Orthomoleculair kennisinstituut
Menu

Rhodiola

Wat is rhodiola?

Wetenschappelijke naam

Familie: Crassulaceae

Wat is rhodiola?

Gebruik

Rhodiola komt oorspronkelijk voor in koude, bergachtige gebieden van noordelijk Amerika, Noordoost Europa en Noord-Azië (1). In deze geografische gebieden, worden de wortels traditioneel gebruikt om zich te weren tegen psychische stress (1, 2).

Het beschikt als adaptogeen over werkzaamheid bij het verbeteren van de stemming, mentale weerbaarheid, algehele vitaliteit en uithoudingsvermogen, zo blijkt uit vele onderzoeken.

Algemene criteria voor deze groep fytotherapeutica zijn een hoge mate van veiligheid bij toepassing en, ongeacht het soort stressor, normalisatie van lichaamsfuncties na toediening. Een scherpere definitie van adaptogenen spreekt over metabolische regulatoren die de capaciteit van een organisme vergroten om zich aan te passen aan stressvolle omgevingsfactoren en fysiologische schade te voorkomen.

Rhodiola wordt gebruikt voor het verhogen van de energie, weerstand, kracht en mentale capaciteit en helpt het lichaam als adaptogeen beter bestand te zijn tegen psychische, chemische en omgevingsstress. Het wordt ook gebruikt om sportprestaties te verbeteren, sexuele functie, depressie, angst, hartproblemen zoals hartritmestoornissen en cholesterol te verbeteren.

Rhodiola behoort tot de meest onderzochte adaptogenen. Meer dan 200 verschillende soorten rhodiola zijn geïdentificeerd en ten minste 20 variaties zijn als medicijn terug te vinden in traditionele geneeswijzen. De gezondheidsclaim voor Rhodiola rosea is door de EFSA (European Food Safety Authority) gedefinieerd als zijnde bij te dragen aan een optimale mentale en cognitieve conditie.

Rhodiola wordt tevens gebruikt voor het behandelen van kanker, tuberculose en diabetes, ter voorkoming van verkoudheid en griep, veroudering en leverschade; het verbeteren van het gehoor en het versterken van het zenuwstelsel, verbeteren van immuniteit en het verkorten van de herstelperiode na langdurige arbeid en sport.

Vroege bronnen uit Zweden en IJsland, waaronder het oudste, Zweedse farmaceutisch compendium uit 1775, beschrijven de medicinale toepassing van rhodiola als zenuwtonicum en als analgeticum bij hoofdpijn en hysterie. In de tweede helft van de twintigste eeuw is het kruid decennialang intensief bestudeerd door Russische en Scandinavische wetenschappers, waarbij men positieve effecten constateerde op onder meer het cognitief functioneren, de neurotransmitterproductie en het cardiovasculaire functioneren.

Ook het dagelijks gebruik van adaptogenen bij prestatiebevordering is reeds enkele decennia onderwerp voor onderzoek. Met name Russische wetenschappers hebben in de drie decennia na de oorlog veel klinisch onderzoek laten plaatsvinden om een bijdrage te kunnen leveren aan ruimtevaart- en Olympische programma’s. Met de heimelijke introductie van staatsgestuurde dopingprogramma’s verdween het systematisch onderzoek naar de toepassing van adaptogenen naar de achtergrond. Pas de laatste decennia neemt de aandacht voor fytotherapeutische interventies als regulier alternatief toe.

Ofschoon de meeste studies van vóór 1990 wat betreft wetenschappelijke standaard als matig worden beschouwd, zijn hun uitkomsten dankbaar materiaal gebleken voor latere studies met betere onderzoeksmethodieken. De systematische analyse van klinische testen met botanische extracten kent uitdagingen, daar de gebruikte preparaten normaliter niet compleet identiek zijn, zoals wel het geval is bij synthetische medicijnen. De chemische samenstelling van fytotherapeutica is van vele factoren afhankelijk, waaronder milieufactoren, klimaat, bodemkwaliteit, verwerkingsmethode en opslagomstandigheden.

Werkzame stoffen

De rhizoma en radix van rhodiola bevatten fytosterolen, organische zuren, flavonoïden, glycosiden, vetten, fenolen en sporen van etherische oliën met maar liefst 86 bestanddelen, waarvan de monoterpenen en alcoholverbindingen de meest overheersende zijn.

De fenylpropanoïden rosavine, rosarine, rosine en rosiridine zijn typische componenten, die kenmerkend zijn voor R. rosea, en die samen met de glycoside salidroside worden gestandaardiseerd vanwege hun farmaceutisch werkzaamheid. De natuurlijke verhouding tussen de rosavines en salidroside is naar schatting 3 staat tot 1 (3, 4, 5).

De adaptogene eigenschappen van rhodiola zijn mogelijk gericht op beïnvloeding van de productie van monoamines en endorfinen in het centrale zenuwstelsel (CNS). Specifieke doseringen kunnen een modulerende uitwerking hebben op de beschikbaarheid van noradrenaline, dopamine, serotonine en acetylcholine in het CNS. Bij dierproeven is geconstateerd dat rhodiola-extract de spiegels van noradrenaline en dopamine in de cerebrale cortex en hersenstam kan verlagen en tegelijkertijd de aanwezigheid van serotonine aldaar kan verhogen (6, 7).

In de hypothalamus constateerde men daarentegen een toename van catecholaminen en een afname van serotonine. Tevens kan rhodiola indirect de beschikbaarheid van neurotransmitters verhogen door de permeabiliteit van de bloed-hersenbarrière te vergroten voor precursors van dopamine en serotonine. Verondersteld wordt dat met name de modulatie van de activiteit van monoamineoxidase en catechol-o-methyltransferase, de enzymen die verantwoordelijk zijn voor de afbraak van catecholaminen, een belangrijke eigenschap kan zijn van fytochemicaliën in rhodiola.

Een andere, waargenomen eigenschap van adaptogenen zoals rhodiola, is de regenerende en regulerende werking bij en na een stressrespons. Langdurige en ernstige stress kan leiden tot vrije radicalenschade in de mitochondria en verhoging van stressgeactiveerde proteïnekinasen, die de gevoeligheid van de glucocorticoïdreceptor sterk kunnen verminderen. Hierdoor kan de negatieve feedback van de fysiologische stressas geblokkeerd raken met tot gevolg hoge cortisolspiegels, verminderd cognitief vermogen en depressie (8, 9).

Doordat bestanddelen van adaptogenen centraal de intracellulaire expressie kunnen stimuleren van neuropeptide Y (NPY), heat shock factor en heat shock proteins, zoals HSP70, kan deze adaptogene werkzaamheid indirect normalisering van de stressrespons bewerkstelligen. In het CNS functioneert NPY als een anxiolyticum en kan het de activiteit van sympathische neuronen remmen. Niet alleen heeft NPY een functionele rol bij regulatie van de stressas, ook zijn NPY en HSP70 van significante betekenis bij cellulaire stressadaptatie, verlenging van de cellulaire levensduur, modulatie van het aangeboren immuunsysteem en optimalisering van de cerebrale energiebalans.

Zo kan rhodiola indirect bijdragen aan verbetering van de algehele vitaliteit, de mentale alertheid en het cognitief functioneren. Daarnaast kunnen adaptogenen direct via genmodulatie de aanwezigheid en expressie beïnvloeden van zogenoemde celmembraan gebonden G-protein-coupled receptors (GPCR). GPCR zijn betrokken bij psychologische processen in relatie tot stressbeleving, waaronder interacties met stemmingsgerelateerde neurotransmitters, zoals serotonine, dopamine, GABA en glutamaat; regulatie van vegetatieve en (para)sympathische neuronale activiteit; neuro-endocriene homeostasis en interactie met neurogene afweercellen. Adaptogenen kunnen zo de expressie van de serotoninereceptor 5-HT3 beïnvloeden, die normaliter een intracellulaire cascade tot stand brengt gericht op neurotransmissie. De binding van serotonine aan deze receptor stimuleert zowel centraal als perifeer neuronale communicatie. Serotoninereceptoren kunnen de afgifte van vele boodschapperstoffen stimuleren, waaronder de dominante neurotransmitters en hormonen als oxytocine, prolactine, vasopressine en cortisol.

Op deze wijze spelen serotoninereceptoren een rol bij stemming en gedrag, eetlust, cognitie, leervermogen, slaap en thermoregulatie. Bij dieronderzoek heeft men geconstateerd dat het actieve metaboliet van salidroside, p-tyrosol, een waarschijnlijke hoofdrol speelt bij de impact van rhodiola op de functionaliteit van serotoninereceptoren.

Een in-vitro-onderzoek uit 2014 geeft verdere inzage in de potentiële werkingsmechanismen van de meest actieve bestanddelen. Na behandeling van neurogliacellen met gestandaardiseerd rhodiola-extract enerzijds en de geïsoleerde bestanddelen salidroside, triandrine en tyrosol anderzijds constateerden wetenschappers significante uitwerking op de genexpressie. Het gehele extract moduleerde de expressie van 1062 genen. Salidroside, triandrine en tyrosol moduleerden respectievelijk 1052, 1062 en 1057 genen. De grootste effecten van rhodiola werden waargenomen op genen betrokken bij aandoeningen van cardiovasculaire (72 genen), metabolische, gastro-intestinale, neurologische, endocriene, sociale en psychologische aard (50, 60, 62, 63, 95, 163). Naast de genen betrokken bij de communicatie met GPCR werd tevens interactie vastgesteld met genen die betrokken zijn bij de communicatie tussen afweercellen, stikstofactiviteit in het epitheel, receptoractiviteit van glutamaat en adrenaline en sturing van intracellulaire signalering via cAMP.

Gebruik

Werking

De werkzame stoffen van Rhodiola is o.a. salidroside (10). Andere stoffen die geïdentificeerd zijn in Rhodiola zjin: kaempferol, quercetin, gallic acid, (+)-isolariciresinol-3alpha-O-beta-D-glucopyranoside, (-)-isolariciresinol-3alpha-O-beta-D-glucopyranoside, kaemperol-3-O-beta-D-glucopyranoside-7-alpha-O-L-rhamnoside, and rutin (11). Ze zorgen voor een bepaald werkingmechanisme.

Rhodiola kan mogelijk de cognitiviteit en het uithoudingsvermogen verbeteren en vermoeidheid verminderen (12).

De adaptieve eigenschappen komen voornamelijk van rosavin, salidroside en tyrosol (13).

Rhodiola kent ook een anti-verouderingseffect (14).

Uit onderzoek van Rhodiola kwamen ook een aantal anti-kankereffecten naar voren (15, 16, 17).

De antidepressieve effecten zijn ook aangetoond. Rhodiola verbetert de gemoedstoestand door de activiteit te reguleren van monoamines zoals serotonine, dopamine en norefedrine (18, 19, 20, 21, 22). Rhodiola verbetert de serotonine-niveaus in de hippocampus en repareert schade aan de neuronen (18, 23). De actieve stoffen rosavin en salidroside verminderen depressie door het transport van tryptofaan en 5 HTP te verbeteren en door het verminderen van de actie van COMT (catechol-O-methyltransferase) (24). Rhodiola heeft neurobeschermende effecten en Rhodiola verbetert het serotonine-niveau in de hippocampus en repareert de beschadigde neuronen (18, 23).

Door studies is ook gebleken dat de bloedglucose kan worden verminderd (25). Rhodiola kent ook een ontstekingsremmend effect.

Bij een studie bij mensen reduceerde Rhodiola de niveaus van C-reactieve proteïne na een sportieve actieve activiteit (26). Zowel COX1 als COX 2 werden geremd (27).

Rhodiola heeft een activiteit als antioxidant. In laboratoriumproeven maar ook bij onderzoeken naar mensen werd het niveau van gereduceerde glutathion en SOD verhoogd (1, 28, 29, 30, 31).

Salidrose heeft een anti-viraal effect, inclusief griepvirus, hepatitis en coxackie (32, 33, 34).

In verschillende studies is aangetoond dat Rhodiola een cardiobeschermende functie en een hartritme regulerende functie heeft (35, 36, 37, 38, 39, 40).

Verbetering in uithoudingsvermogen door gebruik van Rhodiola is in een experimentele studie bij mensen aangetoond (41). Het gebruik van Rhodiola extract had een gunstig effect op de bescherming van de spieren gedurende de training (26). Vermoedelijk verhoogt het de hoeveelheid ATP in de skeletspieren en verhoogt het glycogeen (42, 43, 44).

In laboratorium testen heeft Rhodiola een MAO remmend effect (21, 45).

Rhodiola heeft een effect op de immuunrespons (19, 46, 47, 48, 49, 50). Het stimuleert de lymfocyten door de interleukines (IL-2) in T-1 helper en IL-4, IL-6, IL-10) in T2-helper, te reguleren. In een onderzoek bij mensen met blaaskanker verbeterde Rhodiola de parameters van leucocyten en T cell immunity (46).

Therapeutische waarde

De laatste decennia hebben eerdere testen bij dieren en mensen aanleiding gegeven tot het doen van verder en beter onderzoek naar de specifieke, moleculaire mechanismen die verantwoordelijk kunnen zijn voor de waargenomen symptoomveranderingen na gebruik van adaptogenen. Door middel van klinische en systematische testen heeft men met diverse studies vastgesteld dat lage doseringen gestandaardiseerd extract al kunnen leiden tot verbetering van het fysieke functioneren, terwijl hogere doseringen kalmerende effecten kunnen hebben.

Werking

Veiligheid

Onderzoeken naar veiligheid zijn gedaan voornamelijk op kortdurende gebruik. Wanneer het kruid op de goede manier wordt ingenomen is het veilig te gebruiken (52, 53, 56).

Het belangrijkste ingrediënt salidroside is niet genetoxisch en is veilig te gebruiken (32, 57).

Rhodiola is niet direct bedoeld voor kinderen, er zijn geen onderzoeken beschikbaar.

Bij zwangerschap is geen onderzoek gedaan en er wordt dan standaard geadviseerd het kruid te vermijden.

Veiligheid

Interacties

Medicijnen

Cytochroom P 450 is in de lever betrokken bij metabolisatie en oxidatie van endogene en xenobiotische stoffen, zoals synthetische medicijnen. CYP 2C9 is een enzym dat een onderdeel uitmaakt van dit systeem. Rhodiola kan de activiteit van CYP2C9 beïnvloeden. Interactie met andere CYP’s werden niet vastgesteld en het efect van Rhodiola was meer uitgesproken bij mensen met een snelle levermetabolisme.

Theoretisch is het mogelijk dat Rhodiola de werking van bepaalde medicijnen versterkt zoals bloeddrukverlagende, bloedglucoseverlagende en serotonine (SSRI) verhogende medicijnen (25, 58, 59). Enige oplettendheid is geboden bij een combinatie van deze medicijnen, omdat het de werking kan versterken (60). Het is theoretisch mogelijk dat er een verhoogd risico bestaat voor ongewenste werking. Dit geldt ook voor de combinatie met kruiden die deze eigenschappen bezitten.

Ziekten

Bij dierenstudies en in vitro studies laat Rhodiola een mogelijke immuunstimulerend effect zien (47, 48, 49, 50). Theoretisch is het dus mogelijk dat Rhodiola een stimulerende reactie op het immuunsysteem heeft dat misschien niet gewenst is bij een auto-immuunziekte zoals MS, SLE of Reumatoïde artritis. Adviseer uw patiënten enige voorzichtigheid bij gebruik van Rhodiola.

Interacties

Dosering

Volwassenen

Een algemene dosering is 1 x daags 500 mg Rhodiola extract gestandaardiseerd op 3% Rosavin en 1% Salidroside of 1500 mg Rhodiola of meer wanneer het niet is gestandaardiseerd op deze hoeveelheid.

Als adaptogeen
2 x de hoeveelheid als bij algemene dosering wordt geadviseerd.

Bij angst
340 mg Rhodiola dagelijks gedurende 10 weken (52).

Bij depressie
Dosering als bij adaptogeen, bij onvoldoende resultaat verhogen naar 3 x daags (53).

Bij vermoeidheid
1 x daags 500 mg gestandaardiseerd zoals boven genoemd (55, 61).

Standaardisatie in de formulering

Onderzoeken zijn meestal uitgevoerd bij een juiste manier van standaardisatie, een goed gestandaardiseerd Rhodiola extract bevat 3% rosavins en 1% salidroside (51, 56).

Conclusie

Het medicinaal gebruik van Rhodiola kent een eeuwenoude geschiedenis, die tot in deze eeuw voortduurt. Rhodiola bezit biologische actieve bestanddelen die zowel via intra- als extracellulair werkzaamheid van invloed kunnen zijn op het fysiek, mentaal en emotioneel welbevinden. Als adaptogeen beschikt Rhodiola over bewezen werkzaamheid bij het verbeteren van de stemming, mentale weerbaarheid en het fysieke uithoudingsvermogen. Uit humane studies blijkt dat dagelijkse doseringen tussen de 340 en 680 milligram bij gediagnosticeerde patiënten significante symptoomverbetering kan geven van het geestelijk functioneren, terwijl dagelijkse doses vanaf 170 milligram al kunnen bijdragen aan verbetering van de fysieke en mentale gesteldheid bij gezonde individuen. Meer onderzoek met een hoge wetenschappelijke standaard dient plaats te vinden om verdere relevantie van en dosering bij de medicinale effecten op mensen vast te kunnen stellen.

Dosering
Referenties
  1. De Sanctis, R., De Bellis, R., Scesa, C., Mancini, U., Cucchiarini, L., and Dacha, M. In vitro protective effect of Rhodiola rosea extract against hypochlorous acid-induced oxidative damage in human erythrocytes. Biofactors 2004;20(3):147-159. View abstract
  2. Blumenthal M, ed. The Complete German Commission E Monographs: Therapeutic Guide to Herbal Medicines. Trans. S. Klein. Boston, MA: American Botanical Council, 1998.
  3. Cao, L. L., Du, G. H., and Wang, M. W. The effect of salidroside on cell damage induced by glutamate and intracellular free calcium in PC12 cells. J Asian Nat Prod Res 2006;8(1-2):159-165. View abstract.
  4. Ma G, Li W, Dou D, et al. Rhodiolosides A-E, monoterpene glycosides from Rhodiola rosea. Chem Pharm Bull 2006;54:1229-33. View abstract.
  5. Ssaratikov, A. S., Krasnov, E. A., Chnikina, L. A., Duvidson, L. M., Sotova, M. I., Marina, T. F., Nechoda, M. F., Axenova, R. A., and Tscherdinzeff, S. G. [Rhodiolosid, a new glycoside from Rhodiola rosea and its pharmacological properties]. Pharmazie 1968;23(7):392-395. View abstract.
  6. Ahumada F. Effect of Certain Adaptogenic Plant Extracts on Drug-Induced Narcosis in Female and Male Mice. Phytotherapy Research 1991;5
  7. Panossian, A. and Wagner, H. Stimulating effect of adaptogens: an overview with particular reference to their efficacy following single dose administration. Phytother Res 2005;19(10):819-838. View abstract.
  8. Zhang, S., Liu, C., Bi, H., and Wang, C. Extraction of flavonoids from Rhodiola sachlinesis A. Bor by UPE and the antioxidant activity of its extract. Nat.Prod.Res 1-20-2008;22(2):178-187. View abstract.
  9. Yu, S., Liu, L., Wen, T., Liu, Y., Wang, D., He, Y., Liang, Y., Liu, X., Xie, L., Wang, G., and Wei, W. Development and validation of a liquid chromatographic/electrospray ionization mass spectrometric method for the determination of salidroside in rat plasma: application to the pharmacokinetics study. J Chromatogr.B Analyt.Technol.Biomed.Life Sci 1-1-2008;861(1):10-15. View abstract.
  10. Li T, Xu L, Sun C. Pharmacological studies on the sedative and hypnotic effect of salidroside from the Chinese medicinal plant Rhodiola sachalinensis. Phytomedicine 2007;14:601-4. View abstract.
  11. Liu, Q., Liu, Z. L., and Tian, X. [Phenolic components from Rhodiola dumulosa]. Zhongguo Zhong.Yao Za Zhi. 2008;33(4):411-413. View abstract.
  12. Walker, T. B. and Robergs, R. A. Does Rhodiola rosea possess ergogenic properties? Int J Sport Nutr Exerc.Metab 2006;16(3):305-315. View abstract.
  13. Kucinskaite, A., Briedis, V., and Savickas, A. [Experimental analysis of therapeutic properties of Rhodiola rosea L. and its possible application in medicine]. Medicina (Kaunas.) 2004;40(7):614-619. View abstract.
  14. Jafari, M., Felgner, J. S., Bussel, I. I., Hutchili, T., Khodayari, B., Rose, M. R., Vince-Cruz, C., and Mueller, L. D. Rhodiola: a promising anti-aging Chinese herb. Rejuvenation.Res 2007;10(4):587-602. View abstract.
  15. Dement’eva, L. A. and Iaremenko, K. V. [Effect of a Rhodiola extract on the tumor process in an experiment]. Vopr.Onkol 1987;33(7):57-60. View abstract
  16. Udintsev, S. N. and Shakhov, V. P. The role of humoral factors of regenerating liver in the development of experimental tumors and the effect of Rhodiola rosea extract on this process. Neoplasma 1991;38(3):323-331. View abstract.
  17. Udintsev, S. N. and Schakhov, V. P. Decrease of cyclophosphamide haematotoxicity by Rhodiola rosea root extract in mice with Ehrlich and Lewis transplantable tumors. Eur.J Cancer 1991;27(9):1182. View abstract.
  18. Chen, Q. G., Zeng, Y. S., Qu, Z. Q., Tang, J. Y., Qin, Y. J., Chung, P., Wong, R., and Hagg, U. The effects of Rhodiola rosea extract on 5-HT level, cell proliferation and quantity of neurons at cerebral hippocampus of depressive rats. Phytomedicine. 2009;16(9):830-838. View abstract.
  19. Bocharov, E. V., Ivanova-Smolenskaya, I. A., Poleshchuk, V. V., Kucheryanu, V. G., Il’enko, V. A., and Bocharova, O. A. Therapeutic efficacy of the neuroprotective plant adaptogen in neurodegenerative disease (Parkinson’s disease as an example). Bull Exp.Biol Med 2010;149(6):682-684. View abstract.
  20. Zhang L, Yu H, Sun Y, et al. Protective effects of salidroside on hydrogen peroxide-induced apoptosis in SH-SY5Y human neuroblastoma cells. Eur J Pharmacol. 2007;564:18-25. View abstract.
  21. van, Diermen D., Marston, A., Bravo, J., Reist, M., Carrupt, P. A., and Hostettmann, K. Monoamine oxidase inhibition by Rhodiola rosea L. roots. J Ethnopharmacol. 3-18-2009;122(2):397-401. View abstract.
  22. Kelly GS. Rhodiola rosea: a possible plant adaptogen. Altern Med Rev 2001;6:293-302. View abstract.
  23. Qin, Y. J., Zeng, Y. S., Zhou, C. C., Li, Y., and Zhong, Z. Q. [Effects of Rhodiola rosea on level of 5-hydroxytryptamine, cell proliferation and differentiation, and number of neuron in cerebral hippocampus of rats with depression induced by chronic mild stress]. Zhongguo Zhong.Yao Za Zhi. 2008;33(23):2842-2846. View abstract.
  24. Chen, Q. G., Zeng, Y. S., Tang, J. Y., Qin, Y. J., Chen, S. J., and Zhong, Z. Q. [Effects of Rhodiola rosea on body weight and intake of sucrose and water in depressive rats induced by chronic mild stress]. Zhong.Xi.Yi.Jie.He.Xue.Bao. 2008;6(9):952-955. View abstract.
  25. Kim SH, Hyun SH, Choung SY. Antioxidative effects of Cinnamomi cassiae and Rhodiola rosea extracts in liver of diabetic mice. Biofactors 2006;26:209-19. View abstract.
  26. Abidov M, Grachev S, Seifulla RD, Ziegenfuss TN. Extract of Rhodiola rosea radix reduces the level of C-reactive protein and creatinine kinase in the blood. Bull Exp Biol Med 2004;138:63-4. View abstract.
  27. Bawa, A. S. and Khanum, F. Anti-inflammatory activity of Rhodiola rosea–“a second-generation adaptogen”. Phytother.Res 2009;23(8):1099-1102. View abstract.
  28. Schriner, S. E., Avanesian, A., Liu, Y., Luesch, H., and Jafari, M. Protection of human cultured cells against oxidative stress by Rhodiola rosea without activation of antioxidant defenses. Free Radic.Biol Med 9-1-2009;47(5):577-584. View abstract.
  29. Kanupriya, Prasad, D., Sai, Ram M., Kumar, R., Sawhney, R. C., Sharma, S. K., Ilavazhagan, G., Kumar, D., and Banerjee, P. K. Cytoprotective and antioxidant activity of Rhodiola imbricata against tert-butyl hydroperoxide induced oxidative injury in U-937 human macrophages. Mol.Cell Biochem. 2005;275(1-2):1-6. View abstract.
  30. Bol’shakova, I. V., Lozovskaia, E. L., and Sapezhinskii, I. I. [Antioxidant properties of a series of extracts from medicinal plants]. Biofizika 1997;42(2):480-483. View abstract.
  31. Gupta, V., Lahiri, S. S., Sultana, S., Tulsawani, R. K., and Kumar, R. Anti-oxidative effect of Rhodiola imbricata root extract in rats during cold, hypoxia and restraint (C-H-R) exposure and post-stress recovery. Food Chem.Toxicol. 2010;48(4):1019-1025. View abstract.
  32. Zhu, J., Wan, X., Zhu, Y., Ma, X., Zheng, Y., and Zhang, T. Evaluation of salidroside in vitro and in vivo genotoxicity. Drug Chem.Toxicol. 2010;33(2):220-226. View abstract.
  33. Wang, H., Ding, Y., Zhou, J., Sun, X., and Wang, S. The in vitro and in vivo antiviral effects of salidroside from Rhodiola rosea L. against coxsackievirus B3. Phytomedicine. 2009;16(2-3):146-155. View abstract.
  34. Jeong, H. J., Ryu, Y. B., Park, S. J., Kim, J. H., Kwon, H. J., Kim, J. H., Park, K. H., Rho, M. C., and Lee, W. S. Neuraminidase inhibitory activities of flavonols isolated from Rhodiola rosea roots and their in vitro anti-influenza viral activities. Bioorg.Med Chem. 10-1-2009;17(19):6816-6823. View abstract.
  35. Arbuzov, A. G., Maslov, L. N., Burkova, V. N., Krylatov, A. V., Konkovskaia, IuN, and Safronov, S. M. [Phytoadaptogens-induced phenomenon similar to ischemic preconditioning]. Ross Fiziol Zh Im I M Sechenova 2009;95(4):398-404. View abstract.
  36. Maimeskulova, L. A. and Maslov, L. N. [Anti-arrhythmic effect of phytoadaptogens]. Eksp.Klin.Farmakol. 2000;63(4):29-31. View abstract.
  37. Maimeskulova LA, Maslov LN, Lishmanov IB, Krasnov EA. [The participation of the mu-, delta- and kappa-opioid receptors in the realization of the anti-arrhythmia effect of Rhodiola rosea]. Eksp Klin Farmakol 1997;60:38-9. View abstract.
  38. Lishmanov IB, Maslova LV, Maslov LN, Dan’shina EN. [The anti-arrhythmia effect of Rhodiola rosea and its possible mechanism]. Bull Eksp Biol Med 1993;116:175-6. View abstract.
  39. Lishmanov IB, Naumova AV, Afanas’ev SA, Maslov LN. [Contribution of the opioid system to realization of inotropic effects of Rhodiola rosea extracts in ischemic and reperfusion heart damage in vitro]. Eksp Klin Farmakol 1997;60:34-6. View abstract.
  40. Maimeskulova, L. A. and Maslov, L. N. [The anti-arrhythmia action of an extract of Rhodiola rosea and of n-tyrosol in models of experimental arrhythmias]. Eksp.Klin.Farmakol. 1998;61(2):37-40. View abstract.
  41. Baranov VB. Experimental trials of herbal adaptogen effect on the quality of operation activity, mental and professional work capacity. Contract 93-11-615 Stage 2 Phase I. Moscow, Russia: Russian Federation Ministry of Health Institute of Medical and Biological Problems 1994;
  42. Azizov, A. P. and Seifulla, R. D. [The effect of elton, leveton, fitoton and adapton on the work capacity of experimental animals]. Eksp Klin Farmakol 1998;61(3):61-63. View abstract.
  43. Saratikov, A. S., Krasnov, E. A., Chnikina, L. A., Duvidson, L. M., Sotova, M. I., Marina, T. F., Nechoda, M. F., Axenova, R. A., and Tscherdinzeff, S. G. [Rhodiolosid, a new glycoside from Rhodiola rosea and its pharmacological properties]. Pharmazie 1968;23(7):392-395. View abstract.
  44. Lee, F. T., Kuo, T. Y., Liou, S. Y., and Chien, C. T. Chronic Rhodiola rosea extract supplementation enforces exhaustive swimming tolerance. Am J Chin Med 2009;37(3):557-572. View abstract.
  45. Reviews of articles on medicinal herbs. Australian Journal of Medical Herbalism 2009;21(2):49-51.
  46. Bocharova OA, Matveev BP, Baryshnikov AI, et al. [The effect of a Rhodiola rosea extract on the incidence of recurrences of a superficial bladder cancer]. Urol Nefrol (Mosk) 1995;:46-7. View abstract.
  47. Mishra KP, Chanda S, Shukla K, Ganju L. Adjuvant effect of aqueous extract of Rhodiola imbricate rhizome on the immune responses to tetanus toxoid and ovalbumin in rats. Immunopharmacol Immunotoxicol 2010;32:141-6. View abstract.
  48. Li HX, Sze SC, Tong Y, Ng TB. Production of Th1- and Th2-dependent cytokines induced by the Chinese medicine herb, Rhodiola algida, on human peripheral blood monocytes. J Ethnopharmacol 2009;123:257-66. View abstract.
  49. Mishra KP, Ganju L, Chanda S, et al. Aqueous extract of Rhodiola imbricate rhizome stimulates Toll-like receptor 4, granzyme-B and Th1 cytokines in vitro. Immunobiology 2009;214:27-31. View abstract.
  50. Skopriska-Rozewska E, Wojcik R, Siwicki AK, et al. The effect of Rhodiola quadrifida extracts on cellular immunity in mice and rats. Pol J Vet Sci 2008;11:105-11. View abstract.
  51. Perfumi M, Mattioli L. Adaptogenic and central nervous system effects of single doses of 3% rosavin and 1% salidroside Rhodiola rosea L. extract in mice. Phytother Res 2007;21:37-43. View abstract.
  52. Bystritsky A, Kerwin L, Feusner JD. A pilot study of Rhodiola rosea (Rhodax) for generalized anxiety disorder (GAD). J Altern Complement Med 2008;14:175-80. View abstract.
  53. Darbinyan G, Aslanyan G, Amroyan E. Clinical trial of Rhodiola rosea L. extract SHR-5 in the treatment of mild to moderate depression. Nord J Psychiatry 2007;61:343-8. View abstract.
  54. Spasov AA, Wikman GK, Mandrikov VB, et al. A double-blind, placebo-controlled pilot study of the stimulating and adaptogenic effect of Rhodiola rosea SHR-5 extract on the fatigue of students caused by stress during an examination period with a repeated low-dose regimen. Phytomedicine 2000;7:85-89. View abstract.
  55. Schutgens FW, Neogi P, van Wijk EP, et al. The influence of adaptogens on ultraweak biophoton emission: a pilot-experiment. Phytother Res 2009;23:1103-8. View abstract.
  56. De Bock K, Eijnde BO, Ramaekers M, Hespel P. Acute Rhodiola rosea intake can improve endurance exercise performance. Int J Sport Nutr Exerc Metab 2004;14:298-307. View abstract.
  57. Gupta, V., Saggu, S., Tulsawani, R. K., Sawhney, R. C., and Kumar, R. A dose dependent adaptogenic and safety evaluation of Rhodiola imbricata Edgew, a high altitude rhizome. Food Chem.Toxicol. 2008;46(5):1645-1652. View abstract.
  58. Kwon YI, Jang HD, Shetty K. Evaluation of Rhodiola crenulata and Rhodiola rosea for management of type II diabetes and hypertension. Asia Pac J Clin Nutr 2006;15:425-32.
  59. Apostolidis E, Kwon YI, Shetty K. Potential of cranberry-based herbal synergies for diabetes and hypertension management. Asia Pac J Clin Nutr 2006;15:433-41. View abstract.
  60. McGovern E, McDonnell TJ. Herbal medicine-sets the heart racing! Ir Med J 2010;103:219. View abstract.
  61. Olsson EM, von Scheele B, Panossian AG. A randomised, double-blind, placebo-controlled, parallel-group study of the standardized extract shr-5 of the roots of Rhodiola rosea in the treatment of subjects with stress related fatigue. Planta Med 2009;75:105-12. View abstract.
Vind een orthomoleculaire therapeut bij jou in de buurt
Sluiten