Zink

Synoniem: 
Aspartate de Zinc
Chlorure de Zinc
Citrate de Zinc
Gluconate de Zinc
Méthionine de Zinc
Monométhionine de Zinc
Numéro Atomique 30
Orotate de Zinc
Oxyde de Zinc
Picolinate de Zinc
Pyrithione de Zinc
Sulfate de Zinc
Zinc Acetate
Zinc Ascorbate
Zinc Aspartate
Zinc Citrate
Zinc Difumarate Hydrate
Zinc Gluconate
Zinc Methionate
Zinc Monomethionine
Zinc Orotate
Zinc Oxide
Zinc Picolinate
Zinc Sulfate
Zincum Metallicum
Zincum Valerianicum
Zinkmethionine
Zink Citraat

Beschrijving

Zink is een biologisch en essentieel sporenelement en is de tweede meest voorkomende spoorelement in het lichaam. Ons lichaam bevat ongeveer 2 gram totaal (1). Het is een cofactor bij vele biologische processen, waaronder DNA, RNA en eiwitsynthese. Ongeveer 30% van de cellulaire zink zit binnen de kern. Een groot aantal eiwitten die een rol spelen in de gen exoressie behoren zink te bevatten (2).

Werking

Zink speelt een belangrijke rol in het immuunsysteem, wondgenezing, de reproductie, groei en ontwikkeling, het gedrag en het leren, de smaak en geur, bloedstolling, de functie van de schildklierhormoon en insuline (3). Zink is één van de belangrijkste spoorelementen in ons lichaam. Zink wordt in meer dan 39 enzymen gevonden (2). Bijna 100 enzymen zijn afhankelijk van zink als katalysator (4). Zink komt in iedere lichaamscel voor. Zink is ook vereist in de lever synthese van retinol bindend eiwit, het transporteiwit van vitamine A (5). Zonder voldoende zink kunnen symptomen van een vitamine A tekort ontstaan ook bij een supletie van vitamine A (5).

Vlees, vis, zuivelproducten, noten, peulvruchten en volkoren granen bevatten relatief hoge concentraties zink (4). Zink is een cofactor voor het enzym delta-6-desaturase dat betrokken is bij de synthese van vetzuren die zeer belangrijk zijn voor onze celmembranen, dus ook die van onze hersencellen. Zinkoxide en zinksulfaat worden meestal gebruikt om tarwe producten te verrijken (7). Ongeveer 15 tot 40% van het zink in voeding wordt geabsorbeerd. De biologische beschikbaarheid wordt beïnvloed door de zinkstatus en de absorptie wordt verhoogd wanneer er een zink tekort is. Zink wordt meestal geabsorbeerd in de dunne darm, in het bijzonder in het jejunum (4). Tijdens het geven van borstvoeding is de zinkuitscheiding verhoogd via moedermelk. Het lichaam lijkt deze toenemende vraag te compenseren door een verhoogde zinkabsorptie en endogeen zink te conserveren (6). Meer dan 85% van de totale zink voorraad in het lichaam zit in skeletspieren, botten en plasma. Het wordt gereguleerd tot een concentratie van ongeveer 10 tot 15 micromol/liter (4).

Verder speelt zink een belangrijke rol bij de regulatie van neuro- en immunotransmitters waardoor zink zowel immunologische als gedragsparameters kan beïnvloeden. Zink is noodzakelijk voor alle celgroei- en differentiatieprocessen. Bij wondgenezing, opgroeiende kinderen, zwangerschap en lactatieperiode wordt een groot beroep gedaan op de zinkvoorraad.

Een tekort aan zink wordt gekenmerkt door groeiachterstand, laag insulinegehalte, verminderde niveaus van insuline-achtige groeifactor (IGF)-1, anorexia, mentale lethargie, prikkelbaarheid, verminderd aantal zaadcellen, haaruitval, ruwe en droge huid, huidletsels, langzame wondgenezing, een verminderde schildklierfunctie, vertraagd begin van de puberteit, slecht gevoel van geur en smaak, diarree en misselijkheid (2). Een tekort aan zink is wereldwijd gezien niet zo ongewoon ondanks dat ons voedsel voldoende zink bevat. De zink deficiëntie ontstaat door het malabsorptie syndroom, overmatig alcohol gebruik, chronische nierziekte en andere chronische aandoeningen (1). Bij acute aanvallen van paranoïde schizofrenie blijken de zinkniveaus ook lager te zijn (8). Er is geen betrouwbare klinische test op zinktekort. Serum of plasma zink op zich is noch gevoelig noch specifiek. Het lijkt wel nuttig om de zinkstatus op basis van populatie te meten, maar is niet accuraat bij individuen vooral bij mensen met een chronische infectie of ontsteking (9). De meest betrouwbare meting om een zink tekort te bepalen is de reactie op zink suppletie en te kijken naar verbetering van symptomen zoals groeiachterstand of veranderd vermogen om te proeven of te ruiken (1).

Toepassing

Zink suppletie wordt gebruikt voor behandeling en preventie van een zinktekort. Zink heeft veel belangrijke functies in het lichaam en bij de behandeling van bepaalde aandoeningen kan gekeken worden of er van zinkdeficiëntie sprake is. De toepassingen voor zink suppletie zijn bij: terugkerende oorinfecties, immunodeficiëntie, wondgenezing, aften, psoriasis, eczeem, maagzweren, decubitus, chirurgie- en brandwonden, mucositis bij radiotherapie, decubitus, aanvulling tijdens zwangerschap en lactatieperiode, groei- en ontwikkelingsstoornissen bij kinderen, virusinfecties, verkoudheid, ontstekingen, allergiën (anti-histaminewerking), keelpijn, malabsorptie / diarree, huidproblemen (m.n. acne, hydradenitis, tinea vesicolor), vruchtbaarheidsstoornissen bij mannen, prostaatproblemen, diabetes type-II, hypoglycemie, verminderd smaak- en reukvermogen, eetstoornissen (anorexia, boulimia), hypothyreoïdie (syndroom van Down en verminderde omzetting T4 naar T3), menstruatiestoornissen, oogaandoeningen (nachtblindheid, cataract en macula-degeneratie), ziekte van Wilson, sikkelcelanemie, aandachtstoornissen zoals ADHD

Andere orale toepassingen zijn goedaardige prostaathyperplasie (BPH); mannelijke onvruchtbaarheid, impotentie; osteoporose, reumatoïde artritis en spierkrampen bij patiënten met cirrose. Het wordt ook oraal gebruikt sikkelcelanemie, thalassemie, ziekte van Alzheimer, syndroom van Down, de ziekte van Wilson, ziekte van Hansen, acrodermatitis enteropathica, necrolytisch acral erytheem, preventie van slokdarmkanker en vertraagde wondgenezing met zink deficiëntie. Zink wordt ook oraal gebruikt voor het verbeteren van atletische prestaties en kracht, het verbeteren van het immuunsysteem, het verbeteren van de groei en gezondheid in zink-deficiënte onvolgroeide kinderen, tinnitus, en ernstige verwondingen aan het hoofd. Het wordt ook ingezet bij parasitaire infecties, waaronder preventie en behandeling van malaria. Intraveneus wordt zink gebruikt als onderdeel van een totale parenterale voeding en voor verbetering van de resultaten bij patiënten met brandwonden.

Indicatie

Ogen

Zink speelt een belangrijke rol bij het behoud van gezichtsvermogen. Het is in hoge concentraties in het oog, met name in de retina en choroidea aanwezig. Een tekort aan zink kan het gezichtsvermogen veranderen en een ernstig tekort veroorzaakt veranderingen in de retina en retinale pigmentepitheel (RPE). Zink heeft een interactie met taurine en vitamine A in het netvlies, modificeert plasma membranen in de foto-receptoren, regelt de licht-rhodopsin reactie in het foto-receptor, moduleert synaptische transmissie, en dient als antioxidant in zowel het RPE als het netvlies. Het lijkt de progressie van retinale degeneratieve ziekten (1) te vertragen. Topicaal opgebrachte oogdruppels met zinksulfaat maakt het slijmvorming uit het buitenoppervlak van het oog schoon (15).

Leeftijdsgebonden maculaire degeneratie (AMD)

Inname van zink in combinatie met antioxidant vitamines kan de progressie van gevorderde leeftijd gerelateerde maculaire degeneratie (AMD) vertragen. Zink (methionine) 70 mg, vitamine C 500 mg, vitamine E 400 IU en beta-caroteen 15 mg per dag lijkt een risicoreductie van 27% gezichtsscherpte verlies en een risicoreductie van 24% tot progressie van maculadegeneratie bij patiënten met gevorderde macula degeneratie (10, 11). Er is niet genoeg informatie om te bepalen of zink plus antioxidanten ook gunstig is voor het voorkomen van maculadegeneratie (10, 12, 13). Inname van uitsluitend zink lijkt niet nuttig te zijn voor patiënten met bestaande maculadegeneratie (17).

Grootschalige bevolkingsonderzoeken laten zien dat het verhogen van de inname van zink uit voedsel kan het risico op het ontwikkelen van maculadegenratie (14, 15) kan verminderen.

Anti Viraal

Zink heeft een belangrijke functie voor neutrofielen, NK-cel en T-lymfocyt functie (16). Zelfs milde zink-deficiëntie zou de de T-cel-functies nadelig kunnen beinvloeden (18). Tegelijkertijd kan een te hoge dosis zink suppletie, 20 maal de RI, een negatief effect hebben voor de immuunfunctie die vergelijkbaar is met een tekort aan zink (9).

Het mechanisme voor het effect van zink op de verkoudheid is nog onduidelijk. Het beïnvloed niet de interleukine-8 in nasale secreties, wat suggereert dat zink geen invloed heeft op de immuunrespons tegen verkoudheid (19, 20). Zink remt het rhinovirus in vitro, maar het is onduidelijk of dit gebeurt in vivo (19, 20, 21). Het rhinovirus repliceert in het neusslijmvlies, en sommige onderzoekers vragen zich af of oraal toegediend zink voldoende niveaus in nasale weefsels produceert om virale replicatie voldoende te remmen (22, 23).

De hoeveelheid beschikbare geïoniseerd zink varieert met verschillende formuleringen waardoor wellicht de effectiviteit van zink wordt beïnvloed voor de gewone verkoudheid (24, 25). De toevoeging van smaakstoffen zoals citroenzuur, mannitol, of sorbitol gluconaat zuigtablet preparaten zink vermindert de mate van ionisatie zink. De aanwezigheid van het aminozuur methionine waarborgt daarentegen een uitstekende opname.

Zinkionen zouden ook gevolgen kunnen hebben tegen andere virussen, waaronder het respiratoir syncytieel virus (RSV) en het herpes virus (26, 27, 28, 21). Het toepassen van zink lokaal lijkt te helpen bij de behandeling van herpes simplex infectie (26, 27, 29, 30). Zinksulfaat lijkt de ernst en duur van de symptomen te verminderen bij zowel orolabial als genitale herpes (26, 27, 29, 31).

Zinkoxide (0, 3%) in combinatie met glycine, uitwendig aangebracht elke 2 uur op gezicht en circumorale herpes verminderen symptomen zoals blaren, pijn, jeuk en tintelend. Het kan ook de duur van lesies verkorten met 6, 5 dagen tot 5 dagen wanneer de behandeling wordt begonnen binnen 24 uur na aanvang van de symptomen (31).

Zink plasmawaarden zijn laag bij mensen met een HIV-infectie, maar dit lijkt een marker van de progressie van de ziekte in plaats van een behandelbare oorzaak van de progressie. Er zijn aanwijzingen dat te veel zink suppletie de progressie van de ziekte zou kunnen toenemen bij patiënten met hiv, maar ook aanwijzingen dat het suppleren van zink-methionine bij een zink tekort een normale of verbeterde immuunsysteem, met name de T-lymfocyten gemedieerde cellulaire immuniteit bevordert. Ook kan de gevoeligheid van T-lymfocyten remmen apoptose (9). Meer onderzoek is nodig om te zeggen of zink moet worden vermeden of juist moet worden voorgeschreven om het tekort aan zink op te heffen bij HIV-ziekte (9).

Verkoudheid

Zink in combinatie met vitamine C vermindert de duur van de gewone verkoudheid bij volwassenen. De meeste studies tonen een significante afname in de duur van de symptomen van de verkoudheid bij volwassenen. Zinkmethionine of zinkgluconaat tabletten van 15 - 30 mg elementair zink is de dosis. Bij gebruik van zuigtabletten moet om de 2 uur genomen worden, te beginnen binnen 48 uur na aanvang van de symptomen (32, 33, 34, 35, 36, 37, 38). De opneembaarheid van de zinksuppletie wordt gezien als de belangrijkste factor op succes bij zink suppletie (25, 39, 216). Zink is gunstig voor het verminderen van de duur van de symptomen van de verkoudheid bij volwassenen, maar het is nog onduidelijk of het ook bruikbaar is voor het behandelen van verkoudheden bij kinderen; de resultaten van het onderzoek zijn wat tegenstrijdig (21, 40, 61).

Sikkelcelziekte

Mensen met sikkelcelziekte (SCZ) zijn vaak zinkdeficiënt. Een tekort aan zink in SCD kan leiden tot een celgemedieerde immune aandoening, en het risico op infectie bij SCD. Sommige onderzoekers vermoeden dat zink-deficiëntie tot een verhoogde productie van tumornecrosefactor (TNF) -alfa en interleukine-1 (IL-1) leidt, die kan resulteren in vaso-occlusieve pijn. Dit kan het voordeel van zinksuppletie verklaren bij sommige patiënten met SCD (51). Inname van zink helpt om de symptomen van sikkelcelziekte te verminderen (46, 47, 48, 50). Het innemen van zink verminderd ook de infecties (46, 47). Bij kinderen met sikkelcelziekte verbeteren groei, en lichaamsgewicht bij inname van zink (48).

Acné

Uitwendig gebruik van zink kan effectief zijn bij de behandeling van acné door de anti-ontstekingsactiviteit wat resulteert in de remming van polymorfonucleaire leukocyten dat veroorzaakt wordt door een verminderd granulocyt zinkgehalte (41, 57, 58, 59, 60). Het oraal innemen van zink kan helpen bij de behandeling van acné. Onderzoek wijst uit dat mensen met acné lagere serum en de huid zinkgehalte zou kunnen hebben (41, 42, 43, 44). Klinische studies zijn klein, maar bij de meeste blijkt dat zinksuppletie helpt bij acne (45, 49, 52, 53, 54, 55, 56).

Vruchtbaarheid

Mannelijke vruchtbaarheid lijkt te worden beïnvloed door zink (62, 63, 64, 65). Onvruchtbare mannen hebben een lagere zink waarde in het zaadplasma, met een normale of verminderde zinkwaarde in het bloed (64, 66). Uit klinisch onderzoek blijkt dat kortstondige zink uitputting door verkeerde voeding resulteert in verminderde serum concentraties testosteron en de totale rudimentaire zink verlies per ejaculaat (65). Suppletie met zink verbetert spermaparameters bij mannen met een verminderde mobiliteit zaadcellen (67); terwijl overtollig zink de beweeglijkheid van sperma kan verminderen (62).

Prostaat

Zink niveaus dalen in het prostaatweefsel en prostaatvocht bij mannen met prostaatcarcinoom (68, 73). Alhoewel voldoende zink een belangrijk mineraal is om de prostaat gezond te houden, zouden te hoge doseringen zink de tumorprogressie bij een zich ontwikkelend prostaatcarcinoom juist kunnen bevorderen (69). Een ander grootschalig bevolkingsonderzoek suggereert ook dat mannen die elke dag een multivitamine met een hoog zinkgehalte en die daarbij een apart zinksupplement nemen, hebben een significant verhoogd risico op prostaat kanker gerelateerde sterfte (70). Hierbij moet in aanmerking worden genomen dat lagere optimale fysiologische doseringen juist de gezondheid van de prostaat bevorderen.

Smaak

Het innemen van zink is effectief bij smaak disfunctie bij patiënten met een zink uitputting (71, 77). Zink lijkt ook de niet zink tekort gerelateerde smaakverminderingen zoals Gustin / carbonzuuranhydrase VI-deficiëntie, captopril geïnduceerde smaakstoornissen, hypogeusie secundair aan hoofd en nek straling, en post-traumatische olfactorische stoornis te verbeteren (72, 74, 75, 76). In uremisch volwassenen verbetert zink suppletie de smaak en de gezichtsscherpte; maar het lijkt ineffectief bij pediatrische dialysepatiënten te zijn (78, 79, 80).

Ziekte van Alzheimer

De rol van zink bij Alzheimer kan zowel beschermend als veroorzakend zijn. Laboratorium studies suggereren dat een te hoog zinkgehalte kan bijdragen tot aggregatie van amyloïde beta peptide, maar normaal zinkgehalte juist beschermt tegen een eventuele volgende neurotoxiciteit als een antioxidant (81, 82, 83).

Depressie

Sommige mensen met ernstige depressie hebben een te laag zinkniveau in het bloed (84).

Diabetes

Uit onderzoek blijkt dat sommige mensen met type 2 diabetes een zink tekort hebben, mogelijk als gevolg van veranderde zink metabolisme (85, 86). Er is enig bewijs dat suppletie met zink het glucose transport binnen de cellen kan verhogen en versterken, mogelijk door een effect van de insuline intracellulaire signalering route (87). Bij patiënten met levercirrose en een verminderde glucosetolerantie, kan zink de serum niveaus van insuline-achtige groeifactor (IGF) -1 met 30% laten toenemen en zorgen voor verbetering van de glucosetolerantie (88). Of tekort aan zink is betrokken bij de ontwikkeling van insulineresistentie is onbekend. Bij type 1 diabetes met een tekort aan zink, kan zinksuppletie de lipidenperoxidatie verminderen (149).

Osteoporose

Er is belangstelling voor het gebruik van zink voor het voorkomen van osteoporose. Zink is betrokken bij de mineralisatie van bot. Bij dierproeven wordt een tekort aan zink in verband gebracht met abnormale botvorming. Bij mensen wordt verhoogd zinkgehalte in bot geassocieerd met verhoogde botsterkte (192). Bij mensen met osteoporose is urinaire uitscheiding het zinkgehalte verhoogd, mogelijk als gevolg van botresorptie (193). Serum zink niveaus en zink inname is lager bij mensen met osteoporose (192, 193, 194).

Echter, een te hoge inname van zink (53 mg per dag) lijkt magnesium uitscheiding te verhogen zonder dat dit invloed heeft op kopermetabolisme bij postmenopauzale vrouwen (195). Suppletie met hoge doses zink, 142 mg / dag, lijkt de absorptie van magnesium bij gezonde volwassen mannen (196) te verlagen. Dit zou de gezondheid van het bot nadelig kunnen beïnvloeden. Zink kan concurreren met magnesium bij ionenwisseling in de darm (195). Meer onderzoek naar de klinische betekenis van deze waarnemingen is nodig. Er is ook klinisch bewijs dat zink in combinatie met koper, mangaan en calcium het botverlies bij postmenopausale vrouwen vermindert (205).

Wondgenezing

Zink voor uitwendig gebruik helpt bij wondgenezing, vermindert ontstekingen en remt de groei van bacteriën (217). Zinkacetaat wordt geabsorbeerd over een breed pH-bereik en is misschien een betere keus bij mensen met een verminderd maagzuur. Zink opname in humane intestinale epitheliale cellen is zink methione een uitstekende vorm. De meeste zink wordt uitgescheiden in de ontlasting, een kleine hoeveelheid wordt uitgescheiden in de urine (4).

Diarree

Inname van zink vermindert de duur en ernst van acute en aanhoudende diarree bij ondervoede of zink-deficiënte kinderen (89, 90, 91, 92, 93, 94, 95, 96). In een analyse, verlagen zink supplementen de kans op aanhoudende diarree met ongeveer 24% en verlagen de mate van falen bij de behandeling met ongeveer 42% bij aanhoudende diarree (89, 97). Uit een andere analyse blijkt dat zink suppletie ook het voorkomen en duur van ernstige diarree vermindert met 14% en de kans op blijvende diarree met 25% (96). Zink lijkt ook ziekenhuisopnames als gevolg van acute diarree te verminderen met ongeveer 23% (97). Ernstig tekort aan zink bij kinderen komt veel voor in ontwikkelingslanden.

Acrodermatitis enteropathica

Het innemen van zink lijkt te helpen bij acrodermatitis enteropathica (117, 127). Er is een verslag van één geval met inname zinksulfaat 225 mg tweemaal daags plus interferon alfa-2b gedurende zes maanden waarbij alle lesies bij een vrouw met necrolytisch acraal erythema en hepatitis C waren opgelost. Necrolytisch acraal erythema is gecategoriseerd in de familie van necrolytisch erythemen die acrodermatitis enteropathica omvat (197).

Anorexia nervosa

Het innemen van zink supplementen kunnen bijdragen tot vergroting van gewichtstoename en het verbeteren van depressieve symptomen bij patiënten met anorexia nervosa (188, 201).

ADHD

Attention Deficit-Hyperactivity Disorder (ADHD). Het innemen van zink in combinatie met een conventionele behandeling zou een bescheiden verbetering geven van de symptomen van hyperactiviteit, impulsiviteit, en verminderde socialisatie bij sommige kinderen met ADHD. Er is enig bewijs dat zink nog het meest nuttig zou kunnen zijn bij kinderen met een hoge body mass index (BMI), een laag zinkgehalte en lage vrije vetzuren niveaus (98). Sommige onderzoeken suggereren dat kinderen met ADHD lagere serum zink niveaus hebben dan kinderen zonder ADHD (103, 104). Uit ander onderzoek blijkt ADHD-patiënten met een lager zinkgehalte misschien niet adequaat reageren op de therapie stimulerend middel (99). Studies met behulp van zink voor ADHD hebben plaatsgevonden in het Midden-Oosten, waar een tekort aan zink relatief veel voor komt in vergelijking met westerse landen. Het is niet bekend of zink dezelfde potentiële voordelen zou hebben wanneer het gebruikt zou zijn voor ADHD bij patiëntenpopulaties uit westerse landen.

Brandwonden

Het toedienen van zink intraveneus in combinatie met andere mineralen lijkt de resultaten van patiënten met brandwonden (100) te verbeteren. Suppletie met zink, koper, selenium verminderen significant longinfecties en zorgen voor verkorte intensive care verblijven bij patiënten met ernstige brandwonden (100).

Lepra

Het innemen van zink in combinatie met anti-lepra drugs helpt bij de behandeling van lepra (101, 102, 105, 106). Het zinkgehalte bij mensen met lepra is verminderd. Er is klinisch bewijs dat de toevoeging van zink aan de anti-lepra medicijnen bij ernstige vormen van lepra de steroïde dosis kan verlagen (101, 102, 105).

Spierkramp

Orale inname van zink helpt bij spierkramp door levercirrose (120).

Maagzweer

Het oraal nemen van zink lijkt te helpen bij de behandeling en het voorkomen van maagzweren (108, 109, 110, 111). Zink acexamate lijkt maagzweren te verbeteren in vergelijking met placebo of H2-receptor antagonist drugs (109).

Longontsteking

Sommige klinische onderzoeken tonen aan dat het geven van zink supplementen aan ondervoede kinderen van 3 maanden tot 5 jaar het risico op het ontwikkelen van longontsteking aanzienlijk vermindert (96, 202). Volgens een analyse vermindert zink het risico van longontsteking tot 20%, maar het verlaagt niet de duur van de longontsteking. Zink lijkt ook het risico op minder ernstige luchtweginfecties te verminderen met 8% (122).

Bestaande longontsteking bij kinderen van 2-23 maanden, waarbij zink 20 mg / dag in combinatie met antibiotica werd gegeven lijkt het ziekenhuisverblijf te verlagen (116). Bij kinderen met zowel mazelen als longontsteking geeft zinksuppletie geen extra voordeel in vergelijking met antibiotica en vitamine A alleen (183).

Wilson’s disease

Het innemen van zink suppletie vermindert de symptomen van de ziekte van Wilson (117, 118, 119). Zink blokt koperabsorptie en verhoogt koper eliminatie in de ontlasting van mensen met de ziekte van Wilson (113). Zink in combinatie met koper is daardoor altijd aan te raden.

Zinkstatus

De meting van het zinkniveau wordt doorgaans in het bloedplasma of serum gedaan. Deze meting is niet altijd representatief voor de cellulaire zinkstatus en detecteert op individueel niveau alleen de zwaardere zinkdeficiënties. Klinische verschijnselen van een zinkdeficiëntie kunnen zich al voordoen zonder afwijkende laboratoriumwaarden. Ook haaranalyse is geen geschikte methode. De beste indruk van de zinkstatus geeft analyse van de zinkniveaus in de witte bloedcellen. In de dagelijkse praktijk zijn herkenbare verschijnselen van zinkdeficiëntie: meerdere witte vlekken en lijnen op de vingernagels, evenals vermindering van sensorische functies zoals smaak- en reukvermogen, haaruitval, maar ook verminderde weerstand, (mentale) lethargie, trage wondgenezing en aften. Deze verschijnselen zijn in zekere zin aspecifiek en kunnen dus samengaan met diverse ziektebeelden.

Zinkdeficiëntie

Zowel bij rokers als bij mensen met regelmatige consumptie van alcohol komt een zinktekort veel voor. Bij ouderen wordt vaak een zinktekort geconstateerd en ook bij een malabsorptie van de darmen komt zinkdeficientie voor. Een hoger risico voor het krijgen van een zinktekort zijn: oversonsumptie van junkfood, frisdranken, vegetarisme, verwonding, chirurgie, overmatige sportbeoefening, frequente ejaculatie, hoge inname van koper of langdurig blootstelling aan allerlei toxinen. Het zoetmiddel fructose dat veel wordt gebruikt in de levensmiddelen industrie kan ook een verstoring geven van zink opname. De westerse voedingspatronen met veel geraffineerde granen en suikers bevat weinig zink. Een verhoogde behoefte aan zink bestaat bij een groeispurt, operatie, zwangerschap, lactatie en bij immuunzwakte. Zinksuppletie is aan te raden in de meest optimale opneembare vorm zoals methionine.

Bronnen van zink

Over het algemeen is eiwitrijke voeding rijk aan zink, met name oesters. Betere bronnen zijn rood vlees, krab, vis en gevogelte. Zij bevatten niet het hoge gehalte aan zware metalen zoals in oesters. Hele granen, peulvruchten, noten en zaden zijn goede zinkbronnen. Zodra de granen geraffineerd worden verliezen zij 80% van hun zinkgehalte. Een strikt vegetarisch dieet zal meestal niet voldoende zink leveren, tenzij erj bijzonder veel noten met name pecannoten, pompenpitten en peulvruchten genuttigd wordt.

Zinkabsorptie

Zinkabsorptie wordt mede bepaald door antinutriënten die aanwezig zijn in voeding. Zo zorgen fytaten in graan dat het zink gebonden wordt in het maagdarmkanaal tot onoplosbare complexen en verlaten het lichaam met de stoelgang. De oxalaten die aanwezig zijn in spinazie, rabarber, bieten, noten en de tanninen in de koffie en thee hebben dezelfde eigenschap. Andere mineralen worden hierdoor ook uitgescheiden.

Zinksuppletie

Het voordeel van zink dat gebonden is aan methionine is dat het in tegenstelling tot andere zink vormen niet aan het fytaat, oxalaat of tanninen bindt. De binding van zink aan het aminozuur methionine waarborgt een uitstekende opname direct via specifieke receptoren aan het begin van de dunne darm. Methionine is het aminozuur dat uitstekend door het lichaam wordt opgenomen. Het is snel beschikbaar in de bloedcirculatie. Zink suppletie kan daarom het beste gedaan worden met zinkmethionine om een eventueel zinkdeficiëntie ongedaan te maken.

De inname van zink maakt het nodig om dit te combineren met koper (10). Als anti-oxidant heeft het een prima werking en kan vergeleken worden met de werking van vitamine E.

Bijwerkingen

Over het algemeen wordt zink goed verdragen. Doseringen van 100-150 milligram per dag kunnen soms misselijkheid en overgeven veroorzaken, met name wanneer het supplement op nuchtere maag wordt ingenomen. Bij een overdosis kan zink waterige diarree veroorzaken en nephritis (3, 120). Andere symptomen bij overdosis zijn griepachtige verschijnselen aan het centrale zenuwstelsel, symptomen inclusief koorts, vekoudheid, vermoeidheid, neuropathie en verhoogd cholesterol (121, 123). Terwijl een dagelijkse dosis van 80 mg elementair zink in combinatie met 2 mg koper gedurende 5 jaar geen verschil maakte in de bloedwaarde cholesterol en hematocriet (125).

Interacties

Bij gebruik van de anti-biotica tetracycline, quinolone (124, 127) en penicillamine (128, 129) verlaagt zinksuppletie de hoeveelheid tetracycline met ongeveer 30% die in het bloed wordt opgenomen (126). Zowel de genoemde anti-biotica als zink niveaus verlagen als ze beide tegelijk worden ingenomen (130, 131). Zinksupplementen en deze anti-biotica moeten daarom minimaal 2 uur van elkaar gescheiden worden ingenomen.

Het diureticum Amiloride kan zink uitscheiding verminderen en heeft zink sparend effect (132, 133, 134, 135). Vooral thiazidediuretica kunnen juist de zinkexcretie met 60% verhogen Andere diuretica die kalium sparend zijn zoals spironolactone en triamterene heeft niet het zinksparend effect.

Door het slikken van de anticonceptiepil kan er vaak verhoogde koperspiegels en een verhoogde behoefte aan zink ontstaan, maar het bewijs ervan is nog dun (136, 137, 138, 139, 140). Ook een aantal andere medicijnen (bijvoorbeeld thiazidediuretica, corticosteroïden, steroïdhormonen, tetracyclines, furosemide, colchicine) hebben een negatief effect op de zinkstatus. Langdurig gebruik van deze medicatie maakt het monitoren van de zinkstatus noodzakelijk. Roken, ijzer en calcium remmen de zinkabsorptie terwijl het nemen van eiwitten de zinkabsorptie verhogen.

Interacties met kruiden en supplementen

Calcium supplementen kunnen zink absorptie hinderen (144), maar meestal niet met een groot effect op de zink status (4, 145, 146).

Chroom en zink kunnen beter niet samen worden ingenomen zij hinderen elkaar in de absorptie (150). Bij hoge zinksuppletie is het verstandig ook koper te te suppleren (119, 147, 148, 152).

In sommige gevallen kunnen ijzer en zink met elkaar in competitie gaan voor een een goede absorptie. Hoge non-heme ijzer inname op een lege maag kan zink opname hinderen (151, 153, 154, 155, 156, 157, 158). Dit geldt niet voor ijzer uit voeding (159, 153, 155). Fytinezuur in graansoorten en oxalaten uit bepaalde groenten bindt zink waardoor er geen zink absorptie plaatsvindt. Zink methionine kent dit probleem niet.

Medicijnen die zink niveaus aantasten

Het medicijn Captopril (Capoten), een ace remmer, verhoogt de uistcheiding van zink met de urine waarschijnlijk door chelatie van zink door sulfaat groepen (25, 26, 72, 143, 160). Soms gepaard gaand met smaakverlies (72, 142, 143, 160, 161).

Bij een hoge dosis van 50 mg of meer prednisone veroorzaakt een zink gehalte in het bloed (162, 163, 164, 165, 166). Dit kan ook de zink niveaus in de cellen beïnvloeden. Het is verstandig om bij deze mensen het zink gehalte te monitoren.

Deferoxamine (Desferal) verhoogt zink uitscheiding zeer, waardoor zink suppletie nodig is bij het gebruik van dit medicijn (167, 168, 169, 170).

Bij gebruik van Dexrazoxane (Zinecard) worden er metalen uitgescheiden via de urine waaronder zink (174, 175).

EDTA zouten hebben de neiging om metalen zoals zink te cheleren. Wanneer het gebruikt wordt bij loodvergiftiging kan zink verhoogd zijn bij de urineuitscheiding (176, 177, 178, 177, 179). In sommige gevallen moet er zinksuppletie gegeven worden. Monitoren is wel het advies.

Ethambutol (Myambutol) cheleert zink en kan zink in plasma en weefsel doen verminderen (181, 182, 184, 187). Bij hoge doseringen boven 25 mg per kg is het verstandig om te monitoren en te kijken naar symptomen met betrekking tot de ogen zoals het verminderen van het zicht (181, 182, 187, 203). Verder moet nog verder onderzoek worden gedaan naar H2-blockers, pantoprazole (protonix), phenytoin (Dilantin), propofol (diprivan), proton pump inhibitors (PPI’s). Volgens klinisch onderzoek verhogen ook deze medicijnen de zink uitscheiding met de urine (141, 171, 172, 173, 181, 189). Routine suppletie met zink is niet nodig maar monitoren op zink verlies is wel aan te raden.

Diuretica zoals thiazide (Diuril, Esidrex, Hydrodiuril, Hygroton, Lozol, Zaroxolyn) verhoogt de zink uitscheiding via de urine tot wel 60% (132, 133, 134, 186, 190). Soms leidt dit in enkele gevallen tot impotenties (132, 134, 186, 191). Bij langdurig gebruik van thiazide is het monitoren op symptomen van zink tekort het advies (134, 186, 190, 191).

Interactie met voeding

Bij inname van zink sulfaat gelijk met koffie in plaats van water vermindert de opname met 50%.

(197). De tannine bindt zink en zorgt voor uitscheiding. Hetzelfde geldt voor fytaten in graan zoals mais, tarwe etc, bepaalde groenten met een hoog gehalte aan oxylaten, soja (4, 180, 199, 200). Wanneer zink gebonden is aan het aminozuur methionine kent men dit probleem niet. Deze vorm waarborgt een goede opname.

Synergisme

Zink heeft stoffen nodig die als een synergie samenwerken bij verschillende metabolische functies. Zo zijn de vitamine C en A goede synergisten voor een goed immuunsysteem en werken zink, vitamine B en vanadium samen voor de glucosehuishouding. Wanner er een zink tekort is, zijn er meestal meer tekorten in het lichaam.

Dosering

De doseringen die therapeutisch worden ingezet variëren vanaf 15 mg tot en met 60 mg elementair zink per dag. De dagelijkse referentie inname bij kleine kinderen tot 1 jaar is 2 mg per dag (4), tot 3 jaar 3 mg per dag, kinderen van vier tot 8 jaar 5 mg per dag van 9 tot 13 jaar 8 mg per dag, meisjes van 14 tot 18 jaar 9 mg per dag, jongens en mannen van 14 jaar en ouder 11 mg per dag, vrouwen van 19 jaar en ouder 8 mg per dag, zwangere vrouwen 13 mg per dag, zogende vrouwen 14 mg per dag (4).

De gemiddelde inname met voeding is bij mannen 13 mg per dag en bij vrouwen 9 mg per dag (4).

Verstoringen op het calcium- en kopermetabolisme zijn bij onderhoudsdoseringen niet te verwachten. Wel bestaan er aanwijzingen voor dergelijke verstoringen wanneer doseringen van 100 mg of meer elementaire zink worden gebruikt.

De best opneembare verbinding van zink is zinkmethionine. Deze verbinding is aanzienlijk beter opneembaar dan andere vormen van zink. De verbinding is resistent tegen de binding met fytaten, tanninen, oxalaten en vezels in het darmkanaal. Zink verblijft daardoor langer in het lichaam dan andere vormen van zink. Soms kunnen hoge doseringen therapeutisch worden ingezet. Echter kunnen hoge doseringen nadelig uitwerken op de koperstatus en wordt er aangeraden zinksuppletie te geven in combinatie met koper.

Hieronder een aantal voorbeelden van zinkdoseringen zoals deze tijdens wetenschappelijk onderzoek met succes zijn toegepast. Wegens de verschillende zinkverbindingen die in onderzoeken zijn gebruikt, zijn de hoeveelheden omgerekend naar het aantal milligrammen elementaire zink.

  • Behandeling verkoudheid: 15 tot 30 mg elementair zink per dag (24, 33, 35).
  • Behandeling en het voorkomen van longontsteking bij ondervoede kinderen: 10-70 mg dagelijks (96, 116, 202).
  • Behandeling van maagzweren: 3 x dgs 70 mg elementair zink (111).
  • Behandeling spierkrampen bij cirrose: zink 3 x daags 30 mg (120).
  • Behandeling van acné: dagelijks 30-135 mg elementair zink (45, 49, 52, 53, 54).
  • Behandeling bij maculadegeneratie (leeftijdgebonden), dagelijks 70 mg zink gecombineerd met vitamine C (500 mg), vitamine E (400iE) en bètacaroteen 15 mg (10).
  • Behandeling bij osteoporose: Zink combineren met koper, mangaan en calcium (205).
  • Behandeling van hidradenitis: dagelijks 60 mg elementair zink
  • Behandeling sikkelcelziekte: 3 x daags 220 mg (46).
  • Behandeling bij kinderen met groeiachterstand door sikkelcelziekte 10 mg zink per dag (48).
  • Behandeling van ADHD bij kinderen: dagelijks 15-40 mg elementair zink, afhankelijk van het onderzoek (98, 184).
  • Bij hypogeusia (vermindert smaakvermogen): 25-100 mg elementair zink (afhankelijk van het onderzoek)
  • Behandeling bij acute diarree bij slecht gevoede kinderen: 10 - 40 mg elementair zink dagelijks (90, 91, 92, 93, 94, 96, 97).
  • Bij anorexia: dagelijks 100 mg elementair zink (188)
  • Bij kinderen met groeiachterstand: 15 mg per dag (204)
  • Behandeling bij cirrose 3 x daags 90 mg (88).

Veiligheid

Dagelijkse inname van zink met niet meer dan 40 mg per dag is volkomen veilig (4). Bij een hogere dosis is er enige bezorgdheid dat koper niveau gaat dalen. Er is bewijs dat inname van 80 mg zink met 2 mg koper gedurende 6 jaar veilig te gebruiken is (10, 125).

Neusspray met zink (zicam) is niet voldoende veilig gebleken, een permanent geurverlies kan het gevolg zijn (206, 207, 208, 209, 210, 211, 212, 213, 214). Hoge doseringen zink van 450 mg of meer kunnen neuropathiën veroorzaken, koperdeficiënties, en bloedarmoede (4, 214, 215). Bij een referentie inname (zie dosering) is het innemen van zink veilig ook bij zwangere vrouwen (4).

Referenties: 
  1. Grahn BH, Paterson PG, Gottschall-Pass KT, Zhang Z. Zinc and the eye. J Am Coll Nutr 2001;20:106-18.
  2. Bedwal RS, Bahuguna A. Zinc, copper and selenium in reproduction. Experientia 205; 50: 626-640.
  3. Barceloux DG. Zinc. J Toxicol Clin Toxicol 1999;37:279-92.
  4. Food and Nutrition Board, Institute of Medicine. Dietary Reference Intakes for Vitamin A, Vitamin K, Arsenic, Boron, Chromium, Copper, Iodine, Iron, Manganese, Molybdenum, Nickel, Silicon, Vanadium, and Zinc. Washington, DC: National Academy Press, 2002. Available at: www.nap.edu/books/0309072794/html/.
  5. Christian P, Khatry SK, Yamini S, et al. Zinc supplementation might potentiate the effect of vitamin A in restoring night vision in pregnant Nepalese women. Am J Clin Nutr 2001;73:1045-51.
  6. Sian L, Krebs NF, Westcott JE, et al. Zinc homeostasis during lactation in a population with a low zinc intake. Am J Clin Nutr 2002;75:99-103.
  7. Lopez de Romana D, Lonnerdal B, Brown KH. Absorption of zinc from wheat products fortified with iron and either zinc sulfate or zinc oxide. Am J Clin Nutr 2003;78:279-83.
  8. Nechifor M, Vaideanu C, Palamaru I, et al. The influence of some antipsychotics on erythrocyte magnesium and plasma magnesium, calcium, copper and zinc in patients with paranoid schizophrenia. J Am Coll Nutr 2004;23:549S-51S.
  9. Siberry GK, Ruff AJ, Black R. Zinc and human immunodeficiency virus infection. Nutr Res 2002;22:527-38.
  10. Age-Related Eye Disease Study Research Group. A randomized, placebo-controlled, clinical trial of high-dose supplementation with vitamins C and E, beta carotene, and zinc for age-related macular degeneration and vision loss. AREDS report no. 8. Arch Ophthalmol 2001;119:1417-36.
  11. Leung AY, Foster S. Encyclopedia of Common Natural Ingredients Used in Food, Drugs and Cosmetics. 2nd ed. New York, NY: John Wiley & Sons, 1996.  Age-Related Eye Disease Study Research Group. Potential public health impact of age-related eye disease study results: AREDS report no. 11. Arch Ophthalmol 2003;121:1621-4.
  12. Newsome DA, Swartz M, Leone NC, et al. Oral zinc in macular degeneration. Arch Ophthalmol 1988;106:192-8.
  13. Stur M, Tittl M, Reitner A, Meisinger V. Oral zinc and the second eye in age-related macular degeneration. Invest Ophthalmol Vis Sci 1996;37:1225-35.
  14. Mares-Perlman JA, Klein R, Klein BE, et al. Association of zinc and antioxidant nutrients with age-related maculopathy. Arch Ophthalmol 1996;120:991-7.
  15. McKevoy GK, ed. AHFS Drug Information. Bethesda, MD: American Society of Health-System Pharmacists, 1998.   van Leeuwen R, Boekhoorn S, Vingerling JR, et al. Dietary intake of antioxidants and risk of age-related macular degeneration. JAMA 2005;294:3101-7.
  16. Shankar AH, Prasad AS. Zinc and immune function: the biological basis of altered resistance to infection. Am J Clin Nutr 1998;68:447S-63S.
  17. Smith W, Mitchell P, Webb K, Leeder SR. Dietary antioxidants and age-related maculopathy: the Blue Mountains Eye Study. Ophthalmology 1999;106:761-77.
  18. Prasad AS. Zinc and immunity. Mol Cell Biochem 1998;188:63-9.
  19. Turner RB. The treatment of rhinovirus infections: progress and potential. Antiviral Res 2001;49:1-14.
  20. Turner RB, Cetnarowski WE. Effect of treatment with zinc gluconate or zinc acetate on experimental and natural colds. Clin Infect Dis 2000;31:1202-8.
  21. Science M, Johnstone J, Roth DE, et al. Zinc for the treatment of the common cold: a systematic review and meta-analysis of randomized controlled trials. CMAJ 2012;184:E551-61.
  22. Turner RB. Ineffectiveness of intranasal zinc gluconate for prevention of experimental rhinovirus colds. Clin Infect Dis 2001;33:1865-70.
  23. Belongia EA, Berg R, Liu K. A randomized trial of zinc nasal spray for the treatment of upper respiratory illness in adults. Am J Med 2001;111:103-8.
  24. Eby GA, Davis DR, Halcomb WW. Reduction in duration of common colds by zinc gluconate lozenges in a double-blind study. Antimicrob Agents Chemother 1984;25:20-4.
  25. Eby GA. Zinc ion availability--the determinant of efficacy in zinc lozenge treatment of common colds. J Antimicrob Chemother 1997;40:483-93.
  26. Golik A, Modai D, Averbukh Z, et al. Zinc metabolism in patients treated with captopril versus enalapril. Metabolism 1990;39:665-7 Eby GA, Halcomb WW. Use of topical zinc to prevent recurrent herpes simplex infection: review of literature and suggested protocols. Med Hypotheses 1985;17:157-65.
  27. Arens M, Travis S. Zinc salts inactivate clinical isolates of herpes simplex virus in vitro. J Clin Microbiol 2000;38:1758-62.
  28. Kneist W, Hempel B, Borelli S. [Clinical, double-blind trial of topical zinc sulfate for herpes labialis recidivans]. Arzneimittelforschung 1995;45:624-6.
  29. Singh BB, Udani J, Vinjamury Sp, et al. Safety and effectiveness of an L-lysine, zinc, and herbal-based product on the treatment of facial and circumoral herpes. Altern Med Rev 2005;10:123-7.
  30. Godfrey HR, Godfrey NJ, Godfrey JC, Riley D. A randomized clinical trial on the treatment of oral herpes with topical zinc oxide/glycine. Altern Ther Health Med 2001;7:49-56.
  31. Prasad AS, Fitzgerald JT, Bao B, et al. Duration of symptoms and plasma cytokine levels in patients with the common cold treated with zinc acetate. A randomized, double-blind, placebo-controlled trial. Ann Intern Med 2000;133:245-52.
  32. Mossad SB, Macknin ML, Medendorp SV, Mason P. Zinc gluconate lozenges for treating the common cold. A randomized, double-blind, placebo-controlled study. Ann Intern Med 1996;125:81-8.
  33. Godfrey JC, Conant Sloane B, Smith DS, et al. Zinc gluconate and the common cold: a controlled clinical study. J Int Med Res 1992;20:234-6.
  34. Al-Nakib W, Higgins PG, Barrow I, et al. Prophylaxis and treatment of rhinovirus colds with zinc gluconate lozenges. J Antimicrob Chemother 1987;20:893-901.
  35. Brody I. Topical treatment of recurrent herpes simplex and post-herpetic erythema multiforme with low concentrations of zinc sulphate solution. Br J Dermatol 1981;104:191-4.
  36. Farr BM, Conner EM, Betts RF, et al. Two randomized controlled trials of zinc gluconate lozenge therapy of experimentally induced rhinovirus colds. Antimicrob Agents Chemother 1987;31:1183-7. 
  37. Zarembo JE, Godfrey JC, Godfrey NJ. Zinc(II) in saliva: determination of concentrations produced by different formulations of zinc gluconate lozenges containing common excipients. J Pharm Sci 1992;81:128-30.
  38. Macknin ML, Piedmonte M, Calendine C, et al. Zinc gluconate lozenges for treating the common cold in children: a randomized, controlled trial. JAMA 1998;279:1962-7.
  39. Dreno B, Trossaert M, Boiteau HL, Litoux P. Zinc salts effects on granulocyte zinc concentration and chemotaxis in acne patients. Acta Derm Venereol 1992;72:250-2.
  40. Amer M, Bahgat MR, Tosson Z, et al. Serum zinc in acne vulgaris. Int J Dermatol 1982;21:481-4.
  41. Michaelsson G, Vahlquist A, Juhlin L. Serum zinc and retinol-binding protein in acne. Br J Dermatol 1977;96:283-6.
  42. Michaelsson G, Ljunghall K. Patients with dermatitis herpetiformis, acne, psoriasis and Darier's disease have low epidermal zinc concentrations. Acta Derm Venereol 1990;70:304-8.
  43. Goransson K, Liden S, Odsell L. Oral zinc in acne vulgaris: a clinical and methodological study. Acta Derm Venereol 1978;58:443-8.
  44. Gupta VL, Chaubey BS. Efficacy of zinc therapy in prevention of crisis in sickle cell anemia: a double blind, randomized controlled clinical trial. J Assoc Physicians India 1995;43:467-9.
  45. Prasad AS, Beck FW, Kaplan J, et al. Effect of zinc supplementation on incidence of infections and hospital admissions in sickle cell disease (SCD). Am J Hematol 1999;61:194-202.
  46. Zemel BS, Kawchak DA, Fung EB, et al. Effect of zinc supplementation on growth and body composition in children with sickle cell disease. Am J Clin Nutr 2002;75:39-7.
  47. Hillstrom L, Pettersson L, Hellbe L, et al. Comparison of oral treatment with zinc sulphate and placebo in acne vulgaris. Br J Dermatol 1977;97:681-4.
  48. Leonard MB, Zemel BS, Kawchak DA, et al. Plasma zinc status, growth, and maturation in children with sickle cell disease. J Pediatr 1998;132:467-71.
  49. Prasad AS. Zinc deficiency in patients with sickle cell disease. Am J Clin Nutr 2002;75:181-2.
  50. Meynadier J. Efficacy and safety study of two zinc gluconate regimens in the treatment of inflammatory acne. Eur J Dermatol 2000 May;10:269-73.
  51. Michaelsson G, Juhlin L, Vahlquist A. Effects of oral zinc and vitamin A in acne. Arch Dermatol 1977;113:31-6.
  52. Dreno B, Amblard P, Agache P, et al. Low doses of zinc gluconate for inflammatory acne. Acta Derm Venereol 1145;69:541-3.
  53. Orris L, Shalita AR, Sibulkin D, et al. Oral zinc therapy of acne. Absorption and clinical effect. Arch Dermatol 1978;120:1018-20.
  54. Weismann K, Wadskov S, Sondergaard J. Oral zinc sulphate therapy for acne vulgaris. Acta Derm Venereol 1977;57:357-60.
  55. Pierard-Franchimont C, Goffin V, Visser JN, et al. A double-blind controlled evaluation of the sebosuppressive activity of topical erythromycin-zinc complex. Eur J Clin Pharmacol 1995;49:57-60.
  56. Feucht CL, Allen BS, Chalker DK, et al. Topical erythromycin with zinc in acne. A double-blind controlled study. J Am Acad Dermatol 1980;3:483-91.
  57. Schachner L, Eaglstein W, Kittles C, Mertz P. Topical erythromycin and zinc therapy for acne. J Am Acad Dermatol 1990;22:253-60.
  58. Habbema L, Koopmans B, Menke HE, et al. A 4% erythromycin and zinc combination (Zineryt) versus 2% erythromycin (Eryderm) in acne vulgaris: a randomized, double-blind comparative study. Br J Dermatol 1145;121:497-502.
  59. McElroy BH, Miller SP. Effectiveness of zinc gluconate glycine lozenges (Cold-Eeze) against the common cold in school-aged subjects: a retrospective chart review. Am J Ther 2002;9:472-5.
  60. Fuse H, Kazama T, Ohta S, Fujiuchi Y. Relationship between zinc concentrations in seminal plasma and various sperm parameters. Int Urol Nephrol 1999;31:401-8.
  61. Henkel R, Bittner J, Weber R, et al. Relevance of zinc in human sperm flagella and its relation to motility. Fertil Steril 1999;71:1138-43.
  62. Chia SE, Ong CN, Chua LH, et al. Comparison of zinc concentrations in blood and seminal plasma and the various sperm parameters between fertile and infertile men. J Androl 2000;21:53-7.
  63. Hunt CD, Johnson PE, Herbel J, Mullen LK. Effects of dietary zinc depletion on seminal volume and zinc loss, serum testosterone concentrations, and sperm morphology in young men. Am J Clin Nutr 1992;56:148-57.
  64. Mohan H, Verma J, Singh I, et al. Inter-relationship of zinc levels in serum and semen in oligospermic infertile patients and fertile males. Indian J Pathol Microbiol 1997;40:451-5
  65. Omu AE, Dashti H, Al-Othman S. Treatment of asthenozoospermia with zinc sulphate: andrological, immunological and obstetric outcome. Eur J Obstet Gynecol Reprod Biol 1998;79:179-84.
  66. Zaichick VYe, Sviridova TV, Zaichick SV. Zinc in the human prostate gland: normal, hyperplastic and cancerous. Int Urol Nephrol 1997;29:565-74.
  67. Lagiou P, Wuu J, Trichopoulou A, et al. Diet and benign prostatic hyperplasia: a study in Greece. Urology 1999;54:284-90.
  68. Lawson KA, Wright ME, Subar A, et al. Multivitamin use and risk of prostate cancer in the National Institutes of Health-AARP Diet and Health Study. J Natl Cancer Inst 2007;99:754-64.
  69. Heyneman CA. Zinc deficiency and taste disorders. Ann Pharmacother 1996;30:186-7.
  70. Abu-Hamdan DK, Desai H, Sondheimer J, et al. Taste acuity and zinc metabolism in captopril-treated hypertensive male patients. Am J Hypertens 1988;1:303S-8S.
  71. Zaichick VY, Sviridova TV, Zaichick SV. Zinc concentration in human prostatic fluid: normal, chronic prostatitis, adenoma and cancer. Int Urol Nephrol 1996;28:687-94.
  72. Henkin RI, Martin BM, Agarwal RP. Efficacy of exogenous oral zinc in treatment of patients with carbonic anhydrase VI deficiency. Am J Med Sci 1999;318:392-405.
  73. Henkin RI, Martin BM, Agarwal RP. Decreased parotid saliva gustin/carbonic anhydrase VI secretion: an enzyme disorder manifested by gustatory and olfactory dysfunction. Am J Med Sci 1999;318:380-91.
  74. Ripamonti C, Zecca E, Brunelli C, et al. A randomized, controlled clinical trial to evaluate the effects of zinc sulfate on cancer patients with taste alterations caused by head and neck irradiation. Cancer 1998;82:1938-45.
  75. Henkin RI, Schecter PJ, Friedewald WT, et al. A double-blind study of the effects of zinc sulfate on taste and smell dysfunction. Am J Med Sci 1976;272:285-99.
  76. Mahajan SK, Prasad AS, Lambujon J, et al. Improvement of uremic hypogeusia by zinc: a double-blind study. Am J Clin Nutr 1980;33:1517-21.
  77. Watson AR, Stuart A, Wells FE, et al. Zinc supplementation and its effect on taste acuity in children with chronic renal failure. Hum Nutr Clin Nutr 1983;37:219-25.
  78. Sprenger KB, Bundschu D, Lewis K, et al. Improvement of uremic neuropathy and hypogeusia by dialysate zinc supplementation: a double-blind study. Kidney Int Suppl 1983;16:S315-8.
  79. Huang X, Cuajungco MP, Atwood CS, et al. Alzheimer's disease, beta-amyloid protein and zinc. J Nutr 2000;130:1488S-92S.
  80. Lovell MA, Robertson JD, Teesdale WJ, et al. Copper, iron and zinc in Alzheimer's disease senile plaques. J Neurol Sci 1998;158:47-52.
  81. Lovell MA, Xie C, Markesbery WR. Protection against amyloid beta peptide toxicity by zinc. Brain Res 1999;118:88-95.
  82. Maes M, De Vos N, Demedts P, et al. Lower serum zinc in major depression in relation to changes in serum acute phase proteins. J Affect Disord 1999;56:189-94.
  83. Rauscher AM, Fairweather-Tait SJ, Wilson PD, et al. Zinc metabolism in non-insulin dependent diabetes mellitus. J Trace Elem Med Biol 1997;11:65-70.
  84. Blostein-Fujii A, DiSilvestro RA, Frid D, et al. Short-term zinc supplementation in women with non-insulin-dependent diabetes mellitus: effects on plasma 5'-nucleotidase activities, insulin-like growth factor I concentrations, and lipoprotein oxidation rates in vitro. Am J Clin Nutr 1997;66:639-42.
  85. Tang X, Shay NF. Zinc has an insulin-like effect on glucose transport mediated by phosphoinositol-3-kinase and Akt in 3T3-L1 fibroblasts and adipocytes. J Nutr 2001;131:1414-20.
  86. Bianchi GP, Marchesini G, Brizi M, et al. Nutritional effects of oral zinc supplementation in cirrhosis. Nutr Res 2000;20:1209-89.
  87. Bhutta ZA, Bird SM, Black RE, et al. Therapeutic effects of oral zinc in acute and persistent diarrhea in children in developing countries: pooled analysis of randomized controlled trials. Am J Clin Nutr 2000;72:1516-22.
  88. Roy SK, Tomkins AM, Akramuzzaman SM, et al. Randomized, controlled trial of zinc supplementation in malnourished Bangladeshi children with acute diarrhea. Arch Dis Child 1997;77:196-200.
  89. Faruque AS, Mahalanabis D, Haque SS, et al. Double-blind, randomized, controlled trial of zinc or vitamin A supplementation in young children with acute diarrhea. Acta Paediatr 1999;88:154-60.
  90. Sazawal S, Black RE, Bhan MK, et al. Zinc supplementation in young children with acute diarrhea in India. N Engl J Med 1995;33:839-44.
  91. Penny ME, Peerson JM, Marin RM, et al. Randomized, community-based trial of the effect of zinc supplementation, with and without other micronutrients, on the duration of persistent childhood diarrhea in Lima, Peru. J Pediatr 1999;135:208-17.
  92. Bhutta ZA, Black RE, Brown KH, et al. Prevention of diarrhea and pneumonia by zinc supplementation in children in developing countries: pooled analysis of randomized controlled trials. J Pediatr 1999;135:689-97.
  93. Muller O, Becher H, van Zweeden AB, et al. Effect of zinc supplementation on malaria and other causes of morbidity in west African children: randomised double blind placebo controlled trial. BMJ 2001;322:1567.
  94. Aggarwal R, Sentz J, Miller MA. Role of zinc administration in prevention of childhood diarrhea and respiratory illnesses: a meta-analysis. Pediatrics 2007;119:1220-30.
  95. Baqui AH, Black RE, El Arifeen S, et al. Effect of zinc supplementation started during diarrhoea on morbidity and mortality in Bangladeshi children: community randomised trial. BMJ 2002;325:1059-62.
  96. Bilici M, Yildirim F, Kandil S, et al. Double-blind, placebo-controlled study of zinc sulfate in the treatment of attention deficit hyperactivity disorder. Prog Neuropsychopharmacol Biol Psychiatry 2004;28:181-90.
  97. Arnold LE, Votolato NA, Kleykamp D, et al. Does hair zinc predict amphetamine improvement of ADD/hyperactivity? Int J Neurosci 1990;50:103-7.
  98. Berger MM, Spertini F, Shenkin A, et al. Trace element supplementation modulates pulmonary infection rates after major burns: a double-blind, placebo-controlled trial. Am J Clin Nutr 1998;68:365-71.
  99. Mahajan PM, Jadhav VH, Patki AH, et al. Oral zinc therapy in recurrent erythema nodosum leprosum: a clinical study. Indian J Lepr 205;66:51-7.
  100. Mathur NK, Bumb RA, Mangal HN. Oral zinc in recurrent Erythema Nodosum Leprosum reaction. Lepr India 1983;55:547-52.
  101. Bekaroglu M, Aslan Y, Gedik Y, et al. Relationships between serum free fatty acids and zinc, and attention deficit hyperactivity disorder: a research note. J Child Psychol Psychiatry 1996;37:225-7.
  102. Toren P, Eldar S, Sela BA, et al. Zinc deficiency in attention-deficit hyperactivity disorder. Biol Psychiatry 1996;40:1308-10.
  103. Mathur NK, Bumb RA, Mangal HN, Sharma ML. Oral zinc as an adjunct to dapsone in lepromatous leprosy. Int J Lepr Other Mycobact Dis 1984;52:3-8.
  104. George J, Bhatia VN, Balakrishnan S, Ramu G. Serum zinc/copper ratio in subtypes of leprosy and effect of oral zinc therapy on reactional states. Int J Lepr Other Mycobact Dis 1991;59:20-4.
  105. Petrus EJ, Lawson KA, Bucci LR, Blum K. Randomized, double-masked, placebo-controlled clinical study of the effectiveness of zinc acetate lozenges on symptoms in allergy-tested subjects. Curr Ther Res 1998;59:595-607.
  106. Rodriguez de la Serna A, Diaz-Rubio M. Multicenter clinical trial of zinc acexamate in the prevention of nonsteroidal antiinflammatory drug induced gastroenteropathy. Spanish Study Group on NSAID Induced Gastroenteropathy Prevention. J Rheumatol 205;21:927-33.
  107. Jimenez E, Bosch F, Galmes JL, Banos JE. Meta-analysis of efficacy of zinc acexamate in peptic ulcer. Digestion 1992;51:18-26.
  108. Garcia-Plaza A, Arenas JI, Belda O, Diago A, et al. [A multicenter, clinical trial. Zinc acexamate vs famotidine in the treatment of acute duodenal ulcer. Study group of zinc acexamate]. Rev Esp Enferm Dig 1996;88:757-62.
  109. Frommer DJ. The healing of gastric ulcers by zinc sulphate. Med J Aust 1975;2:793-6.
  110. Golik A, Zaidenstein R, Dishi V, et al. Effects of captopril and enalapril on zinc metabolism in hypertensive patients. J Am Coll Nutr 1998;17:75-8.
  111. Sturniolo GC, Mestriner C, Irato P, et al. Zinc therapy increases duodenal concentrations of metallothionein and iron in Wilson's disease patients. Am J Gastroenterol 1999;94:34-8.
  112. Henkin RI, Foster DM, Aamodt RL, Berman M. Zinc metabolism in adrenal cortical insufficiency: effects of carbohydrate-active steroids. Metabolism 1984;33:491-501
  113. Brewer GJ, Dick RD, Johnson VD, et al. Treatment of Wilson's disease with zinc: XV long-term follow-up studies. J Lab Clin Med 1998;132:264-78
  114. Turk S, Bozfakioglu S, Ecder ST, et al. Effects of zinc supplementation on the immune system and on antibody response to multivalent influenza vaccine in hemodialysis patients. Int J Artif Organs 1998;21:274-278.
  115. Hoogenraad TU, Van Hattum J, Van den Hamer CJ. Management of Wilson's disease with zinc sulphate. Experience in a series of 27 patients. J Neurol Sci 1987;77:137-46.
  116. Anderson LA, Hakojarvi SL, Boudreaux SK. Zinc acetate treatment in Wilson's disease. Ann Pharmacother 1998;32:78-87.
  117. Berger MM, Shenkin A, Revelly JP, et al. Copper, selenium, zinc, and thiamine balances during continuous venovenous hemodiafiltration in critically ill patients. Am J Clin Nutr 2004;80:410-6.
  118. Kugelmas M. Preliminary observation: oral zinc sulfate replacement is effective in treating muscle cramps in cirrhotic patients. J Am Coll Nutr 2000;19:13-5.
  119. Hebel SK, ed. Drug Facts and Comparisons. 52nd ed. St. Louis: Facts and Comparisons, 1998.
  120. OTC Ingredient List. FDA Office of Nonprescription Products. March 2006. Available at: www.fda.gov/cder/Offices/OTC/Ingredient_List_P-Z.pdf.
  121. Fosmire GJ. Zinc toxicity. Am J Clin Nutr 1990;51:225-7.
  122. Blondeau JM. Expanded activity and utility of the new fluoroquinolones: a review. Clin Ther 1999;21:3-40.
  123. The Age-Related Eye Disease Study (AREDS) Research Group. The effect of five-year zinc supplementation on serum zinc, serum cholesterol and hematocrit in persons randomly assigned to treatment group in the age-related eye disease study: AREDS Report No. 7. J Nutr 2002;132:697-702.
  124. Penttila O, Hurme H, Neuvonen PJ. Effect of zinc sulfate on the absorption of tetracycline and doxycycline in man. Eur J Clin Pharmacol 1975;9:131-4.
  125. Lomaestro BM, Bailie GR. Absorption interactions with fluoroquinolones. 1995 update. Drug Saf 1995;12:314-33.
  126. Brewer GJ, Yuzbasiyan-Gurkan V, Johnson V, et al. Treatment of Wilson's disease with zinc: XI. Interaction with other anticopper agents. J Am Coll Nutr 1993;12:26-30.
  127. Seelig MS. Auto-immune complications of D-penicillamine - A possible result of zinc and magnesium depletion and of pyridoxine inactivation. J Am Coll Nutr 1982;1:207-14.
  128. Hansten PD, Horn JR. Drug Interactions Analysis and Management. Vancouver, WA: Applied Therapeutics Inc., 1997 and updates.
  129. Solecki TJ, Aviv A, Bogden JG. Effect of a chelating drug on balance and tissue distribution of four essential metals. Toxicology 1984;31:207-16.
  130. Reyes AJ, Olhaberry JV, Leary WP, et al. Urinary zinc excretion, diuretics, zinc deficiency and some side-effects of diuretics. S Afr Med J 1983;64:936-41.
  131. Wester PO. Urinary zinc excretion during treatment with different diuretics. Acta Med Scand 1980;208:209-12.
  132. Golik A, Modai D, Weissgarten J, et al. Hydrochlorothiazide-amiloride causes excessive urinary zinc excretion. Clin Pharmacol Ther 1987;42:42-4.
  133. Leary WP, Reyes AJ, Van der Byl K. Urinary magnesium and zinc excretion after two different single doses of amiloride in healthy adults. Curr Ther Res 1983;34:205-16.
  134. Tyrer LB. Nutrition and the pill. J Reprod Med 1984;29:547-50.
  135. King JC. Do women using oral contraceptive agents require extra zinc? J Nutr 1987;117:217-9.
  136. Smith JC, Brown ED. Effects of oral contraceptive agents on trace element metabolism - a review. In: Prasad AS (ed). Trace Elements in Human Health and Disease. Vol.II, Essential and Toxic Elements. New York: Academic Press, 1976. 315-45.
  137. Prasad AS, Oberleas D, Lei KY, et al. Effect of oral contraceptive agents on nutrients: I. Minerals. Am J Clin Nutr 1975;28:377-84.
  138. Prema K, Ramalakshmi Ba, Babu S. Serum copper and zinc in hormonal contraceptive users. Fertil Steril 1980;33;267-71.
  139. Sturniolo GC, Montino MC, Rossetto L, et al. Inhibition of gastric acid secretion reduces zinc absorption in man. J Am Coll Nutr 1991;10:372.
  140. McNeil JJ, Anderson A, Christophidis N, et al. Taste loss associated with oral captopril treatment. BMJ 1979;448:1555-6.
  141. Smit AJ, Hoorntje SJ, Donker AJ. Zinc deficiency during captopril treatment. Nephron 1983;34:196-7.
  142. Wood RJ, Zheng JJ. High dietary calcium intakes reduce zinc absorption and balance in humans. Am J Clin Nutr 1997;65:1803-9.
  143. McKenna AA, Ilich JZ, Andon MB, et al. Zinc balance in adolescent females. Am J Clin Nutr 1997;65:1460-4.
  144. Food and Nutrition Board, Institute of Medicine. Dietary Reference Intakes for Calcium, Phosphorus, Magnesium, Vitamin D, and Fluoride. Washington, DC: National Academy Press, 1999. Available at: http://books.nap.edu/books/0309063507/html/index.html.
  145. Broun ER, Greist A, Tricot G, Hoffman R. Excessive zinc ingestion. A reversible cause of sideroblastic anemia and bone marrow depression. JAMA 1990;264:1441-3.
  146. Atik OS. Zinc and senile osteoporosis. J Am Geriatr Soc 1983;31:790-1
  147. Faure P, Benhamou PY, Perard A, et al. Lipid peroxidation in insulin-dependent diabetic patients with early retina degenerative lesions: effects of an oral zinc supplementation. Eur J Clin Nutr 1995;49:282-8.
  148. Hahn CJ, Evans GW. Absorption of trace metals in the zinc-deficient rat. Am J Physiol 1975;228:1020-3.
  149. O'Brien KO, Zavaleta N, Caulfield LE, et al. Prenatal iron supplements impair zinc absorption in pregnant Peruvian women. J Nutr 2000 130:2251-5.
  150. Shils ME, Olson JA, Shike M, Ross AC, eds. Modern Nutrition in Health and Disease. 9th ed. Baltimore, MD: Williams & Wilkins, 1999.
  151. Valberg LS, Flanagan PR, Chamberlain MJ. Effects of iron, tin, and copper on zinc absorption in humans. Am J Clin Nutr 1984;40:536-41.
  152. Crofton RW, Gvozdanovic D, Gvozdanovic S, et al. Inorganic zinc and the intestinal absorption of ferrous iron. Am J Clin Nutr 1145;50:141-4.
  153. Rossander-Hulten L, Brune M, Sandstrom B, et al. Competitive inhibition of iron absorption by manganese and zinc in humans. Am J Clin Nutr 1991;54:152-6.
  154. O'Brien KO, Zavaleta N, Caulfield LE, et al. Influence of prenatal iron and zinc supplements on supplemental iron absorption, red blood cell iron incorporation, and iron status in pregnant Peruvian women. Am J Clin Nutr 1999;69:509-15.
  155. Donangelo CM, Woodhouse LR, King SM, et al. Supplemental zinc lowers measures of iron status in young women with low iron reserves. J Nutr 2002;132:1860-4.
  156. Solomons NW, Jacob RA. Studies on the bioavailability of zinc in humans: effects of heme and nonheme iron on the absorption of zinc. Am J Clin Nutr 1981;34:475-82.
  157. Davidsson L, Almgren A, Sandstrom B, Hurrell RF. Zinc absorption in adult humans: the effect of iron fortification. Br J Nutr 1995;74:417-25.
  158. Zumkley H, Bertram HP, Vetter H, et al. Zinc metabolism during captopril treatment. Horm Metab Res 1985;17;256-8.
  159. O'Connor DT, Strause L, Saltman P, et al. Serum zinc is unaffected by effective captopril treatment of hypertension. J Clin Hypertens 1987;3:405-8.
  160. Weismann K, Hoyer H. Serum zinc levels during oral glucocorticoid therapy. J Invest Dermatol 1986;86:715-6.
  161. Yunice AA, Czerwinski AW, Lindeman RD. Influence of synthetic corticosteroids on plasma zinc and copper levels in humans. Am J Med Sci 1981;282:68-74.
  162. Scott R, Ferrie B, McLelland A, Fell GS. The effect of steroid therapy on serum trace metal levels in sub-fertile males. Urol Res 1984;12:213-5.
  163. Ellul-Micallef R, Galdes A, Fenech FF. Serum zinc levels in corticosteroid-treated asthmatic patients. Postgrad Med J 1976;52:148-50.
  164. Flynn A, Pories WJ, Strain WH, et al. Rapid serum zinc depletion associated with corticosteroid therapy. Lancet 1971;2:1169-72.
  165. Aydinok Y, Coker C, Kavakli K, et al. Urinary zinc excretion and zinc status of patients with beta-thalassemia major. Biol Trace Elem Res 1999;70:165-72.
  166. Canatan D, Temimhan N, Dincer N, et al. Continuous desferrioxamine infusion by an infusor in thalassemia major. Acta Paediatrica 1999;88:550-2.
  167. Silliman CC, Peterson VM, Mellman DL, et al. Iron chelation by deferoxamine in sickle cell patients with severe transfusion-induced hemosiderosis: a randomized, double-blind study of the dose-response relationship. J Lab Clin Med 1993;122:48-54.
  168. Schiliro G, Russo A, Azzia N, et al. Leukocyte alkaline phosphatase (LAP). A useful marker of zinc status in beta-thalassemic patients. Am J Ped Hematol Oncol 1987;9:149-52.
  169. Ozutemiz AO, Aydin HH, Isler M, et al. Effect of omeprazole on plasma zinc levels after oral zinc administration. Ind J Gastroenterol 2002;21:216-8.
  170. Serfaty-Lacrosniere C, Wood RJ, Voytko D, et al. Hypochlorhydria from short-term omeprazole treatment does not inhibit intestinal absorption of calcium, phosphorus, magnesium, or zinc from food in humans. J Am Coll Nutr 1995;14:364-8.
  171. Personal communication: Pantoprazole IV - safety and tolerability of EDTA. Medical Information Department, Wyeth Pharmaceuticals Inc., Philadelphia, PA. February 24, 2005.
  172. Von Hoff DD. Phase I trials of dexrazoxane and other potential applications for the agent. Semin Oncol 1998;25:31-6.
  173. Hasinoff BB. Chemistry of dexrazoxane and analogues. Semin Oncol 1998;24:3-9.
  174. Cantilena LR, Klaassen CD. The effect of chelating agents on the excretion of endogenous metals. Toxicol Appl Pharmacol 1982;63:344-50.
  175. Thomas DJ, Chisholm JJ. Lead, zinc, and copper decorporation during calcium disodium ethylenediamine tetraacetate treatment of lead-poisoned children. J Pharmacol Exp Ther 1986;239:829-35.
  176. American Academy of Pediatrics Committee on Drugs. Treatment guidelines for lead exposure in children. Pediatrics 1995;96:155-60.
  177. Allain P, Mauras Y, Premel-Cabic A, et al. Effects of an EDTA infusion on the urinary elimination of several elements in healthy subjects. Br J Clin Pharmacol 1991;31:347.
  178. Lonnerdal B. Dietary factors influencing zinc absorption. J Nutr 2000;130:1378s-83s
  179. Krone CA, Wyse EJ, Ely JT. Cadmium in zinc-containing mineral supplements. Int J Food Sci Nutr 2001;52:379-82.
  180. Weismann K. Chelating drugs and zinc. Dan Med Bull 1986;33:208-11.
  181. De Palma P, Franco F, Bragliani G, et al. The incidence of optic neuropathy in 84 patients treated with ethambutol. Metab Pediatr Syst Ophthalmol 1145;12:80-2.
  182. Mahalanabis D, Chowdhury A, Jana S, et al. Zinc supplementation as adjunct therapy in children with measles accompanies by pneumonia: a double-blind, randomized controlled trial. Am J Clin Nutr 2002;76:604-7.  
  183. Akhondzadeh S, Mohammadi MR, Khademi M. Zinc sulfate as an adjunct to methylphenidate for the treatment of attention deficit hyperactivity disorder in children :a double blind and randomized trial. BMC Psychiatry 2004;4:9
  184. Agte VV, Chiplonkar SA, Gokhale MK. Interaction of riboflavin with zinc bioavailability. Ann NY Acad Sci 1992;669:314-6.
  185. Khedun SM, Naicker T, Maharaj B. Zinc, hydrochlorothiazide and sexual dysfunction. Cent Afr J Med 1995;41:312-5.
  186. Campbell IA, Elmes PC. Ethambutol and the eye: zinc and copper (letter). Lancet 1975;2:711.
  187. Birmingham CL, Goldner EM, Bakan R. Controlled trial of zinc supplementation in anorexia nervosa. Int J Eat Disord 205;15:251-5.  
  188. Palm R, Hallmans G. Zinc and copper metabolism in phenytoin therapy. Epilepsia 1982;23:453-61.
  189. Cohanim M, Yendt ER. The effects of thiazides on serum and urinary zinc in patients with renal calculi. Johns Hopkins Med J 1975;136:137-44.
  190. Mountokalakis T, Dourakis S, Karatzas N, et al. Zinc deficiency in mild hypertensive patients treated with diuretics. J Hypertens Suppl 1984;2:S571-2.  .
  191. Relea P, Revilla M, Ripoll E, et al. Zinc, biochemical markers of nutrition, and type I osteoporosis. Age Ageing 1995;24:303-7.
  192. Nielsen FH, Milne DB. A moderately high intake compared to a low intake of zinc depresses magnesium balance and alters indices of bone turnover in postmenopausal women. Eur J Clin Nutr 2004;58:703-10.
  193. Ducray A, Bondier JR, Michel G, et al. Recovery following peripheral destruction of olfactory neurons in young and adult mice. Eur J Neurosci 2002;15:1907-17.
  194. Spencer H, Norris C, Williams D. Inhibitory effects of zinc on magnesium balance and magnesium absorption in man. J Am Coll Nutr 205;13:479-84.   .
  195. Khanna VJ, Shieh S, Benjamin J, et al. Necrolytic acral erythema associated with hepatitis C effective treatment with interferon alfa and zinc. Arch Dermatol 2000;136:755-7.
  196. Vir SC, Love AH. Zinc and copper nutriture of women taking oral contraceptive agents. Am J Clin Nutr 1981;34:1479-83.
  197. Oberleas D, Prasad AS. Factors affecting zinc homeostasis. In: Prasad AS (ed). Trace Elements in Human Health and Disease. Vol 1, zinc and copper. Academic Press, New York, 1976.  Moser-Veillon PB. Zinc: consumption patterns and dietary recommendations. J Am Diet Assoc 1990;90:1089-93
  198. Liukko P, Erkkola R, Pakarinen P, et al. Trace elements during 2 years' oral contraception with low-estrogen preparations. Gynecol Obstet Invest 1988;25:113-7.
  199. Katz RL, Keen CL, Litt IF, et al. Zinc deficiency in anorexia nervosa. J Adolesc Health Care 1987;8:400-6.
  200. Bhandari N, Bahl R, Taneja S, et al. Effect of routine zinc supplementation on pneumonia in children aged 6 months to 3 years: randomised controlled trial in an urban slum. BMJ 2002;324:1358.
  201. King AB, Schwartz R. Effects of the antituberculous drug ethambutol on zinc absorption, turnover and distribution in rats fed diets marginal and adequate in zinc. J Nutr 1987;117:704-8.
  202. Sazawal S, Black RE, Menon VP, et al. Zinc supplementation in infants born small for gestational age reduces mortality: a prospective, randomized, controlled trial. Pediatrics 2001;108:1280-6.
  203. Strause L, Saltman P, Smith KT, et al. Spinal bone loss in postmenopausal women supplemented with calcium and trace minerals. J Nutr 205;124:1060-4.
  204. Jafek BW, Linschoten M, Murrow BW. Zicam Induced Anosmia. American Rhinologic Society 49th Annual Fall Scientific Meeting abstract. Orlando, Florida. September 20, 2003. http://app.american-rhinologic.org/programs/2003ARSFallProgram071503.pdf (Accessed 24 November 2003).
  205. Uebayashi H, Hatanaka T, Kanemura F, Tonosaki K. Acute anosmia in the mouse: behavioral discrimination among the four basic taste substances. Physiol Behav 2001;72:291-6.   McBride K, Slotnick B, Margolis FL. Does intranasal application of zinc sulfate produce anosmia in the mouse? An olfactometric and anatomical study. Chem Senses 2003;28:659-70.
  206. Burd GD. Morphological study of the effects of intranasal zinc sulfate irrigation on the mouse olfactory epithelium and olfactory bulb. Microsc Res Tech 1993;24:195-213. Mayer AD, Rosenblatt JS. Peripheral olfactory deafferentation of the primary olfactory system in rats using ZnSO4 nasal spray with special reference to maternal behavior. Physiol Behav 1993;53:587-92.
  207. DeCook CA, Hirsch AR. Anosmia due to inhalational zinc: a case report (abstract). Chem Senses 2000;25:659.
  208. Public Health Advisory. Loss of sense of smell with intranasal cold remedies containing zinc. U.S. Food and Drug Administration, June 16, 2009. Available at: http://www.fda.gov/Drugs/DrugSafety/PublicHealthAdvisories/ucm166059.htm (Accessed 16 June 2009).
  209. Dooren JC. FDA warns against use of Zicam. The Wall Street Journal, June 16, 2009. Available at http://online.wsj.com/article/SB124516778692319231.html#mod=djemHL?mg=co... (Accessed 16 June 2009).
  210. Alexander TH, Davidson TM. Intranasal zinc and anosmia: the zinc-induced anosmia syndrome. Laryngoscope 2006;116:217-20.    
  211. Health Canada / GlaxoSmithKline Consumer Healthcare. Association of long-term, excessive use of zinc-containing Poli-Grip products with myeloneuropathy and blood dyscrasias. February 18, 2010. Available at: http://hc-sc.gc.ca/dhp-mps/alt_formats/pdf/medeff/advisories-avis/prof/2....
  212. GlaxoSmithKline Consumer Advisory. GlaxoSmithKline (GSK) warns about a potential health risk associated with long-term, excessive use of GSK's zinc-containing denture adhesives Super Polygrip Original, Ultra Fresh and Extra Care. February 18, 2010. Available at: www.gsk.com/media/consumer-advisories/US.pdf.
  213. Hurd RW, Van Rinsvelt HA, Wilder BJ, et al. Selenium, zinc, and copper changes with valproic acid: possible relation to drug side effects. Neurology 1984;34:1393-5.
  214. Jackson JL, Lesho E, Peterson C. Zinc and the common cold: a meta-analysis revisited. J Nutr 2000;130:1512S-5S.
  215. Agren MS. Studies on zinc in wound healing. Acta Derm Venereol Suppl (Stockh) 1990;154:1-36.
  216. Henderson LM, Brewer GJ, Dressman JB, et al. Effect of intragastric pH on the absorption of oral zinc acetate and zinc oxide in young healthy volunteers. JPEN J Parenter Enteral Nutr 1995;19:393-7.
  217. Beutler KT, Pankewycz O, Brautigan DL. Equivalent uptake of organic and inorganic zinc by monkey kidney fibroblasts, human intestinal epithelial cells, or perfused mouse intestine. Biol Trace Elem Res 1998;61:19-31.

Gerelateerde aandoeningen

Aandoening Dagdosering*
Aften 2 x daags 7 mg
Glossitis 1 x daags 30 mg
Hypothyreoïdie 1 x daags 30 µg
Keelontsteking 3-4 maal daags 7 µg
Levercirrose 1 x daags 30 mg
Lupus Erythematodes 1 x daags 30 mg
Maculadegeneratie 3 x daags 7 mg
Metabool Syndroom 1 x daags 30 mg
Nagel | brokkelig | splijten 1 x daags 15 mg
Reuk- en smaakverlies 4 x daags 7 mg
Verkoudheid 6 x daags 7 mg
Vruchtbaarheid mannen, verminderd 1 x daags 30 mg
Ziekte van Pfeiffer 3 x daags 15 mg