D-Mannose

Synoniem: 
Carubinose
D-Manosa
Mannose
Seminose

Wetenschappelijke naam

D-Mannose

Inleiding

D-Mannose is lichaamseigen stof, een essentieel suiker. D-Mannose heeft een prettige smaak. D-Mannose komt voor in de natuur, en wordt zelf door ons lichaam gemaakt. Vaak is er een klein beetje D-Mannose aanwezig in vruchten zoals ananas en cranberry en andere bessen. D-mannose wordt verkregen uit een extract van natuurlijke materialen zoals beuken- en berkenhout. Het is een enkelvoudige suiker (monosacharide) in witte poedervorm.

Werking

D-mannose wordt gebruikt voor urineweginfecties (UWI) en voor de behandeling van koolhydraat-deficiënt glycoproteïne syndroom, een erfelijke stofwisselingsziekte (11, 12).

D-mannose is een 6 koolstof suiker en een isomeer van dextrose. Het verschilt van dextrose alleen in de positie van de hydroxylgroep op de tweede koolstof (1). Het is voornamelijk afkomstig van glucose via het enzym fosfomannose isomerase (PMI). Aanvullende D-Mannose wordt goed geabsorbeerd in het maagdarmkanaal. D-mannose wordt gebruikt door het lichaam voor de glycosylering van eiwitten en fibroblast activiteiten. Het is aanwezig in kleine hoeveelheden in het bloed, ongeveer 100 keer minder dan glucose (2, 3).

Mensen met een zeldzame genetische deficiëntie van PMI, die bekend staan als koolhydraat-deficiënt glycoproteïne syndroom type 1, verliesen eiwit via de darmen, en hebben leverziekte, hypoglykemie, en bloedstolling aandoeningen. PMI deficiëntie elimineert of vermindert de synthese van mannose 6-fosfaat uit fructose-6-fosfaat. Aanvullende D-Mannose lijkt dit tekort te overwinnen (3, 4).

Suppletie met D-Mannose kan interfereren met de aanhechting van de E-coli bacteriën aan de urinewegen waardoor urineweginfecties voorkomen kunnen worden (1). De zogenaamde uropathogene E-coli bacteriën hebben kleine haartjes, fimbriae, waarmee ze zich kunnen hechten aan het epitheel van de urinewegen. Deze haartjes bevatten een bindingsstof FimH, een zogenaamd type 1 adhesine, dat specifiek aan D-mannose hecht. Het nemen van D-Mannose kan de bacteriën binden en de aanhechting op vagina en urineweg leider tegengaan (5, 6, 12). Onderzoek laat zien dat D-Mannose geheel of gedeeltelijk de E-coli bacteriën stammen remmen (7).

Het heeft een uiterst prettige eigenschap voor iedereen die (regelmatig) last heeft van urineweginfecties. D-mannose doodt namelijk geen bacteriën, zoals bijvoorbeeld antibiotica wel doen, met alle nadelige bijwerkingen van dien. D-Mannose maakt deel uit van eiwitten die voorkomen op de cellen van de urinewegen. De E-coli kan zich hier aan het cellulaire D-mannose verankeren en koloniseren. Over het algemeen is het eigen immuunsysteem in staat om de infectie direct te bestrijden maar soms lukt het de bacterie om tot het cytoplasma van de dekcellen door te dringen en zo een voedingsbodem te vinden om zich verder voort te planten. Hierdoor ontstaat een blaas- en urineweg infectie. Wanneer D-Mannose wordt ingenomen en er voldoende van dit suiker aanwezig is in de urinewegen zal FimH van de E-coli in toenemende mate bezet worden waardoor de E-coli bacterie niet kan vasthechten. De bacterie wordt hierbij door de overvloed aan vrij D-mannose, losgemaakt van de urotheliale cellen terwijl nieuwe invasies voorkomen worden

D-Mannose heeft het voordeel dat direct na inname wordt het geabsorbeerd in het bovenste deel van het maagdarmkanaal waarbij het in de lever niet wordt omgezet in glycogeen, maar direct in de bloedstroom komt. Onveranderd wordt het via de nieren en de urinewegen uitgescheiden. Het heeft geen invloed op het glucosemetabolisme en kan door diabetes zonder problemen genomen worden (13). Een ander groot voordeel van D-Mannose ten opzichte van gebruik van antibiotica is dat de bacterie niet resistent kan worden en dat het immuunsysteem en de darmflora gespaard blijfven. Het wordt beschouwd als een ideaal therapeutisch middel tegen urineweginfecties veroorzaakt door de E-coli bacterie.

Indicaties

De primaire indicatie van D-Mannose is in het bijzonder blaas- en urineweg ontsteking die zijn gebaseerd op een infectie met E-coli. In 90% van de blaasontstekingen is dit het geval. Indien er na 24 uur geen verbetering optreedt met het correcte gebruik (zie dosering) van D-Mannose is het waarschijnlijk dat de infectie door een andere bacterie is veroorzaakt en dan zal een behandeling met antibiotica wellicht nodig zijn.

Blaasontsteking:

  1. De blaasontsteking die optreedt bij geslachtsgemeenschap. Sommige vrouwen zijn hier gevoelig voor (14).
  2. Een steeds terugkerende blaasontsteking bij vrouwen die door antibiotica steeds moeilijker te bestrijden is door de resistentie. Complicaties kunnen op termijn optreden en leiden tot nier schade. D-Mannose kan ook hier uitkomst bieden (mits veroorzaakt door de E-coli).
  3. Bij urineweginfecties veroorzaakt door katheterisatie. D-Mannose kan preventief helpen dat E-coli niet gaat hechten. Ook mannen met prostaatproblemen die door een zwakke urinestraal niet goed in staat zijn om de bacterie weg te spoelen en zodoende last krijgen van een ontsteking kunnen baat hebben van D-Mannose.

Dosering

Als onderhoudsdosering: 1 tot 3 x daags 1 capsule van 500 mg. Bij ontsteking: gedurende de eerste 4 dagen een dubbele dosering of elke 3 uur 2 capsules van 500 mg tot de klachten aanzienlijk zijn vermindert daarna overgaan op lagere dosering totdat de klachten zijn verdwenen. Na 24 uur moet er van een verbetering sprake zijn anders kan het een andere bacterie zijn dan de E-coli.

Synergie

Pré en probiotica hebben een positieve uitwerking op het falende immuunsysteem (15).

Veiligheid

D-Mannose is volkomen veilig te gebruiken (8, 9, 10). Bij zwangerschap is te weinig onderzoek gedaan om de veiligheid vast te stellen. Het lijkt erop dat het veilig gebruikt kan worden aangezien het een lichaamseigen stof is.

Bijwerkingen

D-Mannose kan winderigheid veroorzaken (8).

Interacties met medicijnen

Niet bekend

Interacties met kruiden

Niet bekend

Referenties: 
  1. Michaels EK, Chmiel JS, Plotkin BJ, Schaeffer AJ. Effect of D-mannose and D-glucose on Escherichia coli bacteriuria in rats. Urol Res 1983;11:97.
  2. Hendriksz CJ, McClean P, Henderson MJ, et al. Successful treatment of carbohydrate deficient glycoprotein syndrome type 1b with oral mannose. Arch Dis Child 2001;85:339-40.
  3. Westphal V, Kjaergaard S, Davis JA, et al. Genetic and metabolic analysis of the first adult with congenital disorder of glycosylation type Ib: long-term outcome and effects of mannose supplementation. Mol Genet Metab 2001;73:77-85.
  4. Neeser JR, Koellreutter B, Wuersch P. Oligomannoside-Type Glycopeptides Inhibiting Adhesion of Escherichia coli Strains Mediated by Type 1 Pili: Preparation of Potent Inhibitors from Plant Glycoproteins. Infection and Immunity. 1986; 52(2); 428-36.
  5. Venegas MF, Navas EL, Gaffney RA, et al. Binding of type 1-piliated Escherichia coli to vaginal mucus. Infect Immun 1995;63:416-22.
  6. Westphal V, Kjaergaard S, Davis JA, et al. Genetic and metabolic analysis of the first adult with congenital disorder of glycosylation type Ib: long-term outcome and effects of mannose supplementation. Mol Genet Metab 2001;73:77-85.
  7. de Lonlay P, Cuer M, Vuillaumier-Barrot S, et al. Hyperinsulinemic hypoglycemia as a presenting sign in phosphomannose isomerase deficiency: A new manifestation of carbohydrate-deficient glycoprotein syndrome treatable with mannose. J Pediatr 1999;135:379-83.
  8. Alton G, Hasilik M, Niehues R, et al. Direct utilization of mannose for mammalian glycoprotein biosynthesis. Glycobiology 1998;8:285-95.
  9. Niehues R, Hasilik M, Alton G, et al. Carbohydrate-deficient glycoprotein syndrome type Ib. Phosphomannose isomerase deficiency and mannose therapy. J Clin Invest 1998;101:1414-20.
  10. Schaeffer AJ, Chmiel JS, Duncan JL, Falkowski WS. Mannose-sensitive adherence of Escherichia coli to epithelial cells from women with recurrent urinary tract infections. J Urol 1984;131:906-10.
  11. Ofek I, Goldhar J, Eshdat Y, Sharon N. The importance of mannose specific adhesins (lectins) in infections caused by Escherichia coli. Scand J Infect Dis Suppl 1982;33:61-7.
  12. Ofek I, Mosek A, Sharon N. Mannose-specific adherence of Escherichia coli freshly excreted in the urine of patients with urinary tract infections, and of isolates subcultured from the infected urine. Infect Immun 1981;34:708-11.
  13. Freinkel N, Lewis NJ, Akazawa S, et al. The honeybee syndrome - implications of the teratogenicity of mannose in rat-embryo culture. N Engl J Med 1984;310:223-30.
  14. Chena SL, Hunga CS, Pinknera JS, et al. Positive selection identifies an in vivo role for FimH during urinary tract infection in addition to mannose binding.PNAS. 2009 ; 106(52): 22439-22444.
  15. Centeno A, Davis CP, Cohen MS, et al. Modulation of Candida albicans Attachment to Human Epithelial Cells by Bacteria and Carbohydrates. Infection and Immunity 1983; 39(3):1354-60.
  16. Schembri MA, Klemm P. Biofilm Formation in a Hydrodynamic Environment by Novel FimH Variants and Ramifications for Virulence. Infection and Immunity 2001;69(3):1322-28.
  17. Hasty DL, Pak J, Pu Y, Zhang Z, et al. Tamm-Horsfall Protein Binds to Type 1 Fimbriated Escherichia coli and prevents E. coli from Binding to Uroplakin Ia and Ib Receptors. Yhe Journal of Biological Chemistry. 2001; 276(13):9924-30.
  18. Bouckaert J, Berglund J, Schembri M, et al. Receptor binding studies disclose a novel class of high-affinity inhibitors of the Escherichia coli FimH adhesin. Mol Microbiol. 2005 Jan;55(2):441-55.
  19. Klein T, Abgottspon D, Wittwer M, et al. FimH antagonists for the oral treatment of urinary tract infections: from design and synthesis to in vitro and in vivo evaluation. J Med Chem. 2010 Dec 23;53(24):8627-41.

Gerelateerde aandoeningen

Aandoening Dagdosering*
Blaasontsteking Start met 3 x daags 1500 mg. Wanneer de ergste klachten verdwenen zijn (meestal na een dag of drie) kan men dosering verlagen 2 x daags 1000 mg. Aan te raden als onderhoudsdosering 1 x daags 500 mg
Chronisch Vermoeidheids Syndroom 2 x daags 500 mg