Orthomoleculair kennisinstituut
Menu

Vitamine E

In het kort
  • Vitamine E (tocoferol) is een essentiële in vet oplosbare vitamine en werd in 1925 erkend als vijfde vitamine.
  • De vitamine komt van nature voor in veel voedingsmiddelen, waaronder plantaardige oliën, granen, dierlijke vetten, vlees, gevogelte, eieren, fruit en groenten.
  • Vitamine E is een antioxidant die de vorming van vrije radicalen tegengaat.
  • Vitamine E kan bepaalde interacties aangaan met medicijnen en supplementen.
  • Vitamine E kan worden ingezet bij vitamine E tekort, PMS, diabetes, pijnstilling, dementie, kanker en ontstekingen.
Vind een orthomoleculaire therapeut bij jou in de buurt
In het kort

Wat is Vitamine E?

Vitamine E is een essentiële in vetoplosbare vitamine. In 1925 werd vitamine E erkend als de vijfde vitamine.1 Vanwege de effecten op de vruchtbaarheid werd het tocoferol genoemd, gebaseerd op de Griekse woorden tocos en fero, die respectievelijk ‘kind’ en ‘voortbrengen’ betekenen. Het komt van nature voor in veel voedingsmiddelen, waaronder plantaardige oliën (zoals tarwekiemolie), granen, dierlijke vetten, vlees, gevogelte, eieren, fruit en groenten.2 Vitamine E bestaat als twee verschillende chemische analogen: tocoferolen en tocotriënolen. Tocoferolen zijn verzadigde vitamine E-derivaten, terwijl tocotriënolen onverzadigde vitamine E-derivaten zijn met een isoprenoïde zijketen.

Vormen van vitamine E

Vitamine E verwijst naar acht verschillende vormen, waaronder alfa-, bèta-, gamma- en delta-tocoferolen en vier tocotriënolen. De meeste vitamine E in voedingsmiddelen is gamma-tocoferol, terwijl de meeste supplementen alfa-tocoferol bevatten, dat de hoogste biologische beschikbaarheid heeft en wordt gebruikt om voedingsbehoeften vast te stellen.29 In tegenstelling tot de meeste voedingsstoffen lijkt vitamine E geen specifieke rol te spelen in een stofwisselingsproces.

Wat is Vitamine E?

Gebruik

Vitamine E tekort

Orale vitamine E is effectief voor de behandeling van vitamine E tekort als gevolg van de genetische aandoening AVED (Ataxie met Vitamine E Deficiëntie). Deze genetische aandoening treedt op wanneer het gen dat alfa-tocoferol-overdrachtseiwit (alfa-TTP) produceert, defect is. Dit veroorzaakt een ernstig vitamine E-tekort. Symptomen zoals cerebellaire ataxie, dysartrie, afwezigheid van diepe peesreflexen en sensorisch verlies treden meestal op tussen de leeftijd van 4 en 18 jaar. Vitamine E-supplementen worden daarom gebruikt bij de behandeling van AVED.3,4,5

Het oraal innemen van vitamine E is effectief voor het voorkomen en behandelen van vitamine E-tekort.6 Vitamine E-tekort komt echter zelden voor bij mensen. Het komt het meest voor bij mensen met malabsorptiestoornissen zoals abetalipoproteïnemie; taaislijmziekte; gastrectomie; ziekte van de lever- en galwegen, waaronder chronische cholestase, levercirrose, galatresie en obstructieve geelzucht; bij zuigelingen die een formule krijgen met onvoldoende vitamine E; darmziekten waaronder coeliakie en tropische spruw; en regionale enteritis.6,7 Daarnaast heeft vitamine E immunomodulerende152 en anti-inflammatoire functies. 153

Mogelijk effectief

Orale vitamine E kan bij sommige patiënten met deze aandoening de functionele achteruitgang vertragen. Het lijkt echter het begin van de ziekte van Alzheimer niet te voorkomen.

Een klinische studie bij patiënten met de ziekte van Alzheimer toont aan dat het dagelijks innemen van 2000 IE all-rac-alfa-tocoferol (synthetische vitamine E) gedurende 2 jaar vergelijkbaar is met het reguliere medicijn selegiline en superieur is aan placebo voor het vertragen van cognitieve achteruitgang.8,9 Een ander klinisch onderzoek bij patiënten met milde tot matige ziekte van Alzheimer toont aan dat het dagelijks innemen van all-rac-alfa-tocoferol 2000 IE de daling van de dagelijkse activiteiten met 19% vermindert in vergelijking met placebo. Dit vertaalt zich in een vertraging van de ziekteprogressie van 6,2 maanden. Dit is vergelijkbaar met het effect van acetylcholinesteraseremmers (bijv. rivastigmine) bij deze populatie. Ondanks deze positieve bevindingen raadt de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) het gebruik van vitamine E voor de behandeling van dementie af vanwege het verhoogde risico op bijwerkingen bij langdurig gebruik van een hoge dosis vitamine E.10

Vitamine E-suppletie lijkt de ziekte van Alzheimer of langzame progressie van milde cognitieve stoornissen niet te voorkomen. Patiënten met milde cognitieve stoornissen die gedurende 3 jaar dagelijks 2000 IE vitamine E gebruiken, ontwikkelen zich in hetzelfde tempo tot de ziekte van Alzheimer als degenen die placebo gebruiken.9,10 Hoewel populatieonderzoek heeft uitgewezen dat een grotere inname van voedingsmiddelen met een hoog vitamine E-gehalte geassocieerd is met een lager risico op het ontwikkelen van de ziekte van Alzheimer12,13, lijkt het nemen van vitamine E-supplementen niet te helpen. Bewijs van een groot klinisch onderzoek dat later werd omgezet in een observationeel onderzoek, toont aan dat het dagelijks innemen van vitamine E 400 IE de ziekte van Alzheimer niet voorkomt in vergelijking met placebo bij cognitief intacte mannen.14,15

Primaire dysmenorroe 

Klinisch onderzoek bij jongere volwassenen met primaire dysmenorroe (pijnlijke menstruatie zonder pathologische oorzaak) toont aan dat het dagelijks innemen van vitamine E 200-500 IE, beginnend 2 dagen voor de menstruatie en doorgaand gedurende de eerste 3 dagen van de bloeding, de ernst en de duur van de pijn vermindert en het bloedverlies vermindert in vergelijking met placebo.16,17,18 Een ander klein klinisch onderzoek bij volwassenen met dysmenorroe toont aan dat het nemen van vitamine E 200 IE met visolie een betere pijnverlichting geeft in vergelijking met het nemen van alleen vitamine E of omega-3-vetzuren.18

Niet-alcoholische-leverontsteking

Klinische onderzoeken en meta-analyses bij volwassenen met niet-alcoholische-leverontsteking (NASH) tonen aan dat het dagelijks innemen van vitamine E 800 IE gedurende maximaal 24 maanden de leverenzymen, leverfibrose, steatose en lobulaire ontsteking verbetert.19,20,21,22 Het nemen van vitamine E 400-1200 IE bij kinderen met NASH lijkt ook de leverenzymspiegels te verbeteren na 4-10 maanden behandeling.23 Bovendien blijkt uit een kleine studie bij patiënten met NASH dat het dagelijks innemen van vitamine E 800 IE gedurende 1 jaar de leverhistologie in dezelfde mate lijkt te verbeteren als het nemen van 40 mg van het reguliere medicijn telmisartan per dag.24 In feite bevelen praktijkrichtlijnen van de American Association for the Study of Liver Diseases (AASLD) aan om dagelijks vitamine E 800 IE in te nemen als eerstelijnstherapie bij niet-diabetische volwassenen met door biopsie bewezen NASH. Vitamine E wordt echter niet aanbevolen bij NASH-patiënten met diabetes, cirrose of cryptogene cirrose.25

Premenstrueel syndroom

Klinisch onderzoek bij volwassenen met premenstrueel syndroom (PMS) toont aan dat het dagelijks innemen van vitamine E 400-600 IE gedurende 3 cycli subjectieve meldingen van symptomen, waaronder angst en depressie, vermindert in vergelijking met placebo.26,27

Gebruik

Indicaties

De belangrijkste functie van vitamine E is een antioxidant die de vorming van vrije radicalen tegengaat. De therapeutische voordelen van vitamine E zijn voornamelijk toegeschreven aan de antioxiderende effecten.6,30,31, Alfa-tocoferol is de meest actieve vorm bij de mens. De biologische activiteit van andere vormen aanzienlijk minder is en de huidige richtlijnen bevatten geen andere vormen van vitamine E dan alfa-tocoferol om aan de voedingsbehoeften te voldoen6

Er is enige bezorgdheid dat hoge doses vitamine E een pro-oxidant in plaats van een antioxidant effect zouden kunnen hebben.32,33,34 Alfa-tocoferol-gemedieerde peroxidatie (TMP) komt in vitro voor, maar of dit in vivo gebeurt, is niet duidelijk.35 Hoge doses vitamine E (alfa-tocoferol) alleen kunnen de normale antioxidantbalans verstoren en het effect van andere vitamine E-isomeren zoals gamma-tocoferol en andere antioxidanten verminderen.33,34 In het begin van de zwangerschap kan deze onbalans de utero-placentaire weefsels nadelig beïnvloeden, de ontwikkeling van placenta-gerelateerde ziekte en embryogenese beïnvloeden.34

Pijnstillende effecten

Van vitamine E wordt gedacht dat het de pijn vermindert door de productie van prostaglandinen te verminderen door de peroxidatie van fosfolipiden en de afgifte van arachidonzuur te voorkomen.37

Antineoplastische effecten

Een verhoogde vitamine E-inname is in verband gebracht met een verminderd risico op verschillende vormen van kanker, zoals nierkanker, blaaskanker, maagkanker en vele andere.38,39,40 Theoretisch vermindert vitamine E oxidatieve schade, die wordt geassocieerd met de ontwikkeling van kankers.41 Er zijn verschillende theorieën van mechanismen voor het verminderen van carcinogenese, waaronder de neutralisatie van reactieve zuurstofsoorten, de remming van de vorming van nitrosaminen en verbetering van de immuunfunctie.40,42 Voorlopig bewijs toont ook aan dat vitamine E en andere antioxidanten oxidatieve schade geassocieerd met tumorgerichte radio-immunotherapie kunnen verminderen.41 Vitamine E wordt gebruikt voor de fotoverouderde huid en om oxidatieve huidbeschadiging te voorkomen die verband houdt met ultraviolette (UV) straling (bijv. zonnebrand) vanwege de antioxiderende effecten. Sommige onderzoekers denken echter dat dit voordeel gelijktijdig gebruik met andere antioxidanten zoals vitamine C vereist om afbraak van vitamine E te voorkomen.43 Chemotherapie en bestralingstherapie hebben ook een negatief effect op de vitamine E-status.44

Vitamine E remt de activiteit van proteïnekinase C, die betrokken is bij celproliferatie en differentiatie in verschillende celtypes, waaronder gladde spieren, bloedplaatjes en monocyten.6 Voorlopig onderzoek suggereert dat vitamine E een antiproliferatief effect zou kunnen hebben op goedaardige hyperplastische prostaatcellen.45 Bevolkingsstudies suggereren een verband tussen lage serumwaarden van alfa-tocoferol en een hoger risico op prostaatkanker.46 In vitro onderzoek suggereert dat gamma-tocoferol, de primaire vitamine E-vorm in voedsel, de proliferatie van prostaatkankercellen remt, maar alfa-tocoferol heeft geen effect.47,48 Dit remmende effect van vitamine E op prostaatkankercellen kan te wijten zijn aan de anti-androgeenactiviteit.48,49 RRR-alfa-tocoferylsuccinaat, bekend als vitamine E-succinaat (VES), wordt momenteel onderzocht vanwege zijn chemotherapeutische en chemopreventieve potentieel. Van VES is aangetoond dat het de groei van tumorcellen remt, voornamelijk door apoptose in humaan prostaatcarcinoom teweeg te brengen.50 Er zijn aanwijzingen dat het remmende effect op de groei van kankercellen door statinegeneesmiddelen met een gesloten ringstructuur, zoals mevastatine en lovastatine (Mevacor), kan worden versterkt bij gebruik met alfa-tocoferylsuccinaat.51

Anti-dementie effecten

Vitamine E is onderzocht op het vermogen om de progressie van de ziekte van Alzheimer te vertragen, mogelijk als gevolg van een interactie met vrije radicalen en een verstoring van cellulaire schade.52 Voorlopige gegevens suggereren dat vitamine E de cognitieve functie zou kunnen verbeteren door bèta-amyloïde schade te verminderen.53,54,55

Anti-diabetische effecten

Vitamine E kan gunstig zijn bij diabetes. Uit bevolkingsonderzoek blijkt dat een hogere vitamine E-inname geassocieerd is met een lager risico op het ontwikkelen van diabetes type 2.56 Sommige klinische onderzoeken tonen aan dat het nemen van vitamine E de glucoseafvoer verbetert bij patiënten met type 2-diabetes.57 Vitamine E-suppletie lijkt echter geen invloed te hebben op de insulineresistentie en verbetert alleen de glycemische parameters bij patiënten met diabetes die ook lage vitamine E-spiegels hebben bij baseline.58,59,60,61

Ontstekingsremmende effecten

Een meta-analyse van klinisch onderzoek bij patiënten met verschillende aandoeningen toont aan dat het nemen van vitamine E de ontstekingsmarkers, zoals serum C-reactief proteïne (CRP), interleukine-6 ​​(IL-6), licht lijkt te verlagen. tumornecrosefactor (TNF)-alfa, in vergelijking met controle.62 Een meta-analyse van 11 onderzoeken bij patiënten die hemodialyse ondergaan, toont aan dat het nemen van vitamine E, doorgaans in een dosis van 400 IE per dag gedurende 2-20 weken, markers van endotheel disfunctie en vasculaire ontsteking vermindert, waaronder intracellulaire adhesiemolecuul-1 (ICAM-1 ) en vasculaire celadhesiemolecuul-1 (VCAM-1) en markers van systemische ontsteking, waaronder CRP, in vergelijking met placebo of geen behandeling. Er was geen effect op IL-6.63

Cardiovasculaire effecten

Oxidatieve schade is toegeschreven aan veel aandoeningen, waaronder lipideperoxidatie bij hartaandoeningen. Sommige voorlopige onderzoeken suggereren dat vitamine E het lokale ontstekingsproces en de oxidatie van LDL-cholesterol (low-density lipoprotein) zou kunnen remmen die geassocieerd is met atherosclerose64,66, maar toen deze theorie werd getest bij gezonde volwassenen zonder hartziekte, RRR- alfa-tocoferol, zelfs bij 2000 IE/dag, produceerde geen markers die wijzen op een vermindering van lipide-oxidatie.66

Het lijkt ook niet de niveaus van C-reactief proteïne te verlagen, een marker van ontsteking die wordt geassocieerd met hart- en vaatziekten, wanneer het wordt gebruikt in combinatie met vitamine C en alfa-liponzuur.67,68 Dit lijkt een ander geval te zijn waar veelbelovende laboratoriumgegevens klinisch niet relevant blijken te zijn. Vitamine E lijkt ook de endotheel afhankelijke vasodilatatie niet te verbeteren bij oudere volwassenen met hypercholesterolemie.69

De tocotriënolen uit rijst- en gerstzemelen kunnen het totale cholesterol en LDL verlagen, mogelijk door de activiteit van HMG-CoA-reductase te verminderen, maar op een andere manier dan ‘statine’-geneesmiddelen.70,71,72,73,74 Tocotriënolen kunnen bij sommige mensen ook in staat zijn om de plaque van de halsslagader te verminderen, mogelijk door de bloedplaatjesaggregatie te verminderen.72 Vitamine E kan ook het beschermende high-density lipoproteïne (HDL) cholesterol verlagen. Dit potentiële pro-oxidant effect kan leiden tot nadelige cardiovasculaire uitkomsten.33

Gamma-tocoferol lijkt de protrombine- en partiële tromboplastinetijd te verlengen en heeft bij proefdieren bloedingen veroorzaakt.75 Van bèta- en delta-tocoferol is ook aangetoond dat ze de protrombine- en partiële tromboplastinetijd bij proefdieren verlengen.75

Grote hoeveelheden vitamine E interfereren met de productie van vitamine K-afhankelijke stollingsfactoren, waardoor hypoprothrombinemische effecten ontstaan, vooral bij mensen met vitamine K-tekort of bij mensen die orale anticoagulantia gebruiken.76,77 Gemengde tocoferolen lijken een groter effect te hebben op de bloedplaatjesaggregatie dan alfa-tocoferol alleen, wat de discrepantie tussen de effecten van vitamine E-inname via de voeding en aanvullende vitamine E (alfa-tocoferol) bij hart- en vaatziekten zou kunnen verklaren. Gemengde tocoferolen lijken de afgifte van stikstofmonoxide (NO) en het eiwitgehalte van superoxidedismutase (SOD) in bloedplaatjes te verhogen, wat kan bijdragen aan het effect op de bloedplaatjesaggregatie.78

Effecten op het centrale zenuwstelsel (CZS)

Bij tardieve dyskinesie (een bewegingsstoornis) wordt gedacht dat sommige patiënten een verhoogde dopamine-turnover hebben, wat resulteert in een verhoogde productie van vrije radicalen en structurele schade. De antioxiderende effecten van vitamine E kunnen het aantal vrije radicalen verminderen dat de dopamine-omzet verhoogt. Bovendien kunnen mensen met tardieve dyskinesie een verlaagd vitamine E- en vitamine C-gehalte hebben.79

Bij de behandeling van epilepsie wordt vitamine E ook voornamelijk gebruikt omdat sommige patiënten die anti-epileptica gebruiken, de bloedspiegels van vitamine E in het bloed hebben verlaagd. Vitamine E kan bij deze patiënten ook werken als een membraanstabilisator en enzymrepressor.80,81

Tekort

Vitamine E-tekort is zeldzaam en wordt meestal gezien bij genetische afwijkingen die het behoud van normale bloedconcentraties van vitamine E verhinderen of aandoeningen die absorptie verhinderen. Vitamine E-tekort veroorzaakt geen specifieke ziekte bij volwassenen, hoewel creatinurie, ceroidafzetting, spierzwakte en verminderde overleving van erytrocyten geassocieerd zijn met lage serum vitamine E-concentraties. Bij volwassenen wordt geschat dat de totale lichaamsvoorraad van vitamine E, gevonden in vetweefsel, 3-8 gram is en voldoende is om te voldoen aan de lichaamsbehoeften gedurende 4 of meer jaar van een gebrekkige voeding. Bij premature baby’s kan vitamine E-tekort prikkelbaarheid, oedeem, trombose en hemolytische anemie veroorzaken.82

Er zijn aanwijzingen dat astma in verband wordt gebracht met verhoogde oxidatieve stress en vitamine E-tekort. Epidemiologische en case-control studies hebben astma in verband gebracht met een lagere vitamine E-inname, lagere vitamine E-serumspiegels, lagere vitamine E-spiegels in het longvocht en vitamine E-inname door de moeder tijdens de zwangerschap.83,84,85,86,87,88 Maar klinische onderzoeken met vitamine E voor astma zijn niet uitgevoerd.

Vitamine E kan ook werken door niet-antioxiderende mechanismen. Voorlopig onderzoek suggereert dat het de cellulaire signalering beïnvloedt en de genexpressie wijzigt in cerebellaire cellen die betrokken zijn bij de regulatie van gecoördineerde beweging. Cerebellaire ataxie is een symptoom van vitamine E-tekort.89

Immunomodulerende effecten

Vitamine E kan een rol spelen bij allergische reacties. Lagere vitamine E-serumspiegels zijn ook in verband gebracht met hogere IgE-spiegels en positieve huidtesten voor allergenen.90

Voor de immuunfunctie bij ouderen kan vitamine E-suppletie een schijnbaar tekort aanvullen. Een tekort aan vitamine E en andere micronutriënten komt vaak voor bij ogenschijnlijk goed gevoede mensen ouder dan 90 jaar en kan het aantal en de functie van natuurlijke killercellen op oudere leeftijd beïnvloeden.91 De meeste onderzoeken suggereren dat vitamine E-suppletie bij gezonde ouderen de respons op huidtesten met vertraagde overgevoeligheid (DTH), een indicator van de immuunfunctie, en antilichaamrespons op hepatitis B, tetanus en difterie en pneumokokkenvaccins verbetert.92,93,94,95 Maar of suppletie met vitamine E leidt tot een betere gezondheid bij ouderen is niet bekend.

Neuroprotectieve effecten

Kleine klinische onderzoeken bij patiënten met diabetes tonen aan dat het innemen van een specifiek tocotriënolrijk vitamine E-supplement gedurende maximaal 1 jaar de zenuwgeleidingssnelheid enigszins lijkt te verhogen in vergelijking met placebo.96,97

Effecten op de nieren

Sommige onderzoekers denken dat de antioxidantactiviteit van vitamine E de progressie van nierziekte kan vertragen. Oxidatieve metabolieten kunnen zich ophopen bij nierdisfunctie. Vitamine E zou theoretisch de achteruitgang van chronische inflammatoire nierziekten zoals IgA-nefropathie, diabetische nefropathie en glomerulosclerose kunnen vertragen; en vergiftiging door nefrotoxische geneesmiddelen en andere verbindingen.98 Bovendien is er enige speculatie geweest dat vitamine E-inname het risico op niercelcarcinoom zou kunnen verminderen. Sommige bevolkingsonderzoeken tonen aan dat vitamine E-inname geassocieerd is met een verminderd risico op nierkanker of niercelcarcinoom.99

Indicaties

Veiligheid

Vitamine E gebruik is veilig bij oraal of plaatselijk en wanneer op de juiste manier gebruikt. Vitamine E wordt over het algemeen als veilig beschouwd, zelfs bij doses die de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid (ADH) overschrijden; bijwerkingen treden echter vaker op bij hogere doses. De aanvaardbare bovengrens van inname (UL) bij gezonde mensen is 1000 mg per dag, wat overeenkomt met 1100 IE synthetische vitamine E (all-rac-alfa-tocoferol) of 1500 IE natuurlijke vitamine E (RRR-alfa-tocoferol).100,101,102,103,104,105,106 Hoewel er enige bezorgdheid bestaat dat het nemen van vitamine E in doses van 400 IE (vorm niet gespecificeerd) per dag of hoger het risico op nadelige uitkomsten en sterfte door alle oorzaken zou kunnen verhogen33,107,108,109,110, is het meeste van dit bewijs komt uit onderzoeken met patiënten van middelbare of oudere leeftijd met chronische ziekten of patiënten uit ontwikkelingslanden waar voedingstekorten veel voorkomen.

Vitamine E gebruik is mogelijk onveilig bij oraal gebruik in hoge doses. Herhaalde doses die de aanvaardbare bovengrens van inname (UL) van 1000 mg per dag overschrijden, worden in verband gebracht met significante bijwerkingen bij overigens gezonde mensen.6

Herhaalde intraveneuze doses all-rac-alfa-tocoferol (synthetische vitamine E) werden in één rapport geassocieerd met verminderde activiteit van stollingsfactoren en bloedingen.111

Kinderen

Vitamine E is veilig gebruikt bij kinderen in hoeveelheden onder de aanvaardbare bovengrens van inname (UL). De UL voor gezonde kinderen is: 200 mg bij kinderen van 1-3 jaar, 300 mg bij kinderen van 4-8 jaar, 600 mg bij kinderen van 9-13 jaar en 800 mg bij kinderen van 14-18 jaar. Er is geen UL vastgesteld voor zuigelingen tot 12 maanden oud.112

Bij oraal gebruik in doses hoger dan de UL is het mogelijk onveilig vanwege een verhoogd risico op bijwerkingen.112 Ook wanneer alfa-tocoferol intraveneus wordt gebruikt in grote doses bij premature baby’s is het mogelijk onveilig. Grote intraveneuze doses vitamine E gaan bij deze populatie gepaard met een verhoogd risico op necrotiserende enterocolitis en sepsis.113,114

Zwangerschap

Het aanvaardbare bovenste innameniveau (UL) tijdens de zwangerschap is 800 mg voor personen van 14-18 jaar en 1000 mg voor personen van 19 jaar en ouder. Suppletie door de moeder wordt echter over het algemeen niet aanbevolen, tenzij vitamine E via de voeding onder de ADH daalt.115 Er werden geen ernstige bijwerkingen gemeld bij orale inname van 400 IE per dag vanaf week 9 – 22 van de zwangerschap bij gezonde patiënten of patiënten met een hoog risico op pre-eclampsie116,117, of bij dagelijks 600-900 IE gedurende de laatste twee maanden zwangerschap.115 Er is echter enig voorlopig bewijs dat suggereert dat het nemen van vitamine E-supplementen schadelijk kan zijn wanneer het in het begin van de zwangerschap wordt ingenomen. Een case-control studie wees uit dat het nemen van een vitamine E-supplement tijdens de eerste 8 weken van de zwangerschap geassocieerd is met een 1,7-9-voudige toename van de kans op aangeboren hartafwijkingen.118 De exacte hoeveelheid vitamine E die tijdens de zwangerschap in deze studie wordt geconsumeerd, is echter onduidelijk. Adviseer patiënten tot er meer bekend is om het gebruik van vitamine E-supplementen in het begin van de zwangerschap te vermijden, tenzij dit nodig is voor een geschikte medische indicatie.

Lactatie

Tijdens lactatie is vitamine E gebruik waarschijnlijk veilig wanneer oraal gebruikt in hoeveelheden die het toelaatbare bovenste innameniveau (UL) niet overschrijden. De UL tijdens borstvoeding is 800 mg voor personen van 14-18 jaar en 1000 mg voor personen van 19 jaar en ouder.6

Wanneer oraal gebruikt in hoeveelheden die de UL overschrijden is het mogelijk onveilig vanwege een verhoogd risico op bijwerkingen.6

Veiligheid

Interacties

Medicijnen

De antioxiderende effecten van vitamine E zouden de effectiviteit van alkylerende middelen kunnen verminderen. Er bestaat bezorgdheid dat antioxidanten de activiteit kunnen verminderen van chemotherapiemedicijnen die vrije radicalen genereren, zoals cyclofosfamide, chloorambucil, carmustine, busulfan en thiotepa.119 Sommige onderzoekers theoretiseren echter dat antioxidanten chemotherapie effectiever kunnen maken door oxidatieve stress te verminderen die apoptose (celdood) van kankercellen zou kunnen verstoren.120,121 Er is meer bewijs nodig om te bepalen welk effect, indien aanwezig, antioxidanten zoals vitamine E hebben op chemotherapie. Adviseer patiënten om hun oncoloog te raadplegen voordat ze vitamine E-supplementen gebruiken, vooral in hoge doses.

Gelijktijdig gebruik van vitamine E en anticoagulantia (antistollingsmedicijn) of plaatjesaggregatieremmers kan het risico op bloedingen verhogen. Vitamine E lijkt de bloedplaatjesaggregatie te remmen en de effecten van vitamine K-afhankelijke stollingsfactoren tegen te gaan.6,122,123,124,125 Deze effecten lijken dosisafhankelijk te zijn en zijn waarschijnlijk alleen klinisch significant bij doses van ten minste 800 eenheden per dag.126,127 Gemengde tocoferolen, zoals die in voedsel worden aangetroffen, hebben mogelijk een sterker antibloedplaatjes effect dan alfa-tocoferol.78 RRR alfa-tocoferol (natuurlijke vitamine E) 1000 IE per dag antagoniseert vitamine K-afhankelijke stollingsfactoren.128 Adviseer patiënten om hoge doses vitamine E te vermijden, vooral bij mensen met een lage vitamine K-inname of andere risicofactoren voor bloedingen.

De antioxiderende effecten van vitamine E zouden de effectiviteit van antitumor-antibiotica kunnen verminderen. Er bestaat bezorgdheid dat antioxidanten de activiteit van antitumorale antibiotica zoals doxorubicine, die vrije radicalen genereren, zouden kunnen verminderen.129 Sommige onderzoekers theoretiseren echter dat antioxidanten chemotherapie effectiever kunnen maken door oxidatieve stress te verminderen die apoptose (celdood) van kankercellen zou kunnen verstoren.121,130 Er is meer bewijs nodig om te bepalen welk effect, indien aanwezig, antioxidanten zoals vitamine E hebben op chemotherapie met antitumor-antibiotica. Adviseer patiënten om hun oncoloog te raadplegen voordat ze vitamine E-supplementen gebruiken, vooral in hoge doses.

Een specifieke vorm van vitamine E kan de absorptie en het gehalte aan cyclosporine verhogen. Er zijn aanwijzingen dat één specifieke formulering van vitamine E (D-alfa-tocoferyl-polyethyleenglycol-1000-succinaat, TPGS, tocofersolan, Liqui-E) de absorptie van cyclosporine zou kunnen verhogen. Deze vitamine E-formulering vormt micellen die bij sommige patiënten de absorptie van ciclosporine met 40% tot 72% lijken te verhogen.131,132 Het is echter onwaarschijnlijk dat deze interactie optreedt met de gebruikelijke vormen van vitamine E.

Vitamine E zou het metabolisme van CYP3A4 kunnen induceren, waardoor mogelijk de spiegels van CYP3A4-substraten worden verlaagd. Vitamine E lijkt te binden met de nucleaire receptor, pregnane X-receptor (PXR), wat resulteert in verhoogde expressie van CYP3A4.133,134 Hoewel de klinische betekenis hiervan niet bekend is, moet u voorzichtig zijn bij het overwegen van gelijktijdig gebruik van vitamine E en andere geneesmiddelen die door deze enzymen worden beïnvloed.

Het gebruik van selumetinib (een medicijn voor de behandeling van kinderen van twee jaar en ouder met neurofibromatose type 1) met vitamine E kan resulteren in een totale dagelijkse dosis vitamine E die de veilige limiet overschrijdt en kan daarom het risico op bloedingen verhogen. Selumetinib bevat 48-54 IE vitamine E per capsule. Het verhoogde risico op bloedingen met vitamine E lijkt dosisafhankelijk te zijn.122,127,135 Wees voorzichtig bij het gebruik van selumetinib in combinatie met aanvullende vitamine E, vooral bij patiënten met een hoger risico op bloedingen, zoals patiënten met chronische aandoeningen en patiënten die bloedplaatjesaggregatieremmers gebruiken.

Het gebruik van vitamine E met warfarine (antistollingsmiddel) kan het risico op bloedingen verhogen. Vanwege interferentie met de productie van vitamine K-afhankelijke stollingsfactoren, kan het gebruik van meer dan 400 IE vitamine E per dag met warfarine de protrombinetijd (PT), INR en het risico op bloedingen verhogen.136,137,138 Bij een dosis van 1000 IE per dag kan vitamine E vitamine K-afhankelijke stollingsfactoren tegenwerken, zelfs bij mensen die geen warfarine gebruiken.128 Beperkt klinisch bewijs suggereert dat doses tot 1200 IE per dag veilig kunnen worden gebruikt door patiënten die warfarine gebruiken, maar dit is mogelijk niet van toepassing op alle patiëntenpopulaties.139

Supplementen

Beta-caroteen: Vitamine E kan het bètacaroteengehalte verlagen. Er zijn aanwijzingen dat vitamine E de absorptie van bètacaroteen zou kunnen verminderen, als gevolg van concurrentie om oplosbaarheid in micellen. Het dagelijks innemen van vitamine E 800 eenheden lijkt de plasma-bèta-caroteenspiegels met 20% te verlagen. Er wordt gedacht dat hogere doses de bètacaroteenspiegels verder zouden kunnen verlagen.140

IJzer: Grote doses vitamine E kunnen de therapeutische effecten van ijzersupplementen bij zuigelingen met bloedarmoede verminderen. Beperkte gegevens suggereren dat overmatige doses vitamine E (>10 IE/kg/dag) de reactie van rode bloedcellen op ijzersupplementen bij ernstig anemische zuigelingen kunnen vertragen.141 Het nemen van kleine doses vitamine E met ijzer lijkt echter niet hetzelfde effect te hebben. Eén klinische studie toont aan dat het toedienen van 6 mg/kg ijzer plus vitamine E 27 IE per dag gedurende 8 weken de serum-ferritinespiegel normaliseert bij zuigelingen met ijzerdeficiëntie (ferritinespiegels <15 mcg/L). Deze verhoging van serum-ferritine was niet anders in vergelijking met het geven van dezelfde dosis ijzer zonder vitamine E.142 Het is niet bekend of deze interactie optreedt bij volwassenen.

Omega-6-vetzuren: Theoretisch kunnen grote hoeveelheden omega-6-vetzuren het vitamine E-gehalte in het lichaam verlagen. Een verhoogde inname van omega-6-vetzuren kan de behoefte aan vitamine E verhogen, vooral bij hogere doses.6

Vitamine A: Laboratorium- en dieronderzoek suggereert dat vitamine E de effecten van vitamine A kan veranderen, waaronder het voorkomen van oxidatie in de darm en het verhogen van de absorptie, het verbeteren van het gebruik, het bevorderen van leveropslag, bescherming tegen celbeschadiging veroorzaakt door hoge vitamine A-spiegels en het verminderen van enkele van de symptomen van hypervitaminose A.143,144,145

Vitamine K: Grote doses vitamine E kunnen de effecten van vitamine K verstoren. Het nemen van vitamine E in doses van ten minste 800 IE per dag kan de effecten van vitamine K verminderen. Dit kan het risico op bloedingen verhogen bij mensen die warfarine of andere anticoagulantia gebruiken, vooral bij patiënten met lage vitamine K-spiegels.6,146 Vitamine E antagoniseert vitamine K door de absorptie ervan te verminderen en door zich te binden aan vitamine K-afhankelijke enzymen.6,147

Interacties

Dosering

Algemeen

De aanbevolen dagelijkse hoeveelheid (ADH) voor vitamine E (als alfa-tocoferol) is 15 mg per dag. Voor RRR-alfa-tocoferol (natuurlijke vitamine E) is de ADH 22 IE; voor all-rac-alfa-tocoferol (synthetische vitamine E) is dit 33 IE.6 De ADH tijdens de zwangerschap is 15 mg; de ADH tijdens borstvoeding is 19 mg.6

Het innemen van vitamine E met voedsel lijkt de opname te verbeteren. Sommige onderzoeken suggereren dat het nemen van vitamine E met vetrijk voedsel de absorptie verder kan verbeteren, omdat het vet oplosbaarheid en opname in micellen mogelijk maakt.6,148,149 Ander onderzoek suggereert echter dat vetarm voedsel ook de opname van vitamine E kan verbeteren.150,151

Het doseren van vitamine E kan verwarrend zijn. Hoeveelheden kunnen in verschillende bronnen en klinische onderzoeken worden vermeld als mg of internationale eenheden (IE). De huidige richtlijnen hebben ADH’s en aanvaardbare bovenste innameniveaus (UL’s) voor vitamine E uitgedrukt in mg. Sommige producten zijn echter nog steeds geëtiketteerd in IU’s. Het is dus belangrijk om te begrijpen hoe u tussen IU’s en mg vitamine E kunt omrekenen. De juiste methode om dit te doen hangt af van de formulering van vitamine E die wordt overwogen en of een ADH of een UL wordt berekend.

Voor een ADH-berekening kan RRR-alfa-tocoferol (natuurlijke vitamine E) worden omgerekend van IE naar mg alfa-tocoferol door vermenigvuldiging met een factor 0,67. 30 IE RRR-alfa-tocoferol is bijvoorbeeld gelijk aan 20 mg. Om all-rac-alfa-tocoferol (synthetische vitamine E) van IE naar mg alfa-tocoferol om te zetten, vermenigvuldigt u zich met een factor 0,45. 30 IE all-rac-alfa-tocoferol is bijvoorbeeld gelijk aan 13,5 mg.

Bij het berekenen van een UL blijft de conversiefactor voor RRR-alfa-tocoferol (natuurlijke vitamine E) hetzelfde. De conversiefactor voor all-rac-alfa-tocoferol (synthetische vitamine E) is echter anders omdat de UL ervan uitgaat dat alle isomeren van vitamine E kunnen bijdragen aan toxiciteit. Om all-rac-alfa-tocoferol (synthetische vitamine E) van IE naar mg om te zetten, vermenigvuldigt u met een factor 0,91. Bijvoorbeeld, 2000 IE all-rac-alfa-tocoferol (synthetische vitamine E) komt overeen met 1820 mg. Dezelfde factoren worden gebruikt voor acetaat- of succinaatzouten omdat het gehalte is aangepast voor de molecuulgewichten van de zouten.6

Kinderen

Oraal

De ADH’s voor vitamine E (als alfa-tocoferol) bij kinderen zijn: 0-6 maanden, 4 mg; 7-12 maanden oud, 5 mg; 1-3 jaar oud, 6 mg; 4-8 jaar oud, 7 mg; 9-13 jaar oud, 11 mg; 14 jaar en ouder, 15 mg.6

Aandoening Dagdosering
Wonden 1 x daags 100 – 500 mg
Littekens 1 x daags 100 – 500 mg
Sclerodermie (systemische sclerose) 1 x daags 200 - 400 mg
Wintertenen en winterhanden (perniones) 1 x daags 100 – 200 mg
Huidschimmel (ringworm) 100 – 200 mg per dag
Kalknagel (schimmelnagel) 1 x daags 250 – 270 mg
Brandwonden 1 x daags 250 - 270 mg
Cataract (staar) 1 x daags 200 – 400 mg
Droge ogen 1 x daags 35 - 200 mg
Gordelroos 200 – 1000 IE per dag
Hyperlipidemie 100 – 200 mg per dag
Endometriose 100 – 200 mg-TE per dag
Leververvetting 100 - 600 mg per dag
Acne (puistjes) 1 x daags 100 – 500 mg
Eczeem 200 - 1000 IE per dag
Snel werkende schildklier (Hyperthyreoïdie) 100 – 200 mg per dag
Ziekte van Raynaud 100 - 200 mg per dag
Zonneallergie 100 – 200 mg per dag
Reuk- en smaakverlies 1 x daags 15 mg
Rimpels 1 x daags 400 iE
COPD 200 - 1000 IE per dag
Diabetische Retinopathie (DRP) 1 x daags 400 iE
Ataxie 1 – 2 x daags 400 mg
Dosering
Referenties
  1. Wong, R. S., & Radhakrishnan, A. K. (2012). Tocotrienol research: past into present. Nutrition reviews70(9), 483-490.
  2. Surai, P. F., MacPherson, A., Speake, B. K., & Sparks, N. H. C. (2000). Designer egg evaluation in a controlled trial. European Journal of Clinical Nutrition54(4), 298-305.
  3. Kaempf-Rotzoll, D. E., Traber, M. G., & Arai, H. (2003). Vitamin E and transfer proteins. Current opinion in lipidology14(3), 249-254.
  4. Van de Warrenburg, B. P. C., Van Gaalen, J., Boesch, S., Burgunder, J. M., Dürr, A., Giunti, P., … & Riess, O. (2014). EFNS/ENS Consensus on the diagnosis and management of chronic ataxias in adulthood. European journal of neurology21(4), 552-562.
  5. Schuelke, M. (2016). Ataxia with vitamin E deficiency.
  6. Food and Nutrition Board, Institute of Medicine. (2000). Dietary reference intakes for vitamin C, vitamin E, selenium, and carotenoids. National Academy Press, Washington, DC.
  7. Okebukola, P. O., Kansra, S., & Barrett, J. (2020). Vitamin E supplementation in people with cystic fibrosis. Cochrane Database of Systematic Reviews, (9).
  8. Sano, M., Ernesto, C., Thomas, R. G., Klauber, M. R., Schafer, K., Grundman, M., … & Thal, L. J. (1997). A controlled trial of selegiline, alpha-tocopherol, or both as treatment for Alzheimer’s disease. New England Journal of Medicine336(17), 1216-1222.
  9. Farina, N., Llewellyn, D., Isaac, M. G. E. K. N., & Tabet, N. (2017). Vitamin E for Alzheimer’s dementia and mild cognitive impairment. Cochrane database of systematic reviews, (1).
  10. World Health Organization. (2019). Risk reduction of cognitive decline and dementia: WHO guidelines.
  11. Petersen, R. C., Thomas, R. G., Grundman, M., Bennett, D., Doody, R., Ferris, S., … & Thal, L. J. (2005). Vitamin E and donepezil for the treatment of mild cognitive impairment. New England Journal of Medicine352(23), 2379-2388.
  12. Devore, E. E., Grodstein, F., van Rooij, F. J., Hofman, A., Stampfer, M. J., Witteman, J. C., & Breteler, M. M. (2010). Dietary antioxidants and long-term risk of dementia. Archives of neurology67(7), 819-825.
  13. Li, F. J., Shen, L., & Ji, H. F. (2012). Dietary intakes of vitamin E, vitamin C, and β-carotene and risk of Alzheimer’s disease: a meta-analysis. Journal of Alzheimer’s disease31(2), 253-258.
  14. Kryscio, R. J., Abner, E. L., Caban-Holt, A., Lovell, M., Goodman, P., Darke, A. K., … & Schmitt, F. A. (2017). Association of antioxidant supplement use and dementia in the prevention of Alzheimer’s disease by vitamin E and selenium trial (PREADViSE). JAMA neurology74(5), 567-573.
  15. DeKosky, S. T., & Schneider, L. S. (2017). Preventing Dementia: Many Issues and Not Enough Time. JAMA neurology74(5), 508-510.
  16. Ziaei, S., Faghihzadeh, S., Sohrabvand, F., Lamyian, M., & Emamgholy, T. (2001). A randomised placebo‐controlled trial to determine the effect of vitamin E in treatment of primary dysmenorrhoea. BJOG: An International Journal of Obstetrics & Gynaecology108(11), 1181-1183.
  17. Ziaei, S., Zakeri, M., & Kazemnejad, A. (2005). A randomised controlled trial of vitamin E in the treatment of primary dysmenorrhoea. BJOG: An International Journal of Obstetrics & Gynaecology112(4), 466-469.
  18. Sadeghi, N., Paknezhad, F., Rashidi Nooshabadi, M., Kavianpour, M., Jafari Rad, S., & Khadem Haghighian, H. (2018). Vitamin E and fish oil, separately or in combination, on treatment of primary dysmenorrhea: a double-blind, randomized clinical trial. Gynecological Endocrinology34(9), 804-808.
  19. Adams, L. A., & Angulo, P. (2003). Vitamins E and C for the treatment of NASH: duplication of results but lack of demonstration of efficacy. The American journal of gastroenterology98(11), 2348.
  20. Sanyal, A. J., Chalasani, N., Kowdley, K. V., McCullough, A., Diehl, A. M., Bass, N. M., … & Robuck, P. R. (2010). Pioglitazone, vitamin E, or placebo for nonalcoholic steatohepatitis. New England Journal of Medicine362(18), 1675-1685.
  21. Sato, K., Gosho, M., Yamamoto, T., Kobayashi, Y., Ishii, N., Ohashi, T., … & Yoneda, M. (2015). Vitamin E has a beneficial effect on nonalcoholic fatty liver disease: a meta-analysis of randomized controlled trials. Nutrition31(7-8), 923-930.
  22. Vadarlis, A., Antza, C., Bakaloudi, D. R., Doundoulakis, I., Kalopitas, G., Samara, M., … & Chourdakis, M. (2021). Systematic review with meta‐analysis: the effect of vitamin E supplementation in adult patients with non‐alcoholic fatty liver disease. Journal of Gastroenterology and Hepatology36(2), 311-319.
  23. Lavine, J. E. (2000). Vitamin E treatment of nonalcoholic steatohepatitis in children: a pilot study. The Journal of pediatrics136(6), 734-738.
  24. Alam, S., Abrar, M., Islam, S., Kamal, M., Hasan, M. J., Khan, M. A. S., & Ahmad, N. (2020). Effect of telmisartan and vitamin E on liver histopathology with non‐alcoholic steatohepatitis: A randomized, open‐label, noninferiority trial. JGH Open4(4), 663-669.
  25. Chalasani, N., Younossi, Z., Lavine, J. E., Diehl, A. M., Brunt, E. M., Cusi, K., … & Sanyal, A. J. (2012). The diagnosis and management of non‐alcoholic fatty liver disease: Practice Guideline by the American Association for the Study of Liver Diseases, American College of Gastroenterology, and the American Gastroenterological Association. Hepatology55(6), 2005-2023.
  26. London, R. S., Murphy, L., Kitlowski, K. E., & Reynolds, M. A. (1987). Efficacy of alpha-tocopherol in the treatment of the premenstrual syndrome. The Journal of reproductive medicine32(6), 400-404.
  27. London, R. S., Sundaram, G. S., Murphy, L., & Goldstein, P. J. (1983). The effect of alpha-tocopherol on premenstrual symptomatology: a double-blind study. Journal of the American College of Nutrition2(2), 115-122.
  28. Surai, P. F., MacPherson, A., Speake, B. K., & Sparks, N. H. C. (2000). Designer egg evaluation in a controlled trial. European Journal of Clinical Nutrition54(4), 298-305.
  29. Chang, M. C., Kwak, S. G., & Kwak, S. (2021). Effect of dietary vitamins C and E on the risk of Parkinson’s disease: A meta-analysis. Clinical Nutrition40(6), 3922-3930.
  30. Jiang, Q., Christen, S., Shigenaga, M. K., & Ames, B. N. (2001). γ-Tocopherol, the major form of vitamin E in the US diet, deserves more attention. The American journal of clinical nutrition74(6), 714-722.
  31. Wagner, K. H., Kamal-Eldin, A., & Elmadfa, I. (2004). Gamma-tocopherol–an underestimated vitamin?. Annals of nutrition and metabolism48(3), 169-188.
  32. Abudu, N., Miller, J. J., Attaelmannan, M., & Levinson, S. S. (2004). Vitamins in human arteriosclerosis with emphasis on vitamin C and vitamin E. Clinica Chimica Acta339(1-2), 11-25.
  33. Lonn, E., Bosch, J., Yusuf, S., Sheridan, P., Pogue, J., Arnold, J. M., … & Dagenais, G. R. (2005). Effects of long-term vitamin E supplementation on cardiovascular events and cancer: a randomized controlled trial. Jama293(11), 1338-1347.
  34. Smedts, H. P. M., De Vries, J. H., Rakhshandehroo, M. D., Wildhagen, M. F., Verkleij‐Hagoort, A. C., Steegers, E. A., & Steegers‐Theunissen, R. P. M. (2009). High maternal vitamin E intake by diet or supplements is associated with congenital heart defects in the offspring. BJOG: An International Journal of Obstetrics & Gynaecology116(3), 416-423.
  35. Schneider, C. (2005). Chemistry and biology of vitamin E. Molecular nutrition & food research49(1), 7-30.
  36. Huang, H. Y., & Appel, L. J. (2003). Supplementation of diets with α-tocopherol reduces serum concentrations of γ-and δ-tocopherol in humans. The Journal of nutrition133(10), 3137-3140.
  37. Sadeghi, N., Paknezhad, F., Rashidi Nooshabadi, M., Kavianpour, M., Jafari Rad, S., & Khadem Haghighian, H. (2018). Vitamin E and fish oil, separately or in combination, on treatment of primary dysmenorrhea: a double-blind, randomized clinical trial. Gynecological Endocrinology34(9), 804-808.
  38. Palli, D., Russo, A., Saieva, C., Salvini, S., Amorosi, A., & Decarli, A. (2000). Dietary and familial determinants of 10‐year survival among patients with gastric carcinoma. Cancer: Interdisciplinary International Journal of the American Cancer Society89(6), 1205-1213.
  39. Li, P., Zhang, H., Chen, J., Shi, Y., Cai, J., Yang, J., & Wu, Y. (2014). Association between dietary antioxidant vitamins intake/blood level and risk of gastric cancer. International Journal of Cancer135(6), 1444-1453.
  40. Shen, C., Huang, Y., Yi, S., Fang, Z., & Li, L. (2015). Association of vitamin E intake with reduced risk of kidney cancer: a meta-analysis of observational studies. Medical Science Monitor: International Medical Journal of Experimental and Clinical Research21, 3420.
  41. Blumenthal, R. D., Lew, W., Reising, A., Soyne, D., Osorio, L., Ying, Z., & Goldenberg, D. M. (2000). Anti‐oxidant vitamins reduce normal tissue toxicity induced by radio‐immunotherapy. International journal of cancer86(2), 276-280.
  42. Jacobs, E. J., Henion, A. K., Briggs, P. J., Connell, C. J., McCullough, M. L., Jonas, C. R., … & Thun, M. J. (2002). Vitamin C and vitamin E supplement use and bladder cancer mortality in a large cohort of US men and women. American journal of epidemiology156(11), 1002-1010.
  43. Kligman, A. M. (1997). Topical treatments for photoaged skin: Separating the reality from the hype. Postgraduate medicine102(2), 115-126.
  44. Jonas, C. R., Puckett, A. B., Jones, D. P., Griffith, D. P., Szeszycki, E. E., Bergman, G. F., … & Ziegler, T. R. (2000). Plasma antioxidant status after high-dose chemotherapy: a randomized trial of parenteral nutrition in bone marrow transplantation patients. The American journal of clinical nutrition72(1), 181-189.
  45. Wan, X. S., Zhou, Z., Kennedy, A. R., & Kopelovich, L. (2003). In vitro evaluation of chemopreventive agents using cultured human prostate epithelial cells. Oncology reports10(6), 2009-2014.
  46. Moyad, M. A., Brumfield, S. K., & Pienta, K. J. (1999, May). Vitamin E, alpha-and gamma-tocopherol, and prostate cancer. In Seminars in urologic oncology(Vol. 17, No. 2, pp. 85-90).
  47. Jiang, Q., Wong, J., Fyrst, H., Saba, J. D., & Ames, B. N. (2004). γ-Tocopherol or combinations of vitamin E forms induce cell death in human prostate cancer cells by interrupting sphingolipid synthesis. Proceedings of the National Academy of Sciences101(51), 17825-17830.
  48. Thompson, T. A., & Wilding, G. (2003). Androgen antagonist activity by the antioxidant moiety of vitamin E, 2, 2, 5, 7, 8-pentamethyl-6-chromanol in human prostate carcinoma cells. Molecular cancer therapeutics2(8), 797-803.
  49. Hartman, T. J., Dorgan, J. F., Woodson, K., Virtamo, J., Tangrea, J. A., Heinonen, O. P., … & Albanes, D. (2001). Effects of long‐term α‐tocopherol supplementation on serum hormones in older men. The Prostate46(1), 33-38.
  50. Israel, K., Yu, W., Sanders, B. G., & Kline, K. (2000). Vitamin E succinate induces apoptosis in human prostate cancer cells: role for Fas in vitamin E succinate-triggered apoptosis. Nutrition and cancer36(1), 90-100.
  51. Kumar, B., Cole, W. C., & Prasad, K. N. (2001). Alpha tocopheryl succinate, retinoic acid and polar carotenoids enhanced the growth-inhibitory effect of a cholesterol-lowering drug on immortalized and transformed nerve cells in culture. Journal of the American College of Nutrition20(6), 628-636.
  52. Klatte, E. T., Scharre, D. W., Nagaraja, H. N., Davis, R. A., & Beversdorf, D. Q. (2003). Combination therapy of donepezil and vitamin E in Alzheimer disease. Alzheimer Disease & Associated Disorders17(2), 113-116.
  53. Socci, D. J., Crandall, B. M., & Arendash, G. W. (1995). Chronic antioxidant treatment improves the cognitive performance of aged rats. Brain research693(1-2), 88-94.
  54. Yamada, K., Tanaka, T., Han, D., Senzaki, K., Kameyama, T., & Nabeshima, T. (1999). Protective effects of idebenone and α‐tocopherol on β‐amyloid‐(1–42)‐induced learning and memory deficits in rats: implication of oxidative stress in β‐amyloid‐induced neurotoxicity in vivo. European Journal of Neuroscience11(1), 83-90.
  55. Joseph, J. A., Shukitt-Hale, B., Denisova, N. A., Prior, R. L., Cao, G., Martin, A., … & Bickford, P. C. (1998). Long-term dietary strawberry, spinach, or vitamin E supplementation retards the onset of age-related neuronal signal-transduction and cognitive behavioral deficits. Journal of Neuroscience18(19), 8047-8055.
  56. Montonen, J., Knekt, P., Jarvinen, R. I. T. V. A., & Reunanen, A. (2004). Dietary antioxidant intake and risk of type 2 diabetes. Diabetes care27(2), 362-366.
  57. Paolisso, G., D’Amore, A., Giugliano, D., Ceriello, A., Varricchio, M., & D’onofrio, F. (1993). Pharmacologic doses of vitamin E improve insulin action in healthy subjects and non-insulin-dependent diabetic patients. The American journal of clinical nutrition57(5), 650-656.
  58. Gómez-Pérez, F. J., Valles-Sanchez, V. E., López-Alvarenga, J. C., Choza-Romero, R., JJ, I. P., OB, P. O., … & Rull, J. A. (1996). Vitamin E modifies neither fructosamine nor HbA1c levels in poorly controlled diabetes. Revista de Investigacion Clinica; Organo del Hospital de Enfermedades de la Nutricion48(6), 421-424.
  59. Shab-Bidar, S., Mazloum, Z., & Mousavi-Shirazifard, Z. (2013). Daily vitamin E supplementation does not improve metabolic and glycemic control in type 2 diabetic patients: a double blinded randomized controlled trial. Journal of Diabetes5(1), 57-58.
  60. Xu, R., Zhang, S., Tao, A., Chen, G., & Zhang, M. (2014). Influence of vitamin E supplementation on glycaemic control: a meta-analysis of randomised controlled trials. PLoS One9(4), e95008.
  61. Khodaeian, M., Tabatabaei‐Malazy, O., Qorbani, M., Farzadfar, F., Amini, P., & Larijani, B. (2015). Effect of vitamins C and E on insulin resistance in diabetes: a meta‐analysis study. European journal of clinical investigation45(11), 1161-1174.
  62. Asbaghi, O., Sadeghian, M., Nazarian, B., Sarreshtedari, M., Mozaffari-Khosravi, H., Maleki, V., … & Sadeghi, O. (2020). The effect of vitamin E supplementation on selected inflammatory biomarkers in adults: a systematic review and meta-analysis of randomized clinical trials. Scientific reports10(1), 1-17.
  63. Nguyen, T. T. U., Yeom, J. H., & Kim, W. (2021). Beneficial effects of vitamin E supplementation on endothelial dysfunction, inflammation, and oxidative stress biomarkers in patients receiving hemodialysis: a systematic review and meta-analysis of randomized controlled trials. International Journal of Molecular Sciences22(21), 11923.
  64. Meydani, M. (2000). Effect of functional food ingredients: vitamin E modulation of cardiovascular diseases and immune status in the elderly. The American journal of clinical nutrition71(6), 1665S-1668S.
  65. van Tits, L. J., Demacker, P. N., de Graaf, J., Hak-Lemmers, H. L., & Stalenhoef, A. F. (2000). α-Tocopherol supplementation decreases production of superoxide and cytokines by leukocytes ex vivo in both normolipidemic and hypertriglyceridemic individuals. The American journal of clinical nutrition71(2), 458-464.
  66. Huang, H. Y., Appel, L. J., Croft, K. D., Miller III, E. R., Mori, T. A., & Puddey, I. B. (2002). Effects of vitamin C and vitamin E on in vivo lipid peroxidation: results of a randomized controlled trial. The American journal of clinical nutrition76(3), 549-555.
  67. Block, G., Jensen, C., Dietrich, M., Norkus, E. P., Hudes, M., & Packer, L. (2004). Plasma C-reactive protein concentrations in active and passive smokers: influence of antioxidant supplementation. Journal of the American College of Nutrition23(2), 141-147.
  68. Woollard, K. J., Rayment, S. J., Bevan, R., Shaw, J. A., Lunec, J., & Griffiths, H. R. (2006). α-Tocopherol supplementation does not affect monocyte endothelial adhesion or C-reactive protein levels but reduces soluble vascular adhesion molecule-1 in the plasma of healthy subjects. Redox Report11(5), 214-222.
  69. Stein, J. H., Carlsson, C. M., Papcke-Benson, K., Aeschlimann, S. E., Bodemer, A., Carnes, M., & McBride, P. E. (2001). The effects of lipid-lowering and antioxidant vitamin therapies on flow-mediated vasodilation of the brachial artery in older adults with hypercholesterolemia. Journal of the American College of Cardiology38(7), 1806-1813.
  70. Mensink, R. P., van Houwelingen, A. C., Kromhout, D., & Hornstra, G. (1999). A vitamin E concentrate rich in tocotrienols had no effect on serum lipids, lipoproteins, or platelet function in men with mildly elevated serum lipid concentrations. The American journal of clinical nutrition69(2), 213-219.
  71. Qureshi, A. A., Qureshi, N., Wright, J. J. K., Shen, Z., Kramer, G., Gapor, A., … & Bradlow, B. A. (1991). Lowering of serum cholesterol in hypercholesterolemic humans by tocotrienols (palmvitee). The American journal of clinical nutrition53(4), 1021S-1026S.
  72. Tomeo, A. C., Geller, M., Watkins, T. R., Gapor, A., & Bierenbaum, M. L. (1995). Antioxidant effects of tocotrienols in patients with hyperlipidemia and carotid stenosis. Lipids30(12), 1179-1183.
  73. Qureshi, A. A., Bradlow, B. A., Brace, L., Manganello, J., Peterson, D. M., Pearce, B. C., … & Elson, C. E. (1995). Response of hypercholesterolemic subjects to administration of tocotrienols. Lipids30(12), 1171-1177.
  74. Qureshi, A. A., Bradlow, B. A., Salser, W. A., & Brace, L. D. (1997). Novel tocotrienols of rice bran modulate cardiovascular disease risk parameters of hypercholesterolemic humans. The Journal of nutritional biochemistry8(5), 290-298.
  75. Takahashi, O. (1995). Haemorrhagic toxicity of a large dose of α-, β-, γ-and δ-tocopherols, ubiquinone, β-carotene, retinol acetate and L-ascorbic acid in the rat. Food and chemical toxicology33(2), 121-128.
  76. Frank, J., Weiser, H., & Biesalski, H. K. (1997). Interaction of vitamins E and K: effect of high dietary vitamin E on phylloquinone activity in chicks. International Journal for Vitamin and Nutrition research. Internationale Zeitschrift fur Vitamin-und Ernahrungsforschung. Journal International de Vitaminologie et de Nutrition67(4), 242-247.
  77. Helson, L. (1984). The effect of intravenous vitamin E and menadiol sodium diphosphate on vitamin K dependent clotting factors. Thrombosis research35(1), 11-18.
  78. Liu, M., Wallmon, A., Olsson-Mortlock, C., Wallin, R., & Saldeen, T. (2003). Mixed tocopherols inhibit platelet aggregation in humans: potential mechanisms. The American journal of clinical nutrition77(3), 700-706.
  79. Soares‐Weiser, K., Maayan, N., & McGrath, J. (2011). Vitamin E for neuroleptic‐induced tardive dyskinesia. Cochrane Database of Systematic Reviews, (2).
  80. Sullivan, C., Capaldi, N., Mack, G., & Buchanan, N. (1990). Seizures and natural vitamin E. The Medical Journal of Australia152(11), 613-614.
  81. Caspi, O., Greenfield, R. H., & Gurgevich, S. (1998). Case report in integrative medicine: a 24-year-old male with medically intractable seizures. Integrative Medicine1(4), 173-176.
  82. McEvoy, G. K., Miller, J., & Snow, E. K. (2010). AHFS 2010 Drug Information. Bethesda, MD: American Society of Health-Systems Pharmacists.
  83. Baker, J. C., Tunnicliffe, W. S., Duncanson, R. C., & Ayres, J. G. (1999). Dietary antioxidants and magnesium in type 1 brittle asthma: a case control study. Thorax54(2), 115-118.
  84. Kelly, F. J., Mudway, I., Blomberg, A., Frew, A., & Sandström, T. (1999). Altered lung antioxidant status in patients with mild asthma. The Lancet354(9177), 482-483.
  85. Powell, C. V., Nash, A. A., Powers, H. J., & Primhak, R. A. (1994). Antioxidant status in asthma. Pediatric pulmonology18(1), 34-38.
  86. Kalayci, O., Besler, T., Kilinc, K., Sekerel, B. E., & Saraclar, Y. (2000). Serum levels of antioxidant vitamins (alpha tocopherol, beta carotene, and ascorbic acid) in children with bronchial asthma. The Turkish journal of pediatrics42(1), 17-21.
  87. Troisi, R. J., Willett, W. C., Weiss, S. T., Trichopoulos, D., Rosner, B., & Speizer, F. E. (1995). A prospective study of diet and adult-onset asthma. American journal of respiratory and critical care medicine151(5), 1401-1408.
  88. Devereux, G., Turner, S. W., Craig, L. C., McNeill, G., Martindale, S., Harbour, P. J., … & Seaton, A. (2006). Low maternal vitamin E intake during pregnancy is associated with asthma in 5-year-old children. American journal of respiratory and critical care medicine174(5), 499-507.
  89. Brigelius-Flohé, R., Kelly, F. J., Salonen, J. T., Neuzil, J., Zingg, J. M., & Azzi, A. (2002). The European perspective on vitamin E: current knowledge and future research. The American journal of clinical nutrition76(4), 703-716.
  90. Fogarty, A., Lewis, S., Weiss, S., & Britton, J. (2000). Dietary vitamin E, IgE concentrations, and atopy. The Lancet356(9241), 1573-1574.
  91. Ravaglia, G., Forti, P., Maioli, F., Bastagli, L., Facchini, A., Mariani, E., … & Lenaz, G. (2000). Effect of micronutrient status on natural killer cell immune function in healthy free-living subjects aged≥ 90 y. The American journal of clinical nutrition71(2), 590-598.
  92. Varis, K., Taylor, P. R., Sipponen, P., Samloff, I. M., Heinonen, O. P., Albanes, D., … & Virtamo, J. (1998). Gastric cancer and premalignant lesions in atrophic gastritis: a controlled trial on the effect of supplementation with alpha-tocopherol and beta-carotene. Scandinavian journal of gastroenterology33(3), 294-300.
  93. Pallast, E. G., Schouten, E. G., De Waart, F. G., Fonk, H. C., Doekes, G., von Blomberg, B. M., & Kok, F. J. (1999). Effect of 50-and 100-mg vitamin E supplements on cellular immune function in noninstitutionalized elderly persons. The American journal of clinical nutrition69(6), 1273-1281.
  94. De la Fuente, M., Ferrandez, M. D., Burgos, M. S., Soler, A., Prieto, A., & Miquel, J. (1998). Immune function in aged women is improved by ingestion of vitamins C and E. Canadian journal of physiology and pharmacology76(4), 373-380.
  95. Buzina-Suboticanec, K., Buzina, R., Stavljenic, A., Farley, T. M., Haller, J., Bergman-Markovic, B., & Gorajscan, M. (1998). Ageing, nutritional status and immune response. International Journal for Vitamin and Nutrition research. Internationale Zeitschrift fur Vitamin-und Ernahrungsforschung. Journal International de Vitaminologie et de Nutrition68(2), 133-141.
  96. Ng, Y. T., Phang, S. C. W., Tan, G. C. J., Ng, E. Y., Botross Henien, N. P., M. Palanisamy, U. D., … & Abdul Kadir, K. (2020). The effects of tocotrienol-rich vitamin E (Tocovid) on diabetic neuropathy: a phase II randomized controlled trial. Nutrients12(5), 1522.
  97. Chuar, P. F., Ng, Y. T., Phang, S. C. W., Koay, Y. Y., Ho, J. I., Ho, L. S., … & Abdul Kadir, K. (2021). Tocotrienol-Rich Vitamin E (Tocovid) Improved Nerve Conduction Velocity in Type 2 Diabetes Mellitus Patients in a Phase II Double-Blind, Randomized Controlled Clinical Trial. Nutrients13(11), 3770.
  98. Fryer, M. J. (2000). Vitamin E as a protective antioxidant in progressive renal failure. Nephrology5(1‐2), 1-7.
  99. Shen, C., Huang, Y., Yi, S., Fang, Z., & Li, L. (2015). Association of vitamin E intake with reduced risk of kidney cancer: a meta-analysis of observational studies. Medical Science Monitor: International Medical Journal of Experimental and Clinical Research21, 3420.
  100. Ludwid, C. U., Stoll, H. R., Obristl, R., & Obrecht, J. P. (1987). Prevention of cytotoxic drug induced skin ulcers with dimethyl sulfoxide (DMSO) and α-tocopherole. European Journal of Cancer and Clinical Oncology23(3), 327-329.
  101. Goldstein, R. K., Zillikens, D., Miller, K., Elsner, P., & Burg, G. (1991). Local treatment of disseminated granuloma anulare with a vitamin E emulsion. Der Hautarzt; Zeitschrift fur Dermatologie, Venerologie, und Verwandte Gebiete42(3), 176-178.
  102. Dreher, F., Gabard, B., Schwindt, D. A., & Maibach, H. I. (1998). Topical melatonin in combination with vitamins E and C protects skin from ultraviolet‐induced erythema: a human study in vivo. British Journal of Dermatology139(2), 332-339.
  103. Dreher, F., Denig, N., Gabard, B., Schwindt, D. A., & Maibach, H. I. (1999). Effect of topical antioxidants on UV-induced erythema formation when administered after exposure. Dermatology198(1), 52-55.
  104. Bentsen, H., Osnes, K., Refsum, H., Solberg, D. K., & Bøhmer, T. (2013). A randomized placebo-controlled trial of an omega-3 fatty acid and vitamins E+ C in schizophrenia. Translational psychiatry3(12), e335-e335.
  105. Loguercio, C., Andreone, P., Brisc, C., Brisc, M. C., Bugianesi, E., Chiaramonte, M., … & Federico, A. (2012). Silybin combined with phosphatidylcholine and vitamin E in patients with nonalcoholic fatty liver disease: a randomized controlled trial. Free Radical Biology and Medicine52(9), 1658-1665.
  106. Rumbold, A., Ota, E., Nagata, C., Shahrook, S., & Crowther, C. A. (2015). Vitamin C supplementation in pregnancy. Cochrane Database of Systematic Reviews, (9).
  107. Miller III, E. R., Pastor-Barriuso, R., Dalal, D., Riemersma, R. A., Appel, L. J., & Guallar, E. (2005). Meta-analysis: high-dosage vitamin E supplementation may increase all-cause mortality. Annals of internal medicine142(1), 37-46.
  108. Bjelakovic, G., Nikolova, D., Gluud, L. L., Simonetti, R. G., & Gluud, C. (2007). Mortality in randomized trials of antioxidant supplements for primary and secondary prevention: systematic review and meta-analysis. Jama297(8), 842-857.
  109. Hayden, K. M., Welsh-Bohmer, K. A., Wengreen, H. J., Zandi, P. P., Lyketsos, C. G., Breitner, J. C., & Cache County Investigators. (2007). Risk of mortality with vitamin E supplements: the Cache County study. The American journal of medicine120(2), 180-184.
  110. Boothby, L. A., & Doering, P. L. (2005). Vitamin C and vitamin E for Alzheimer’s disease. Annals of Pharmacotherapy39(12), 2073-2080.
  111. Helson, L. (1984). The effect of intravenous vitamin E and menadiol sodium diphosphate on vitamin K dependent clotting factors. Thrombosis research35(1), 11-18.
  112. Monsen, E. R. (2000). Dietary reference intakes for the antioxidant nutrients: vitamin C, vitamin E, selenium, and carotenoids. Journal of the Academy of Nutrition and Dietetics100(6), 637.
  113. Brion, L. P., Bell, E. F., & Raghuveer, T. S. (2003). Vitamin E supplementation for prevention of morbidity and mortality in preterm infants. Cochrane Database of Systematic Reviews, (4).
  114. Brion, L. P., Bell, E. F., Raghuveer, T. S., & Soghier, L. (2004). What is the appropriate intravenous dose of vitamin E for very-low-birth-weight infants?. Journal of perinatology24(4), 205-207.
  115. Briggs Gg, F. R., & Yaffe, S. (1998). Drugs in pregnancy and lactation.
  116. Chappell, L. C., Seed, P. T., Briley, A. L., Kelly, F. J., Lee, R., Hunt, B. J., … & Poston, L. (1999). Effect of antioxidants on the occurrence of pre-eclampsia in women at increased risk: a randomised trial. The Lancet354(9181), 810-816.
  117. Rumbold, A., Ota, E., Nagata, C., Shahrook, S., & Crowther, C. A. (2015). Vitamin C supplementation in pregnancy. Cochrane Database of Systematic Reviews, (9).
  118. Smedts, H. P. M., De Vries, J. H., Rakhshandehroo, M. D., Wildhagen, M. F., Verkleij‐Hagoort, A. C., Steegers, E. A., & Steegers‐Theunissen, R. P. M. (2009). High maternal vitamin E intake by diet or supplements is associated with congenital heart defects in the offspring. BJOG: An International Journal of Obstetrics & Gynaecology116(3), 416-423.
  119. Labriola, D., & Livingston, R. (1999). Possible interactions between dietary antioxidants and chemotherapy. Oncology (Williston Park, NY)13(7), 1003-8.
  120. Prasad, K. N. (2004). Rationale for using high-dose multiple dietary antioxidants as an adjunct to radiation therapy and chemotherapy. The Journal of Nutrition134(11), 3182S-3183S.
  121. Conklin, K. A. (2004). Cancer chemotherapy and antioxidants. The Journal of nutrition134(11), 3201S-3204S.
  122. Celestini A, Pulcinelli FM, Pignatelli P, Lenti L, Frati G, Gazzaniga PP, Violi F. Vitamin E potentiates the antiplatelet activity of aspirin in collagen-stimulated platelets. 2002 Apr;87(4):420-6. PMID: 11940487.
  123. Stampfer MJ, Jakubowski JA, Faigel D, Vaillancourt R, Deykin D. Vitamin E supplementation effect on human platelet function, arachidonic acid metabolism, and plasma prostacyclin levels. Am J Clin Nutr. 1988 Apr;47(4):700-6. doi: 10.1093/ajcn/47.4.700. PMID: 3128100.
  124. Jandak J, Steiner M, Richardson PD. Alpha-tocopherol, an effective inhibitor of platelet adhesion. 1989 Jan;73(1):141-9. PMID: 2910355.
  125. Steiner M. Vitamin E, a modifier of platelet function: rationale and use in cardiovascular and cerebrovascular disease. Nutr Rev. 1999 Oct;57(10):306-9. doi: 10.1111/j.1753-4887.1999.tb06903.x. PMID: 10575906.
  126. Celestini, A., Pulcinelli, F. M., Pignatelli, P., Lenti, L., Frati, G., Gazzaniga, P. P., & Violi, F. (2002). Vitamin E potentiates the antiplatelet activity of aspirin in collagen-stimulated platelets. haematologica87(4), 420-426.
  127. Freedman, J. E., Farhat, J. H., Loscalzo, J., & Keaney, J. F. (1996). α-Tocopherol inhibits aggregation of human platelets by a protein kinase C–dependent mechanism. Circulation94(10), 2434-2440.
  128. Booth, S. L., Golly, I., Sacheck, J. M., Roubenoff, R., Dallal, G. E., Hamada, K., & Blumberg, J. B. (2004). Effect of vitamin E supplementation on vitamin K status in adults with normal coagulation status. The American journal of clinical nutrition80(1), 143-148.
  129. Labriola, D., & Livingston, R. (1999). Possible interactions between dietary antioxidants and chemotherapy. Oncology (Williston Park, NY)13(7), 1003-8.
  130. Prasad, K. N. (2004). Rationale for using high-dose multiple dietary antioxidants as an adjunct to radiation therapy and chemotherapy. The Journal of Nutrition134(11), 3182S-3183S.
  131. Chang, T., Benet, L. Z., & Hebert, M. F. (1996). The effect of water‐soluble vitamin E on cyclosporine pharmacokinetics in healthy volunteers. Clinical Pharmacology & Therapeutics59(3), 297-303.
  132. Pan Jr, S. H., Lopez Jr, R. R., Sher, L. S., Hoffman, A. L., Podesta, L. G., Makowka, L., & Rosenthal, P. (1996). Enhanced oral cyclosporine absorption with water‐soluble vitamin E early after liver transplantation. Pharmacotherapy: The Journal of Human Pharmacology and Drug Therapy16(1), 59-65.
  133. Landes, N., Pfluger, P., Kluth, D., Birringer, M., Rühl, R., Böl, G. F., … & Brigelius-Flohé, R. (2003). Vitamin E activates gene expression via the pregnane X receptor. Biochemical pharmacology65(2), 269-273.
  134. Brigelius-Flohé, R. (2003). Vitamin E and drug metabolism. Biochemical and Biophysical Research Communications305(3), 737-740.
  135. Sesso, H. D., Buring, J. E., Christen, W. G., Kurth, T., Belanger, C., MacFadyen, J., … & Gaziano, J. M. (2008). Vitamins E and C in the prevention of cardiovascular disease in men: the Physicians’ Health Study II randomized controlled trial. Jama300(18), 2123-2133.
  136. Corrigan Jr, J. J. (1982). The effect of vitamin E on warfarin-induced vitamin K deficiency. Annals of the New York Academy of Sciences393, 361-368.
  137. Corrigan Jr, J. J. (1979). Coagulation problems relating to vitamin E. The American Journal of Pediatric Hematology/Oncology1(2), 169-173.
  138. Corrigan, J. J., & Marcus, F. I. (1974). Coagulopathy associated with vitamin E ingestion. Jama230(9), 1300-1301.
  139. Kim, J. M., & White, R. H. (1996). Effect of vitamin E on the anticoagulant response to warfarin. The American journal of cardiology77(7), 545-546.
  140. Willett, W. C., Stampfer, M. J., Underwood, B. A., Taylor, J. O., & Hennekens, C. H. (1983). Vitamins A, E, and carotene: effects of supplementation on their plasma levels. The American journal of clinical nutrition38(4), 559-566.
  141. Melhorn, D. K., & Gross, S. (1969). Relationships between iron-dextran and vitamin E in iron deficiency anemia in children. The Journal of laboratory and clinical Medicine74(5), 789-802.
  142. Tang, M., Frank, D. N., Sherlock, L., Ir, D., Robertson, C. E., & Krebs, N. F. (2016). Effect of vitamin E with therapeutic iron supplementation on iron repletion and gut microbiome in US iron deficient infants and toddlers. Journal of pediatric gastroenterology and nutrition63(3), 379-385.
  143. Hathcock, J. N., Hattan, D. G., Jenkins, M. Y., McDonald, J. T., Sundaresan, P. R., & Wilkening, V. L. (1990). Evaluation of vitamin A toxicity. The American journal of clinical nutrition52(2), 183-202.
  144. DiPalma, J. R., & Ritchie, D. M. (1977). Vitamin toxicity. Annual Review of Pharmacology and Toxicology17(1), 133-148.
  145. Bauernfeind, J. C., Newmark, H., & Brin, M. (1974). Vitamins A and E nutrition via intramuscular or oral route. The American Journal of Clinical Nutrition27(3), 234-253.
  146. Corrigan, J. J., & Marcus, F. I. (1974). Coagulopathy associated with vitamin E ingestion. Jama230(9), 1300-1301.
  147. Dowd, P., & Zheng, Z. B. (1995). On the mechanism of the anticlotting action of vitamin E quinone. Proceedings of the National Academy of Sciences92(18), 8171-8175.
  148. Jeanes, Y. M., Hall, W. L., Ellard, S., Lee, E., & Lodge, J. K. (2004). The absorption of vitamin E is influenced by the amount of fat in a meal and the food matrix. British Journal of Nutrition92(4), 575-579.
  149. Kim, J. E., Ferruzzi, M. G., & Campbell, W. W. (2016). Egg consumption increases vitamin E absorption from co-consumed raw mixed vegetables in healthy young men. The Journal of nutrition146(11), 2199-2205.
  150. Roodenburg, A. J., Leenen, R., van het Hof, K. H., Weststrate, J. A., & Tijburg, L. B. (2000). Amount of fat in the diet affects bioavailability of lutein esters but not of α-carotene, β-carotene, and vitamin E in humans. The American journal of clinical nutrition71(5), 1187-1193.
  151. Iuliano, L., Micheletta, F., Maranghi, M., Frati, G., Diczfalusy, U., & Violi, F. (2001). Bioavailability of Vitamin E as Function of Food Intake in Healthy Subjects: Effects on Plasma Peroxide–Scavenging Activity and Cholesterol-Oxidation Products. Arteriosclerosis, thrombosis, and vascular biology21(10), e34-e37.
  152. Lewis, E. D., Meydani, S. N., & Wu, D. (2019). Regulatory role of vitamin E in the immune system and inflammation. IUBMB life71(4), 487-494.
  153. Wallert, M., Börmel, L., & Lorkowski, S. (2021). Inflammatory diseases and vitamin E—what do we know and where do we go?. Molecular Nutrition & Food Research65(1), 2000097.
Vademecum bestellen
Vademecum
Vademecum bestellen
3-secties
  • Aandoeningen
  • Monografie
  • Oplossingen

Prijs
€ 29,90 (exclusief BTW)

Bestel vademecum
Bestel vademecum
Sluiten