Vitamine B12, de ene is de andere niet

Vitamine B12 is een vitamine die steeds meer in de belangstelling staat. Veel mensen vragen zich af of ze een tekort hebben aan deze vitamine. De piepkleine B12 moleculen vervullen een belangrijke rol in duizenden chemische reacties die noodzakelijk zijn om onze weefsels en organen op te bouwen, het voedsel dat wij eten om te zetten in energie, afvalstoff en uit ons lichaam af te voeren, ons lichaam te beschermen tegen infecties, beschadigde onderdelen te herstellen en onze cellen met elkaar te laten communiceren.

Vitamine B12 is, samen met vitamine B11 (foliumzuur of folaat) o.a. nodig voor de vorming van rode bloedcellen en de synthese van het DNA. Samen met vitamine B6 zijn ze belangrijk voor een normale celdeling en een goed functionerend immuunsysteem, een normale stofwisseling in de darm, het optimaal functioneren van de hersenen en alle zenuwen. Door de synergie met foliumzuur (folaat) en vitamine B6 wordt deze combinatie vaak gebruikt voor het verlagen van het homocysteïnegehalte van het bloed.

Vitamine B12 is op veel systemen in het lichaam van invloed en kan een defi ciëntie zich bij iedereen anders uiten. Er zijn geen nadelige effecten op het lichaam bekend van een hoge vitamine B12-inname.

Vormen van B12

Vormen van B12 Vitamine B12 komt in verschillende vormen voor en bevat het mineraal kobalt, dus stoff en die Vitamine B12 bevatten worden collectief ‘cobalaminen’ genoemd. Cyanocobalamine komt oorspronkelijk niet voor in de natuur, maar het is een bijproduct van geactiveerde koolzuivering van andere vormen van Vitamine B12, waarbij het cyanide in het proces heeft opgepikt.

In het lichaam wordt cyanocobalamine afgebroken tot fysiologische vormen, methylcobalamine en adenosylcobalamine. De cyanide blijft dan in kleine hoeveelheden achter in het lichaam, vaak wordt daarom het gebruik van cyanocobalamine afgeraden. Hydroxocobalamine is een vorm die vaak gebruik wordt voor intramusculaire injecties.

De best opneembare vormen zijn methylcobalamine en adenosylcobalamine (co-enzym B12). Zij zijn beide biologisch actieve vormen die niet meer omgezet hoeven te worden door de maag en darmen. In dit traject kan namelijk veel fout gaan. Zowel methylcobalamine als adenosylcobalamine hebben belangrijke biochemische en therapeutische voordelen in vergelijking met andere niet actieve vormen van B12.

Methylcobalamine

Methylcobalamine wordt aangetroff en in het bloedplasma, het cerebrospinaal vocht en het cytoplasma. Methylcobalamine draagt bij aan het goed functioneren van het perifere zenuwstelsel, ruggenmerg en hersenen, het goed functioneren van het algehele immuunsysteem en het op peil houden van een gezond homocysteïne gehalte in het bloed. Methylcobalamine is als co-factor nodig voor de omzetting van homocysteïne in methionine. Deze reactie is nodig om het foliumzuur te laten functioneren.

Adenosylcobalamine

Adenosylcobalamine overheerst in weefselcellen en wordt daar vastgehouden in de mitochondriën. Adenosylcobalamine draagt vooral bij aan een normaal energieleverend metabolisme en een goed functionerend zenuwstelsel en vermindert vermoeidheid. Adenosylcobalamine speelt een rol bij de vetzuur-, cholesterol- en  iwitstofwisseling, energiestofwisseling en hemoglobinesynthese. Adenosylcobalamine speelt een rol in de opbouw en afbraak van koolhydraten en vetten. Het is ook betrokken bij de afbraak van verschillende organische verbindingen, waaronder BCAA aminozuren (branched-chain amino acid) zoals leucine, isoleucine en valine. Hierdoor wordt energie (ATP) geproduceerd. Bij onvoldoende adenosylcobalamine stijgt methylmalonzuur (test).

Hydroxocobalamine

Hydroxocobalamine is een vorm die vaak gebruik wordt voor intramusculaire injecties. Hydroxocobalamine als smelttabletten gebruiken als optie is zinloos. Het is sublinguaal (onder de tong) namelijk niet opneembaar.

Foliumzuur

Tussen foliumzuur en vitamine B12 bestaat een nauwe relatie. Het lichaam heeft naast vitamine B12 ook foliumzuur nodig voor de groei en het instant houden van het lichaam en de aanmaak van witte en rode bloedcellen. Samen met vitamine B12 is foliumzuur betrokken bij de vorming van RNA en DNA, het erfelijk materiaal in de  ellen van het lichaam. Daarnaast is het ook betrokken bij omzettingen van sommige aminozuren, zoals de omzetting van homocysteïne naar methionine. Foliumzuur en vitamine B12 worden altijd samen getest, omdat ze als broer en zus bij elkaar passen. Foliumzuur mag pas aangevuld worden als een vitamine B12-tekort uitgesloten is.

Foliumzuur, Folaat, 5-MTHF, Quatrefolic®

De foliumzuurvorm die vaak bij suppletie gebruikt wordt is een synthetische vorm van foliumzuur. Foliumzuur moeten eerst door het lichaam worden omgezet in 5-MTHF met behulp van het enzym dihydrofolaatreductase. Dit is een ingewikkeld proces, waarbij ook voldoende aanwezigheid van vitamine B2, vitamine B3 en zink moet zijn. Bij een relatief grote groep mensen verloopt de omzetting van foliumzuur naar 5-MTHF (de actieve vorm van foliumzuur) moeizaam. In het verleden is het lastig gebleken om actief folaat (5-MTHF) in een supplement te verwerken, vanwege de instabiliteit ervan. Quatrefolic®, ook wel de ‘vierde generatie folaat‘ genoemd heeft een superieure biologische beschikbaarheid ten opzichte van eerdere bronnen van folaat of foliumzuur. De stabiliteit wordt gegarandeerd door de binding met glucosaminezout.

Quatrefolic® is ook beter oplosbaar in water dan 5-MTHF gebonden aan calciumzout (de derde generatie van folaat). Het gevolg hiervan is dat het makkelijker opgenomen kan worden door de cellen in de darmwand, wat de hogere biologische beschikbaarheid van Quatrefolic® mede verklaart. Bovendien kan Quatrefolic® de hersen-bloedbarrière wel passeren in tegenstelling tot gewoon foliumzuur. Daarom is Quatrefolic® met recht de vierde generatie foliumzuur derivaat met vier belangrijke voordelen: biologische beschikbaarheid, veiligheid, stabiliteit en formulering fl exibiliteit. Folinezuur is een voorloper van folaatverbindingen en is ook metabolisch actiever dan synthetische foliumzuur. Het nadeel van deze vorm van foliumzuur is echter dat mensen onrust, neerslachtige gevoelens of een overgevoeligheidsreactie met jeuk, galbulten of huiduitslag kunnen krijgen.

Homocysteïne

Homocysteïne is een cytotoxisch zwavelhoudend aminozuur als tussenvorm voor het maken van cysteïne en methionine. Homocysteïne is in bloed voor ongeveer 70% gebonden aan plasma eiwitten, waarbij de rest van het homocysteïne vrij aanwezig is in een ongebonden vorm. Het homocysteïne kan makkelijk in het bloed worden bepaald. Homocysteïne komt normaal in het lichaam voor, maar een te hoog homocysteïne gehalte wordt ook wel gezien als sluipmoordenaar. Homocysteïne wordt bij een goede methylering via 3 routes afgebroken in het lichaam. Hierbij zijn een aantal stoff en betrokken zoals de actieve vorm van vitamine B12 (methylcobalamine), Foliumzuur (folaat), vitamine B6 (P5P), S-adenosylmethionine (SAMe) en betaïne. Wanneer er iets fout gaat bij deze omzetting ontstaat er een tekort aan SAMe en glutathion. Deze stoff en zijn weer belangrijk voor een goede ontgifting en een heldere mind.

“Folate trap”

Een bekende hypothese is de zogenaamde “folate-trap”. Hierbij wordt een normaal of zelfs verhoogde waarde foliumzuur in het bloed gezien, maar het beschikbare foliumzuur zit als het ware vast. Dit wordt veroorzaakt door een B12 (methylcobalamine) defi ciëntie. In een dergelijk situatie is het geven van meer foliumzuur een ongewenste situatie aangezien door de stapeling van foliumzuur de NK-cellen van het immuunsysteem zouden kunnen worden verlaagd. Om dit voorkomen is het advies om dan eerst enkelvoudig Methylcobalamine te nemen. Methylcobalamine kan vervolgens een methylgroep afstaan aan homocysteïne, waardoor hermethylering ontstaat. In een later stadium kan alsnog worden begonnen met de behandeling van zowel de actieve vorm van foliumzuur, de folaat vorm (Quatrefolic®) in combinatie met twee actieve vormen van B12 zowel methylcobalamine als adenosylcobalamine. Vitamine B12 Vitamine B12 Opname B12 via maag- en darmstelsel Actieve opname van vitamine B12 gebeurt in de darm via specifi eke receptoren. Deze receptoren binden alleen vitamine B12, wanneer dat eerst is gebonden aan de intrinsieke factor. De intrinsieke factor is een bestanddeel van maagsap, dat geproduceerd wordt door het maagslijmvlies. Om vitamine B12 vrij te maken uit eiwitten zijn maagzuur en pepsine (een enzym) nodig. Problemen in het maag- en darmkanaal spelen daarom een belangrijke rol in de vitamine B12 status.

Vitamine B6, Veiligheid en P5P

In de media worden soms vraagtekens geplaatst bij de veiligheid van vitamine B6. De Europese voedselveiligheidsautoriteit EFSA heeft een veilig niveau vastgesteld van 25 mg, andere autoriteiten achten 100 mg per dag veilig. Inmiddels geldt er in Nederland een maximaal veilige dagdosering van 21 mg. Hoge bloedwaarden zijn een logisch gevolg van het slikken van producten met hoge hoeveelheden B6 en op zichzelf geen directe reden voor ongerustheid: bijwerkingen doen zich daarbij over het algemeen niet voor. Deze treden in incidentele gevallen op en lijken persoonsgebonden. Er zijn verschillende vormen van vitamine B6. In supplementen worden twee vormen toegepast, pyridoxine HCL en de biologisch actieve vorm pyridoxaal-5-fostaat (ook bekend als P5P). Tot nu toe zijn er geen bijwerkingen bekend bij gebruik van producten met pyridoxaal-5-fosfaat. Uit onderzoek van de Universiteit van Maastricht is gebleken dat neuropathie door hoge doseringen B6 volledig toe te schrijven is aan pyridoxine HCl (Vrolijk, et al., 2017*). Met het gebruik van pyridoxaal-5-fosfaat wordt stapeling van B6 en aanverwante klachten voorkomen.

Conclusie

Voor iedere B12 gebruiker is een andere B12 nodig. Het is daarbij belangrijk om te kiezen voor biologisch actieve vormen van vitamine B12, foliumzuur (folaat) en vitamine B6. Daarbij is een smelttabletten optimaal voor een directe opname via het mondslijmvlies.

*Vrolijk, M. F., Opperhuizen, A., Jansen, E. H., Hageman, G. J., Bast, A., & Haenen, G. R. (2017). The vitamin B6 paradox: Supplementation with high concentrations of pyridoxine leads to decreased vitamin B6 function. Toxicology in Vitro, 44, 206-212.