Schildklierproblemen

Eén van de belangrijkste hormoonklieren in het lichaam is de schildklier. Deze is onder ander verantwoordelijke voor het stimuleren van het basaal metabolisme. De schildklier scheidt hormonen af die de activiteit van bijna alle lichaamscellen reguleren. Daarnaast wordt ook de verbrandingssnelheid in het lichaam gereguleerd door de schildklier.

De schildklier en de bijschildklier regulieren tevens de calciumhuishouding in het bloed. Zowel de energie als het gewicht hebben ernstig te lijden als de schildklier niet goed werkt. De schildklier is de persoonlijke thermostaat van een ieder. Een trage schildklier en dus een trage stofwisseling kunnen voor problemen zorgen beginnend met humeurigheid en die kunnen leiden tot overgewicht, het altijd koud hebben en het gevoel dat je niet helder meer kunt denken. Naast een te traag werkende schildklier kunnen er ook problemen zijn met een te snel werkende schildklier.

Anatomie van de schildklier

De schildklier, één van de grootste endocriene klieren ligt in de hals tussen het strottenhoofd en het borstbeen en bestaat uit twee lobben en een smaller verbindingsstuk. Deze lobben bevatten een groot aantal follikels die zijn gevuld met een taaie vloeistof die colloïd genoemd wordt. Aan de achterkant van de schildklier liggen nog vier kleine bijschildklieren deze houden de hoeveelheid calcium in je lichaam in de gaten. De schildklier is zeer goed doorbloed orgaan maar is ook een heel gevoelig orgaan voor zowel invloeden van buitenaf zoals bijvoorbeeld straling, stress of vervuiling. Daarnaast is de schildklier ook gevoelig voor invloeden van binnenuit zoals amalgaanvulling, te veel zout eten en verkeerde voeding.

Functies van de schildklier

De schildklier heeft veel verschillende functies:

  • Stimuleren basaal metabolisme
  • Het reguleren van je hartslag en bloeddruk
  • Voedselverwerking (spijsvertering)
  • Zenuwgeleiding
  • Thermoregulatie (indirecte thermostaat-functie)
  • Vetverbranding
  • Psyche & hersenactiviteit
  • Reguleren vrouwelijke hormoonbalans
  • Reguleren van de calciumbalans in het bloed

Werking van de schildklier

De werking van de schildklier en zijn uitgescheiden hormonen is een complex proces. Thyreoglobuline (een nog niet actief hormoon) wordt geproduceerd door de cellen van de schildklier. Deze inactieve verbinding wordt vervolgens uitgescheiden naar het colloïd in de follikels van de schildklier en wordt vervolgens opgeslagen en gebonden aan jodium. Deze zogenaamde jodering vindt plaats in de vrije ruimte van de follikels. Het kant-en-klare, gejodeerde hormoon blijft in inactieve vorm opgeslagen tot het nodig is in het lichaam. Voor een normale productie van schildklierhormoon is continue jodium nodig. Daarom zijn sporen van jodium in voeding noodzakelijk. Jodium uit voedsel wordt door de jodiumpomp de cellen van de schildklier ingepompt. Dit mechanisme wordt direct gestimuleerd door TSH dat in de hypofyse wordt aangemaakt.

Voor het vrijkomen van schildklierhormoon is activatie van de schildklier nodig. Deze activatie vindt plaats middels het mechanisme dat de HPT-as wordt genoemd. Vanuit de hypothalamus komen er signalen binnen dat er schildklierhormoon nodig is en de hypothalamus geeft de opdracht aan de hypofyse om het hormoon TSH aan te maken (Tyroid Stimulating Hormone). TSH stimuleert de schildklier om Thyroxine (T4) aan te maken. Bij activering van de schildklier komt er dus Thyroxine (T4) vrij in de bloedbaan. Thyroxine of T4 is een inactief hormoon en dient in de lever of nier te worden omgezet tot T3. T3 is de actieve vorm van het schildklierhormoon. Wanneer er voldoende schildklierhormoon aanwezig is zal de aanmaak van TSH worden geremd. Dit wordt het negatieve feedback systeem genoemd.

Voor de productie van Thyroxine heeft het lichaam de het aminozuur L-Tyrosine nodig. Het lichaam kan Fenylalanine vrij eenvoudig met behulp van Vitamine B2 omzetten in L -Tyrosine. Daarnaast zit er ook L-Tyrosine in onze voeding. Om van L-Tyrosine Thyroxine te maken dienen er 4 moleculen jodium te worden gekoppeld aan een Tyrosine molecuul. Vandaar de naam tetra (=4) idodothyronine. Voor dit proces zijn een aantal cofactoren nodig namelijk Vitamine B1, vitamine B6, vitamine B12, Vitamine C en Zink. T4 wordt gedejodeerd voornamelijk in de lever naar T3. T3 is het werkzame schildklierhormoon. De belangrijkste hulpstof voor de omzetting van T4 naar T3 is Selenium. Daarnaast dient er ook voldoende Vitamine A en Magnesium aanwezig te zijn. Bij onvoldoende Selenium of te veel T4 wordt T3 omgezet in rT3 (Reversed T3). rT3 is veel minder actief dan T3.

Testen schildklierwerking

Er zijn verschillende testen om de schildklierwerking te bepalen. De standaard test die door de huisartsen wordt uitgevoerd is de bepaling van het TSH. Bij vermoeden van een niet goed functionerende schildklier zal de arts een TSH-test doen. Daarbij is de normaalwaarde: TSH 0,4 - 4,0 mU/l. Bij een normale TSH-concentratie sluit de huisarts vaak een schildklierfunctiestoornis uit. Bij een afwijkende uitslag is er reden voor verdere diagnostiek. Vaak wordt dan ook nog de fT4 (vrije T4) bepaald. Een te lage waarde duidt op een te traag werkende schildklier. Een te hoog fT4 duidt op een te snel werkende schildklier. De fT4 dient te liggen tussen: ca. 7,0 - 16 pmol/l. Actief schildklierhormoon wordt meestal niet gemeten ondanks het feit dat dit een goede indicator is of er wel genoeg actief schildklier hormoon aanwezig is.

Een andere bekende test is de zogenaamde Barnestest. Deze werkt als volgt: leg ’s avonds een thermometer op je nachtkastje. Neem ’s ochtends terwijl je nog in bed ligt direct de temperatuur op onder de oksel (3 minuten). Doe dit minimaal drie ochtenden achter elkaar. Wanneer de thermometer 3 dagen een waarde beneden 36,5 graden aangeeft kan dit duiden op schildklierproblemen.

Schildklierproblemen

In Nederland zijn ongeveer 800.000 patiënten bekend die problemen hebben met hun schildklier. Het werkelijke aantal ligt waarschijnlijk veel hoger omdat veel klachten niet direct in verband worden gebracht met de schildklier, de relatieve onbetrouwbaarheid van de gangbare bloedtesten en omdat er vaak te veel belang aan de testuitslag wordt toegeschreven en te weinig wordt gekeken naar de daadwerkelijke klachten van de patiënt.

De volgende problemen kunnen zich voordoen:

  • De schildklier werkt te snel ⇒ Hyperthyreoïdie.
  • De Schildklier werkt te langzaam ⇒ Hypothyreoïdie.

Als laatste kan zich ook het probleem voordoen dat de schildklier niet werkt dit komt bijvoorbeeld door operatieve verwijdering bij een carcinoom of bij totale dysfunctie.

Hyperthyreoïdie

Hyperthyreoïdie oftewel een te snel werkende schildklier kenmerkt zich door: een hoge hartslag, constant gevoel van gejaagdheid. De patiënt heeft vaak bolle, soms zelfs uitpuilende ogen en vaak een warme vochtige huid. De schildklier kan opgezwollen zijn. Door de versnelling van het metabolisme hebben deze patiënten vaak last van diarree en zijn ze vaak (heel) mager.

Een te snel werkende schildklier kan verschillende oorzaken hebben. Het is vaak een probleem van de schildklier zelf en niet van de omzetting van T4 ⇒ T3. Eén van de bekendste oorzaken is de Ziekte van Graves. Dit is een auto-immuunziekte die de schildklier te hard laat werken. Er kan ook sprake zijn van secundaire Hyperthyreoïdie. Dit is een probleem met de aansturing van de schildklier door de hypofyse. Een andere oorzaak kan zijn: Toxisch multinodulair struma dit is een vergroting van de schildklier die gepaard met een toegenomen schildklierhormoonproductie. Na een zwangerschap kan er ook sprake zijn van een vaak tijdelijke te snelwerkende schildklier. Dit als gevolg van te langzaam werkende schildklier gedurende zwangerschap.

Behandeling van te snel werkende schildklier

De behandeling van een te snel werkende schildklier gebeurt met behulp van medicatie. Dit is vaak een combinatie van Strumazol (remt aanmaak schildklierhormoon) en Thyrax (schildklierhormoon) om de schildklier in te stellen. Er kan ook behandeld worden met radioactief jodium, dit heeft dan als doel om de schildklier blijvend traag te maken. Wanneer er sprake is van een totale dysfunctie van de schildklier kan gekozen worden voor het operatief verwijderen van de schildklier. De patiënt zal dan de rest van zijn leven afhankelijk blijvenvan schildklier-medicatie.

Naast het slikken van medicatie zijn er nog een aantal andere zaken die je kunt doen. Het is van belang om stress te beperken en het immuunsysteem zo weinig mogelijk te belasten door glutenvrij, suikervrij en zuivelvrij te eten. Hierdoor kunnen ontstekingen en auto-immuniteit verminderd worden.

Van Omega-3 vetzuren is bekend dat ze ontstekingsremmend werken en deze kunnen dan ook goed worden ingezet. Bij postpartum hyperthyreoïdie kan soja ingezet worden omdat soja leidt tot een verhoogde uitscheiding van schildklierhormonen via de urine.

Hypothyreoïdie

Het meest voorkomende schildklierprobleem is een te traag werkende schildklier. De meest gehoorde klachten zijn: vermoeidheid, met name in de ochtend. Deze vermoeidheid wordt in de loop van de dag beter. Vaak hebben zij koude handen en voeten, een droge huid en problemen met gewichtstoename. Ook spierkrampen, reumatoïde pijnen en stijfheid zijn vaak gehoorde klachten. Maar ook klachten zoals depressieve stemmingen, obstipatie, een trage hartslag en haaruitval komen voor.

Er zijn verschillende oorzaken aan te geven voor een te langzame werkende schildklier. De patiënt kan last hebben van de auto-immuunziekte: de ziekte van Hashimoto. Bij de ziekte van Hashimoto valt het immuunsysteem de schildklier aan, waardoor er een chronische ontsteking in de schildklier ontstaat. Hierdoor gaat de schildklier geleidelijk langzamer werken en wordt er steeds minder schildklierhormoon aangemaakt. Dit proces verloopt vrij langzaam, waardoor de patiënt langzaam steeds meer klachten krijgt.

De meest voorkomende oorzaak van schild klierproblemen is een tekort aan Jodium. Een tekort aan Jodium kan de aanmaak van schildklierhormoon remmen. Ook een tekort aan Selenium kan de oorzaak zijn van een te traag werkende schildklier. Selenium is namelijk het mineraal dat nodig is om van inactief T4 actief T3 te maken. Een andere belangrijke oorzaak is een probleem in de aansturing van de aanmaak van schildklierhormoon in de hypofyse. Aangezien de schildklier een zeer gevoelig orgaan is kan ook vergiftiging door zware metalen door bijvoorbeeld amalgaanvullingen een oorzaak zijn. Ook bepaalde medicatie die stofwisseling verlaagt, heeft een negatieve invloed op de werking van het schildklierhormoon. Hierbij valt te denken aan bijvoorbeeld bèta blokkers, antibiotica, pijnstillers, maagzuurremmers, cholesterolremmers en narcose. Bisfenol A (BPA) een bekende verstoorder van het endocriene systeem vertraagt de schildklierwerking door de receptoren van het schildklierhormoon te blokkeren. BPA zit helaas in veel producten die we dagelijkse gebruiken.

Mineralen-, en vitaminetekorten kunnen ook leiden tot een verminderde aanmaak van schildklierhormoon of de aanmaak van reversed T3 stimuleren. Naast jodium en selenium zijn vitamine A, vitamine B6, vitamine C, vitamine D, zink en magnesium belangrijk. Ook tekorten aan ijzer en vitamine B 12 komen regelmatig voor bij hypothyroïdie. Een belangrijke reden hiervoor is meestal een verlaagde productie van maagzuur.

Invloed van Stress op schildklierhormoon

Stress heeft een grote invloed op het functioneren van het schildklierhormoon. Langdurige stress zorgt er namelijk voor dat er minder van het efficiënte T3 kan worden aangemaakt en meer van minder efficiënte Reversed T3 (rT3) wordt aangemaakt. Een teveel aan rT3 blokkeert dan de receptoren van het schildklierhormoon. Bij stress scheiden de bijnieren Cortisol af. Dit gebeurt met behulp van de HPA -as. De HPA-as werkt als volgt: bij aanhoudende stress geeft de Hypothalamus door middel van CRH (Cortisone Relasing Hormone) aan dat de Hypofyse ACTH (adrenocorticotroop hormoon) moet gaan afgeven aan de bijnieren. ACTH is een trope hormoon dat de bijnier aanzet om Cortisol te gaan produceren. Cortisol heeft een metabool effect om stress te reduceren. Bij langdurige stress blijft de HPA- as actief.

Maar wat is nou invloed op de schildklier? De aanmaak van schildklierhormoon wordt gereguleerd door de HPT-as. Deze HPT-as werkt als volgt: de Hypothalamus produceert TRH (Tyroid releasing Hormone) dit zet de Hypofyse aan om TSH(Tyroid Stimulating Hormone) te produceren; dit tropehormoon zet de schildklier aan om schildklierhormoon te produceren. De HPA-as en de HPT-as maken dus beide gebruik van het zelfde mechanisme (Hypothalamus- Hypofyse-Ontvanger). Wanneer er echter sprake is van chronische stress dan wordt dit mechanisme vrijwel uitsluitend gebruikt door de HPA-as; omdat deze gericht is op overleven. Wanneer er te veel stress is staat de HPA-as constant aan en kan de HPT-as zijn werk niet goed doen. Hierdoor wordt de productie van schildklierhormoon ontregeld met alle gevolgen van dien.

Naast het werkingsmechanisme van de aanmaak van schildklierhormoon speelt nog een andere factor een belangrijke rol bij de verstoring van de aanmaak van schildklierhormoon door stress. Wanneer er sprake van Stress wordt door de parasympaticus adrenaline aangemaakt. Adrenaline zorgt ervoor dat het lichaam klaar gemaakt wordt om met de stresssituatie om te gaan. De belangrijkste bouwstof voor adrenaline is het aminozuur L-Tyrosine. L- Tyrosine wordt meestal geclassificeerd als een niet-essentieel aminozuur omdat het lichaam (onder normale omstandigheden) voldoende L-Tyrosine kan vormen uit het wel essentiële aminozuur fenylalanine. Naast dat L-Tyrosine de bouwstof is voor adrenaline is het ook de belangrijkste bouwstof voor het schildklierhormoon thyroxine. Aangezien adrenaline voor het lichaam van belang is om te overleven zal de productie van adrenaline voorrang krijgen boven de productie van thyroxine. Met als gevolg dat er in geval van stress te weinig schildklierhormoon wordt aangemaakt.

Wanneer er sprake is van verhoogde stress snijdt het mes dus aan twee kanten. Enerzijds functioneert de HPT-as niet naar behoren omdat de HPA -as overbelast is en anderzijds zijn er niet genoeg grondstoffen om schildklierhormoon aan te maken. Stress heeft dus een hele grote invloed op het goed functioneren van de schildklier. Stress ontstaat op allerlei verschillende manieren. Iedere lichaamsvreemde impuls veroorzaakt een prikkeling van het systeem. Het lichaam krijgt niet alleen stress van het te druk hebben (mentale stress) maar krijgt ook stress van bijvoorbeeld: verkeerde voeding, slecht slapen, drugs, medicijnen, zoetstoffen, E nummers en andere toxische belasting. De Amygdalae in je hersenen maken geen onderscheid waar de stress vandaan komt en activeren bij iedere vreemde impuls het stress-systeem.

Behandeling hypothyroïdie

Het Schildklierhormoon is heel erg afhankelijk van de levensstijl dus speelt voeding een belangrijke rol. Naast voeding is het van belang dat de lever goed functioneert en dat er voldoende bouwstoffen en co-factoren aanwezig zijn om schildklierhormoon te maken. Natuurlijk mag beweging niet ontbreken en zijn er aantal zaken die vermeden moeten worden.

Voeding

Gezonde voeding is de basis van ieder behandeling. Eet gezonde basevormende voeding, verminder de inname van suikers en transvetten en varieer in je voeding. Het is van belang om e-nummers en additieven te mijden. Eet dus zoveel mogelijke vers en zelfbereid. Daarnaast kunnen een aantal voedingstoffen, die speciaal voor de schildklier geschikt zijn worden toegevoegd aan het dieet. Vis, eidooiers, mosselen, garnalen en vooral paranoten bevatten veel selenium. Een mineraal dat helpt om T4 om te zetten in T3. Zeewier en zoutwater vis bevat veel jodium. Er kan ook gekozen worden om een (multi)vitamine preparaat te nemen dat extra jodium en/of Selenium bevat.

Gezonde leverwerking

De omzetting van inactief T4 naar actief T3 vindt plaats in de lever. Het is van belang om de ontgiftingsfases van je lever zo gunstig mogelijk te laten verlopen. Antioxidanten spelen hierbij een hele belangrijke rol. De allerbelangrijkste antioxidant is Glutathion. Glutathion is de krachtigste endogene vrije radicalen vanger en heeft de mogelijkheid om veel soorten vrije radicalen onschadelijk te maken. Het is ook de enige antioxidant die voortdurend zelf regenereert om meer vrije radicalen te neutraliseren. Glutathion komt voor in groente en fruit en vlees maar de opname van Glutathion als voeding of supplement lijkt een probleem te zijn omdat de inname van glutathion inactief lijkt te worden door de peptidase in de darmen. Uit onderzoek is echter gebleken dat de inname van een tablet waarbij een acetylgroep is gekoppeld, zoals bijvoorbeeld S-Acetyl-L-Glutathion, de opname wel plaatsvindt.

Voldoende bouwstoffen en co-factoren

Er zijn verschillende bouwstoffen en co-factoren nodig om de schildklierhormoon te produceren en om de omzetting van T4 naar T3 te realiseren. Er zijn verschillende vitamines, mineralen en aminozuren nodig.

L-tyrosine

Het aminozuur L-Tyrosine is de precursor van het schildklierhormoon thyroxine. L-Tyrosine komt veel voor in onze voeding en is te vinden in: vis, eieren, vlees, kaas, melk (producten), avocado, noten en zaden en peulvruchten. Wanneer er echter veel stress aanwezig is, is het verstandig om een supplement met L-Tyrosine te nemen.

Zink

Zink is belangrijk voor de omzetting van T4 naar T3 en uit onderzoek blijkt dat het toevoegen van zink een stijging van vrije T3, een daling van rT3 en een lager TSH gehalte tot gevolg heeft. Bij veel stress heeft het lichaam extra zink nodig, een tekort kan neerslachtigheid veroorzaken. Zink bevindt zich in schaal-, en schelpdieren en vooral oesters bevatten veel zink. Helaas door de moderne landbouw en door het meer en meer bewerken van voedsel komt er steeds minder zink voor in onze voeding en hebben steeds meer mensen een zinktekort.

Vitamine B12

Uit onderzoek is gebleken dat mensen met een te traag werkende schildklier vaak een vitamine B12 tekort hebben. B12 is een belangrijke cofactor bij de omzetting van L-Tyrosine in het schildklierhormoon thyroxine. Er zijn verschillende vormen van vitamine B12, een bekende vorm is Cyanocobalamine dit wordt in het lichaam afgebroken tot fysiologische vormen methylcobalamine en adenosylcobalamine. De cyanide (giftig) blijft in kleine hoeveelheden achter. Het is minder belastend voor het lichaam om methylcobalamine en adenosylcobalamine te gebruiken. Deze zijn beide biologisch actief en hoeven niet meer te worden omgezet. Methylcobalamine wordt aangetroffen in het bloedplasma, het cerebrospinaal vocht en het cytosol van de cellen. Het draagt bij aan het goed functioneren van het perifere zenuwstelsel, ruggenmerg en hersenen, immuunsysteem en het op peil houden van het homocysteïne gehalte in het bloed. Adenosylcobalamine overheerst in weefselcellen en de mitochondriën. Het levert energie en speelt een rol in afbraak van koolhydraten en vetten.

Overige co-factoren

De schildklier is afhankelijk van voldoende vitamine A. Uit onderzoek is namelijk gebleken dat het voldoende innemen van vitamine A een goede invloed heeft op de werking van de schildklier. Magnesium is een belangrijke co-factor in de omzetting van T4 naar T3. Daarnaast speelt magnesium een rol in de energiehuishouding, die weer van invloed is op het functioneren van de schildklier. Er zijn vele vormen van magnesium, maar magnesiumtauraat wordt het beste opgenomen door het lichaam. Vitamine C is een belangrijke co-factor bij de omzetting van L-Tyrosine in thyroxine. Neem bij voorkeur gebufferde vitamine C (ontzuurd). OPC verhoogt de biologische beschikbaarheid van vitamine C. Veel van deze co-factoren bevinden zich vaak in een multivitaminen- en mineralen complex. Een goede Multi bestaat uit mineralen, sporenelementen, vitamines , aminozuren en kruiden. Het is vooral van belang om voor een supplement te kiezen dat orthomoleculair gedoseerd is en dat de vitamines en mineralen in die vorm worden aangeboden waarin ze het best door het lichaam worden opgenomen.

Beweging

Ook beweging is belangrijk voor de schildklier. Beweging zet namelijk aan tot verbranding. Denk bij bewegen niet alleen aan sporten in de sportschool, maar ook leuke actieve dingen doen vallen onder bewegen. Doe dit bij voorkeur in de buitenlucht.

Vermijden

De schildklier is gevoelig voor invloeden van buitenaf. Het is bekend dat de schildklier zeer gevoelig is voor radioactieve straling. Van milieubelastende stoffen zoals bijvoorbeeld PCB en dioxine is bekend dat zij voornamelijk invloed hebben op T3. Van Endocriene verstoorders (EDC’s) is bekend dat zij de normale schildklierwerking verstoren. Deze EDC’s zijn te vinden in pesticiden en meststoffen die in de landbouwindustrie gebruikt worden, vlamvertragers die op onze meubels en tapijt gesprayd dienen te worden (door overheid bepaald), plastic waarin we ons eten verpakken en bewaren; maar ook in medicijnen. Daarnaast zijn EDC’s ook te vinden in voedsel, water, cosmetica, verzorgingsproducten, schoonmaakmiddelen, antiaanbaklagen, verf, en kleding. De allerbelangrijkste verstorende factor voor de schildklier is natuurlijk stress. De schildklier is een gevoelig orgaan dat afhankelijk is van zowel zijn endogene als exogene omgeving. Schildklierproblemen ontstaan meestal niet van vandaag op morgen. Mensen kunnen jaren lang klachten hebben zonder dat de bloedwaardes dit aangeven. Het is dan van groter belang om te kijken naar de symptomen die de patiënten aangeven dan af te gaan op de uitslagen van de bloedtesten. Schildklierproblemen zijn vaak prima te behandelen met een combinatie van voeding, stressreductie en levensstijl aanpassingen. Dit in combinatie met supplementen.

Deel deze informatie met uw relaties

Twitter icon
Facebook icon
Google icon
StumbleUpon icon
Del.icio.us icon
Digg icon
LinkedIn icon
Yahoo! icon
e-mail icon