Metabool Syndroom

Een van de meest bekende welvaartsziektes is Metabool Syndroom ook syndroom X genoemd. Dit is een aandoening waarbij er een verstoring is in de verdeling tussen energieverbruik en opname. Dit probleem ontstaat in de stofwisseling oftewel metabool systeem.

Metabool flexibiliteit geeft de mate aan waarin ons lichaam kan reageren op veranderingen in voeding. Wanneer er echter te lange tijd een te grote disbalans is tussen wat het lichaam nodig heeft en aangeboden krijgt kan metabool syndroom ontstaan. Bij Metabool syndroom is altijd sprake van insulineresistentie en hyperinsulinemie, dit in combinatie met twee of meerdere van de volgende symptomen: overgewicht en dan vooral buikvet, afwijkingen in triglyceridenwaardes (bloedvetten), een gestoorde glucosetolerantie en vaak ook hypertensie (hoge bloeddruk). De WHO heeft de volgende criteria vastgesteld: nuchtere glucose > 6.1 mmol/L én tenminste twee van de volgende criteria: BMI > 30 kg/m2, Triglyceriden > 1,7 mmol/L en HDL < 0,9 mmol/l en Bloeddruk: 140/90 mm Hg of bloeddrukmedicatie.

Metabool syndroom

Wanneer weet je nou of er sprake is van Metabool syndroom? Allereerst is er een duidelijke energie probleem: mensen die Metabool syndroom hebben zijn altijd moe, hebben vaak een duf gevoel in het hoofd en zijn ook overdag slaperig. De slaperigheid of dufheid is het ergst na de maaltijd. Daarnaast hebben mensen die aan Metabool syndroom lijden vaak problemen met hun zenuwstelsel. Zij kunnen zich slecht concentreren, hebben geheugenproblemen en kunnen erg slecht onder druk presteren. Ook hebben zij vaak problemen met hun eetgedrag. Zij hebben behoefte aan zoetigheid of koffie tussen de maaltijden door. Zij hebben echt de drang om te moeten eten en kunnen geen maaltijd overslaan, wanneer dit wel gebeurt, kunnen zij hier fysiek last vast krijgen. Dit uit zich onder andere door trillen (beven) van de handen, een gevoel van duizeligheid of in een licht gevoel in het hoofd. Soms is er ook sprake van coördinatie problemen, last hebben van buitensporige transpiratie en het hebben van veel dorst en veel moeten plassen.

Voeding

Het huidige westerse voedingspatroon verschilt enorm van het oervoedingspatroon. In vroegere tijden had de mens een dieet van vis, mager vlees, noten, groenten en fruit. Het huidige eetpatroon is totaal verschillend want 57% van de ingenomen voeding komt uit granen, zuivel, suiker, transvetten, toevoegingen, verzadigd vet en alcohol. Daarnaast is het vlees, kip, vis en eieren dat gegeten wordt niet van de kwaliteit als van de oervoeding en bestaat slecht 17% van het dieet uit fruit, groente, noten en peulvruchten. Er is dus een duidelijk verschil tussen het huidige eetpatroon en het eetpatroon van de oermens. Ongeveer 60% van wat we nu eten at de oermens niet. Het belangrijkste verschil ligt in de inname van koolhydraten (suikers). De oermens haalde de noodzakelijke koolhydraten uit groente en fruit, terwijl wij de koolhydraten voornamelijk halen uit granen en suikers. Koolhydraten zijn belangrijk voor het lichaam, zij leveren het lichaam namelijk brandstof. Tijdens de spijsvertering worden koolhydraten afgebroken tot glucose en glucose is de stof die het lichaam kan omzetten in ATP (energie). Er is echter wel een groot verschil tussen de verschillende soorten koolhydraten. Er zijn geraffineerde koolhydraten (snelle suikers); deze worden snel opgenomen en zorgen voor een snelle toename van de bloedsuiker en dus ook van insuline. Deze snelle koolhydraten zijn te vinden in brood, pasta, tafelsuiker, tussendoortjes en in veel bewerkte producten.

Daarnaast zijn er complexe koolhydraten (langzame suikers). Deze koolhydraten bevatten ingewikkelde suikers en vezels die langzaam worden verteerd en dus een langzame stijging geven van bloedsuiker en insuline. Deze langzame koolhydraten zijn te vinden in groenten, bonen, peulvruchten en in sommige fruitsoorten (bessen en appels). Er is nog een ander probleem met ons huidige voedingspatroon en dat is dat we vaak denken dat vet slecht is omdat het heel veel calorieën bevat. Veel mensen doen aan calorieën tellen en kiezen voor een vetarm dieet en eten dan vaak te veel snelle suikers (minder calorieën). Het grote nadeel van vetarm eten is dat suiker geen verzadigingsgevoel geeft, hierdoor kunnen stemmingswisselingen ontstaan die als gevolg hebben dat je blijft eten. Een ander nadeel van het eten van veel geraffineerde koolhydraten is de hoge bloedsuiker-, en insulinewaardes, deze worden door de lever afgebroken en worden omgezet in vet. Hierdoor ontstaat een toename van lichaamsvet. Het lichaam heeft koolhydraten absoluut nodig want glucose is de brandstof voor de hersenen deze hebben dagelijks ca. 140 g glucose nodig. Daarnaast zijn koolhydraten een belangrijke energiebron voor spierweefsel, zijn koolhydraten deel van bindweefselstructuren en celmembranen en is glucose belangrijk voor de stofwisseling van de rode bloedlichaampjes.

Insuline resistentie

Glucose is een monosacharide die de biologische benzine is voor ons lichaam. Glucose wordt voornamelijk door de afbraak van koolhydraten geproduceerd. De ontstane glucose wordt verbrand om cellen van energie (ATP) te voorzien. Het hormoon Insuline wordt geproduceerd omdat dit helpt bij transport van glucose uit het bloed naar de cellen. Insuline haakt aan op de receptor op de celwand. Deze receptor geeft een signaal af zodat de glucose kan worden opgenomen in de cel. Wat gebeurt er met de glucose? Een deel zal direct in de cel worden gebruikt voor energieproductie. Het overschot wordt in de lever omgezet in glycogeen. Er is ongeveer genoeg voorraad glycogeen in de lever dat het lichaam kan voorzien in energie voor 1-4 uur met inspanning en 14-20 uur zonder inspanning. Wanneer de glycogeendepots vol zijn wordt glucose omgezet in vetweefsel en een deel als vet in de lever. Wanneer het bloedsuikergehalte weer daalt komt glucagon in actie. Onder invloed van glucagon wordt in de lever glycogeen weer in glucose omgezet. De vrijgekomen glucose kan dan in het bloed worden opgenomen, zodat de bloedsuikerspiegel op peil blijft. Glucagon fungeert dus als de antagonist van insuline. Samen zorgen deze twee hormonen voor handhaving van de bloedsuikerspiegel op het gewenste niveau. De normale werking is dus als volgt: wanneer de glucose op is beginnen de cellen te protesteren. De hormonale knop wordt aangezet in de cellen en je wordt hongerig. Glycogeen wordt met behulp van glucagon omgezet in glucose en dit levert de eerste energie op. Daarna wordt door te gaan eten de glucose weer aangevuld.

Wanneer het voedingspatroon echter te veel snelle koolhydraten bevat kunnen er een aantal problemen ontstaan, in eerste instantie zal er hyperglycemie ontstaan. Dit zijn abnormaal verhoogde insuline waarden in het lichaam. Dit heeft als gevolg dat het aantal insulinereceptors zal dalen of ze zullen in ieder geval minder gevoelig zijn. Het lichaam heeft namelijk een soort beschermingsmechanisme dat wanneer een hormoon gedurende een te lange tijd te veel wordt geproduceerd zal het de receptoren doen afnemen of minder gevoelig maken. Dit wordt resistentie genoemd. In dit geval Insulineresistentie. Doordat er minder insulinereceptoren zijn worden de pieken in de bloedsuiker steeds hoger en lager. Wanneer de bloedsuiker te laag is spreekt men van hypoglykemie. De gevolgen hiervan zijn trillen, transpireren, meteen iets moeten eten, trek in zoetigheid en dorst.

Gevolgen insulineresistentie

Doordat de insulinereceptoren verminderen of minder gevoelig worden blijft de hoeveel insuline in het bloed te hoog. Men spreekt dan van hyperinsulinemie. In vetcellen bevinden zich meer insuline receptoren dan in spiercellen. Wanneer het insuline gehalte te hoog is blijft er meer vet in de cel. Eén van de voornaamste taken van insuline is het lichaam in staat stellen om vet op te slaan. Dit heeft een epigenitisch voordeel; namelijk het stelde het lichaam in staat om calorieën als vetreserve op te slaan in tijden van overvloed. Wanneer er schaarste was kon het lichaam op deze vetreserves teren. In de huidige tijden waarin schaarste niet bestaat heeft het weinig nut om vet op te slaan. Toch zijn onze genen zo geprogrammeerd dat ze dit nog steeds doen. Vet heeft als grote nadeel dat het veel ontstekingsbevorderende stoffen afgeeft met als gevolg dat er meer ontstekingen kunnen ontstaan. Veel van de huidige “welvaartsziektes” zijn ontstekingsziektes. Een hoog insulinegehalte heeft ook gevolg voor de hormoonbalans. Insulineresistentie kan zo een oorzaak zijn van het ontstaan van hormonale problemen.

Een ander gevolg van het verminderen van het aantal receptoren is dat de glucosespiegels te hoog blijven. Eén van de gevolgen van hoge bloedsuikerspiegels is het ontstaan van AGE´s. Deze ontstaan door reacties van glucose met eiwitten. Als gevolg van deze reactie tussen glucose en eiwitten ontstaan namelijk veel vrije radicalen die het weefsel beschadigen. AGE´s zijn zichtbare huidveranderingen zoals bijvoorbeeld bruine vlekken op de huid en rimpels. Door de stijging van bloedsuikers is er ook een afname van de neurotransmitters omdat de vitamines en mineralen die nodig zijn voor omzetting door de glucose wordt geroofd.

De koolhydraatstofwisseling heeft 5 hormonen om de bloedsuiker te verhogen: Cortisol, Adrenaline, Noradrenaline, Glucagon en het HGH (groei) hormoon. Daartegenover staat 1 hormoon om deze waarde te verlagen namelijk Insuline.

Van insulineresistentie naar Syndroom X

Een te koolhydraatrijk voedingspatroon kan naast insulineresistentie ook nog een aantal andere kenmerken van Metabool syndroom veroorzaken. Een koolhydraatrijke voedingspatroon brengt namelijk nogal veel vrije radicalen voort. Vrije radicalen veroorzaken schade omdat het onevenwichtige moleculen zijn die een verbinding willen aangaan met andere moleculen. Dit kan leiden tot uitputting van antioxidanten omdat deze de vrije radicalen neutraliseren. Wanneer er te veel vrije radicalen zijn kunnen deze het DNA beschadigen. Een laag niveau van antioxidanten kan leiden tot het ontsporen van natuurlijke beschermmechanismes. De belangrijkste anti-oxidant is ons lichaamseigen glutathion.

Daarnaast verhoogt te veel glucose het triglyceridengehalte en de verhouding tussen LDL en HDL cholesterol, ook mede door de ontstekingen. Bij het Metabool syndroom is iemands totale cholesterolgehalte te hoog (boven 6.2mmol/l). Het slechte cholesterol LDL blijft binnen de waarde maar het HDL cholesterol is veel te laag. Voedingspatronen die rijk zijn aan geraffineerde koolhydraten verminderen ook vermogen van de bloedvaten om soepel te blijven. Dit heeft gevolgen voor de bloeddruk. Daarnaast kan insuline ook op andere manier de bloeddruk verhogen. Insuline kan het vasthouden van natrium verhogen; hierdoor kan de bloeddruk stijgen. Daarnaast kan insuline ook de sympathicus activeren, door de productie van adrenaline gaat de bloeddruk nog verder omhoog.

Behandeling Metabool syndroom

Bij de behandeling van Metabool syndroom is het aanpassen van voeding de allerbelangrijkste component. Het aanvullen van nutriëntentekorten en het ondersteunen van de voedingsveranderingen kan met behulp van supplementen. Een andere niet onbelangrijke component is beweging. De reden waarom er niet voor gekozen wordt om medicijnen te gebruiken voor de insulineresistentie is dat medicijnen niet het tekort aan voedingsstoffen oplost en omdat er voor ieder symptoom medicatie geslikt dient te worden. Een apart medicijn voor hoge bloeddruk en een apart cholesterolremmer etc. Vaak hebben deze medicijnen ook nog vervelende bijwerkingen dit in tegenstelling tot gezonde voeding. Ook wordt door medicatie de oorzaak; een verkeerd voedingspatroon, niet opgelost. Het hebben van een gezond voedingspatroon aangevuld met voedingssupplement helpt om de balans in het lichaam op een natuurlijke manier effectief te herstellen.

Voeding

Een van de grote boosdoeners in het huidige voedingspatroon is geraffineerde suiker ook wel tafelsuiker genoemd. Deze tafelsuiker; Sacharose bestaat uit Glucose + Fructose. Het probleem zit hem niet alleen in de hoeveelheid glucose maar ook in de fructose. Vaak wordt gedacht dat fructose gezond is omdat immers uit fruit komt. Wanneer je fruit als geheel eet, eet je ook veel vezel, deze heffen de schadelijke effecten van fructose weer op. De fructose uit de tafelsuiker wordt meestal geraffineerd uit mais. Het grote voordeel van fructose is dat het niet zorgt voor een snelle stijging van de bloedsuiker. Fructose produceert echter veel vrije radicalen en uit onderzoek blijkt ook dat fructose de triglyceridenwaardes verhoogt. Daarnaast wordt door de zoete smaak van fructose de productie van insuline en cortisol gestimuleerd. Bovendien moet fructose moet afgebroken in de lever en wordt hier als vet opgeslagen. Vooral in drank zit vaak heel tafelsuiker. Een blikje cola bevat al gauw zo’n 15 klontjes suiker.

De jager-verzamelaar die 15 tot 30 duizend jaar geleden leefde had een heel ander eetpatroon dan dat we in de tegenwoordige tijd hebben. Er zijn veel onderzoeken gedaan naar de invloed van het oervoedingspatroon op de gezondheid en de resultaten zijn veelbelovend. Om Metabool syndroom aan te pakken is het van belang om een voedingspatroon te creëren dat veel lijkt op het eetpatroon van de oermens.

Het volgende is hierbij van belang:

  1. Eet geen geraffineerde koolhydraten zoals pasta, bloem, witte rijst en tafelsuiker
  2. Vermijdt de inname van transvetten, deze vind je in gefrituurde producten, margarines en kant en klare producten.
  3. Eet zo veel mogelijk niet zetmeel houdende groenten
  4. Eet gezonde basevormende voeding.
  5. Verrijk je voeding met Omega 3
  6. Vermijdt: E nummers, Additieven en Allergenen
  7. Eet zoveel mogelijk vers en zelfbereid.
  8. Probeer een beetje eiwitten te eten bij elke maaltijd
  9. Vermijd frisdranken, vruchtensappen en alcohol. Hierin zitten veel verborgen suikers
  10. Varieer in je voeding

Maar wat mag je dan wel eten? Veel groenten, fruit, vis, vlees (bij voorkeur biologisch), noten en zaden en eieren. Je kan je voeding heel goed aanpassen aan je eigen wensen en eindeloos variëren. Er zijn heel veel boeken verkrijgbaar waarin er talloze smakelijke recepten staan! Een ander belangrijk aspect wat betreft voeding is het beperken van de eetmomenten. Iedere keer eten is namelijk verstoring van “rust” in het lichaam omdat bij iedere maaltijd insuline aangemaakt wordt. Het beste is om niet vaker dan drie keer per dag eten. Dit geldt niet alleen voor eten maar ook voor drankjes die suiker bevatten.

Er zijn veel studies gedaan over de rol van supplementen bij de voorkoming en behandeling van Metabool syndroom. Uit deze onderzoeken is gebleken dat er veel mooie resultaten geboekt worden wanneer de belangrijke aanpassing van het voedingspatroon aangevuld wordt met supplementen. Naast het aanvullen van voedingstekorten met behulp van verschillende vitamines en mineralen zijn ook onderzoeken gedaan naar de rol van verschillende kruiden bij Metabool syndroom. Supplementen kunnen een belangrijke rol spelen bij de insulinehuishouding, de energiehuishouding of bij het voorkomen van schade door een verstoorde insulinehuishouding.

Vitamines en Mineralen

Alfa-liponzuur

Van alle supplementen die helpen bij metabool syndroom is alfa-liponzuur waarschijnlijk de belangrijkste. Alfa-liponzuur komt voor in voedingsmiddelen zoals spinazie en broccoli. Alfa-liponzuur bevindt zich in de mitochondria van elke cel en helpt bij het verbranden van glucose en bij de omzetting van glucose in ATP (belangrijke hulpstof in citroenzuurcyclus). Daarnaast is alfa-liponzuur een superantioxidant. Dit komt onder andere doordat het makkelijke de bloed/hersenbarrière passeert en zowel in water als in vet oplosbaar is. De belangrijkste functie die alfa-liponzuur heeft bij de behandeling van Metabool syndroom komt doordat het de glucoseverbranding verbeterd. Hierdoor gaan glucose-, en insuline waardes in het bloed omlaag. De glucose wordt immers verbrand. Uit onderzoek is gebleken dat Alfa liponzuur ook de gevoeligheid van de insuline receptor verbeterd. Alfa-liponzuur pakt insulineresistentie, het belangrijkste kenmerk van Metabool syndroom aan. Daarnaast doet alfa-liponzuur ook nog zijn werk als antioxidant en zorgt het op deze manier voor minder cel schade (aanpak van vrij radicalen) en dus minder kansen op AGE’s.

Chroom

Chroom is het belangrijkste mineraal in het voorkomen en behandelen van Metabool syndroom. Chroom helpt insuline om zijn werk efficiënter te doen en helpt zodoende de bloedsuiker te stabiliseren. Hierdoor verminderd de trek in zoetigheid en wordt ook het hongergevoel verminderd. Daarnaast helpt chroom ook de vetstofwisseling en uit onderzoek is gebleken dat chroompicolaat een gunstig effect heeft op zowel de triglyceridenwaardes als op de cholesterolwaardes.

Magnesium

Een ander belangrijk mineraal bij het behandelen van Metabool syndroom is Magnesium. Magnesium speelt een belangrijke rol. Uit onderzoek is gebleken dat mensen met magnesiumtekort een verhoogde kans hebben op het ontwikkelen van Insulineresistentie of zelfs diabetes type 2. Magnesium speelt verschillende rollen bij de productie en het vrijmaken van insuline. Daarnaast is Magnesium van belang bij het omlaag brengen van de bloeddruk, een ander symptoom van Metabool syndroom. Magnesium in combinatie van vitamine B6 verhoogt de beschikbaarheid van magnesium in de cellen en verhoogt dus de effectiviteit van Magnesium.

Naast de bovengenoemde vitamines en mineralen zijn er nog een aantal andere stoffen die een rol spelen bij het optimaal functioneren van de insuline huishouding. Onder andere Vitamine A dat een rol speelt als antioxidant en een effect heeft op het HDL cholesterol.

Vitamine D3

Vitamine D3 zorgt voor een betere cellulaire opname van glucose en samen met Omega 3 zorgt vitamine D3 voor een verbetering van de insuline-gevoeligheid. Uit onderzoek in de jaren 60 is al gebleken dat een vitamine D -tekort kan leiden tot een verlaagde insulinesecretie van de alvleesklier. Dit kan bijdragen tot de ontwikkeling en verergering van glucose-intolerantie en leiden tot Metabool syndroom.

Zink

Zink komt van nature veel voor in oervoeding. Zink bevindt zich in schaal-, en schelpdieren en vooral oesters bevatten veel zink. Ook in vlees, zemelen, peulvruchten en groenten bevatten zink. Helaas door de moderne landbouw en door het meer en meer bewerken van voedsel komt er steeds minder zink voor in onze voeding en hebben steeds meer mensen een zinktekort. Zink speelt een belangrijke rol bij de insulinefunctie van het lichaam. Zink is een onderdeel van insuline en is nodig voor de aanmaak, transport en opslag van dit hormoon. Daarnaast is zink nodig om de alvleesklier goed te laten functioneren. Een zinktekort kan leiden tot een verminderde werking van de alvleesklier met als gevolg dat er minder insuline aangemaakt wordt. Ook kan een tekort aan zink leiden tot een tekort aan bouwstenen voor insuline. Er zijn verschillende vormen van zink in supplementen verkrijgbaar. Zinkmethionine is een vorm die de voorkeur krijgt omdat deze goed door het lichaam wordt opgenomen.

Vitamine C

Het gebruik van Vitamine C is van belang omdat Vitamine C de schadelijke effecten van een verhoogd glucose en insuline gehalte verminderd. Vitamine C is namelijk een krachtige antioxidant. Daarnaast blijkt uit onderzoek dat vitamine C de reactie van insuline normaliseert. Hierdoor ontstaat een meer normale en minder ontketende reactie op glucose. Vitamine C speelt ook nog een rol in de vermindering van de glycosylering van eiwitten die AGE’s bevorderen.

S-Acetyl-L-Glutathion

Bij het Metabool syndroom is er sprake van veel vrije radicalen schade. De belangrijkste anti-oxidant die in ons lichaam wordt geproduceerd uit 3 aminozuren is Glutathion. Bij het Metaboolsyndroom is de glutathion level in het bloed over het algemeen bijzonder laag omdat het lichaam niet meer voldoende in staat blijkt te zijn om dit op voldoende niveau te houden. Orale inname van gewone GSH glutathion heeft weinig nut omdat deze GSH niet stabiel blijft in het maag-darmkanaal. Het innemen van de nieuwe S-Acetyl-L-Glutathion, welke wel stabiel blijft, is bijzonder waardevol om de oxidatie schade bij het Metabool syndroom te verminderen.

Kruiden

Kruiden en planten zijn een soort natuurlijke apotheek. De basis voor veel medicijnen is vaak een werkzaam bestanddeel van een plant of kruid. Een bekend voorbeeld is bijvoorbeeld salicylzuur dat afkomstig is uit de wilgenbast en de basis is voor het fabriceren van de welbekende aspirine. Voor de behandeling van Metabool syndroom is een aantal kruiden bekend waarvan uit onderzoek is gebleken dat er goede resultaten werden behaald bij de behandeling.

Een van de bekendste is Mariadistel (Silybum marianum). Mariadistel is welbekend vanwege zijn werking op de lever. Onderzoeken hebben aangetoond dat Mariadistel de groei van nieuwe en gezonde levercellen stimuleert en dat mariadistel een belangrijke antioxidant is. Onderzoekers hebben echter ontdekt dat Mariadistel ook een belangrijke rol spelen bij het reguleren van het glucosegehalte. Zij ontdekten dat Mariadistel de giftige effecten van glucose op de nieren blokkeert, insulineresistentie verbetert en een belangrijke rol speelt bij de controle van glucose in de lever. De rol van Mariadistel op de glucosehuishouding dankt het waarschijnlijk aan het feit dat Mariadistel de leverfunctie verbetert en hierdoor de lever beter in staat stelt zijn belangrijke functie in de glucosehuishouding beter te vervullen. Een ander kruid dat een rol speelt bij het verbeteren van de leverfunctie en een belangrijke antioxidant is Curcuma. Ook Curcuma kan om deze redenen worden ingezet als middel bij Metabool Syndroom.

Beweging

Een andere uitermate belangrijk deel in de behandeling van Metabool syndroom is beweging. Beweging is dé component die in de behandeling van Metabool niet mag ontbreken. Beweging zorgt er namelijk voor dat er spieren worden gebruikt, worden opgebouwd en het lichaamsvet wordt verminderd. Beweging kost energie. Deze energie haalt het lichaam onder andere uit het verbranden van glucose, hierdoor heeft beweging een verlagend effect op de bloedglucosewaarde. Daarnaast zorgt beweging ook voor dat de insuline-gevoeligheid verbetert wordt. Bewegen betekent niet dat je moet gaan hardlopen of iedere dag naar de sportschool moet gaan. Vaak bewegen mensen met Metabool syndroom bijna helemaal niet. Wandelen, buiten bewegen en leuke actieve dingen doen vallen ook onder beweging en zijn doelen die haalbaar zijn voor iemand met Metabool syndroom. Het is van belang niets te forceren of over te belasten want dan ben je weer terug bij een inactieve houding door blessures. Een uitermate effectieve manier van bewegen is krachtraining. Krachttrainging van grote spiergroepen, oefeningen waarbij je zoveel mogelijk spieren gebruikt hebben het meeste effect. Door middel van krachtraining vergroot je je spiermassa en neemt de hoeveelheid spiervezel toe en spieren verbruiken meer energie (glucose) dan vet.

Een andere effectieve manier om je insulinegevoeligheid te verbeteren is nuchter bewegen. Onze voorouders deden dit in vroegere tijden ook al eerst jagen en dan opeten. Wanneer je ´s morgens nuchter beweegt wordt je reserveglucose glycogeen opgemaakt en worden er enzymen in je lichaam geactiveerd die er voor zorgen dat het lichaam in de vetverbrandingsstand komt. Hierdoor neemt de insulinegevoeligheid toe en wordt er een belangrijke stap gezet op in de behandeling van Metabool syndroom.

Deel deze informatie met uw relaties

Twitter icon
Facebook icon
Google icon
StumbleUpon icon
Del.icio.us icon
Digg icon
LinkedIn icon
Yahoo! icon
e-mail icon