Vitamine D3

Synoniem: 
1,25-dihydroxycholecalciferol
25-hydroxycholecalciferol
Alfacalcidol
Calcifediol
Calcipotriene
Calcitriol
Cholecalciferol
Dihydrotachysterol
Ergocalciferol
Paricalcitol

In het kort 

  • Vitamine D3 (cholecalciferol) is een in vetoplosbare, onmisbare vitamine en de beste opneembare vorm. 
  • Het (pro)hormoon vinden we in voeding van dierlijke oorsprong of maken we aan door invloed van UV-straling (zonlicht). 
  • Vitamine D bevordert het calciumgehalte in de botten, het celdelingsproces, heeft een positieve invloed op het immuunsysteem en is goed voor de spieren en tanden. 
  • Ontoereikende vitamine D niveaus komen voor bij ouderen, mensen die weinig buiten komen, of mensen met een donkere huidskleur.
  • Vitamine D kan worden ingezet bij o.a.: hart- en vaatziekten, osteoporose, multiple sclerose, kanker, COVID-19 en reumatoïde artritis.

1. Wat is vitamine D3

Vitamine D3 (cholecalciferol) is een in vetoplosbare, onmisbare vitamine met als voornaamste rol het ondersteunen van een normale en gezonde botmineralisatie. Verder ondersteunt vitamine D het afweersysteem en is het van belang voor het zenuwstelsel, de glucosetolerantie, het behoud van normale spiercontracties en de groei en het differentiëren van de huidcellen.
 
De twee belangrijkste vormen zijn D2 (ergocalciferol; plantaardige vorm) en D3 (cholecalciferol; dierlijke vorm).1,2,3 De aanmaak van de actieve vorm van vitamine D is een stapsgewijs proces. Vitamine D3 wordt in de huid aangemaakt door bestraling van 7-dehydrocholesterol (previtamine D3, een cholesterol precursor) met zonlicht UVB (290 - 320 nm), gevolgd door thermische isomerisatie van het tussenproduct (previtamine D3) tot vitamine D3. Zowel ergocalciferol en cholecalciferol zijn biologisch inert en vereisen hydroxylering in het lichaam van de actieve metaboliet om calcitriol te vormen. Vitamine D2 blijkt 66% minder efficiënt te zijn dan vitamine D3 in het verhogen van 25-hydroxyvitamine D serum niveaus.4,5,6,7
 
Omdat ons lichaam met behulp van UV-straling van de zon zelf vitamine D aanmaakt is vitamine D strikt genomen géén vitamine. De zonnevitamine is te beschouwen als een prohormoon met een endocriene, paracriene en autocriene werking. Vitamine D3 wordt in de huid gesynthetiseerd uit 7-dehydrocholesterol (previtamine D3) met UV-licht. Vitamine D3 (uit de huid) bereikt de circulatie door binding aan het vitamine D bindend eiwit in plasma. Onder invloed van UVB ontstaan ook de fysiologisch inactieve producten tachysterol en lumisterol. Deze twee reactieproducten voorkomen UV-geïnduceerde vitamine D-intoxicatie.
 

2. Gebruik 

Vitamine D wordt zowel oraal als intramusculair gebruikt voor osteoporose, osteomalacie, val preventie, renale osteodystrofie, multiple sclerose, kanker (borst, dikke darm, prostaat), rachitis, hart- en vaatziekten, hoge bloeddruk, luchtweginfecties, reumatoïde artritis, gewichtsverlies, pre menstrueel syndroom, diabetes type 1 en 2, osteomalacie, familiaire hypofosfatemie, verhoogd cholesterol, spierpijn en COVID-19. 
 

3. Dosering

Bij gebruik op langere termijn moet de dosis niet hoger zijn dan de aanvaardbare bovengrens van inname. Bij zuigelingen van 0-6 maanden mag de dosis niet hoger zijn dan dagelijks 1500 IE; bij kinderen van 1-3 jaar een dagelijkse inname van niet hoger dan 2500 IE; kinderen van 4-8 jaar niet hoger dan 3000 IE; kinderen van 9 jaar en ouder niet hoger dan 4000 IE per dag, hogere doseringen kunnen wel maar uitsluitend op korte termijn wanneer er sprake is van vitamine D-deficiëntie.
Voor zwangere vrouwen is vitamine D inname veilig te gebruiken in doses lager dan de aanvaardbare bovengrens van 4000 IE per dag.8 Hypercalcemie tijdens de zwangerschap door overmatig vitamine D-gebruik kan tot nadelige effecten voor de foetus leiden zoals onderdrukking van het PTH hormoon, tetanie, toevallen of lichamelijke retardatie bij het kind.8 Ook bij borstvoeding is vitamine D veilig te gebruiken in een dosering die lager is dan de aanvaardbare bovengrens van 4000 IE per dag.8
 

Indicaties en effectiviteit

 
Vitamine D-tekort
Het nemen van vitamine D is effectief in het behandelen en het voorkomen van een vitamine D-tekort. Een hoge dosis is aan te raden.9,10,11,12 Hoge doseringen zijn nauwelijks toxisch tot 150 ng/ml.12
 
Calciumopname
Vitamine D verhoogt de efficiëntie en absorptie van calcium en fosfor. Zo wordt bij afwezigheid van toereikende vitamine D waarden slechts 10 tot 15 procent van het calcium en 60 procent fosfor geabsorbeerd. Bij toereikende vitamine D waarden stijgt de calciumabsorptie van 30 tot 40 procent en de fosforabsorptie met 80 procent.13 De mineralen calcium en fosfor hebben invloed op de botstofwisseling, het gebit, spiercontractie, zenuwgeleiding en het functioneren van de cellen in het lichaam. Zo is bijvoorbeeld uit onderzoek gebleken dat lage vitamine D-waarden het risico op hoge bloeddruk verhoogt.14
 
Botten en immuunsysteem
Bovendien verhoogt vitamine D de effectiviteit waarmee calcium en fosfor vanuit de dunne warm worden opgenomen. Essentiele processen voor de ontwikkeling en behoud van een sterk skelet zoals de botvorming en -mineralisatie worden hierdoor bevorderd. Naast de botten vervult het nutriënt een belangrijke functie in het immuunsysteem.14
 
In de werking van het immuunsysteem heeft het namelijk een regulerende rol. Rustende T- en B- lymfocyten hebben een vitamine D-receptor die pas tot expressie wordt gebracht na activering van de cellen. Zo hebben de cellen die een rol spelen bij immuunregulering een vitamine D-receptor die reageert op de expressie en productie van cytokinen. De geactiveerde T- en B-cellen en de productie van cytokinen zorgen voor ondersteuning van het immuunsysteem.15
 
Luchtwegen
Klinische studies tonen aan dat suppletie met vitamine D3 in de winter het risico op seizoensgebonden immuniteitsverstoringen aanzienlijk vermindert. Daarnaast heeft het invloed op de afname van longeuvels en hyperactiviteit van de luchtwegen.16,17
 
Celdifferentiatie
Vitamine D wordt in de proximale dunne darm opgenomen, getransporteerd via chylomicronen, deels opgenomen in de lever en opgeslagen in vetweefsel en spieren. Regulering hiervan gebeurt door tal van direct en indirect werkende stimulerende en negatief-terugkoppelende factoren, die onder andere betrokken zijn bij de calciumfosfaat-huishouding. Bovendien staat het vitamine D gehalte in het bloed in direct verband met de sterkte van de botten. Vitamine D zorgt ervoor dat calcium uit de voeding via de dunne darm wordt opgenomen en is daarmee een onmisbare vitamine.18
 
Osteoporose, osteomalacie
De meeste klinisch onderzoeken tonen aan dat het nemen van vitamine D (cholecalciferol) oraal met calciumsupplementen het postmenopauzale botverlies kan verminderen en helpt bij het voorkomen van osteoporose en het verminderen van het risico op fracturen.19,20,21,22,23,24,25,26,27,28
 
Over het algemeen wordt aangenomen dat verbetering van de vitamine D-status bij ouderen leidt tot minder verlies van botmassa en minder botfracturen. Tegelijkertijd neemt de kans op vallen af door een betere balans en sterkere beenspieren.29,30 Sommige meta-analyses concluderen dat de dagelijkse inname van 700 tot 800 IE vitamine D het risico op botfracturen met 13 tot 26 procent verlagen, terwijl andere onderzoekers aangeven dat enkel vitamine D suppletie onvoldoende effect heeft.31,32,33
 
Valpreventie
Er bestaat een verband tussen een vitamine D tekort en een verhoogd risico van vallen bij oudere patiënten. Klinisch onderzoek toont aan dat het nemen van een vitamine D3 supplement tussen 700 en 1000 IE per dag een verminderd risico tot vallen oplevert. Het nemen van vitamine D3 vermindert valpartijen met 22 procent bij oudere volwassenen.34,35,36,37,38,39,40 
 
Renale osteodystrofie
Het nemen van vitamine D3 voorkomt en beheert renale osteodystrofie bij mensen met chronische nierinsufficiëntie die dialyses ondergaan.41
 
Multiple sclerose
Bij langdurig gebruik van vitamine D-suppletie vermindert het risico van het krijgen van multiple sclerose bij vrouwen tot 40 procent. Dit effect is alleen bij een dosis van tenminste 400 IE per dag in combinatie met een multivitamine.42 Aanvullend onderzoek toont een duidelijke relatie met hogere niveaus van 25-hydroxyvitamin D spiegels en een significante lagere risico voor het ontwikkelen van MS, zowel bij blanke mannen en vrouwen, bij gekleurde mannen en vrouwen is deze relatie niet gelegd.43
 
Kanker
Uitkomsten van laboratoriumonderzoek, dierstudies en epidemiologische studies doen vermoeden dat een lage vitamine D-status bijdraagt aan de ontwikkeling en progressie van verschillende vormen van kanker.44
Sommige onderzoeken tonen aan dat een hoge inname van of extra calcium met vitamine D wordt geassocieerd met een verlaagd risico op recidief adenoom en dikke darmkanker.45,46,47,48,49,50 Vitamine D lijkt een belangrijke factor. Mensen met een lager dan gemiddeld vitamine D-niveau lijken niet enig voordeel uit calciumsupplementen te krijgen.45 Echter een ander onderzoek suggereert dat postmenopauzale vrouwen die calcium 1000 mg per dag plus vitamine D 400 IU per dag hebben genomen geen verminderd risico op ontwikkeling van dikke darm kanker hebben.51
 
Daarentegen is er tegenstrijdig bewijs over de effecten van vitamine D op het risico van borstkanker. De meeste onderzoeken hierover tonen aan dat inname van vitamine D wordt geassocieerd met een aanzienlijke vermindering van het risico op het krijgen van borstkanker bij premenopauzale vrouwen.52 Een onderzoek toont aan dat bij vrouwen met een serumwaarde van ongeveer 52 ng/ml een 50 procent lager risico ontwikkelde van borstkanker in vergelijking met serum niveaus van minder dan 13 ng/ml. Deze hoge serumspiegel van vitamine D komt overeen met het nemen van een hoge dosering van 4000 IE vitamine D.53
 
Rachitis
Vitamine D is effectief voor het voorkomen en behandelen van rachitis. Vitamine D3 wordt gebruikt bij patiënten met nierinsufficiëntie.54
 
Hart- en vaatziekten
Vitamine D lijkt een positieve rol te spelen in de preventie van hart- en vaatziekten. Dit is waarschijnlijk te verklaren door het feit dat vitamine D invloed heeft op onder andere de werking van het gladde spierweefsel in de endotheelwand van de bloedvaten, op ontstekingen aan de bloedvaatwand, verkalking van de bloedvaten en op de bloeddruk via het renine-angiotensine systeem (RAS). Een tekort aan vitamine D wordt in verband gebracht met een verhoogd risico op overlijden aan hart- en vaatziekten en/of een hersenbloeding.55,56
 
Hoge bloeddruk
Onderzoek toont aan dat een lagere vitamine D-status een relatie heeft met een groter risico op het ontwikkelen van hoge bloeddruk in vergelijking met mensen met een hogere vitamine D-spiegel.57
 
Luchtweginfecties
Klinische studies laten zien dat het slikken van vitamine D3 met 1200 IE per dag in de winter significant het risico tot het ontwikkelen van seizoensgebonden luchtweginfecties vermindert met 42 procent bij schoolgaande kinderen in vergelijking tot een placebo.40,58,59,
 
Reumatoïde artritis
Observatiestudies tonen aan dat het risico tot het krijgen van reumatoïde artritis kleiner wordt bij oudere vrouwen wanneer zij een hogere dosering vitamine D3 namen.60
 
Diabetes type 1 en 2
Observatiestudies tonen het verband aan met lagere vitamine D status en een significant hoger risico voor het krijgen van diabetes type 2 in vergelijking tot mensen met een hogere vitamine D niveau.57,61 
 
Pre Menstrueel Syndroom
Het verhogen van de inname van vitamine D vermindert de symptomen van PMS en ook de kans op het krijgen van PMS wordt verlaagd.62,63
 
Osteomalacie
Het nemen van vitamine D3 is effectief voor de behandeling van osteomalacie die mede veroorzaakt wordt door een leverziekte (hepatische osteodystrofenie).64
 
Familiaire hypofosfatemie
Het nemen van vitamine D3 in combinatie met fosfaatsupplementen is effectief voor de behandeling van botziekten bij mensen met familiaire hypofosfatemie.65
 
Verhoogd cholesterol
Observatie onderzoek toont aan dat mensen met een lager vitamine D-spiegel hogere cholesterolspiegels vertonen dan mensen met een hogere vitamine D status. Het nemen van vitamine D3 met calcium en calorierestrictie verlaagt significant het totaal cholesterol: HDL ratio en het LDL:HDL ratio in overgewicht.57
 
Spierpijn
Vitamine D lijkt te helpen bij spierpijn die te maken heeft met een tekort aan vitamine D, zoals ook bij fibromyalgie het geval is. Uit verschillende onderzoeken bleek zelfs dat vitamine D in hoge dosering direct verlichting kan geven bij spierzwakte en herstel van mobiliteit.66
 
Door gebruik van statines (cholesterol verlagende medicijnen) kunnen spierkrampen, spierpijnen in de extremiteiten ontstaan, ook hier kan vitamine D inname uitkomst bieden met een directe verlichting van deze bijwerkingen.66,67,68 
 

4. Veiligheid en bijwerking

Bij gebruik op langere termijn moet de dosis niet hoger zijn dan de aanvaardbare bovengrens van inname. Bij zuigelingen van 0-6 maanden mag die niet hoger zijn dan dagelijks 1500 IE; bij kinderen van 1-3 jaar een dagelijkse inname van niet hoger dan 2500 IE; kinderen van 4-8 jaar niet hoger dan 3000 IE; kinderen van 9 jaar en ouder niet hoger dan 4000 IE per dag, hogere doseringen kunnen wel maar uitsluitend op korte termijn wanneer er sprake is van vitamine D-deficiëntie. Bij zwangere vrouwen: de inname van vitamine D is veilig te gebruiken in doses lager dan de aanvaardbare bovengrens van 4000 IE per dag.11 Mogelijk is het onveilig bij hogere doseringen, onderzoek ontbreekt hiervoor. Hypercalcemie tijdens de zwangerschap door overmatig vitamine D-gebruik kan tot nadelige effecten voor de foetus leiden zoals onderdrukking van het PTH hormoon, tetanie, toevallen of lichamelijke retardatie bij het kind.11
 
Bij borstvoeding: de inname van vitamine D is veilig te gebruiken in een dosering die lager is dan de aanvaardbare bovengrens van 4000 IE per dag.11 
 

Interactie 

Medicijnen

Aluminium 
Het eiwit dat calcium door de darmwand transporteert kan ook aluminium binden en transporteren. Dit eiwit wordt gestimuleerd door vitamine D, waardoor de opname van aluminium kan toenemen.69,70,71 Dit mechanisme kan bijdragen aan verhoogde aluminiumspiegels en toxiciteit bij mensen met nierfalen, wanneer ze chronisch vitamine D en aluminium bevattende fosfaatbinders innemen.70,72,73
 
ATORVASTATIN (Lipitor)
Atorvastatine wordt in de darmen gemetaboliseerd door cytochroom P450 3A4 (CYP3A4) -enzymen. Van vitamine D wordt verondersteld dit enzym te induceren, wat resulteert in een verminderde biologische beschikbaarheid van atorvastatine en andere CYP3A4-substraten. Klinisch onderzoek toont aan dat het nemen van twee specifieke vitamine D-producten (Therapeutic-M, Goldline Laboratories en Oyster shell calcium met vitamine D, Major Pharmaceuticals) de niveaus van atorvastatine en zijn actieve metabolieten aanzienlijk verlaagt. Niveaus van alle actieve componenten van atorvastatine daalden met 55 procent door vitamine D-suppletie. Hoewel de atorvastatinespiegels afnamen, veranderden de totale cholesterol-, low-density lipoprotein (LDL) en high-density lipoprotein (HDL) -cholesterolspiegels niet substantieel.74
 
CALCIPOTRIENE (Dovonex)
Calcipotrieen is een vitamine D-analoog dat plaatselijk wordt gebruikt voor psoriasis. Het kan in voldoende hoeveelheden worden opgenomen om systemische effecten te veroorzaken, waaronder hypercalciëmie.75 Theoretisch zou het combineren van calcipotrieen met vitamine D-supplementen het risico op hypercalciëmie kunnen verhogen.
 
CYTOCHROOM P450 3A4 (CYP3A4)
Hoge doses vitamine D kunnen hypercalciëmie veroorzaken. Hypercalciëmie verhoogt het risico op fatale hartritmestoornissen met digoxine.75 Vermijd vitamine D-doses boven het toelaatbare bovenste innameniveau (4000 IE per dag voor volwassenen) en controleer de serumcalciumspiegels bij mensen die gelijktijdig vitamine D en digoxine gebruiken.
 
DILTIAZEM (Cardizem)
Hoge doses vitamine D kunnen hypercalciëmie veroorzaken. Hypercalciëmie kan de effectiviteit van verapamil bij atriale fibrillatie verminderen.76 Theoretisch zou dit ook kunnen gebeuren met diltiazem. Vermijd vitamine D-doses boven het toelaatbare bovenste innameniveau (4000 IE per dag voor volwassenen) en controleer de serumcalciumspiegels bij mensen die gelijktijdig vitamine D en diltiazem gebruiken.
 
THIAZIDE DIURETICA
Thiazidediuretica verminderen de calciumexcretie in de urine, wat kan leiden tot hypercalciëmie als gelijktijdig vitamine D-supplementen worden ingenomen.77,78,79 Dit is gemeld bij mensen die werden behandeld met vitamine D voor hypoparathyreoïdie, en ook bij oudere mensen met een normale bijschildklierfunctie die dagelijks een thiazide-, vitamine D- en calciumbevattende antacida gebruikten.80,81 
 
VERAPAMIL (Calan)
Hypercalciëmie veroorzaakt door hoog gedoseerde vitamine D kan de therapeutische effecten van verapamil voor aritmie verminderen. Hypercalciëmie als gevolg van hoge doses vitamine D kan de effectiviteit van verapamil bij atriale fibrillatie verminderen.76 Vermijd vitamine D-doses boven het toelaatbare bovenste innameniveau (4000 IE per dag voor volwassenen) en controleer de serumcalciumspiegels bij mensen die gelijktijdig vitamine D en verapamil gebruiken.
 

Supplementen 

Calcium: vitamine D kan de opname van calcium bij sommige mensen verhogen.
Inname van vitamine D samen met calcium verhoogt de actieve opname van calcium in de dunne darm.82 Eén klinische studie toont aan dat suppletie met vitamine D de werkelijke fractionele calciumabsorptie bij postmenopauzale vrouwen verhoogt.83 Dit lijkt echter niet van toepassing te zijn op premenopauzale vrouwen. In een ander klinisch onderzoek bij gezonde jonge vrouwen verbeterde het dagelijks toevoegen van vitamine D tot 2400 IE aan calcium de opname van calcium niet.84 Theoretisch kan overmatige inname van vitamine D en calcium bij sommige mensen het risico op hypercalciëmie verhogen.
 
Magnesium: Theoretisch zou vitamine D de opname van magnesium kunnen verhogen.
Het eiwit dat calcium door de darmwand transporteert kan ook magnesium binden en transporteren. Dit eiwit wordt gestimuleerd door vitamine D, waardoor de magnesiumopname kan toenemen.69,85 Bij mensen met een laag vitamine D- en magnesiumgehalte kan het innemen van vitamine D de magnesiumstatus verbeteren.86 Bij mensen met een normaal magnesiumgehalte lijkt dit effect niet significant te zijn, mogelijk omdat de uitscheiding van magnesium via de urine ook toeneemt.85
 

Aandoeningen/ziekten

Arteriosclerose: Hoge doses vitamine D kunnen hypercalciëmie veroorzaken, wat kan bijdragen aan aderverkalking, vooral bij patiënten met een nieraandoening. Gebruik extra vitamine D voorzichtig.87,88
 
Histoplasmose: Vitamine D kan de calciumspiegels verhogen bij mensen met histoplasmose. Bij mensen met deze aandoening is het metabolisme van vitamine D naar calcitriol verhoogd, wat het risico op hypercalciëmie en complicaties zoals nierstenen en verkalkt weefsel kan verhogen. Gebruik extra vitamine D voorzichtig.89
 
Hypercalcemie: Vitamine D-supplementen kunnen hypercalciëmie versnellen en verergeren.87 
 
Hyperparathyroidisme: Vitamine D kan het calciumgehalte verhogen en leiden tot hypercalciëmie bij mensen met hyperparathyreoïdie. Gebruik extra vitamine D voorzichtig.87
 
Lymfoma: Vitamine D kan de calciumspiegels verhogen bij mensen met lymfoom. Bij sommige soorten lymfoom wordt vitamine D gemakkelijker omgezet in calcitriol en kan dit leiden tot hypercalciëmie en complicaties zoals nierstenen en verkalkt weefsel. Gebruik extra vitamine D voorzichtig.87,89 
 
Nierziekte: Vitamine D kan de calciumspiegels verhogen en het risico op aderverkalking verhogen bij mensen met nierfalen. Dit moet worden afgewogen tegen de noodzaak om renale osteodystrofie te voorkomen. Controleer de calciumspiegels zorgvuldig.88 
 
Sarcoidose: Vitamine D kan de calciumspiegels verhogen bij mensen met sarcoïdose. Bij mensen met deze aandoening is het metabolisme van vitamine D tot calcitriol verhoogd, wat het risico op hypercalciëmie en complicaties zoals nierstenen en verkalkt weefsel kan verhogen. Gebruik extra vitamine D voorzichtig.89
 
Tuberculose: Vitamine D kan de calciumspiegels verhogen bij mensen met tuberculose. Bij mensen met een tuberculose-infectie is het metabolisme van vitamine D tot calcitriol verhoogd, wat het risico op hypercalciëmie en complicaties zoals nierstenen en verkalkt weefsel kan verhogen. Gebruik extra vitamine D voorzichtig.89
Referenties: 
  1. Groff JL, Gropper SS, Hunt SM. (1999). Advanced Nutrition and Metabolism. Brooks Cole, Pacific Grove, Cal. (USA).
  2. Lips P. (2006). Vitamin D physiology. Progress in Biophysics and Molecular Biology, 92(1):4-8.
  3. Shils ME et al. (1994). Modern Nutrition in Health and Disease. Lea and Febiger, Philadelphia (VS), 1142. 8th ed; 308–325.
  4. Armas LAG, Heaney RP, Hollis BW. (2004). Vitamin D2 is much less effective than vitamin D3 in humans. The Journal of Clinical Endocrinology and Metabolism, 89(11), 5387-5391.
  5. Trang HM, Cole DE, Rubin LA, et al. (1998). Evidence that vitamin D3 increases serum 25-hydroxyvitamin D more efficiently than does vitamin D2. The American Journal of Clinical Nutrition, 68(4), 854-858.
  6. Houghton LA, Vieth R. (2006). The case against ergocalciferol (vitamin D2) as a vitamin supplement. The American Journal of Clinical Nutrition.
  7. Prevention and treatment of vitamin D deficiency. (2008). Pharmacist's Letter/Prescriber's Letter 24(3).
  8. Ross AC, Taylor CL, Yaktine AL, et al. (2011). Dietary Reference Intakes for Calcium and Vitamin D. Institute of Medicine.
  9. Institute of Medicine (US) Standing Committee on the Scientific Evaluation of Dietary Reference Intakes. (1997). Dietary Reference Intakes for Calcium, Phosphorus, Magnesium, Vitamin D, and Fluoride. Washington (DC): National Academies Press (US).
  10. Diamond TH, Ho KW, Rohl PG, Meerkin M. (2005). Annual intramuscular injection of a megadose of cholecalciferol for treatment of vitamin D deficiency: efficacy and safety data. The Medical Journal of Australia, 183(1).
  11. Cava RC, Javier AN. (2007). Vitamin D deficiency. New England Journal of Medicine, 357(19).
  12. Gonzalez C. (2010). Vitamin D Supplementation: An Update. US Pharmacist, 26(7).
  13.  Ceglia L. (2008). Vitamin D and skeletal muscle tissue and function. Molecular Aspects of Medicine, 29, 407–414.
  14. Cohen-Lahay M, Douvdevani A, Chaimovitz C and Shany S. (2007). The anti-inflammatory activity of 1,25-dihydroxyvitamin D3 in macrophages. The Journal of Steroid Biochemistry and Molecular Biology, 103, 558-562.
  15. Cotler R, Moreines J, and Ellenogen L. (2008). Potential benefits for the use of vitamin and mineral supplements. Handbook of Nutrition and Food, 2nd Edition, CRC Press, 193-219.
  16. JHCI (Joint Health Claims Initiative). (2003). Final Technical Report A List of Well Established Nutrient Function Statements.
  17. Khazai N, Judd SE, Tangpricha V. (2008). Calcium and vitamin D: skeletal and extraskeletal health. Current Rheumatology Reports, 10(2).
  18. NFA (Finnish National Food Authority). (2002). Terveysväitteiden valvontaopas. Control guides number. NHPD (Natural Health Products Directorate).
  1. Dawson-Hughes B, Harris SS, Krall EA, Dallal GE. (1997). Effect of calcium and vitamin D supplementation on bone density in men and women 65 years of age or older. New England Journal of Medicine, 33.
  2. Chapuy MC, Arlot ME, Duboeuf F, et al. (1992). Vitamin D3 and calcium to prevent hip fractures in the elderly women. New England Journal of Medicine, 327, 1637-1642.
  3. Minne HW, Pfeifer M, Begerow B, et al. (2000). Vitamin D and calcium supplementation reduces falls in elderly women via improvement of body sway and normalization of blood pressure: a prospective, randomized, and double-blind study. Abstracts World Congress on Osteoporosis 2000.
  4. Chapuy MC, Pamphile R, Paris E, et al. (2002). Combined calcium and vitamin D3 supplementation in elderly women: confirmation of reversal of secondary hyperparathyroidism and hip fracture risk: the Decalyos II study. Osteoporos International, 13, 257-264.
  5. NIH Consensus Development Panel on Osteoporosis Prevention, Diagnosis, and Therapy. (2001). Osteoporosis prevention, diagnosis, and therapy, 285, 785-795.
  6. National Osteoporosis Foundation. (2005). Physician's Guide to Prevention and Treatment of Osteoporosis. Universal Recommendations for All Patients.
  7. Larsen ER, Mosekilde L, Foldspang A. (2004). Vitamin D and calcium supplementation prevents osteoporotic fractures in elderly community dwelling residents: a pragmatic population-based 3-year intervention study. Journal Bone of Mineral Research, 19, 370-378.
  8. Bischoff-Ferrari HA, Willett WC, Wong JB, et al. (2005). Fracture prevention with vitamin D supplementation: a meta-analysis of randomized controlled trials. Journal of the American Medical Association, 293, 2257-2264.
  9. Boonen S, Body JJ, Boutsen Y, et al. (2005). Evidence-based guidelines for the treatment of postmenopausal osteoporosis: a consensus document of the Belgian Bone Club. Osteoporos International, 16, 239-254.
  10. Papadimitropoulos E, Wells G, Shea B, et al. (2002). Meta-analyses of therapies for postmenopausal osteoporosis. VIII: Meta-analysis of the efficacy of vitamin D treatment in preventing osteoporosis in postmenopausal women. Endocrine Reviews, 23, 560-569.
  11. Bischoff-Ferrari H, Willett W, Wong J, et al. (2009). Prevention of nonvertebral fractures with oral vitamin D and dose dependency: a meta-analysis of randomized controlled trials. Archives of Internal  Medicine, 169(6), 551-561.
  12. Cherniack EP et al. (2008). Hypovitaminosis D: a stealthy epidemic that requires treatment. Geriatrics 63(4) 24–30.
  13. Tang BM, Eslick GD, Nowson C, Smith C, Bensoussan A. (2007). Use of calcium or calcium in combination with vitamin D supplementation to prevent fractures and bone loss in people aged 50 years and older: a meta-analysis. The Lancet, 370(9588), 657-666.
  14. Reid I, Bolland M, Grey A. (2008). Effect of calcium supplementation on hip fractures. Osteoporos International,19(8):1119-1123.
  15. Cranney A et al. (2007). Effectiveness and safety of vitamin D in relation to bone health. Evidence Report/Technology Assessment, 158(1), 235.
  16. Bischoff-Ferrari HA, Dawson-Hughes B, Willett WC, et al. (2004). Effect of Vitamin D on falls: a meta-analysis. Journal of the American Medical Association, 291.
  17. Flicker L, Mead K, MacInnis RJ, et al. (2003). Serum vitamin D and falls in older women in residential care in Australia. Journal of the American Geriatrics Society, 51, 1533-1538.
  18. Dhesi JK, Moniz C, Close JC, et al. (2002). A rationale for vitamin D prescribing in a falls clinic population. Age Ageing, 31, 267-271.
  19. Bischoff HA, Stahelin HB, Dick W, et al. (2003). Effects of vitamin D and calcium supplementation on falls: a randomized controlled trial. Journal of Bone and Mineral Research, 18, 343-351.
  20. Bischoff-Ferrari HA, Orav EJ, Dawson-Hughes B. (2006). Effect of Cholecalciferol plus calcium on falling in ambulatory older men and women: a 3-year randomized controlled trial. JAMA Internal Medicine, 166, 424-430.
  21. Broe KE, Chen TC, Weinberg J, et al. (2007). A higher dose of vitamin D reduces the risk of falls in nursing home residents: a randomized, multiple-dose study. Journal of the American Geriatrics Society, 55, 234-239.
  22. Ginde AA, Mansbach JM, Camargo CA Jr. (2009). Association between serum 25-hydroxyvitamin D level and upper respiratory tract infection in the Third National Health and Nutrition Examination Survey. JAMA Internal Medicine, 169, 384-390.
  23. Malluche HH, Monier-Faugere MC, Koszewski NJ. (2002). Use and indication of vitamin D and vitamin D analogues in patients with renal bone disease. Nephrology Dialysis Transplantation, 17(10), 6-9.
  24. Munger KL, Zhang SM, O'Reilly E, et al. (2004). Vitamin D intake and incidence of multiple sclerosis. Neurology, 62, 60-65.
  25. Munger KL, Levin LI, Hollis BW, et al. (2006). Serum 25-hydroxyvitamin D levels and risk of multiple sclerosis. JAMA Internal Medicine, 296, 2832-2838.
  26. Garland C et al. (2006). The role of vitamin D in cancer prevention. American Journal of Public Health, 96, 252–261.
  27. Grau MV, Baron JA, Sandler RS, et al. (2003). Vitamin D, calcium supplementation, and colorectal adenomas: results of a randomized trial. Journal of the National Cancer Institute, 95, 1765-1767.
  28. Cho E, Smith-Warner SA, Spiegelman D, et al. (2004). Dairy foods, calcium, and colorectal cancer: a pooled analysis of 10 cohort studies. Journal of the National Cancer Institute, 96, 1015-1022.
  29. Baron JA, Beach M, Mandel JS, et al. (1999). Calcium supplements for the prevention of colorectal adenomas. Calcium Polyp Prev Study Group. New England Journal of Medicine, 340, 101-107.
  30. Baron JA, Tosteson TD, Wargovich MJ, et al. (1995). Calcium supplementation and rectal mucosal proliferation: a randomized controlled trial. Journal of the National Cancer Institute, 87, 1303-1307.
  31. White E, Shannon JS, Patterson RE. (1997). Relationship between vitamin and calcium supplement use and colon cancer. Cancer Epidemiol Biomarkers & Prevention, 6, 769-774.
  32. Terry P, Baron JA, Bergkvist L, et al. (2002). Dietary calcium and vitamin D intake and risk of colorectal cancer: a prospective cohort study in women. Nutrition and Cancer, 43, 39-46.
  33. Wactawski-Wende J, Kotchen JM, Anderson GL. (2006). Calcium plus vitamin D supplementation and the risk of colorectal cancer. New England Journal of Medicine, 354, 684-696.
  34. Lin J, Manson JE, Lee IM, et al. (2007). Intakes of calcium and vitamin D and breast cancer risk in women. JAMA Internal Medicine, 167, 1050-1059.
  35. Garland CF, Gorham ED, Mohr SB, et al. (2007). Vitamin D and prevention of breast cancer: pooled analysis. The Journal of Steroid Biochemistry and Molecular Biology, 103, 708-711.
  36. Prince RL, Glendenning P. (2004). Disorders of bone and mineral other than osteoporosis. The Medical Journal of Australia, 180, 354-359.
  37. Dobnig H, Pilz S et al. (2008). Independent association of low serum 25-hydroxyvitamin D and 1,25-dihydroxyvitamin D levels with all cause cardiovascular mortality. JAMA Internal Medicine, 168, 1340-1349.
  38. Lips P. (2006). Vitamin D physiology. Progress Biophysics and Molecular Biology, 92(1), 4–8.
  39. Martins D, Wolf M, Pan D, et al. (2007). Prevalence of cardiovascular risk factors and the serum levels of 25-hydroxyvitamin D in the United States. JAMA Internal Medicine, 167, 1159-1165.
  40. Urashima M, Segawa T, Okazaki M, et al. (2010).  Randomized trial of vitamin D supplementation to prevent seasonal influenza A in schoolchildren. The American Journal of Clinical Nutrition, 91, 1255-1260.
  41. Herr C, Greulich T, Koczulla R, et al. (2011). The role of vitamin D in pulmonary disease: COPD, asthma, infection, and cancer. Respiratory Research, 2011, 12(31).
  42. Merlino LA, Curtis J, Mikuls TR, et al. (2004). Vitamin D intake is inversely associated with rheumatoid arthritis. Arthritis & Rheumatology, 50, 72-77.
  43. Pittas AG, Lau J, Hu FB, Dawson-Hughes B. (2007). The role of vitamin d and calcium in type 2 diabetes. A systematic review and meta-analysis. The Journal of Clinical Endocrinology and Metabolism, 92(2), 17-29.
  44. Bertone-Johnson ER, Hankinson SE, Bendich A, et al. (2005). Calcium and vitamin D intake and risk of incident premenstrual syndrome. Archives of Internal Medicine, 165(11), 1246-1252.
  45. Khajehei M, Abdali K, Parsanezhad ME, Tabatabaee HR. (2009). Effect of treatment with dydrogesterone or calcium plus vitamin D on the severity of premenstrual syndrome. International Journal of Gynecology and Obstetrics, 105(2) 158-161.
  46. Rouillard S, Lane NE. (2001). Hepatic osteodystrophy. Hepatology, 33(1), 301-307.
  47. DiMeglio LA, White KE, Econs MJ. (2000). Disorders of phosphate metabolism. Endocrinology and Metabolism Clinics of North America, 29(3), 591-609.
  48. Prabhala A, Garg R, Dandona P. (2000). Severe myopathy associated with vitamin D deficiency in western New York. JAMA Internal Medicine, 16(8), 1199–1203.
  49. Lee P, Greenfield JR, Campbell LV. (2008). Vitamin D insufficiency-a novel mechanism of statin-induced myalgia? Clinical Endocrinology, 71(1), 154-155.
  50. Ahmed W, Khan N, Glueck CJ, et al. (2009). Low serum 25 (OH) vitamin D levels (<32 ng/mL) are associated with reversible myositis-myalgia in statin-treated patients. Translational Research Journal,  153(1), 11-16.
  51. Moon J. (1994). The role of vitamin D in toxic metal absorption. Journal of the American College of Nutrition, 13(6) 559-564.
  52. Adler AJ, Berlyne GM. (1985). Duodenal aluminum absorption in the rat: effect of vitamin D. American Journal of Physiology, 147(9), 209-213.
  53. Cox KA, Dunn MA. (2001). Aluminum toxicity alters the regulation of calbindin-D28k protein and mRNA expression in chick intestine. Journal of Nutrion, 131(7).
  54. Demontis R, Leflon A, Fournier A, Tahiri Y, Herve M, Moriniere P, Abdull-Massih Z, Atik H, Belbrik S, Renaud H, et al. (1986). 1 alpha(OH) vitamin D3 increases plasma aluminum in hemodialized patients taking AI(OH)3. Clinical Nephrology, 26(3), 146-149.
  55. Demontis R, Reissi D, Noel C, Boudailliez B, Westeel PF, Leflon P, Brasseur J, Coevoet B, Fournier A. (1989). Indirect clinical evidence that 1 alpha OH vitamin D3 increases the intestinal absorption of aluminum. Clinical Nephrology. 31(3), 123-127.
  56. Schwartz JB. (2009). Effects of vitamin D supplementation in atorvastatin-treated patients: a new drug interaction with an unexpected consequence. Clinical Pharmacology & Therapeutics, 85(2), 198-203.
  57. McEvoy GK, ed. (1998). AHFS Drug Information. Bethesda, MD: American Society of Health-System Pharmacists.
  58. Bar-Or D, Gasiel Y. (1981). Calcium and calciferol antagonise effect of verapamil in atrial fibrillation. British Medical Journal, 282(6276), 1585-1586.
  59. Tatro, D. S. (2004). Drug interaction facts. St. Louis (Mo.): Facts and comparisons.
  60. Thiazide diuretics and the risk of osteoporosis. (2003). Pharmacist's Letter/Prescriber's Letter, 19(11).
  61. Escribano J, Balaguer A, Pagone F, Feliu A, Roqué I Figuls M. (2009). Pharmacological interventions for preventing complications in idiopathic hypercalciuria. Cochrane Database of Systematic Reviews, 21(1).
  62. Crowe M, Wollner L, Griffiths RA. (1984). Hypercalcaemia following vitamin D and thiazide therapy in the elderly. Practitioner, 228(1389), 312-313.
  63. Parfitt AM. (1972). Thiazide-induced hypercalcemia in vitamin D-treated hypoparathyroidism. Annals of Internal Medicine, 77(4), 557-563.
  64. Food and Nutrition Board, Institute of Medicine. (1999). Dietary Reference Intakes for Calcium, Phosphorus, Magnesium, Vitamin D, and Fluoride. Washington, DC: National Academy Press.
  65. Shapses SA, Sukumar D, Schneider SH, et al. (2013). Vitamin D supplementation and calcium absorption during caloric restriction: a randomized double-blind trial. The American Journal of Clinical Nutrition, 97(3), 637-645.
  66. Gallagher JC, Jindal PS, Smith LM. (2014). Vitamin D does not increase calcium absorption in young women: a randomized clinical trial. The American Society for Bone and Mineral Research, 29(5), 1081-1087.
  67. Hardwick LL, Jones MR, Brautbar N, Lee DBN. (1991). Magnesium absorption: mechanisms and the influence of vitamin D, calcium and phosphate. Journal of Nutrition, 121(1), 13-23.
  68. Fukumoto S, Matsumoto T, Tanaka Y, et al. (1987). Renal magnesium wasting in a patient with short bowel syndrome and magnesium deficiency: effect of 1alpha-hydroxyvitamin D3 treatment. The Journal of Clinical Endocrinology and Metabolism, 65(6), 1301-1304.
  69. Vieth R. (1999). Vitamin D supplementation, 25-hydroxyvitamin D concentrations, and safety. The American Journal of Clinical Nutrition, 69(5), 842-856.
  70. Seyrek N, Balal M, Karayaylali I, et al. (2003). Which parameter is more influential on the development of arteriosclerosis in hemodialysis patients? Renal Failure, 25(6), 1011-1018.
  71. Sharma OP. (2000). Hypercalcemia in granulomatous disorders: a clinical review. Current Opinion in Pulmonary Medicine, 6(5), 442-447.

 

Gerelateerde aandoeningen

Aandoening Dagdosering*
Angst 2 x daags 25 µg
Antibiotica gebruik 1 x daags 25 µg
Astma 1 x daags 25 tot 75 µg
Autisme 1 x daags 25 µg
Coeliakie 1 x daags 25 µg
Colitis Ulcerosa 3 x daags 25 µg (1000 iE)
Covid-19 (Corona) Preventief: 2 x daags 25 µg | Behandelend: 3 x daags 75 µg
Depressie 1 x daags 25-75 µg
Epicondylitis 1 x daags 25 µg
Fibromyalgie 2 x daags 25 µg
Goedaardige prostaatvergroting (BPH) 1-3 x daags 10 µg
Griep 1 x daags 25 µg
Hyperthyreoïdie 1-2 x daags 25 µg
Hypothyreoïdie 1-2 x daags 25 µg
Immuniteit 1 x daags 25 µg
Lupus Erythematodes 1 x daags 25 µg
Metabool Syndroom 1 x daags 25 µg
Multiple Sclerose 1 x daags 25 µg
Neuralgie 1 x daags 25 µg
Osteoporose 2 x daags 25 µg
Pre Menstrueel Syndroom 1 x daags 25 µg
Psoriasis 2 x daags 25 µg
Syndroom van Sjögren 1 x daags 25 µg
Verzwakte Immuniteit 1 x daags 25 µg
Ziekte van Crohn 3 x daags 15 µg (600 iE)
Ziekte van Parkinson 1 x daags 25 µg
Ziekte van Pfeiffer 2 x daags 25 µg
Ziekte van Raynaud 1 x daags 25 µg