekingen. Bij een laaggradige ontsteking is het gehalte CRP in het bloed verhoogd. Hogere hoeveelheden CRP gaan gepaard met lage vitamine D-spiegels in het bloed. Meten = weten.

Orthomoleculaire adviezen

L-Glutamine (bij Leaky Gut)

Bij een verzwakt immuunsysteem en zwakke darmflora zitten er bijna altijd lekken in de slijmvliezen van de darmen en ook in andere slijmvliezen. Deze lekkages kunnen gedicht worden met L-Glutamine. L-Glutamine is een aminozuur wat binnen enkele weken de slijmvliezen volledig kan herstellen. L-Glutamine is met name essentieel voor de immuunfunctie in de slijmlagen van de luchtwegen en het maag-darmkanaal. Een tekort aan glutamine kan zo leiden tot een verminderde afweer tegen pathogenen in darm ( ook in de luchtwegen). L-glutamine is belangrijk voor een gezonde darmfunctie, want het is nodig voor de continue heropbouw van de cellen van het darmepitheel met name in de dunne darm. Deze cellen worden elke 3 tot 4 dagen volledig geregenereerd. Het belang van glutamine voor het darmepitheel wordt treffend geïllustreerd door het feit dat maar liefst 40% van het totale glutamineverbruik in de darm plaatsvindt. Bij een tekort aan glutamine kunnen de darmepitheelcellen verdrogen en verharden, wat niet alleen een verminderde absorptie van nutriënten tot gevolg heeft, maar ook een verhoogde risico geeft op ongewenste doorlaatbaarheid van het darmepitheel met als gevolg meer kans op ontstekingen zoals bij de ziekte van Crohn en reumatoïde artritis.

Systemische enzymtherapie bij ontstekingen

Anti-inflammatoire geneesmiddelen onderdrukken alleen het symptoom maar geneest niet de ziekte. Deze medicijnen verzwakken de eigen verdediging van het lichaam. Gelukkig zijn er steeds meer wetenschappers die het belang inzien van de biochemische methode van systemische enzymtherapie. Systemische enzymen, ook wel proteolytische enzymen, ondersteunen het immuunsysteem en helpen het lichaam met normale inflammatoire processen. Ze zijn een veilig alternatief voor niet-steroïde anti-inflammatoire geneesmiddelen (NSAID’s) en hebben niet de ongunstige bijwerkingen. Systemische enzymtherapie is kort gezegd het toedienen van specifieke, extra enzymen om het lichaam, en dan specifiek de lichaamseigen geneeskracht, te ondersteunen en stimuleren. De rol van enzymen is die van biokatalysator: het activeren en controleren van de chemische reacties in het lichaam, zoals het afbreken van eiwitten, vetten en koolhydraten uit ons voedsel. Naast het gebruik als spijsverteringsenzymen heeft het gebruik van proteolytische enzymen zijn nut bewezen door het verminderen van ontstekingen, het stimuleren van het immuunsysteem, het onderhoud van cardiovasculaire gezondheid, het maximaliseren van endocriene effectiviteit, ontgifting en de bevordering van een normale longfunctie. Het merendeel van de therapeutisch toegepaste enzymen behoort tot de groep van de hydrolasen. Hieronder vallen het plantaardige papaïne en bromelaïne. Bij bacteriële of virale infecties, auto-immuunziekten, algemene ontstekingen en vaataandoeningen zijn het de enzymen die handelend optreden. Bij een auto-immuunziekte ontstaan er auto-antilichamen. De werking van natuurlijke enzymen is het terugdringen van auto-antilichamen en de ongewenste eiwitten en eiwit-complexen van het lichaam afbreken en doen oplossen zodat het via de urine of via ontlasting het lichaam kan verlaten. Zo’n auto-antilichaam laat zich splitsen door proteolytische (eiwitsplitsende) enzymen o.a. papaïne, bromelaïne en rutine. Proteolytische enzymen verminderen de pijn bij een ontsteking door vermindering van de ontstekingsreactie en door een direct effect op de nociceptoren. De pijn bij artritis, reumatoïde artritis, osteoartritis, reuma en fibromyalgie wordt niet alleen getemperd door suppletie met proteolytische enzymen, maar er treedt een langzame verbetering op doordat de auto-antilichamen, gericht tegen lichaamseigen bestanddelen, zich goed laten splitsen door middel van papaïne, bromelaïne en rutine. Enzymen zijn zeer goed in staat om immuuncomplexen voldoende te ontleden en te elimineren. Bovendien stimuleren zij ook het afweersysteem van ons lichaam en versnellen inflammatoire mechanismen. Ontstekingsreacties die in het lichaam ontstaan worden door proteolytische enzymen gereguleerd en helpen voorkomen dat ontstekingen chronisch worden.

Curcuma

Curcuma (geelwortel) is een kruid dat zowel in de Oosterse keuken als in de Traditionele Chinese Geneeswijzen al duizenden jaren wordt gebruikt tegen ontstekingen in de darm. De voornaamste werkzame stoffen uit curcuma zijn een mengsel uit curcuminoīden: curcumine, desmethoxycurcumine en bisdesmethoxycurcumine). In de afgelopen jaren is veel onderzoek verricht naar de ontstekingsremmende werking van curcuma, waarbij een aantal ontstekingsremmende mechanismen is ontdekt. Zo verhindert curcuma de productie van het enzym cyclo-oxygenase 2, o.a. door remming van NF-kβ. Curcuma in combinatie met bioperine versterkt deze werking. Ook hoge dosis vitamine D3 kan worden ingezet om ontstekingen te behandelen. Van Greens waar ook probiotica en enzymen zijn toegevoegd valt veel goede resultaten te verwachten.

Vitamine D

Vitamine D reguleert NF-kB activiteit, verhoogt IL-10 productie en verlaagt de productie van IL-6, IL-12, IFN-c en TNF-a welke leidt tot minder ontsteking. Een te lage hoeveelheid vitamine D verhoogt de kans op een geïrriteerde darm syndroom. Voldoende Vitamine D status is belangrijk voor het hele immuunsysteem.

Omega 3 vetzuren

Een goed supplement tegen ontstekingen zijn de omega-3 vetzuren (visolie). Zij produceren o.a. de prostaglandines van het type 3. Deze stoffen zijn anti-inflammatoir. Uit onderzoek is gebleken dat visolie een duidelijke verbetering gaf bij patiënten met collitis ulcerosa. Een combinatie met pro-biotica en omega 3 vetzuren helpen vaak bij allergie en ontsteking.

Pré- en probiotica

Er zijn enorm veel studies gedaan naar de effecten van zowel pré als probiotica. Probiotica wordt gegeven om een dysbiose in de darm te bestrijden. De ideale eigenschappen voor een goede probiotica is dat zij maagzuurbestendig zijn, bestand zijn tegen de aanvallen van galzouten, zich vasthechten aan de enterocyten, antibiotische stoffen produceren, kankerverwekkende stoffen kunnen vernietigen en dat de verpakking lucht- en lichtdicht is zoals bij sachets. Een combinatie van pre-biotica met probiotica met meerdere stammen heeft de voorkeur.

Voedingsadviezen

Ontstekingsbevorderend voedingsstoffen zijn: suiker, geraffineerde koolhydraten, teveel verzadigde vetzuren, teveel linolzuur, transvet, vlees, melk, E-nummers, alcohol. Vermijd dit zo veel mogelijk. Ontstekingsremmende voeding: Omega 3 (vis, noten), groenten, fruit, olijfolie, lijnzaad, noten, zaden, groene thee, water.

Advies nodig?

Heb je vragen over welke nutriënten je het beste kunt inzetten bij de behandeling van een aandoening of lichamelijke klacht? Bel ons dan gerust via: 0252 517 643 of vraag advies aan onze orthomoleculaire therapeuten via onderstaande button.