L-Taurine

Synoniem: 
2-Aminoethylsulfonic Acid
Éthyl Ester de Taurine
Taurina
Taurine
Taurine Ethyl Ester

Beschrijving

Taurine is een zwavelhoudende aminozuurachtige stof die een groot aantal functies vervult in het handhaven van de gezondheid. Het is een stofwisselingsproduct van de zwavelhoudende aminozuren cysteïne en methionine. Hoewel het vaak bij de categorie aminozuren wordt gerekend, is het eigenlijk geen echt aminozuur, omdat het op de plaats van de carboxylgroep een sulfonzuurgroep bevat en daardoor niet ingebouwd kan worden in eiwitstructuren.

Werking

Taurine werd lange tijd beschouwd als niet-essentieel, omdat het in de lever kan worden aangemaakt uit de aminozuren methionine en cysteïne via drie mogelijke syntheseroutes die allen vitamine B6 nodig hebben (20, 21). Taurine wordt beschouwd als een conditioneel (semi-)essentiële voedingsstof (22, 23). De endogene synthese van taurine is namelijk aan de krappe kant, waardoor de mens in zekere mate afhankelijk is van de toevoer van taurine uit voedingssupplementen of dierlijke eiwitten. Echter, de laatste jaren wordt duidelijk dat er wel degelijk omstandigheden bestaan waarin taurine voor de mens essentieel is. Mensen hebben een beperkte capaciteit om zelf taurine te synthetiseren in vergelijking met andere zoogdieren. Met name bij vrouwen is de capaciteit minder omdat het hormoon oestrageen de synthese van taurine remt. Bij stress of ziekte of bij jonge kinderen kan de synthese te weinig zijn om in de eigen behoefte te voorzien. Verlaging van de taurinestatus is ook mogelijk bij onvoldoende inname van voedingsstoffen die nodig zijn voor de synthese van taurine zoals vitamine B6. Een subklinisch tekort aan B6 komt relatief vaak voor. Ook bij een vegetarisch of veganistisch voedingspatroon of bij een gebrekkige omzetting van vitamine B6 in P-5-P of door ziekte kan er een verhoogde behoefte zijn aan Taurine (20, 21). Taurine komt in hoge concentraties in rode algen (geen bruine of groene!) voor, maar is verder vrijwel alleen in dierlijke producten aanwezig. In veel dieren (waaronder de mens) is het een van de meest voorkomende organische bestanddelen met een laag moleculair gewicht. Een menselijk lichaam van 70 kg bevat circa 70 gram taurine. Volwassenen krijgen gemiddeld 58 mg taurine per dag binnen met de voeding, maar de inpiduele inname is erg verschillend en varieert tussen circa 17 en 1000 mg per dag (18, 21). Een gebrekkige glycemische controle bij diabetici zorgt voor een hogere taurine-uitscheiding met de urine en een verdere verlaging van de taurinestatus (24).

In het lichaam worden de hoogste concentraties taurine aangetroffen in immuuncellen (neutrofiele granulocyten) en in de retina. De grootste lichaamsvoorraden bevinden zich in de skeletspieren en de hartspier.

Taurine wordt zeer goed geabsorbeerd. De absorptie van taurine vindt voor het overgrote deel plaats via het aminozurentransportsysteem in de dunne darm. Via de poortader komt het vervolgens in de lever terecht, alwaar het via de bloedsomloop naar de rest van het lichaam wordt getransporteerd. Daar wordt het de cel in getransporteerd.

Voedingsbronnen van taurine zijn vlees en zeevoedsel, vooral schelpdieren zoals mosselen, kokkels en oesters. Diegenen die dit voedsel niet regelmatig eten (zoals vegetariërs) lopen het risico taurine-deficiëntie op te lopen, wanneer zij uit de voeding niet voldoende methionine en cysteïne weten te halen, twee belangrijke bouwstoffen van taurine. Melkproducten bevatten slechts weinig taurine, eieren vrijwel geen. Een verlaagde taurinestatus wordt onder meer gezien bij vegetariërs en veganisten en mensen met retinitis pigmentosa of diabetes mellitus (19).

Diabetici hebben vaak lagere taurinespiegels. Primaire taurinedeficiënties zijn gevonden bij veganisten en diabetici, maar sub-optimale taurineniveaus komen bij veel meer mensen voor, met name in tijden van fysieke of emotionele stress of ziekte.

Uitscheiding van taurine vindt plaats via de urine. In een periode van taurinetekort echter wordt de meeste taurine vanuit de primaire urine weer gereabsorbeerd om te grote verliezen te voorkomen. Taurine kan ook worden uitgescheiden via de gal, waar het gebonden wordt aan galzuren. Zinkdeficiëntie, eventueel gecombineerd met een vitamine A deficiëntie, gaat gepaard met een grotere uitscheiding van taurine via de urine en verminderde taurineniveaus in de weefsels.

Taurine beschermt tegen de twee belangrijkste oorzaken van cellulaire toxiciteit, namelijk oxidatieve stress en ophoping van calciumionen. Deze celbeschermende werking uit zich ook op langere termijn. Bij dieren die op jong leeftijd taurinedeficiënt waren geweest trad op latere leeftijd groeivertraging, orgaanschade en abnormaal functioneren van het cardiovasculaire- en renale systeem (nieren). Of dit ook voor mensen geldt, wordt nog onderzocht.

Taurine wordt overal in het lichaam aangetroffen; de hoogste taurineconcentratie is gemeten in immuuncellen (neutrofielen) en het oog (netvlies); de grootste (absolute) hoeveelheid in de skeletspieren en hartspier (21, 23).

Taurine speelt een rol in vele fysiologische processen en is onder meer betrokken bij (18, 25).

Eigenschappen

Bescherming tegen ophoping calciumionen: Influx en ophoping van calciumionen (Ca2+) binnen de cel is een belangrijke toxische factor voor de cel en wordt beschouwd als een belangrijke factor bij neuronale beschadiging. Het leidt tot verlies van membraanpotentiaal en bij aanhouding uiteindelijk tot celdood. Taurine kan via minimaal drie verschillende routes de cel beschermen tegen de toxische werking van een overmaat aan Ca2+ ionen.

Bescherming tegen oxidatieve stress: Taurine is in staat om zelf hypochloriet, een krachtige en hoogreactieve zuurstofverbinding (HOCl) te inactiveren. Dit deeltje wordt door neutrofiele granulocyten geproduceerd bij ontstekingsprocessen. Op deze manier kan taurine een rem zetten op de hoeveelheid schade die bij ontsteking ontstaat en toxiciteit door aldehyden tegengaan. Zonder taurine zou hypochloriet omgezet worden in toxische aldehyden.

Taurine is niet in staat om andere reactieve zuurstofdeeltjes te inactiveren. Wel zijn er verschillende indirecte mechanismen waarlangs taurine toch bescherming kan bieden tegen oxidatieve stress. Allereerst zijn er aanwijzingen dat taurine de antioxidatieve afweermechanismen stimuleert. Verder remt taurine de activiteit van neutrofiele granulocyten, zodat deze minder vrije radicalen kunnen produceren. Ook remming van de hierboven genoemde ophoping van calciumionen remt de vorming van vrije radicalen en ten slotte bindt taurine zich aan xenobiotica waardoor deze geen vrije radicalen meer kunnen genereren. Ten slotte beschermt taurine ook tegen oxidatieve schade door (via een ingewikkeld mechanisme) de biologische beschikbaarheid van lipiden voor peroxidatie te verminderen.

Osmoregulatie: Zoals al eerder aangegeven is taurine een in dierlijke cellen veelvoorkomende stof en komt het praktisch niet in de plantenwereld voor. Dierlijke cellen onderscheiden zich van plantaardige door de afwezigheid van een versterkte celwand, wat tot gevolg heeft dat regulatie van de osmotische druk en het celvolume voor de diercellen zeer belangrijk is. Via uitwisseling van natrium-, kalium- en chloorionen kan de cel de osmotische druk en zo ook het celvolume reguleren. Taurine speelt in dit mechanisme een belangrijke rol. Taurine is een belangrijke osmolyt die de osmotische balans in de cel reguleert. Taurine is betrokken bij het ionentransport langs de celmembraan, remt de fosforylering van membraaneiwitten en voorkomt lipidenperoxidatie. Het zwavelhoudende aminozuur reguleert de intra- en extracellulaire calciumconcentratie en beschermt cellen (bijvoorbeeld in hart en hersenen) tegen een te hoge intracellulaire calciumconcentratie die leidt tot celapoptose. Osmoregulatie met behulp van taurine speelt bijvoorbeeld een belangrijke rol bij het krimpen van de cel als gevolg van apoptose.

Membraanstabilisatie: Taurine heeft een functie in elektrisch actieve weefsels zoals hersenen en hart, en stabiliseert daar de celmembranen, waardoor foutieve prikkeling van zenuwcellen wordt voorkomen. De stabiliserende werking van taurine op de celmembraan kan worden toegeschreven aan een aantal van de hierboven beschreven effecten: de regulering van de osmotische druk, handhaving van de mineralenbalans, remming van de fosforylatie van membraanproteïnen en preventie van lipide peroxidatie.

Inhiberende neurotransmitter: Taurine fungeert als neurotransmitter en is structureel verwant met de inhiberende neurotransmitter GABA en heeft ook een agonistische werking op GABA. Het remt de overprikkeling. Taurine kan zich competatief aan de GABA-receptoren binden zonder de gelijke effecten als GABA te bewerkstelligen. Daarbij werkt het tegengesteld aan het exciterende glutaminezuur. Voor een goede ontwikkeling van hersenen, zenuwweefsel en retina is taurine essentieel. Taurine is belangrijk voor het gezichtvermogen, leren, motoriek, hartritme, (hart) spiercontractie en bloeddruk.

Detoxificatie van xenobiotica: Taurine kan zich binden aan toxische verbindingen die vervolgens via de gal worden uitgescheiden. Mensen met taurinedeficiëntie zijn gevoeliger voor weefselbeschadigingen door xenobiotische stoffen zoals bepaalde milieutoxines, maar ook endogeen geproduceerde toxische stoffen zoals aldehyden, chloor en bepaalde amines. Taurine beschermt weefsels en organen (waaronder lever, alvleesklier) tegen oxidatieve beschadiging door vrije radicalen. Taurine neutraliseert bijvoorbeeld het giftige onderchlorigzuur (HOCl), dat vrijkomt bij een oxidatieve burst van neutrofielen en vormt daarbij de stabiele verbinding taurochloramine.

Conjugatie van galzuren: Galzuren zijn stoffen die in de lever kunnen worden gevormd uit cholesterol en die betrokken zijn bij de absorptie van vet en vetoplosbare vitaminen. Dit kan alleen plaatsvinden als galzuren zich binden aan glycine of taurine. Deze conjugaten van aminozuren en galzuren worden ook wel galzouten genoemd. Taurine zorgt dan voor het vloeibaar houden van deze galzuren bij fysiologische pH, waardoor o.a. vorming van galstenen wordt voorkomen. Naar schatting 80% van de galzuren wordt aan het eind van het ileum weer opnieuw opgenomen in het lichaam in de zogenoemde enterohepatische kringloop.

Oogfunctie: Taurine komt in zeer hoge concentraties in de retina voor (21, 23), een plaats waar zeer hoge concentraties onverzadigde vetzuren voorkomen die een optimale antioxidatieve bescherming behoeven. Taurinedeficiëntie leidt tot beschadiging van de retina. Er is echter nog veel onduidelijk over de functie van taurine in het oog.

Glucosestofwisseling: Taurine is betrokken bij de glucosehomeostase en speelt een rol bij de insuline-afgifte, heeft insuline-achtige effecten en bevordert de perifere insulinegevoeligheid.

Taurine helpt de bloedglucose te stabiliseren bij zowel type I als type II diabetici. Taurine lijkt dit te bewerkstelligen door de activiteit van de insulinereceptor te stimuleren. Een dagelijkse dosis van 1, 5 gram houdt de glucosespiegels op de lange duur lager en vermindert een abnormale activiteit van bloedplaatjes. Bij patiënten met type 2 diabetes verbetert het de cellulaire gevoeligheid voor insuline.

Immuunsysteem: Taurine is van belang voor het aangeboren en verworven immuunsysteem en heeft een ontstekingsremmende activiteit. Taurine is het meestvoorkomende aminozuur in de witte bloedcellen. Waarschijnlijk beschermt het immuuncellen tegen de door hen zelf geproduceerde wapens in de strijd tegen virussen, bacteriën en andere indringers. De exacte rol van taurine in het immuunsysteem is echter grotendeels nog onbekend en is momenteel onderwerp van studie.

Vruchtbaarheid: Taurine heeft een rol in spermacellen, maar de precieze rol is nog grotendeels onopgehelderd.

Indicaties

Taurine wordt vaak gecombineerd met magnesium en vormt op deze manier magnesiumtauraat. Het kent veel gunstige effecten op hart, bloedvaten en bloeddruk. Taurine beschermt tegen (verergering van) hart- en vaatziekten en verdient het om vaker in een behandelplan te worden opgenomen dan nu het geval is, mede vanwege de brede werking, lage kosten en veiligheid van taurinesuppletie (48, 50). Taurine verlaagt een te hoge bloeddruk, verbetert de vetstofwisseling, remt de plaatjesaggregatie, remt aderverkalking en stabiliseert plaques, beschermt de hartspier tegen ischemie-reperfusieschade, ondersteunt de hartfunctie bij congestief hartfalen en gaat hartritmestoornissen tegen.

Arteriosclerose

Taurinesuppletie heeft een sterk remmend effect op atherosclerose (lipidenaccumulatie, kalkafzetting in de vaatwand) (48, 60). Verschillende mechanismen spelen hierbij een rol (48, 58, 61, 72):

  • Taurine gaat dyslipidemie tegen en verbetert de atherogene index.
  • Taurine is de natuurlijke antagonist van hypochloorzuur (HOCl), een oxidant geproduceerd door het enzym myeloperoxidase uit ontstekingscellen (fagocyten). Door myeloperoxidase geproduceerde oxidanten kunnen LDL-cholesterol oxideren en daarmee de opname van LDL in schuimcellen in de vaatwand (intima) bevorderen, een belangrijke stap in het proces van atherosclerose. Toegenomen expressie van myeloperoxidase is in humaan epidemiologisch onderzoek in verband gebracht met promotie van coronaire hartziekte.
  • Taurinechloramine, het reactieproduct van hypochloorzuur en taurine, remt de activering van NF-kB (nuclear factor kappa-B), een groep induceerbare transcriptiefactoren die de ontstekingsrespons reguleert. Activering van NF-kB is (onder meer) geassocieerd met atherosclerose, hartfalen en ischemie-reperfusie.
  • Taurine kan de passage van monocyten langs ontstoken vaatendotheel remmen; in een diermodel voor (versnelde) atherosclerose verlaagde taurine het aantal macrofagen in de vaatwandintima.
  • Taurinesuppletie bevordert de regressie van bestaande plaques (dieronderzoek).
  • Taurine gaat de atherosclerose bevorderende effecten van homocysteïne tegen. Hyperhomocysteïnemie is een onafhankelijke risicofactor voor (vroegtijdige) atherosclerose en trombose. Homocysteïne veroorzaakt oxidatieve stress in de vaatwand, enerzijds door directe beschadiging van het vaatendotheel (met name het endoplasmatisch reticulum), anderzijds door het remmen van de secretie en expressie van extracellulair superoxide dismutase (EC-SOD), waardoor de vaatwand minder goed bestand is tegen oxidatieve stress. Bovendien stimuleert homocysteïne de proliferatie van gladde spiercellen in de vaatwand. Taurine beschermt de vaatwand tegen deze negatieve effecten van homocysteïne. Ook antagoneert taurine de oxidatieve beschadiging van mitochondriën van hartspiercellen door hyperhomocysteïnemie.
  • Taurine gaat endotheeldisfunctie (vermindering van endotheelafhankelijke vaatverwijding) bij rokers significant tegen. Endotheeldisfunctie (dat gepaard gaat met een ontstekingproces in het vaatendotheel) staat aan het begin van het proces van atherosclerose en wordt onder meer gezien bij dyslipidemie, diabetes mellitus en roken. Taurine beschermt de structuur en functie van het vaatendotheel bij blootstelling aan ontstekingscellen en ontstekingsmediatoren. Taurinesuppletie (1, 5 gram per dag) normaliseerde bij gezonde, jonge rokers de FMD (flow-mediated endothelial-dependent dilatation) respons. Het aminozuur remde endotheeldisfunctie door verbetering van de expressie van eNOS - het enzym in vaatendotheel dat verantwoordelijk is voor de productie van het vaatverwijdende NO (stikstofoxide) - en door remming van de (over)productie van ET-1 (het vaatvernauwende cytokine endotheline-1).

Cholesterol

Taurinesuppletie is een veilige en effectieve manier om een te hoge cholesterol- en/of triglyceridenspiegel (serum, lever) te verlagen of te voorkomen evenals het daarmee samenhangende risico van atherosclerose (48, 49).

Er is veel wetenschappelijk bewijs uit experimentele (dier)studies en (een beperkt aantal) humane studies dat taurine een bloedlipidenverlagende en anti-atherogene werking heeft en de vorming van galstenen tegengaat. Een belangrijk mechanisme is dat taurine de activiteit van het snelheidsbeperkende enzym cholesterol 7-alfahydroxylase in de lever verhoogt, dat verantwoordelijk is voor de afbraak van cholesterol in galzuren (48). Daarnaast bevordert taurine de galzuurconjugatie waardoor meer galzuren met de ontlasting worden uitgescheiden en de kans op galstenen daalt (58). Taurine onderdrukt de secretie van triglyceriden door de lever en verhoogt de expressie van LDL-receptoren in de lever, waardoor meer LDL-cholesterol uit de circulatie wordt weggevangen (48, 58). Taurine verbetert de zogenaamde AI (atherogene index: de ratio tussen totaalcholesterol (minus HDL) en HDL) door verlaging van de totaalcholesterolspiegel en verhoging van de HDL-spiegel (49).

Taurinesuppletie gaat dyslipidemie tegen, onder meer door een vet- of cholesterolrijk dieet, (postmenopauzale) hormonale veranderingen, overgewicht/obesitas en/of insulineresistentie/diabetes (48, 49). In een humane studie met 22 gezonde (slanke) proefpersonen is bewezen dat taurinesuppletie toename van de totaalcholesterol- en LDL-cholesterol door een vet- of cholesterolrijk dieet significant tegengaat (59). Taurine helpt mogelijk ook om af te vallen. Bij een groep jonge studenten met overgewicht of obesitas zorgde suppletie met taurine (3 gram per dag gedurende 7 weken) niet alleen voor verbetering van de bloedlipiden (daling totaalcholesterol- en triglyceridenspiegel en stijging HDL-cholesterolspiegel) en de atherogene index, maar ook voor significante afname van het lichaamsgewicht (49). Al eerder was (in dieronderzoek) aangetoond dat taurine het lichaamsgewicht verlaagt en abdominale vetstapeling tegengaat zonder verandering van het eetpatroon (49).

Hypertensie

Taurine is een aantrekkelijke optie voor de behandeling van hypertensie, omdat het niet-toxisch, relatief goedkoop en makkelijk verkrijgbaar is en effectief is in bijna alle experimentele modellen voor hypertensie (53). Het is jammer dat taurine nog vrij weinig wordt geadviseerd bij hoge bloeddruk, gegeven de overtuigende resultaten uit experimenteel onderzoek en epidemiologische en klinische bevindingen die de effectiviteit van taurine bij hypertensie ondersteunen. Meer langlopende humane studies met taurine zijn wenselijk (53).

De anti-hypertensieve activiteit van taurine is uitputtend in de meeste, gangbare diermodellen voor hoge bloeddruk aangetoond (51, 52). Taurinesuppletie is bijvoorbeeld effectief bij spontaan hypertensieve ratten (die model staan voor erfelijke of leeftijdsgerelateerde hypertensie), waarbij disregulatie van hypothalamus-hypofyse-bijnieras of hypothalamus-autonome zenuwstelsel centraal staat. In een diermodel voor stressgerelateerde hoge bloeddruk resulteerde taurinesuppletie in significante inhibitie van de stijging van arteriële bloeddruk, hartritme en totale perifere weerstand door stress. In een diermodel voor hypertensie door sympatische overactiviteit (DOCA-salt rat) remde taurine dosisafhankelijk de stijging van de bloeddruk door het remmen van het sympatische systeem, mogelijk via opiaatreceptoren in de hersenen. Hierbij zagen de onderzoekers een stijging van de taurine- en endorfinespiegel in de hypothalamus. Taurine bevorderde tevens de natriurese.

Ratten (Dahl-S rat), die gevoelig zijn voor de bloeddruk verhogende werking van keukenzout (NaCl), hadden eveneens baat bij taurine. De ontwikkeling van hypertensie door de zoutrijke voeding werd door taurinesuppletie significant vertraagd. Dit kan te maken hebben met verbetering van de (verlaagde) genexpressie van (renale) kallikreine - een factor die mogelijk een cruciale rol speelt bij (humane) essentiële hypertensie - en toename van de urineproductie. Er zijn aanwijzingen dat een sub-optimale taurinestatus het bloeddruk verhogende effect van zout versterkt (53). Suppletie met taurine verlaagt de bloeddruk ook in een diermodel voor hypertensie door hyperinsulinemie, waarbij taurine fructose-geïnduceerde stijging van de insulinespiegel en bloeddruk significant remde. Tot slot gaat taurine in dieronderzoek hypertensie door alcohol of cyclosporine A tegen (een immunosuppressivum dat wordt voorgeschreven bij auto-immuunziekten en na weefsel- of orgaantransplantatie) (53, 54).

Bij mensen is in een beperkt aantal studies aangetoond dat taurine een te hoge bloeddruk verlaagt. In een kleine studie slikten proefpersonen met essentiële hypertensie zes weken een taurinesupplement (6 gram/dag), wat resulteerde in significante afname van de systolische, diastolische bloeddruk en gemiddelde bloeddruk. In een andere humane studie gebruikten proefpersonen zeven dagen een taurinesupplement (6 gram/dag) of placebo (53). Bij de proefpersonen met (milde) hypertensie namen de systolische (-9 mm Hg), diastolische (-4, 1 mm Hg) en gemiddelde bloeddruk significant af vergeleken met placebo; taurine had geen effect bij proefpersonen met een normale bloeddruk. Taurine verlaagde de adrenaline(plasma)spiegel significant (56). In een andere studie leidde dagelijkse suppletie met 3 gram taurine gedurende 2 maanden bij 11 van de 17 deelnemers tot significante daling van de systolische en diastolische bloeddruk. Effect van taurinesuppletie werd in deze studie pas na 10 dagen waargenomen (53).

Dat taurine invloed heeft op het cardiovasculaire systeem werd onlangs bevestigd in een experiment met (jong)volwassenen. In de klinische studie leidde toediening van taurine (enkele dosis van 1-2 gram) aan 102 medische en paramedische studenten tot significante afname van parameters voor (leeftijdsgerelateerde) arteriële stijfheid (een cardiovasculaire risicofactor) en significante afname van bloeddruk en hartritme. Vijf procent van de studenten was non-responder; mogelijk komt dit omdat zij gezonder waren dan de rest en/of een betere taurinestatus hadden (57).

|Er is sterk bewijs dat taurine invloed heeft op de bloeddruk via het centrale zenuwstelsel. Taurine verlaagt de bloeddruk vermoedelijk voor een belangrijk deel door downregulatie van een overactief sympatisch zenuwstelsel en overactieve bijnieren (die het stresshormoon adrenaline produceren) (52, 54). Wetenschappers denken dat taurine de afgifte van het sterk vaatvernauwende hormoon ADH (anti-diuretisch hormoon) door de hypothalamus remt wanneer er sprake is van stress (54). Daarnaast zijn er aanwijzingen dat taurine invloed heeft op de baroreflex op het niveau van de hersenstam en het limbische systeem. De baroreflex is de acute reactie van het centrale zenuwstelsel op signalen van baroreceptoren in perifere bloedvaten die veranderingen in de bloeddruk waarnemen (53). Ook wijst onderzoek op de mogelijkheid dat taurine invloed heeft op het lokale renine-angiotensine systeem (RAS) in de hersenen en op die manier de bloeddruk verlaagt. Andere effecten van taurine die een rol spelen zijn: remming van de vaatvernauwende effecten van catecholamines, stimulering van de aanmaak van het vaatverwijdende prostacycline en remming van atherosclerose (57). Taurinesuppletie corrigeert een niet-optimale taurinestatus en kan de taurineplasmaspiegel vergeleken met controles met 400% verhogen (53). In onderzoek met 12 mensen met essentiële hypertensie was de taurineplasmaspiegel significant lager vergeleken met controles en omgekeerd gecorreleerd met de hoogte van de systolische bloeddruk (53).

Hartritmestoornissenen

Taurine speelt onder meer een rol bij de differentiatie van neurale stamcellen. Taurine is belangrijk voor het gezichtvermogen, leren, motoriek, hartritme, (hart) spiercontractie en bloeddruk.

Een verlaagde taurine- of argininestatus bij ouderen (mede door leeftijdsgerelateerde afname van de endogene productie van deze aminozuren) verhoogt de kans op (relatief) onschuldige, maar wel hinderlijke hartritmestoornissen waaronder premature atrium contracties, premature ventriculaire contracties en atriumfibrillatie. Andere oorzaken zijn stress, hyperthyroïdie, een disbalans van elektrolyten of het gebruik van cafeïne, nicotine, alcohol of bepaalde medicijnen. In de literatuur zijn verschillende gevallen beschreven waarin suppletie met taurine (10-20 gram/dag), vooral in combinatie met arginine (3-6 gram/dag), effectief was tegen deze hartritmestoornissen (82).

Er waren geen aanwijzingen dat deze mensen een taurine- of argininetekort hadden. Taurine bevordert een normaal hartritme, mede door regulatie van de elektrische prikkelbaarheid van de hartspier, regulatie van de spiegels van kalium, calcium en natrium in bloed en hartweefsel, en bescherming van hartweefsel tegen beschadiging door vrije radicalen. Ook kan meespelen dat taurine de activiteit van het sympatische zenuwstelsel omlaagbrengt en de adrenalinespiegel verlaagt. Dat taurine verstoring van het hartritme sterk tegengaat, werd voor het eerst ontdekt toen iemand die magnesium gebruikte om hartaritmie te voorkomen, magnesiumglycinaat verruilde voor magnesiumtauraat.

Daling ischemie-reperfusieschade hartspier

Vrije radicalen zijn zeer cytotoxisch voor het hartweefsel en spelen een centrale rol bij ischemie-reperfusieschade. In-vitro en ex-vivo dieronderzoek heeft aangetoond dat taurinesuppletie (0, 1 mM in drinkwater) gedurende 6 maanden krachtige bescherming biedt tegen ischemie-reperfusieschade van het hart (myocardinfarct) met significante afname van (levensbedreigende) post-ischemische ventriculaire aritmieën en oxidatieve beschadiging van cardiomyocyten (75, 76). Vijftig procent van de totale hoeveelheid aminozuren in hartweefsel is taurine. Taurine zorgt ervoor dat volume en osmolaliteit in cellen constant blijven en reguleert de membraanexcitabiliteit; daarnaast fungeert taurine als een krachtige, niet-specifieke vrije radicalenvanger (77). In een in-vitro model voor hartischemie kon taurine door ischemie geïnduceerde apoptose van cardiomyocyten voorkomen (76).

Verbetering bij congestief hartfalen

Onderzoek suggereert dat taurine belangrijk is voor de preventie van hartpathologie zoals congestief hartfalen en cardiomyopathie (75, 77). Ook heeft taurine gunstige effecten bij reeds aanwezig congestief hartfalen; dit blijkt vooral uit dierstudies (77, 81):

  • taurine heeft een positief inotroop effect (verbetert de hartspiercontractie) bij congestief hartfalen;
  • taurine bevordert de natriurese en diurese;
  • taurine remt hypertrofie, volume overload en remodellering van het hart door remming van angiotensine II;
  • een dosis van 4 gram taurine per dag kan symptomen van congestief hartfalen verlichten (80).

Galstenen

Taurine conjugeert galzuren en verhoogt de oplosbaarheid en uitscheiding van cholesterol met de gal. Taurinesuppletie bij volwassenen ondersteunt de lipidenstofwisseling en helpt galstenen tegengaan.

Diabetes 

Taurine is een voedingsstof die niet vaak wordt ingezet bij diabetes mellitus. Onterecht, suggereert onderzoek van de laatste jaren. Het gaat voornamelijk om dierstudies, maar de resultaten zijn veelbelovend en suggereren dat taurine een belangrijke rol kan spelen bij de preventie en behandeling van diabetes type 1 en 2. Daarnaast helpt taurine waarschijnlijk diabetescomplicaties tegengaan zoals retinopathie, cataract, cardiomyopathie, nefropathie en neuropathie (18, 19).

Bij diabetes type 2 is (net als bij diabetes type 1) de taurinestatus significant verlaagd (19). Taurinesuppletie, blijkt uit perse dierstudies, heeft een gunstige invloed op metabole verstoringen die worden gezien bij insulineresistentie en diabetes type 2 (18, 26, 33).

  • In een diermodel voor diabetes type 2 (Zucker ratten) leidde suppletie met taurine tot afname van buikvet, daling van hyperlipidemie, hyperglycemie en postprandiale glucose-oxidatie en vermindering van het cholesterolgehalte in de lever.
  • In een diermodel voor obesitas met diabetes type 2 (Otsuka Long-Evans Tokushima Fatty [OLETF] ratten) zorgde taurinesuppletie voor verbetering van de insulinegevoeligheid en glucosetolerantie, daling van de triacylglycerol plasmaspiegel, stijging van de glycogeenaanmaak in spierweefsel en afname van vetweefsel in de buikstreek.
  • In proefdieren met insulineresistentie door een fructoserijk dieet had taurinesuppletie eveneens een gunstig uitwerking met significante afname van insulineresistentie, hyperglycemie, hyperinsulinemie, lipidenperoxidatie, (niet-enzymatische) eiwitglycatie en de spiegel van geglycosyleerd hemoglobine (HbA1c).
  • Hyperglycemie, mede veroorzaakt door insulineresistentie, verergert op haar beurt insulineresistentie door het verhogen van oxidatieve stress. Deze vicieuze cirkel, toont dieronderzoek aan, kan worden doorbroken door suppletie met taurine.
  • In een onlangs gepubliceerde humane studie werd aangetoond dat taurine de glucosegestimuleerde insulinesecretie door bètacellen en perifere insulinegevoeligheid verbetert, die beide zijn verstoord bij diabetes type 2 (34). Verstoring van de insulinesecretie en daling van de perifere insulinegevoeligheid kan worden veroorzaakt door langdurige verhoging van de bloedglucosespiegel (glucotoxiciteit) of niet-veresterde vetzuurspiegel (lipotoxiciteit). Orale toediening van taurine (3x1 gram per dag gedurende 2 weken) remde lipidengeïnduceerde daling van de bètacelfunctie en perifere insulinegevoeligheid bij niet-diabetische mannen met overgewicht of obesitas, vermoedelijk door het tegengaan van oxidatieve stress (34).
  • Veel mensen met diabetes hebben overgewicht, wat het ziekteverloop niet ten goede komt. Taurine heeft mogelijk een gunstig effect op het lichaamsgewicht. Suppletie met 3 gram taurine per dag gedurende 7 weken zorgde bij proefpersonen met overgewicht of obesitas voor afname van het lichaamsgewicht en verbetering van lipidenstofwisseling (35).

Taurinesuppletie bij diabetes type 1

Onderzoekers hebben vastgesteld dat de taurinespiegel in bloedplasma en bloedplaatjes significant is verlaagd bij mensen met insuline-afhankelijk diabetes. Deze verlaagde taurinestatus kan worden gecorrigeerd door taurinesuppletie (18, 19).

Experimentele studies laten gunstige effecten zien van taurine bij diabetes type 1 (18, 24). Taurinesuppletie zorgt voor verbetering van de bloedglucosespiegel, vooral na langdurige suppletie (langer dan 6 maanden) (18, 19). Ook beschermt taurine bètacellen in de alvleesklier dosisafhankelijk tegen streptozocine-geïnduceerde beschadiging, wat aangeeft dat taurine mogelijk een rol speelt bij de preventie van insuline-afhankelijke diabetes (36). In een ander diermodel voor diabetes type 1 (alloxan geïnduceerde diabetes bij konijnen) resulteerde taurinesuppletie in daling van de triglyceriden- en bloedglucosespiegel, afname van lipidenperoxidatie in lever en alvleesklier en vermindering van polyfagie (veel eten) en polydipsie (veel drinken) (18, 46).

Diabetescomplicaties

Wellicht nog belangrijker is de rol van taurine bij de preventie en behandeling van diabetescomplicaties, die een grote impact hebben op de levensverwachting en kwaliteit van leven van diabetici (18, 26). Bij diabetes type 1 en 2 is sprake van een verhoogde oxidatieve stress met afname van de antioxidantstatus. Oxidatieve stress speelt een belangrijke rol in de pathogenese van diabetescomplicaties waaronder nefropathie, retinopathie, hart- en vaatziekten en neuropathie. Suppletie met antioxidanten zoals taurine is daarom essentieel (18, 37).

Naast de antioxidantactiviteit heeft taurine perse andere gunstige eigenschappen waar diabetici van kunnen profiteren. Bij mensen met diabetes type 1 is verlaging van de taurinespiegel geassocieerd met toename van de klontering van bloedplaatjes (38). Deze toename van de plaatjesaggregatie, geassocieerd met een toegenomen kans op hart- en vaatziekten en diabetische retinopathie, wordt tegengegaan door taurinesuppletie. (19). Dieronderzoek suggereert tevens dat taurine diabetescomplicaties tegengaat door de ontstekingsremmende activiteit en het remmen van de vorming van AGE's (advanced glycation end products), die bij diabetici in verhoogde mate ontstaan door de niet-enzymatische reactie tussen glucose en eiwitten of vetten (18, 19). Zo accumuleert collageen en treden degeneratieve veranderingen op in collageen door (oxidatieve) veroudering en toename van crosslinks door glycatie en AGE-vorming. Toediening van taurine had in een diermodel voor diabetes type 2 een positieve invloed op de kwantitatieve en kwalitatieve eigenschappen van collageen (31).

Onderzoekers zagen bij proefdieren met diabetes type 1 dat taurine macroangiopathie (het proces van endotheeldisfunctie tot atherosclerotische plaquevorming) significant vertraagt. Zij toonden aan dat taurine endotheeldisfunctie voorkomt door remming van de expressie van LOX-1 (lectin-like oxLDL receptor-1) en ICAM-1 (intercellular adhesion molecule 1) in vaatendotheel (38).

Dieronderzoek laat verder zien dat taurine beschermt tegen cardiomyopathie, een ernstige complicatie van met name insuline-afhankelijke diabetes (18). Een hoge expressie van angiotensine type 2 receptoren (AT2) bevordert apoptose van hartspiercellen bij diabetische proefdieren; taurine gaat cardiomyopathie tegen door down-regulatie van deze AT2-receptoren (40).

Bij diabetische proefdieren is een verlaagde taurineconcentratie in de retina en ooglens waargenomen. Taurinesuppletie beschermt het netvlies significant tegen degeneratieve veranderingen en remt dosisafhankelijk het ontstaan van cataract (18, 41). Tevens beschermt taurine de nieren en perifere zenuwen tegen oxidatieve beschadiging. Bij diabetische ratten remde taurine diabetische nefropathie door het tegengaan van glomerulaire hypertrofie met toename van mesangiale cellen en mesangiale matrix en proteïnurie (42). Taurine remt diabetische nefropathie mede door het tegengaan van AGE-vorming (37).

Het is een interessante ontdekking dat proefdieren met diabetes type 1 significant langer leven als ze gedurende lange tijd een dieet met 5% taurine krijgen. De dieren hebben daarentegen geen hogere levensverwachting als ze extra vitamine E en selenium in hun voer krijgen.

Mogelijk preventieve diabetes bij zwangeren door taurine

Zwangere vrouwen hebben een lagere taurinestatus dan niet-zwangere vrouwen; de foetus kan zelf geen taurine maken en is wat deze voedingsstof betreft afhankelijk van de moeder. Bij ratten is aangetoond dat een adequate (maar niet overmatige) toevoer van taurine tijdens de prenatale ontwikkeling noodzakelijk is voor een normale ontwikkeling en functie van de alvleesklier (foetale programmering). Een prenataal taurinetekort bij deze dieren verhoogt de kans op insulineresistentie en diabetes type 2 op volwassen leeftijd (18, 19). Taurinesuppletie bij drachtige muizen met diabetes type 1 (NOD ofwel Niet Obese Diabetische muizen) en een lage taurinestatus had als resultaat dat het nageslacht minder snel diabetes type 1 ontwikkelde dan de controledieren (44). Tevens is in proefdieronderzoek aangetoond dat taurinesuppletie na de geboorte zorgt voor een betere glucosetolerantie en afname van de kans op diabetes op volwassen leeftijd (18).

De dierstudies wijzen op de mogelijkheid dat verbetering van de taurinestatus tijdens de zwangerschap, vooral bij vrouwen met (zwangerschaps)diabetes of een vegetarisch of veganistisch eetpatroon, bijdraagt aan een betere aanleg en functie van de alvleesklier bij het kind met afname van de kans op insulineresistentie en diabetes type 2.

Contra-indicaties

Het is mogelijk dat taurine de secretie van maagzuur bevordert, daarom is voorzichtigheid geboden bij mensen met maagzweren. Verder zijn in de aanbevolen doseringen geen contra-indicaties bekend van taurine.

Bijwerkingen

Taurine is een zeer veilig supplement, ook in hoge dosis (22). Taurine wordt niet in verband gebracht met enig toxisch effect (21). In onderzoek bij patiënten waarbij tot 6 gram taurine per dag werd gegeven, zijn geen noemenswaardige bijwerkingen gevonden. Ook is geen enkel teratogeen effect gevonden. Bij sommige epilepsiepatiënten kan taurine bij hoge doseringen (2 gram per dag) misselijkheid, hoofdpijn of coördinatiestoornissen veroorzaken.

Interacties

Mono-natriumglutamaat oftewel Ve-tsin, een veelgebruikte smaakmaker, verlaagt de taurinespiegels. Hoge doseringen vitamine B5 verminderen de werking van taurine. Zink daarentegen versterkt de werking van taurine. Ook andere interacties met reguliere- of natuurgeneesmiddelen zijn mogelijk. Raadpleeg hiervoor een deskundige.

Dosering

Voor indicaties met betrekking tot de hartfunctie zijn doses nodig van meerder grammen per dag. Voor andere indicaties, bijvoorbeeld op het gebied van de hersenfunctie, kan met minder worden volstaan.

Synergisme

Het aminozuur cysteïne en vitamine B6 zijn de meest cruciale cofactoren bij de synthese van taurine. Suppletie met NAC en/of vitamine B6 is daarom een goede manier om de endogene biosynthese van taurine te ondersteunen. Om in de andere cofactoren te voorzien wordt daarnaast een basissuppletie van een goede multi en vitamine C aangeraden.

Referenties: 
  1. Taurine - monograph. Altern Med Rev. 2001 Feb;6(1):78-82.
  2. Aerts L, Van Assche FA. Taurine and taurine-deficiency in the perinatal period. J Perinat Med. 2002;30(4):281-6.
  3. Birdsall TC. Therapeutic applications of taurine. Altern Med Rev. 1998 Apr;3(2):128-36.
  4. Foos TM, Wu JY. The role of taurine in the central nervous system and the modulation of intracellular calcium homeostasis. Neurochem Res. 2002 Feb;27(1-2):21-6.
  5. Hansen SH. The role of taurine in diabetes and the development of diabetic complications. Diabetes Metab Res Rev. 2001 Sep-Oct;17(5):330-46.
  6. Kuriyama K, Hashimoto T. Interrelationship between taurine and GABA. Adv Exp Med Biol. 1998;442:329-37.
  7. Lima L, Obregon F, Cubillos S et al. Taurine as a micronutrient in development and regeneration of the central nervous system. Nutr Neurosci. 2001;4(6):439-43.
  8. Lourenco R, Camilo ME. Taurine: a conditionally essential amino acid in humans? An overview in health and disease. Nutr Hosp. 2002 Nov-Dec;17(6):262-70.
  9. Militante JD, Lombardini JB. Taurine: evidence of physiological function in the retina. Nutr Neurosci. 2002 Apr;5(2):75-90.
  10. Militante JD, Lombardini JB. Treatment of hypertension with oral taurine: experimental and clinical studies. Amino Acids. 2002;23(4):381-93.
  11. Olive MF. Interactions between taurine and ethanol in the central nervous system. Amino Acids. 2002;23(4):345-57.
  12. Redmond HP, Stapleton PP, Neary P, Bouchier-Hayes D. Immunonutrition: the role of taurine. Nutrition. 1998 Jul-Aug;14(7-8):599-604.
  13. Saransaari P, Oja SS. Taurine and neural cell damage. Amino Acids. 2000;19(3-4):509-26.
  14. Schaffer S, Takahashi K, Azuma J. Role of osmoregulation in the actions of taurine. Amino Acids. 2000;19(3-4):527-46.
  15. Schaffer S, Solodushko V, Azuma J. Taurine-deficient cardiomyopathy: role of phospholipids, calcium and osmotic stress. Adv Exp Med Biol. 2000;483:57-69.
  16. Schuller-Levis GB, Park E. Taurine: new implications for an old amino acid. FEMS Microbiol Lett. 2003 Sep 26;226(2):195-202.
  17. Stapleton PP, Redmond HP, Bouchier-Hayes DJ. Taurine and inflammation--a new approach to an old problem? J Leukoc Biol. 1997 Feb;61(2):231-2.
  18. Franconi F et al. Taurine supplementation and diabetes mellitus. Curr Opin Clin Nutr Metab Care 2006;9:32-36.
  19. Franconi F et al. Is taurine beneficial in reducing risk factors for diabetes mellitus? Neurochem Res. 2004;29(1):143-50.
  20. Bouckenooghe T et al. Is taurine a functional nutrient? Curr Opin Clin Nutr Metab Care. 2006;9(6):728-33.
  21. Shao A et al. Risk assessment for the amino acids taurine, L-glutamine and L-arginine. Regul Toxicol Pharmacol. 2008;50(3):376-99.
  22. Taurine - monograph. Altern Med Rev. 2001;6(1):78-82.
  23. Hansen SH. The role of taurine in diabetes and the development of diabetic complications. Diabetes Metab Res Rev 2001;17:330-346.
  24. Schaffer S et al. Role of osmoregulation in the actions of taurine. Amino Acids. 2000;19(3-4):527-46.
  25. Timbrell JA et al. The in vivo and in vitro protective properties of taurine. Gen Pharmac. 1995;26:453-462.
  26. Harada H et al. Oral taurine supplementation prevents fructose-induced hypertension in rats. Heart Vessels 2004;19:132-136.
  27. Mozaffari MS et al. Effect of taurine and enalapril on kidney function of the hypertensive glucose-intolerant rat. Am J Hypertension 2003;16:673-680.
  28. Nandhini AT et al. Stimulation of glucose utilization and inhibition of protein glycation and AGE products by taurine. Acta Physiol Scand 2004;181:297-303.
  29. Nandhini AT et al. Effect of taurine on biomarkers of oxidative stress in tissues of fructose-fed insulin-resistant rats. Singapore Med J. 2005; 46:82-87.
  30. Nandhini AT et al. Taurine prevents collagen abnormalities in high fructose-fed rats. Indian J Med Res 2005; 122:171-177.
  31. Haber CA et al. N-acetylcysteine and taurine prevent hyperglycemia-induced insulin resistance in vivo: possible role of oxidative stress. Am J Physiol Endocrinol Metab. 2003;285(4):E744-53.
  32. Harada N et al. Taurine alters respiratory gas exchange and nutrient metabolism in type 2 diabetic rats. Obes Res. 2004;12(7):1077-84.
  33. Xiao C et al. Oral taurine but not N-acetylcysteine ameliorates NEFA-induced impairment in insulin sensitivity and beta cell function in obese and overweight, non-diabetic men. Diabetologia. 2008;51(1):139-46.
  34. Zhang M et al. Beneficial effects of taurine on serum lipids in overweight or obese nondiabetic subjects. Amino Acids 2004; 26:267-271.
  35. Chang KJ et al. Immunohistochemical localization of insulin in pancreatic beta-cells of taurine-supplemented or taurine-depleted diabetic rats. Adv Exp Med Biol 2000; 483:579-587.
  36. Huang JS et al. Effect of taurine on advanced glycation end products-induced hypertrophy in renal tubular epithelial cells. Toxicol Appl Pharmacol. 2008;233(2):220-6.
  37. Franconi F et al. Plasma and platelet taurine are reduced in subjects with insulindependent diabetes mellitus: effects of taurine supplementation. Am J Clin Nutr 1995;61:1115-1119. 
  38. Wang LJ et al. Taurine rescues vascular endothelial dysfunction in streptozocin-induced diabetic rats: correlated with downregulation of LOX-1 and ICAM-1 expression on aortas. Eur J Pharmacol. 2008;597(1-3):75-80.
  39. Li C et al. Taurine may prevent diabetic rats from developing cardiomyopathy also by downregulating angiotensin II type2 receptor expression. Cardiovasc Drugs Ther. 2005;19(2):105-12.
  40. Song XD et al. Study on the intervening mechanism of taurine on streptozotocin-induced diabetic cataracts. Zhonghua Yan Ke Za Zhi 2003;39:605-609.
  41. Lee EA et al. Reactive oxygen species mediate high glucose-induced plasminogen activator inhibitor-1 upregulation in mesangial cells and in diabetic kidney. Kidney Int 2005;67:1762-1771.
  42. Di Leo MAS et al. Long-term taurine supplementation reduces mortality rate in streptozotocin-induced diabetic rats. Amino Acids 2004;27:187-191.
  43. Arany E et al. Taurine supplement in early life altered islet morphology, decreased insulitis and delayed the onset of diabetes in non-obese diabetic mice. Diabetologia 2004;47:1831-1837.
  44. Tenner TE Jr et al. Hypoglycemic effects of taurine in the alloxan-treated rabbit, a model for type1 diabetes. Adv Exp Med Biol 2003;526:97-104.
  45. Lourenco R et al. Taurine: a conditionally essential amino acid in humans? An overview in health and disease. Nutr Hosp 2002; 17:262-270.
  46. Tsuboyama-Kasaoka N et al. Taurine deficiency creates a vicious circle promoting obesity. Endocrinology 2006; 147:3276-3284.
  47. Boujendar S et al. Taurine supplementation to a low protein diet during foetal and early postnatal life restores a normal proliferation and apoptosis of rat pancreatic islets. Diabetologia 2002;45:856-866.
  48. Militante JD et al. Dietary taurine supplementation: hypolipidemic and antiatherogenic effects. Nutrition Research 2004;24:787-801.
  49. Zhang M et al. Beneficial effects of taurine on serum lipids in overweight or obese non-diabetic subjects. Amino Acids 2004;26:267-271.
  50. Yamori Y et al. WHO-Cardiovascular Disease and Alimentary Comparison (CARDIAC) Study Group (2001). 
  51. Distribution of twenty-four hour urinary taurine excretion and association with ischemic heart disease mortality in 24 populations of 16 countries: results from the WHO-CARDIAC study. Hypertens Res. 2001;24:453-457.
  52. McCarty MF. Supplementary taurine may stabilize atheromatous plaque by antagonizing the activation of metalloproteinases by hypochlorous acid. Med Hypotheses. 2004;63(3):414-8.
  53. Militante JD et al. Treatment of hypertension with oral taurine: experimental and clinical studies. Amino Acids. 2002;23(4):381-93.
  54. Mozaffari MS et al. Accelerated NaCl-induced hypertension in taurine-deficient rat: role of renal function. Kidney Int. 2006;70(2):329-37.
  55. Hagar HH et al. Taurine attenuates hypertension and renal dysfunction induced by cyclosporine A in rats. Clin Exp Pharmacol Physiol. 2006;33(3):189-96.
  56. Fujita T et al. Effects of increased adrenomedullary activity and taurine in young patients with borderline hypertension. Circulation. 1987;75(3):525-32.
  57. Satoh H et al. Modulation by taurine of human arterial stiffness and wave reflection. Adv Exp Med Biol. 2009;643:47-55.
  58. Chen W et al. The effect of taurine on cholesterol degradation in mice fed a high-cholesterol diet. Life Sci. 2004;74(15):1889-98.
  59. Mizushima S et al. Effects of oral taurine supplementation on lipids and sympathetic nerve tone. Adv Exp Med Biol. 1996;403: 615-622.
  60. Yamauchi-Takihara K et al. Taurine protection against experimental arterial calcinosis in mice. Biochem Biophys Res Commun. 1986;140(2):679-83.
  61. Petty MA et al. The effects of taurine on atherosclerosis development in cholesterol-fed rabbits. Eur J Pharmacol 1990;180:119-27.
  62. Kondo Y et al. Nagate T. Taurine reduces atherosclerotic lesion development in apolipoproteïn E deficient mice. Adv Exp Med Biol 2000;483:193-202.
  63. Murakami S et al. Taurine suppresses development of atherosclerosis in Watanabe heritable hyperlipidemic (WHHL) rabbits. Atherosclerosis 2002;163:79-87.
  64. McCarty MF. A taurine-supplemented vegan diet may blunt the contribution of neutrophil activation to acute coronary events. Med Hypotheses. 2004;63(3):419-25.
  65. Zhang R et al. Association between myeloperoxidase levels and risk of coronary artery disease. JAMA 2001;286:2136-42.
  66. Jacobsen JG et al. Biochemistry and physiology of taurine and taurine derivatives.
  67. Physiol. Rev. 1968;48:424-511.
  68. Murakami S et al. Taurine suppresses development of atherosclerosis in Watanabe heritable hyperlipidemic (WHHL) rabbits. Atherosclerosis 2002;163:79-87.
  69. Balkan J et al. Effect of a taurine treatment on the regression of existing atherosclerotic lesions in rabbits fed on a high-cholesterol diet. Biosci Biotechnol Biochem. 2004;68(5):1035-9.
  70. Nonaka H et al. Taurine prevents the decrease in expression and secretion of extracellular superoxide dismutase induced by homocysteine: amelioration of homocysteine-induced endoplasmic reticulum stress by taurine. Circulation. 2001;104(10):1165-70.
  71. Chang L et al. Taurine protected myocardial mitochondria injury induced by hyperhomocysteinemia in rats. Amino Acids. 2004;27(1):37-48.
  72. Fennessy FM et al. Taurine and vitamin C modify monocyte and endothelial dysfunction in young smokers. Circulation. 2003;107(3):410-5.
  73. McCarty MF. Sub-optimal taurine status may promote platelet hyperaggregability in vegetarians. Med Hypotheses. 2004;63(3):426-33.
  74. Hayes KC et al. Taurine modulates platelet aggregation in cats and humans. Am J Clin Nutr 1989;49:1211-6.
  75. McCarty MF. The reported clinical utility of taurine in ischemic disorders may reflect a down-regulation of neutrophil activation and adhesion. Med Hypotheses 1999;53:290-9.
  76. Hanna J et al. Protective effect of taurine against free radicals damage in the rat myocardium. Exp Toxicol Pathol. 2004;56(3):189-94.
  77. Takatani T et al. Taurine prevents the ischemia-induced apoptosis in cultured neonatal rat cardiomyocytes through Akt/caspase-9 pathway. Biochem Biophys Res Commun. 2004;316(2):484-9.
  78. Satoh H et al. Review of some actions of taurine on ion channels of cardiac muscle cells and others. Gen Pharmacol. 1998;30(4):451-63.
  79. Azuma J et al. Therapeutic effect of taurine in congestive heart failure: a double- blind crossover trial. Clin Cardiol 1985;8:276-82.
  80. Azuma J et al. Beneficial effect of taurine on congestive heart failure induced by chronic aortic regurgitation in rabbits. Res Commun Chem Pathol Pharmacol 1984;45:261-70.
  81. Schaffer SW et al. Interaction between the actions of taurine and angiotensin II. Amino Acids. 2000;18(4):305-18.
  82. Azuma J et al. Usefulness of taurine in chronic congestive heart failure and its prospective application. Jpn Circ J 1992;56:95-9.
  83. Eby G et al. Elimination of cardiac arrhythmias using oral taurine with l-arginine with case histories: Hypothesis for nitric oxide stabilization of the sinus node. Med Hypotheses. 2006;67(5):1200-4.

Gerelateerde aandoeningen

Aandoening Dagdosering*
ADHD 1 x daags 750 mg (kinderen)
2 x daags 750 mg (volwassenen)
Hartritmestoornissen 1 x daags 750 mg
Hypertensie 3 x daags 750 mg
Maculadegeneratie 1 x daags 750 mg
Menopauze 1 x daags 250 mg
Rusteloze benen 2 x daags 750 mg
Tintelingen (in benen) 750 mg