Orthomoleculair kennisinstituut
Menu

Silicium

Wat is silicium?

Silicium is het 2e element in rangorde van voorkomen in de aardkorst. De aardkorst bestaat voor 25,7% uit silicium in zijn verschillende verbindingen. Silicium komt in allerlei vormen zeer verspreid in de natuur voor. Het komt steeds in gebonden staat voor, nooit in zuivere vorm want het reageert snel met water en zuurstof. In het periodiek systeem van Mendelejev behoort silicium tot dezelfde groep as koolstof. Silicium is een niet-edelmetaal, met vier elektronen op de derde schil. De chemische samenstelling van silicium lijkt op die van borium, aluminium, titanium en ijzer. In de organische chemie staan sterke verbindingen beschreven met stikstof, zwavel, koolstof, bromium, chloor, fluor, en uiteraard zuurstof. Zuiver gekristalliseerd SiO2 heet kwarts of bergkristal. In bergkristal, zoals we dat vaak in sieraden en kunstvoorwerpen tegenkomen, zien we de enorme helderheid van deze lichtkracht. Naast bergkristal vinden we hetzelfde pure kiezelzuur in tridymiet en christobaliet. Zand is vergruisd kwarts, door ijzerverbindingen lichtgeel gekleurd. Is kwarts door sporen mangaan violet gekleurd, dan noemt men het amethist. Rookkwarts is door bijmengsels bruin gekleurd. Siliciumdioxide komt ook in het planten- en dierenrijk voor. Vele lagere planten en dieren hebben een uitwendig skelet dat bestaat uit deze stof (9).

Na het afsterven van deze organismen blijven hun kiezelpantsers bestaan. Zo vindt men op verscheidene plaatsen (ook in ons land bij Renkum) uitgestrekte lagen kiezelaarde, bestaande uit overgebleven pantsers van kiezeldieren. Bij de lagere diersoorten vinden we de kiezel (silicium) aan de buitenkant als bescherming. Bij de hogere diersoorten zoals de mens vinden we kiezel (silicium) o.a. in het skelet en in de pees- en zenuwscheden. Het skelet heeft hier niet in de eerste plaats een beschermende functie, maar biedt stevigheid en structuur en geeft het lichaam het vermogen zich op te richten en via allerlei houdingen en bewegingen tot een zelfbewuste uitdrukking te komen.

Op commerciële schaal wordt silicium verkregen door verhitting van siliciumdioxide onder aanwezigheid van koolstof. De koolstof reduceert de siliciumdioxide tot silicium volgens de vergelijking:

SiO2 + C → Si + CO2

Het op deze wijze verkregen silicium heeft een zuiverheid van ongeveer 99%. Voor gebruik in halfgeleiders is zuiverder silicium nodig. Hiervoor zijn meerdere chemische en fysische technieken te gebruiken. De high-tech regio Silicon Valley in Californië is vernoemd naar silicium, omdat silicium een belangrijke grondstof is voor halfgeleiders.

Welke vormen zijn er?

  • Minerale vorm
  • Vaste vorm

In pure vorm vormt gekristalliseerd silicium kwarts.

Siliciumdioxide (SiO2) is het hoofdbestanddeel van zand.

          |      |      |
        --Si--O--Si--O--Si--
          |      |      |

De silicaten (zoals de aluminium-, kalium- en magnesiumsilicaten) zijn de hoofdbestanddelen van klei, aarde, steen, en halfedelsteen. De silicaten, op basis van steen, bestaan uit een structuur die zeer gelijkaardig is aan die van silicium: elke siliciumatoom is steeds omringd door vier zuurstofatomen, maar deze zuurstofatomen zijn niet allemaal verbonden met de siliciumatomen; sommige van hen zijn verbonden met metaalatomen.

  • Vloeibare vorm

Orthosilicaatzuur Si(OH)4, een oplossing van siliciumdioxide, is vrijwel de enige vorm waarin silicium getransporteerd wordt in de natuurlijke omgeving.

            OH
             |
         OH—Si—OH
             |
            OH
  • Organische vorm

De moleculen van organisch silicium, ook silanen genoemd, die recent gesynthetiseerd werden, onderscheiden zich van het mineraal silicium doordat ze minstens één koolstofatoom bevatten, dat verbonden is met het siliciumatoom.

De vorm die het meest gekend is in de geneeswijze is monomethylsilanetriol.

          OH
           |
       CH3—Si—OH
           |
          OH

Silicium: de fundamentele rol

In feite is silicium vandaag de dag nog maar weinig gekend door de medische wereld doordat het moeilijk te ontdekken is in de weefsels. Er bestaat nog een andere moeilijkheid en deze is van essentieel belang: wanneer silicium in de geneeswijze toegediend wordt in de vorm van een mineraal zout, wordt dit silicium in geen geval opgenomen door het lichaam; het is biologisch inactief. Nieuwe therapeutische toepassingen zullen veel groter worden in de nieuwe organische vorm silanol.

Silicium heeft praktisch dezelfde eigenschappen als koolstof. Het bezit ook de essentiële eigenschap zich met zichzelf of met koolstof te verbinden om kettingen te vormen. De hele organische chemie is gebaseerd op koolstofverbindingen. Op dezelfde manier bestaan er siliciumkettingen. Silicium leent zich tot katalyse omwille van zijn elektronische omgeving: dit wil zeggen dat het biochemische reacties mogelijk maakt. Deze reacties zouden niet mogelijk zijn zonder katalysator. Silicium kan, voor een gedeelte, koolstof vervangen in de biosyntheseprocessen en de rol van activator en/of inhibitor spelen in een groot aantal biochemische reacties.
Silicium is bijgevolg betrokken in de fundamentele levensprocessen:

  • in de verbinding tussen de macromoleculen van fosfoproteïne-mucopolysaccharide en collageen.
  • In de fosforylering van proteïnen

De organo-silica, die dus een koolstofatoom bezitten dat verbonden is aan silicium, benaderen op die manier het best de normale biochemie van de levende organismen.

Organisch silicium: natuurlijke antioxidant

Per definitie kan de siliciummolecule een reducerende rol spelen aangezien ze in constante zoektocht is naar een ionisch evenwicht omwille van haar bijzondere elektronenstructuur. Organisch silicium kan beschouwd worden als “batterij” (reserve) van beschikbare elektronen. Door deze elektronen aan gebrekkige cellen te geven, gaat het deze cellen in staat stellen hun elektrisch vermogen te verbeteren.

De silanen zijn als antioxidant nog efficiënter doordat ze het lichaam heel makkelijk kunnen binnendringen. Men heeft geconstateerd dat de eigenschappen van organisch silicium misschien eerder van fysieke aard zijn dan van chemische aard zoals bij de andere medicijnen. We weten nu uit ervaring dat de therapeutische toepassingen sterk uiteenlopen. Deze toepassingen, die alle domeinen van de pathologie kunnen beslaan, zijn verbonden aan een bepaald aantal zeer simpele mechanismen:

  • Een depolorisatie van de celmembranen die de veranderingen kan bevorderen.
  • Een verbetering van de celademhaling.
  • Een biologische stimulans die zich in alle weefsels kan voordoen.

Organisch silicium kan ook in een gelvorm voor uitwendig gebruik worden toegepast. De werking is dan tweeërlei: enerzijds aanbrenger van opneembaar silicium in het lichaam en anderzijds als versterker en locomotief voor toegevoegde stoffen.

Silanen zijn dus transporteurs van silicium, maar kunnen ook verbonden worden met andere moleculen die traditioneel in de fytotherapie gebruikt worden. In dat geval is de rol van de silanen andere moleculen aan te brengen (deze rol kan vergeleken worden met die van een kar die koetsen voorttrekt) en hun biologische activiteit te sturen.

Silicium als bouwstof voor bindweefsel

Silicium ofwel kiezelzuur is voor het menselijk lichaam een belangrijke voedingsstof. Voor planten en dieren is silicium van essentieel levensbelang voor het opbouwen van celwanden.
In ons lichaam is dit sporenelement een belangrijk onderdeel van ons bindweefsel. Een tekort aan silicium verzwakt daarom onze gehele bindweefselstructuur. Voor planten en dieren is silicium van essentieel levensbelang voor het opbouwen van celwanden.
Silicium wordt vooral aangetroffen in weefsels die een zekere taaiheid of starheid moeten hebben zoals botten, pezen, gewrichtsbanden, kraakbeen, vaatwanden (aorta), bindweefsel, huid, haren, nagels maar ook de milt, de pancreas (of alvleesklier), de lever, de nieren, het hart, de schildklier en de thymus. Silicium maakt onderdeel uit van collageen, chondroïtinesulfaat, keratinesulfaat en hyaluronzuur. Daarnaast is silicium nodig voor het functioneren van het enzym prolyhydroxylase ten behoeve van de collageensynthese. Silicium is ook betrokken bij de verkalking van botten, het is een synergist van calcium en wordt in hoge concentraties aangetroffen in die delen van het bot waar verkalking plaatsvindt. Silicium heeft een gunstig effect bij atherosclerose, osteoartritis, reuma, artrose, botbreuken en osteoporose en verzwakking van de aortawand. De vorm silanol heeft voor het menselijk lichaam de hoogste biologische beschikbaarheid.

Opneembaarheid

Dat silicium nog weinig gekend wordt in de medische wereld heeft te maken met het feit dat toediening van silicium in de vorm van een mineraal zout niet wordt opgenomen. Het is biologisch inactief. Het onderricht in de faculteiten geneeskunde, farmacie of biologische wetenschappen richt zich op min of meer verwante onderwerpen (silicose, collagenose, asbestose, siliconegels voor de cosmetica, colloïdaal siliciumdioxide als vulstof), maar niet op biologisch silicium op zich en het algemeen onderzoek naar dit onderwerp werd lang verwaarloosd. In ons lichaam kon tot op heden geen mobiliseerbaar silicium aangetoond worden.

De hoeveelheid silicium vermindert enorm naarmate we ouder worden. Planten zoals bamboe, heermoes en gierst zijn rijk aan silicium en maken silicium beschikbaar voor ons lichaam. De vorm silanol, organisch silicium waar een koolstofatoom is toegevoegd, is biologisch beschikbaar voor ons lichaam. Dit is verkrijgbaar in drinkbare oplossing of voor uitwendig gebruik in een gelvorm. De therapeutische toepassingen zijn nu veel groter geworden. Er zijn geen schadelijke bijwerkingen van bekend.

Wat is silicium?

Gebruik

Voeding

Silicium komt voor in gierst, bamboe, zeegroenten (3).

Gebruik

Werking

Silicium wordt gebruikt tegen osteoporose, hart- en vaatziekten, ziekte van Alzheimer, haaruitval, en het verbeteren van de kwaliteit van haar en nagels. Het wordt ook gebruikt om huid te herstellen, bij striae en soms ook bij spijsverteringsproblemen (25).

Werking

Veiligheid

Gebruik van silicium in de organische vorm is veilig (1, 3).

Contra indicaties

Er zijn geen contra-indicaties bekend van silicium.

Veiligheid

Bijwerkingen

Er zijn geen bijwerkingen bekend van silicium.

Bijwerkingen

Interacties

Er zijn geen interacties bekend van silicium met medicijnen.

Interacties

Dosering

Bij osteoporose is een dagelijkse inname van 40 mg (in organische drinkbare oplossing 20 ml) voldoende om botmineraaldichtheid te vergroten. Er is nog geen ADH vastgesteld (3).

Dosering
Referenties
  1. Jugdaohsingh R, Anderson SH, Tucker KL, et al. Dietary silicon intake and absorption. Am J Clin Nutr 2002;75:887-93.
  2. Jugdaohsingh R, Tucker KL, Qiao N, et al. Dietary silicon intake is positively associated with bone mineral density in men and premenopausal women of the Framingham Offspring cohort. J Bone Miner Res 2004;19:297-307.
  3. Food and Nutrition Board, Institute of Medicine. Dietary Reference Intakes for Vitamin A, Vitamin K, Arsenic, Boron, Chromium, Copper, Iodine, Iron, Manganese, Molybdenum, Nickel, Silicon, Vanadium, and Zinc. Washington, DC: National Academy Press, 2002. Available at: www.nap.edu/books/0309072794/html/. Ichiyanagi O, Sasagawa I, Adachi Y, et al. Silica urolithiasis without magnesium trisilicate intake. Urol Int 1998;61:39-42.
  4. Rico H, Gallego-Lago JL, Hernandez ER, et al. Effect of silicon supplement on osteopenia induced by ovariectomy in rats. Calcif Tissue Int. 2000;66:53-5.
  5. Akuginova, Z.D., B.V. Nikonenko, et al. (1995) Immunity and resistance to tuberculosis in mice on different diets. Problemy Tuberkuleza 0:40-43.
  6. Battye, R.F. (1874) Upon the medicinal properties of silicia in cancer, fibroid tumors and diabetes. Edinb. M.J. 20: 420-435.
  7. Bedu, O., Goy, et al. (1991) Action of silicon on cultured ly Food and Nutrition Board, Institute of Medicine. Dietary Reference Intakes for Vitamin A, Vitamin K, Arsenic, Boron, Chromium, Copper, Iodine, Iron, Manganese, Molybdenum, Nickel, Silicon, Vanadium, and Zinc. Washington, DC: National Academy Press, 2002. Available at: www.nap.edu/books/0309072794/html/.mphocytes, Med. Sci Res. 19:317-318.
  8. Berlyne, G.M., A.J. Adler, et al. (1986) Silicon metabolism. I. Some aspects of renal silicon handling in normal man. Nephron 43: 5-9.
  9. Birchall, J.D. (1990) The role of silicon in biology. Chemistry in Britain: 141-144.
  10. Boisier, J.R. (1956) Absorption et élimination du silicate de sodium administé par voie buccale. Sem. Hop. Pathol. Biol. 32:457-461.
  11. Bowen, H.J.M. and A. Peggs (1984) Determination of silicon content of food. J. Sci. Food Agric. 35: 1265-1269.
  12. Burger, M. (1982) Immunization of mouse spleen cell cultures in the absence of serum and its proteins using SiO2 and 2 mercaptoethanol. Immunology 45:381-385.
  13. Burton, A.C., F. Cornhill, et al. (1980) Protection from cancer by silica in the water-supply of U.S. cities. Journal of Environmental Pathology and Toxicology 4: 31-40.
  14. Carlisle, E.M. and W.F. Alpenfels (1978) A reguirement for silicon for bone growth in culture, Federation Proceedings 37:1123.
  15. Carlisle, E.M., J.W. Berger et al. (1981) A silicon requirement for normal growth of cartilage in culture. Federation Proceedings 39: 787.
  16. Carlisle, E.M., J.W. Berger, et al. (1981) A silicon requirement for prolyl hydroxylase activity. Federation proceedings 40:866.
  17. Charnot, A (1953) Influence du silicium et du potassium sur le métabolisme du calcium. Maroc Medical 32: 589-609.
  18. Charnot, Y., K.B. Gozan, et al. (1974) Oestro-progestatifs et métabolisme du calcium, du magnesium et du silicium. Annales déndrocrinologie 35: 329-335.
  19. Creac’H, P. And J. Adrain (1990) Le silicium dans la chaîne alimentaire et sa localisation dans lórganisme.Méd. Et Nut. 26:73-90.
  20. David, J.-P. (1970) Etude experimentale et clinique de láctivite anti virale du monomethyl orthohydroxybenzoate de sodium.
  21. Faure, C (1973) Le silicium, agent meconnu de mineralisation et de prevention de la carie dentaire. Madoc Medical: 572-574.
  22. Gueyene, J., N. Duffaut, et al. (1962) Absorption cutanee du salicylate de potassium sous forme de complexe organo-siicique. Therapie XV!!: 549557.
  23. Janet, J. Resultatys obtenus en therapeutique humaine avec quelques composes organo-silicies, P.V. soc. Sc. Phys., Bordeaux (1967).
  24. Janet J, Meynac, J.G. Effets physiologigues des champs electriques regules, applications therapeutiques en hepatologie, P.V. Soc. Sc. Phys., Bordeaux (1967).
  25. Janet, J, essai dápplication de la therapeutique ionique a láppareil digestif, S.G.S.O., Toulouse (1957).
Vind een orthomoleculaire therapeut bij jou in de buurt
Sluiten