Q10 & Omega-3

Een logische combinatie.

Ondanks de miljarden die aan cholesterolverlagende statines en aan voorlichting over gezondheid en vetarm eten worden uitgegeven, zijn hartziekten nog steeds doodsoorzaak nummer één in het Westen. De belangrijkste factoren die een rol spelen bij het krijgen van hart- en vaatziekten zijn roken, overgewicht (en dan met name buikvet), insulineresistentie, ontstekingen, een hoge bloeddruk, gebrek aan lichaamsbeweging en consumptie van verkeerde vetten.

Verzadigde vetten worden helaas nog steeds gezien als boosdoener voor hart- en vaatziekten. Terwijl suikers, linolzuur en transvetzuren de grootste rol spelen bij het ontstaan van overgewicht en hart- en vaatziekten. Men heeft al lang geleden ontdekt dat niet de verzadigde vetten op zich, maar een tekort van Omega-3 ten opzichte van Omega-6 vetzuren belangrijk is voor het al dan niet ontstaan van ziekten. Inname van Omega-3 vetzuren is dus belangrijk! En wat doet Q10 dan precies? Q10 is de energieleverancier voor het hart. Bij een ongezonde vetzurenbalans kan een verkeerde cholesterolbalans ontstaan, waarvoor cholesterolverlagende statines worden ingezet. Hiermee wordt echter ook de productie van Q10 geremd, terwijl Q10 juist belangrijk is voor de aanmaak van energie in de hartspiercellen. Met Q10 biedt u het hart een goede energieleverancier. Een logische combinatie nietwaar?

Omega-3 vetzuren

De langeketen Omega-3 vetzuren EPA (eicosapentaeenzuur) en DHA (docosahexaeenzuur) worden offi cieel niet gerekend tot de essentiële vetzuren. Het lichaam is namelijk in principe in staat om deze vetzuren aan te maken uit het essentiële plantaardige Omega-3 vetzuur ALA (alfalinoleenzuur). Onderzoek heeft echter uitgewezen dat deze omzetting zeer ineffi ciënt is en de onderzoekers rekenen EPA en DHA daarom ook tot de essentiële Omega-3 vetzuren (Arterburn, Hall & Oken, 2006).

Adviezen van de Gezondheidsraad

Ook de Gezondheidsraad zegt dat inname van EPA en DHA belangrijk is. In hun “Richtlijnen goede voeding 2015” adviseren zij één keer per week bij voorkeur vette vis te eten. Visconsumptie van 1x per week hangt samen met een lager risico op sterfte aan coronaire hartziekten. Dit wordt ondersteund door onderzoek naar supplementen met visvetzuren, waaruit blijkt dat inname van 1 gram per dag van EPA en DHA het risico op sterfte aan hartziekten verkleint met ongeveer 10% bij personen met (een hoog risico op) hart- en vaatziekten.

Volgens het door de Gezondheidsraad opgestelde Achtergronddocument Eicosapentaeenzuur en Docosahexaeenzuur bij “Richtlijnen goede voeding 2015” is de inname van de langeketen vetzuren in Nederland erg laag te noemen. Gemiddeld komen vrouwen slechts aan 50 mg EPA en 58 mg DHA per dag, terwijl mannen aan 59 mg EPA en 54 mg DHA per dag komen. Vis staat gezien de cijfers niet vaak meer op het Westerse menu. Daarbij is regelmatige visconsumptie eigenlijk ook niet aan te raden vanwege vervuiling van zeeën en oceanen. Daarentegen staat vlees wel weer meer op het menu, welke vooral Omega-6 vetzuren levert.

Ideale inname voor het hart

Volgens Simopoulos (2002) worden hart- en vaatziekten gekenmerkt door een stijging in de productie van diverse ontstekingsmarkers. Uit zijn onderzoek is gebleken dat deze markers verder stijgen bij een verhoging van de hoeveelheid Omega-6 vetzuren. Bij inname van Omega-3 vetzuren daalde de hoeveelheid. Wanneer er dus in de verhouding van Omega-3 en Omega-6 een tekort is aan Omega-3, dan kan Omega-6 ontstekingsprocessen veroorzaken.

Ontstekingsprocessen veroorzaken schades die gerepareerd moeten worden. Uit onderzoek van Riechmann, et al. (2007) is gebleken dat een hoog niveau van LDL cholesterol fungeert als een waarschuwingssignaal dat er iets mis is in het lichaam. Ons lichaam heeft het LDL cholesterol volgens dit onderzoek nodig voor het repareren van de schades. Een te hoog cholesterol wordt in de reguliere geneeskunde in dit geval echter behandeld met cholesterolverlagende statines. Terwijl extra inname van omega-3 vetzuren juist ontstekingsprocessen verminderen. Meer hierover leest u onderaan de pagina bij “Statines en Q10”.

Maar hoe hoog zou nu de inname van EPA en DHA moeten zijn om het ontstekingsproces te voorkomen en om te voorkomen dat het cholesterolniveau stijgt? Volgens Hibbeln, et al. (2006) bevatten onze weefsels idealiter 60% aan Omega-3 vetzuren en voor 40% uit Omega-6 vetzuren. Deze verhouding beschermt namelijk 98,6% van het wereldwijde risico op cardiovasculaire ziektes die gerelateerd zijn aan een tekort aan Omega-3. De dosis Omega-3 vetzuren die hiervoor nodig is, hangt echter vooral af van de inname van Omega-6 vetzuren met de voeding.

Er wordt helaas nog zeer veel linolzuur gebruikt in de Nederlandse keuken. Denk bijvoorbeeld aan zonnebloemolie, sojaolie, margarine, halvarine en bak- en braadvetten. Het is belangrijk om dit Omega-6 vetzuur zoveel mogelijk te vermijden als we een betere vetzurenverhouding willen. Uit onderzoek is gebleken dat wanneer wij de inname van linolzuur halveren en 750 mg EPA en DHA toevoegen aan onze voeding, wij al een goede balans bereiken. Verlagen we de inname van linolzuur niet, dan is inname van 1956 mg EPA en DHA per dag nodig.

Co-enzym Q10

Co-enzym Q10 is een vetoplosbare stof, die in iedere lichaamscel aangetroff en wordt. De grootste hoeveelheid wordt echter aangetroff en in het hart gevolgd door andere organen en weefsels die veel energie verbruiken (Bhagavan & Chopra, 2006). In de meest ideale omstandigheden produceert het lichaam voldoende Q10, daarnaast komt het in kleine hoeveelheden voor in (vooral dierlijke) voeding. De lichaamseigen aanmaak kan in sommige situaties echter onvoldoende zijn en neemt met het vorderen van de leeftijd fl ink af, zie grafi ek (Kalén, Appelkvist & Dallner, 1989).

Statines en Q10

In Nederland zijn er momenteel meer dan 1 miljoen hart- en vaatpatiënten. De reguliere geneeskunde houdt een hoog cholesterolgehalte hiervoor verantwoordelijk. Veel patiënten krijgen daarom cholesterolverlagende statines voorgeschreven. Cholesterolverlagende medicijnen blokkeren de aanmaak van mevalonaat, de voorloper van cholesterol. Hiermee wordt echter ook de productie van Q10 geremd (Marcoff & Thompson, 2007). Q10 is zoals eerder vermeld juist belangrijk voor de aanmaak van energie in de hartspiercellen. Voldoende energie in de hartspier is nodig voor het goed functioneren van hart en vaten.

Larsen, et al. (2013) heeft aangetoond dat patiënten die langdurig met de cholesterolverlager Simvastatine zijn behandeld, een verminderde capaciteit hadden in de energieaanmaak in de mitochondriën. Dit kon worden verklaard door de gelijktijdige afname van de hoeveelheid aangetroff en co-enzym Q10. In de meeste gevallen leidt dit tot spierpijn en vermoeidheid.

Wanneer statines ingezet worden adviseert de Orrtho Health Foundation daarom altijd gebruik van co-enzym Q10 om de afname in de lichaamseigen aanmaak van de mitochondriën aan te vullen. Daarmee wordt een energietekort voorkomen. Gebruikt u geen statines en wilt u met Omega-3 vetzuren voorkomen dat u statines moet gebruiken, dan zorgt de combinatie Omega-3 met Q10 ervoor dat u een gezond cholesterol bereikt en meer energie overhoudt!

Q10 ubiquinol versus Q10 ubiquinon

Co-enzym Q10 komt voor in twee vormen. Q10 ubiquinol is de gereduceerde, biologisch actieve vorm. Q10 ubiquinon is de inactieve, geoxideerde vorm van Q10. Het lichaam is in staat om ubiquinon om te zetten naar ubiquinol, maar niet bij iedereen werkt dit omzettingsproces even goed. Om een optimale werking te verkrijgen, is het daarom verstandig om ubiquinol in te zetten.

Uit diverse onderzoeken is ook gebleken dat ubiquinol velen malen beter wordt opgenomen. Failla, Chitchumroonchokchai & Aoki (2014) hebben dit getest door in vivo het opnameproces van de beide vormen te bekijken. Ubiquinol bleek bij vertering in de dunne darm veel kleinere micellen (vetbolletjes) te vormen en mede om deze reden is de glutathionafhankelijke opname via het darmepitheel beter. Bij een tekort aan glutathion is het raadzaam om S-Acetyl-L-Glutathion in te zetten. Er werd in dit model maar liefst 5x meer ubiquinol opgenomen dan ubiquinon. De werkelijke opname in de mens is waarschijnlijk zelfs nog groter. In deze proefopstelling oxideerde namelijk meer ubiquinol dan daadwerkelijk in het lichaam gebeurt na orale inname.

Conclusie

Met dit informatiebulletin trachten wij om de negatieve spiraal rondom cholesterol en hart- en vaatziekten te doorbreken en er een positieve spiraal van te maken. Door inname van meer Omega-3 vetzuren brengen we de ratio met Omega-6 in balans. Hiermee bewerkstelligen wij een gezond cholesterol en nemen de oorzaak van Q10 depletie door cholesterolverlagende statines weg. Door Q10 suppletie kunnen we de energieaanmaak in de hartspier vervolgens vermeerderen en bereiken we dus uiteindelijk ook meer energie!

Referenties

  • Arterburn, L. M., Hall, E. B., & Oken, H. (2006). Distribution, interconversion, and dose response of n− 3 fatty acids in humans. The American journal of clinical nutrition, 83(6), S1467-1476S.
  • Bhagavan, H. N., & Chopra, R. K. (2006). Coenzyme Q10: absorption, tissue uptake, metabolism and pharmacokinetics. Free radical research, 40(5), 445-453.
  • Failla, M. L., Chitchumroonchokchai, C., & Aoki, F. (2014). Increased bioavailability of ubiquinol compared to that of ubiquinone is due to more effi cient micellarization during digestion and greater GSH-dependent uptake and basolateral secretion by Caco-2 cells. Journal of agricultural and food chemistry, 62(29), 7174-7182.
  • García-Corzo, L., Luna-Sánchez, M., Doerrier, C., Ortiz, F., Escames, G., Acuña-Castroviejo, D., & López, L. C. (2014). Ubiquinol-10 ameliorates mitochondrial encephalopathy associated with CoQ defi ciency. Biochimica et Biophysica Acta (BBA)-Molecular Basis of Disease, 1842(7), 893-901.
  • Hibbeln, J. R., Nieminen, L. R., Blasbalg, T. L., Riggs, J. A., & Lands, W. E. (2006). Healthy intakes of n− 3 and n− 6 fatty acids: estimations considering worldwide diversity. The American journal of clinical nutrition, 83(6), S1483-1493S.
  • Kalén, A., Appelkvist, E. L., & Dallner, G. (1989). Age-related changes in the lipid compositions of rat and human tissues. Lipids, 24(7), 579-584.
  • Larsen, S., Stride, N., Hey-Mogensen, M., Hansen, C. N., Bang, L. E., Bundgaard, H., ... & Dela, F. (2013). Simvastatin eff ects on skeletal muscle: relation to decreased mitochondrial function and glucose intolerance. Journal of the American College of Cardiology, 61(1), 44-53.
  • Marcoff , L., & Thompson, P. D. (2007). The role of coenzyme Q10 in statin-associated myopathy: a systematic review. Journal of the American College of Cardiology, 49(23), 2231-2237.
  • Riechman, S. E., Andrews, R. D., MacLean, D. A., & Sheather, S. (2007). Statins and dietary and serum cholesterol are associated with increased lean mass following resistance training. The Journals of Gerontology Series A: Biological Sciences and Medical Sciences, 62(10), 1164-1171.
  • Simopoulos, A. P. (2002). The importance of the ratio of omega-6/omega-3 essential fatty acids. Biomedicine & pharmacotherapy, 56(8), 365-379.

Deel deze informatie met uw relaties

Twitter icon
Facebook icon
Google icon
StumbleUpon icon
Del.icio.us icon
Digg icon
LinkedIn icon
Yahoo! icon
e-mail icon