Orthomoleculair kennisinstituut
Menu

Zink

In het kort
  • Zink is een biologisch en essentieel sporenelement en is het tweede meest voorkomende spoorelement in het lichaam.
  • Zink is een cofactor bij vele biologische processen, waaronder DNA, RNA en eiwitsynthese.
  • Zink suppletie wordt gebruikt voor behandeling en preventie van een zinktekort.
  • Zink speelt een belangrijke rol in het immuunsysteem, wondgenezing, de reproductie, groei en ontwikkeling, het gedrag en het leren, de smaak en geur, de schildklier en insuline.
  • Zink kan worden ingezet bij o.a. burn-out, ziekte van Lyme, acné, aften, psoriasis, eczeem, maagzweren, verkoudheid, en als aanvulling tijdens de zwangerschap.
In het kort

Wat is zink?

Zink is een biologisch en essentieel sporenelement en is het tweede meest voorkomende spoorelement in het lichaam. Ons lichaam bevat ongeveer 2 gram in totaal1. Het is een cofactor bij vele biologische processen, waaronder DNA, RNA en eiwitsynthese. Ongeveer 30% van de cellulaire zink zit binnen de kern. Een groot aantal eiwitten die een rol spelen in de genexpressie behoren zink te bevatten2.

Wat is zink?

Gebruik

Zink suppletie wordt gebruikt voor behandeling en preventie van een zinktekort. Zink heeft veel belangrijke functies in het lichaam en bij de behandeling van bepaalde aandoeningen kan gekeken worden of er sprake is van zinkdeficiëntie. Zink vermindert de duur en ernst van acute diarree bij ondervoede kinderen, maar niet bij goed gevoede kinderen218,219. Bij de Ziekte van Wilson verbetert zink de symptomen van deze aandoening. Zink blokkeert namelijk de koperabsorptie en verhoogt de kopereliminatie in de ontlasting van mensen met de Ziekte van Wilson220,221,222. Zink lijkt mogelijk effectief bij acné, acrodermatitis enteropathica, leeftijdsgerelateerde maculadegeneratie, verkoudheid, depressie in combinatie met antidepressiva, suikerziekte, luieruitslag, tandvleesontsteking, slechte adem, koortsblaasjes, verminder smaakvermogen, leishmania-laesies, lepra, maagzweren, longontsteking, decubitus, sikkelcelziekte en wratten.

Gebruik

Indicaties

Algemeen

Zink komt in iedere lichaamscel voor en is één van de belangrijkste spoorelementen in ons lichaam. Zink speelt een belangrijke rol in het immuunsysteem, wondgenezing, de reproductie, groei en ontwikkeling, het gedrag en het leren, de smaak en geur, bloedstolling, de functie van de schildklierhormonen en insuline3. Zink wordt in meer dan 300 enzymen gevonden2. Bijna 300 enzymen zijn afhankelijk van zink als katalysator4. Zink is ook vereist in de leversynthese van retinol bindend eiwit, het transporteiwit van vitamine A5. Zonder voldoende zink kunnen symptomen van een vitamine A-tekort ontstaan, ook bij een suppletie van vitamine A5.

Vlees, vis, zuivelproducten, noten, peulvruchten en volkoren granen bevatten relatief hoge concentraties zink4. Zink is een cofactor voor het enzym delta-6-desaturase dat betrokken is bij de synthese van vetzuren die zeer belangrijk zijn voor onze celmembranen, dus ook die van onze hersencellen. Zinkoxide en zinksulfaat worden meestal gebruikt om tarweproducten te verrijken7. Ongeveer 15 tot 40% van het zink in voeding wordt geabsorbeerd. De biologische beschikbaarheid wordt beïnvloed door de zinkstatus en de absorptie wordt verhoogd wanneer er een zink tekort is. Zink wordt meestal geabsorbeerd in de dunne darm, in het bijzonder in het jejunum4. Tijdens het geven van borstvoeding is de zinkuitscheiding verhoogd via moedermelk. Het lichaam lijkt deze toenemende vraag te compenseren door een verhoogde zinkabsorptie en endogeen zink te conserveren6. Meer dan 85% van de totale zinkvoorraad in het lichaam zit in skeletspieren, botten en plasma. Het wordt gereguleerd tot een concentratie van ongeveer 10 tot 15 micromol/liter4.

Verder speelt zink een belangrijke rol bij de regulatie van neuro- en immunotransmitters waardoor zink zowel immunologische als gedragsparameters kan beïnvloeden. Zink is noodzakelijk voor alle celgroei- en differentiatieprocessen. Bij wondgenezing, opgroeiende kinderen, zwangerschap en lactatieperiode wordt een groot beroep gedaan op de zinkvoorraad.

Een tekort aan zink wordt gekenmerkt door groeiachterstand, laag insulinegehalte, verminderde niveaus van insuline-achtige groeifactor (IGF)-1, anorexia, mentale lethargie, prikkelbaarheid, verminderd aantal zaadcellen, haaruitval, ruwe en droge huid, huidletsels, langzame wondgenezing, een verminderde schildklierfunctie, vertraagd begin van de puberteit, slecht gevoel van geur en smaak, diarree en misselijkheid2. Een tekort aan zink is wereldwijd gezien niet zo ongewoon ondanks dat ons voedsel voldoende zink bevat. De zinkdeficiëntie ontstaat door het malabsorptiesyndroom, overmatig alcoholgebruik, chronische nierziekte en andere chronische aandoeningen1. Bij acute aanvallen van paranoïde schizofrenie blijken de zinkniveaus ook lager te zijn8.

Er is geen betrouwbare klinische test op zinktekort. Serum of plasma zink op zich is noch gevoelig noch specifiek. Het lijkt wel nuttig om de zinkstatus op basis van populatie te meten, maar is niet accuraat bij individuen vooral bij mensen met een chronische infectie of ontsteking9. De meest betrouwbare meting om een zink tekort te bepalen is de reactie op zink suppletie en te kijken naar verbetering van symptomen zoals groeiachterstand of veranderd vermogen om te proeven of te ruiken1.

Antidiabetische effecten

In studies bij mensen is aangetoond dat zink de bloedglucose verlaagt en de insulinespiegels verhoogt, maar het mechanisme van deze effecten is onduidelijk224,225. Er zijn aanwijzingen dat zink het transport van glucose naar cellen kan verhogen en het door insuline geïnduceerde glucosetransport kan versterken, mogelijk door de intracellulaire signaalroute van insuline (tweede boodschappersysteem) te beïnvloeden226.

Anti-slechte adem effecten

Het meeste klinische bewijs toont aan dat het gebruik van zinktandpasta of mondwater alleen of in combinatie met triclosan de ophoping van tandplak, gingivitis of de vorming van tandsteen kan voorkomen227,228,229,230,231. Het is mogelijk dat dit te wijten is aan de antimicrobiële effecten van zink232,233.

Ontstekingsremmende effecten

Er wordt verondersteld dat lage plasma-zinkspiegels een van de niet-specifieke kenmerken van ontsteking kunnen zijn234. In twee meta-analyses verminderde zinksuppletie ontstekingsmarkers, waaronder C-reactief proteïne (CRP), hooggevoelig (hs) CRP, tumornecrosefactor-alfa (TNF-alfa), interleukine 6, malondialdehyde en neutrofielen235,236. Topisch zink kan effectief zijn voor de behandeling van acné237,238,239,240,241.

Anti-maagzweer effecten

Orale inname van zink lijkt te helpen bij de behandeling en preventie van maagzweren in klinisch onderzoek242,243,244,245. Hoewel het werkingsmechanisme niet duidelijk is, werd in menselijk onderzoek gesuggereerd dat de anti-maagzweer effecten van zink het gevolg waren van remming van de maagsecretie in tegenstelling tot interacties op pariëtale celreceptoren246.

Antivirale effecten

Het mechanisme voor het effect van zink op verkoudheid is onduidelijk. Het heeft geen invloed op interleukine-8 in neusafscheidingen, wat suggereert dat zink de immuunrespons op verkoudheid niet beïnvloedt. Het rhinovirus repliceert in het neusslijmvlies en sommige onderzoekers betwijfelen of oraal toegediend zink voldoende niveaus in neusweefsels en afscheidingen produceert om virale replicatie te remmen247,248.De hoeveelheid beschikbaar geïoniseerd zink varieert met verschillende formuleringen en kan de effectiviteit van zink voor verkoudheid beïnvloeden249,250. De toevoeging van smaakstoffen zoals citroenzuur, mannitol of sorbitol aan zinkgluconaattabletten vermindert de mate van zinkionisatie, terwijl de toevoeging van glycine aan zinkgluconaattabletten dat niet doet251.

Zinkionen kunnen ook effecten hebben tegen andere virussen, waaronder respiratoir syncytieel virus (RSV) en herpesvirus252,253,254,255. In-vitro-onderzoek toont ook aan dat hoge intracellulaire zinkniveaus de replicatie van SARS-CoV-2 kunnen stoppen, en er is ook gemeld dat zink een synergetisch effect heeft met antivirale middelen256.

Dermatologische effecten

Klinisch onderzoek suggereert dat zink gunstige effecten heeft op de huid bij oraal of plaatselijk gebruik. Oraal zink kan bijvoorbeeld acné verbeteren vanwege de ontstekingsremmende werking257,258 en het vermogen om de talgafscheiding van de huid te verminderen257,259,240. Topisch zink lijkt, samen met andere antioxidanten, het uiterlijk van de ouder wordende huid te verbeteren261.

Vruchtbaarheidseffecten

De mannelijke vruchtbaarheid lijkt te worden beïnvloed door zink262,263,264,265. Onvruchtbare mannen hebben een lager zaadplasma-zink, met normaal of verminderd bloedzink266,263. Klinisch onderzoek suggereert dat kortdurende uitputting van zink in de voeding resulteert in verminderde serumtestosteronconcentraties, zaadvolume en totaal verlies van zaadzink per ejaculaat262.

Immunomodulerende effecten

Zink is belangrijk voor de functie van neutrofielen, natuurlijke killercellen en T-lymfocyten67. Zelfs een milde zinkdeficiëntie kan de T-celfuncties nadelig beïnvloeden. Interessant is dat een hoge dosis zinksuppletie, 20 keer de ADH, een negatief effect kan hebben dat vergelijkbaar is met een tekort aan de immuunfunctie68.

Neurologische effecten

Er is belangstelling voor het gebruik van zink voor verschillende neurologische aandoeningen. De rol van zink bij de ziekte van Alzheimer kan zowel beschermend als oorzakelijk zijn. Laboratoriumstudies suggereren dat zink zou kunnen bijdragen aan de aggregatie van amyloïde beta-peptide, maar als antioxidant zou beschermen tegen daaropvolgende neurotoxiciteit269,270,271.Het zinkgehalte en de zinkinname lijken bij sommige mensen met een depressie te zijn verminderd272,273,274.

Gezichtsvermogen effecten

Zink speelt een sleutelrol bij het behoud van het gezichtsvermogen. Het is in hoge concentraties aanwezig in het oog, vooral in het netvlies en het vaatvlies. Een tekort aan zink kan het gezichtsvermogen veranderen en een ernstig tekort veroorzaakt veranderingen in het netvlies en het retinale pigmentepitheel (RPE). Het lijkt de progressie van sommige degeneratieve retinale aandoeningen te vertragen.

Prostaatkanker effecten

In sommige klinische onderzoeken vermindert het nemen van zink in combinatie met andere vitamines en mineralen het risico op prostaatkanker275. Ook is in laboratoriumonderzoek aangetoond dat zink de groei van prostaatcarcinoomcellen remt276. Ander bewijs, gebaseerd op bevolkingsonderzoek, suggereert echter dat zink het risico op prostaatkanker nadelig kan beïnvloeden277,278. De reden voor deze discrepantie is niet duidelijk. Het is aangetoond dat de zinkspiegels lijken af ​​te nemen in het prostaatweefsel en het prostaatvocht bij mannen met prostaatcarcinoom279,280.

Sikkelcel effecten

Mensen met sikkelcelziekte (SCD) hebben vaak een zinktekort. Zinktekort bij SCZ kan een celgemedieerde immuunstoornis veroorzaken en het risico op infectie bij SCZ verhogen. Sommige onderzoekers denken dat een tekort aan zink leidt tot een verhoogde productie van tumornecrosefactor (TNF)-alfa en interleukine-1 (IL-1) wat kan leiden tot vaso-occlusieve pijn. Dit kan het voordeel van zinksuppletie bij sommige patiënten met SCD verklaren281.

Skeleteffecten

Er is interesse in het gebruik van zink om osteoporose te voorkomen. Zink lijkt betrokken te zijn bij de mineralisatie van bot. In diermodellen is zinktekort in verband gebracht met abnormale botvorming. Bij mensen lijkt een verhoogd zinkgehalte in bot geassocieerd te zijn met verhoogde botsterkte282. Bij mensen met osteoporose is de uitscheiding van zink via de urine verhoogd, mogelijk als gevolg van botresorptie283. Serumzinkspiegels en zinkinname lijken lager te zijn bij mensen met osteoporose282,283,284. Een matig hoge zinkinname via de voeding (53 mg per dag) lijkt echter de magnesiumuitscheiding te verhogen zonder het kopermetabolisme bij postmenopauzale volwassenen te beïnvloeden285.Suppletie met hoge doses zink, 142 mg/dag, lijkt ook de magnesiumabsorptie en magnesiumbalans te verminderen bij gezonde volwassen mannen286 .Dit kan de gezondheid van de botten nadelig beïnvloeden. Zink kan concurreren met magnesium voor transport van ionenuitwisseling in de darm).

Ziekte van Wilson

De ziekte van Wilson is een aandoening waarbij te veel koper zich ophoopt in vitale organen, waaronder de lever en de hersenen. Zink blokkeert de koperabsorptie en verhoogt de kopereliminatie in de ontlasting van mensen met de ziekte van Wilson287.

Wondgenezende effecten

Voor hulp bij wondgenezing kan topisch zink de re-epithelialisatie en collageensynthese versterken, ontstekingen verminderen en bacteriegroei remmen288.

Indicaties

Veiligheid

Dagelijkse inname van zink met niet meer dan 40 mg per dag is volkomen veilig4. Bij een hogere dosis is er enige bezorgdheid dat het koperniveau gaat dalen. Er is bewijs dat inname van 80 mg zink met 2 mg koper gedurende 6 jaar veilig te gebruiken is10,125.

Over het algemeen wordt zink goed verdragen. In sommige gevallen kan zink echter misselijkheid en overgeven veroorzaken, met name wanneer het supplement op nuchtere maag wordt ingenomen. Andere symptomen bij overdosis zijn griepachtige verschijnselen aan het centrale zenuwstelsel, symptomen inclusief koorts, verkoudheid, vermoeidheid, neuropathie en verhoogd cholesterol121,123. Terwijl een dagelijkse dosis van 80 mg elementair zink in combinatie met 2 mg koper gedurende 5 jaar geen verschil maakte in de bloedwaarde cholesterol en hematocriet125.

Neusspray met zink (zicam) is niet voldoende veilig gebleken, een permanent geurverlies kan het gevolg zijn206,207,208,209,210,211,212,213,214. Hoge doseringen zink van 450 mg of meer kunnen neuropathieën veroorzaken, koperdeficiënties, en bloedarmoede4,214,215.

Bij een referentie inname (zie dosering) is het innemen van zink veilig ook bij zwangere vrouwen4. Bij een overdosis kan zink waterige diarree veroorzaken en nephritis3, 120. Inslikken van 10-30 gram zinksulfaat kan dodelijk zijn bij volwassenen223.

Veiligheid

Interacties

Bij gebruik van de antibiotica tetracycline, quinolon124,127 en penicillamine128,129 verlaagt zinksuppletie de hoeveelheid tetracycline met ongeveer 30% die in het bloed wordt opgenomen126. Zowel de genoemde antibiotica als zinkniveaus verlagen als ze beide tegelijk worden ingenomen130, 131. Zinksupplementen en deze antibiotica moeten daarom minimaal 2 uur van elkaar gescheiden worden ingenomen.

Het diureticum Amiloride kan zinkuitscheiding verminderen en heeft zink-sparend effect132,133,134,135. Vooral thiazidediuretica kunnen juist de zinkexcretie met 60% verhogen. Andere diuretica die kalium-sparend zijn zoals spironolactone en triamterene hebben niet het zink-sparend effect.

Door het slikken van de anticonceptiepil kan er vaak verhoogde koperspiegels en een verhoogde behoefte aan zink ontstaan, maar het bewijs ervan is nog dun136,137,138,139,140. Ook een aantal andere medicijnen (bijvoorbeeld thiazidediuretica, corticosteroïden, steroïdehormonen, tetracyclines, furosemide, colchicine) hebben een negatief effect op de zinkstatus. Langdurig gebruik van deze medicatie maakt het monitoren van de zinkstatus noodzakelijk. Roken, ijzer en calcium remmen de zinkabsorptie terwijl het nemen van eiwitten de zinkabsorptie verhoogt.

Kruiden en supplementen

Calcium supplementen kunnen zink absorptie hinderen144, maar meestal niet met een groot effect op de zinkstatus4,145,146.

Chroom en zink kunnen beter niet samen worden ingenomen; zij hinderen elkaar in de absorptie150. Bij hoge zinksuppletie is het verstandig ook koper te suppleren119,147,148,152.

In sommige gevallen kunnen ijzer en zink met elkaar in competitie gaan voor een goede absorptie. Hoge non-heemijzer inname op een lege maag kan zink opname hinderen151,153,154,155,156,157,158. Dit geldt niet voor ijzer uit voeding159,153,155. Fytinezuur in graansoorten en oxalaten uit bepaalde groenten bindt zink waardoor er geen zink absorptie plaatsvindt. Zink methionine kent dit probleem niet.

Medicijnen die zinkniveaus aantasten

Het medicijn Captopril (Capoten), een ACE-remmer, verhoogt de uitscheiding van zink met de urine waarschijnlijk door chelatie van zink door sulfaatgroepen25,26,72,143,160. Soms gepaard gaand met smaakverlies72,142,143,160,161.

Een hoge dosis van 50 mg of meer prednison veroorzaakt een lager zinkgehalte in het bloed (162, 163, 164, 165, 166). Dit kan ook de zinkniveaus in de cellen beïnvloeden. Het is verstandig om bij deze mensen het zinkgehalte te monitoren.

Deferoxamine (Desferal) verhoogt zinkuitscheiding zeer, waardoor zinksuppletie nodig is bij het gebruik van dit medicijn167, 168, 169, 170.

Bij gebruik van Dexrazoxane (Zinecard) worden er metalen uitgescheiden via de urine waaronder zink174,175.

EDTA-zouten hebben de neiging om metalen zoals zink te cheleren. Wanneer het gebruikt wordt bij loodvergiftiging kan zink verhoogd zijn bij de urine-uitscheiding176,177,178,177,179. In sommige gevallen moet er zinksuppletie gegeven worden. Monitoren is wel het advies.

Ethambutol (Myambutol) cheleert zink en kan zink in plasma en weefsel doen verminderen181,182,184,187. Bij hoge doseringen boven 25 mg per kg is het verstandig om te monitoren en te kijken naar symptomen met betrekking tot de ogen zoals het verminderen van het zicht181,182,187,203. Verder moet er nog meer onderzoek worden gedaan naar H2-blockers, pantoprazole (protonix), phenytoin (Dilantin), propofol (diprivan), proton pump inhibitors (PPI’s). Volgens klinisch onderzoek verhogen ook deze medicijnen de zinkuitscheiding met de urine141,171,172,173,181,189. Routinesuppletie met zink is niet nodig maar monitoren op zinkverlies is wel aan te raden.

Diuretica zoals thiazide (Diuril, Esidrex, Hydrodiuril, Hygroton, Lozol, Zaroxolyn) verhoogt de zinkuitscheiding via de urine tot wel 60% (132, 133, 134, 186, 190). Soms leidt dit in enkele gevallen tot impotenties132,134,186,191. Bij langdurig gebruik van thiazide is het monitoren op symptomen van zinktekort het advies134,186,190,191.

Voeding

De inname van zink sulfaat gelijk met koffie in plaats van water vermindert de opname met 50%.197. De tannine bindt zink en zorgt voor uitscheiding. Hetzelfde geldt voor fytaten in graan zoals maïs, tarwe etc., bepaalde groenten met een hoog gehalte aan oxylaten, soja4,180,199,200. Wanneer zink gebonden is aan het aminozuur methionine kent men dit probleem niet. Deze vorm waarborgt een goede opname.

Synergie

Zink heeft stoffen nodig die als een synergie samenwerken bij verschillende metabolische functies. Zo zijn vitamine C en A goede synergisten voor een sterk immuunsysteem en werken zink, vitamine B en vanadium samen voor de glucosehuishouding. Wanner er een zinktekort is, zijn er meestal meer tekorten in het lichaam.

Interacties

Dosering

De doseringen die therapeutisch worden ingezet variëren vanaf 15 mg tot en met 60 mg elementair zink per dag. De dagelijkse referentie inname bij kleine kinderen tot 1 jaar is 2 mg per dag4, tot 3 jaar 3 mg per dag, kinderen van 4 tot 8 jaar 5 mg per dag van 9 tot 13 jaar 8 mg per dag, meisjes van 14 tot 18 jaar 9 mg per dag, jongens en mannen van 14 jaar en ouder 11 mg per dag, vrouwen van 19 jaar en ouder 8 mg per dag, zwangere vrouwen 13 mg per dag, zogende vrouwen 14 mg per dag4.

De gemiddelde inname uit voeding is bij mannen 13 mg per dag en bij vrouwen 9 mg per dag4.

Verstoringen op het calcium- en kopermetabolisme zijn bij onderhoudsdoseringen niet te verwachten. Wel bestaan er aanwijzingen voor dergelijke verstoringen wanneer doseringen van 100 mg of meer elementaire zink wordt gebruikt.

De best opneembare verbinding van zink is zinkmethionine. Deze verbinding is aanzienlijk beter opneembaar dan andere vormen van zink. De verbinding is resistent tegen de binding met fytaten, tanninen, oxalaten en vezels in het darmkanaal. Deze vorm verblijft daardoor langer in het lichaam dan andere vormen van zink. Soms kunnen hoge doseringen therapeutisch worden ingezet. Echter kunnen hoge doseringen nadelig uitwerken op de koperstatus en wordt er aangeraden zinksuppletie te geven in combinatie met koper.

Hieronder een aantal voorbeelden van zinkdoseringen zoals deze tijdens wetenschappelijk onderzoek met succes zijn toegepast. Wegens de verschillende zinkverbindingen die in onderzoeken zijn gebruikt, zijn de hoeveelheden omgerekend naar het aantal milligrammen elementaire zink.

  • Behandeling verkoudheid: 15-30 mg elementair zink per dag24,33,35.
  • Behandeling en het voorkomen van longontsteking bij ondervoede kinderen: 10-70 mg dagelijks96,116,202.
  • Behandeling van maagzweren: 3x daags 70 mg elementair zink111.
  • Behandeling spierkrampen bij cirrose: zink 3x daags 30 mg120.
  • Behandeling van acné: dagelijks 30-135 mg elementair zink45,49,52,53,54.
  • Behandeling bij maculadegeneratie (leeftijdgebonden), dagelijks 70 mg zink gecombineerd met vitamine C (500 mg), vitamine E (400iE) en bètacaroteen 15 mg10.
  • Behandeling bij osteoporose: zink combineren met koper, mangaan en calcium205.
  • Behandeling van hidradenitis: dagelijks 60 mg elementair zink
  • Behandeling sikkelcelziekte: 3x daags 220 mg46.
  • Behandeling bij kinderen met groeiachterstand door sikkelcelziekte: 10 mg zink per dag48.
  • Behandeling van ADHD bij kinderen: dagelijks 15-40 mg elementair zink, afhankelijk van het onderzoek98,184.
  • Bij hypogeusia (verminderd smaakvermogen): 25-100 mg elementair zink (afhankelijk van het onderzoek)
  • Behandeling bij acute diarree bij slecht gevoede kinderen: 10-40 mg elementair zink dagelijks90,91,92,93,94,96,97.
  • Bij anorexia: dagelijks 100 mg elementair zink188
  • Bij kinderen met groeiachterstand: 15 mg per dag204
  • Behandeling bij cirrose 3x daags 90 mg88.
Aandoening Dagdosering
Huidschimmel (ringworm) 15 – 20 mg per dag
Tandvleesontsteking (gingivitis) 20 – 45 mg per dag
Long COVID (post-COVID Syndroom) Milde klachten: 15 – 30 mg per dag | Zware klachten: 30 – 45 mg per dag
Anorexia 15 tot 25 mg per dag
Brandwonden 1 x daags 20 - 30 mg
Cataract (staar) 20 – 30 mg per dag
Droge ogen 20 - 30 mg per dag
Rosacea 1 x daags 30 – 50 mg
Couperose 15 – 30 mg per dag
Botbreuk 10 – 30 mg per dag
Bijholteontsteking 10 – 30 mg per dag
Epilepsie 15 tot 45 mg zink per dag
Aangezichtsverlamming 15 tot 45 mg zink per dag
Oorpijn 10 – 30 mg per dag
Oestrogeendominantie 10 – 30 mg per dag
Burn-out 15 – 30 mg per dag
Ziekte van Lyme 10 – 30 mg per dag
Ziekte van Hashimoto 10 – 30 mg per dag
Diarree 15 - 45 mg per dag
Acne (puistjes) 1 x daags 15 – 40 mg
Stress 15 – 30 mg per dag
Eczeem 15 - 30 mg per dag
Maagzweer (Ulcus Pepticum) 10 – 30 mg per dag
Verkoudheid 45 mg per dag
Verminderde vruchtbaarheid man (subfertiliteit) 1 x daags 30 mg
Verminderde vruchtbaarheid vrouw (subfertiliteit) 15 - 45 mg per dag
Ziekte van Crohn 1 x daags 30 mg
Ziekte van Pfeiffer 15 – 45 mg per dag
Levercirrose 10 – 30 mg per dag
Lupus Erythematodes 10 – 30 mg per dag 
Maculadegeneratie 10 – 30 mg per dag
Metabool Syndroom 15 – 30 mg per dag
Nagelproblemen 1 x daags 15 – 30 mg
Osteoporose 10 - 30 mg per dag
Parasitaire darminfectie 15 mg per dag
Psoriasis 15 - 30 mg per dag
Reuk- en smaakverlies 10 – 30 mg per dag
Glossitis 20 – 30 mg per dag
Goedaardige prostaatvergroting (BPH) 10 – 30 mg per dag
Griep 10 - 45 mg per dag
Haaruitval 10 - 30 mg per dag
Traag werkende schildklier (Hypothyreoïdie) 1 x daags 30 µg
Immuniteit 10 – 30 mg per dag
Keelontsteking 10 – 45 mg per dag
Koortslip 15 - 30 mg per dag
ME/CVS (chronisch vermoeidheidssyndroom) 3 x daags 15 mg
COPD 30 mg per dag bij verstoord zinktransport
Covid-19 (Corona) Preventief: 10 - 15 mg per dag | Milde klachten: 15 – 30 mg per dag | Zware klachten: 30 – 45 mg per dag
Aften 10 – 30 mg per dag
Astma 10 - 30 mg per dag
Autisme 1 x daags 15 – 30 mg
Dosering
Referenties
  1. Grahn BH, Paterson PG, Gottschall-Pass KT, Zhang Z. Zinc and the eye. J Am Coll Nutr 2001;20:106-18.
  2. Bedwal RS, Bahuguna A. Zinc, copper and selenium in reproduction. Experientia 205; 50: 626-640.
  3. Barceloux DG. Zinc. J Toxicol Clin Toxicol 1999;37:279-92.
  4. Food and Nutrition Board, Institute of Medicine. Dietary Reference Intakes for Vitamin A, Vitamin K, Arsenic, Boron, Chromium, Copper, Iodine, Iron, Manganese, Molybdenum, Nickel, Silicon, Vanadium, and Zinc. Washington, DC: National Academy Press, 2002. Available at: nap.edu/books/0309072794/html/.
  5. Christian P, Khatry SK, Yamini S, et al. Zinc supplementation might potentiate the effect of vitamin A in restoring night vision in pregnant Nepalese women. Am J Clin Nutr 2001;73:1045-51.
  6. Sian L, Krebs NF, Westcott JE, et al. Zinc homeostasis during lactation in a population with a low zinc intake. Am J Clin Nutr 2002;75:99-103.
  7. Lopez de Romana D, Lonnerdal B, Brown KH. Absorption of zinc from wheat products fortified with iron and either zinc sulfate or zinc oxide. Am J Clin Nutr 2003;78:279-83.
  8. Nechifor M, Vaideanu C, Palamaru I, et al. The influence of some antipsychotics on erythrocyte magnesium and plasma magnesium, calcium, copper and zinc in patients with paranoid schizophrenia. J Am Coll Nutr 2004;23:549S-51S.
  9. Siberry GK, Ruff AJ, Black R. Zinc and human immunodeficiency virus infection. Nutr Res 2002;22:527-38.
  10. Age-Related Eye Disease Study Research Group. A randomized, placebo-controlled, clinical trial of high-dose supplementation with vitamins C and E, beta carotene, and zinc for age-related macular degeneration and vision loss. AREDS report no. 8. Arch Ophthalmol 2001;119:1417-36.
  11. Leung AY, Foster S. Encyclopedia of Common Natural Ingredients Used in Food, Drugs and Cosmetics. 2nd ed. New York, NY: John Wiley & Sons, 1996.  Age-Related Eye Disease Study Research Group. Potential public health impact of age-related eye disease study results: AREDS report no. 11. Arch Ophthalmol 2003;121:1621-4.
  12. Newsome DA, Swartz M, Leone NC, et al. Oral zinc in macular degeneration. Arch Ophthalmol 1988;106:192-8.
  13. Stur M, Tittl M, Reitner A, Meisinger V. Oral zinc and the second eye in age-related macular degeneration. Invest Ophthalmol Vis Sci 1996;37:1225-35.
  14. Mares-Perlman JA, Klein R, Klein BE, et al. Association of zinc and antioxidant nutrients with age-related maculopathy. Arch Ophthalmol 1996;120:991-7.
  15. McKevoy GK, ed. AHFS Drug Information. Bethesda, MD: American Society of Health-System Pharmacists, 1998.   van Leeuwen R, Boekhoorn S, Vingerling JR, et al. Dietary intake of antioxidants and risk of age-related macular degeneration. JAMA 2005;294:3101-7.
  16. Shankar AH, Prasad AS. Zinc and immune function: the biological basis of altered resistance to infection. Am J Clin Nutr 1998;68:447S-63S.
  17. Smith W, Mitchell P, Webb K, Leeder SR. Dietary antioxidants and age-related maculopathy: the Blue Mountains Eye Study. Ophthalmology 1999;106:761-77.
  18. Prasad AS. Zinc and immunity. Mol Cell Biochem 1998;188:63-9.
  19. Turner RB. The treatment of rhinovirus infections: progress and potential. Antiviral Res 2001;49:1-14.
  20. Turner RB, Cetnarowski WE. Effect of treatment with zinc gluconate or zinc acetate on experimental and natural colds. Clin Infect Dis 2000;31:1202-8.
  21. Science M, Johnstone J, Roth DE, et al. Zinc for the treatment of the common cold: a systematic review and meta-analysis of randomized controlled trials. CMAJ 2012;184:E551-61.
  22. Turner RB. Ineffectiveness of intranasal zinc gluconate for prevention of experimental rhinovirus colds. Clin Infect Dis 2001;33:1865-70.
  23. Belongia EA, Berg R, Liu K. A randomized trial of zinc nasal spray for the treatment of upper respiratory illness in adults. Am J Med 2001;111:103-8.
  24. Eby GA, Davis DR, Halcomb WW. Reduction in duration of common colds by zinc gluconate lozenges in a double-blind study. Antimicrob Agents Chemother 1984;25:20-4.
  25. Eby GA. Zinc ion availability–the determinant of efficacy in zinc lozenge treatment of common colds. J Antimicrob Chemother 1997;40:483-93.
  26. Golik A, Modai D, Averbukh Z, et al. Zinc metabolism in patients treated with captopril versus enalapril. Metabolism 1990;39:665-7 Eby GA, Halcomb WW. Use of topical zinc to prevent recurrent herpes simplex infection: review of literature and suggested protocols. Med Hypotheses 1985;17:157-65.
  27. Arens M, Travis S. Zinc salts inactivate clinical isolates of herpes simplex virus in vitro. J Clin Microbiol 2000;38:1758-62.
  28. Kneist W, Hempel B, Borelli S. [Clinical, double-blind trial of topical zinc sulfate for herpes labialis recidivans]. Arzneimittelforschung 1995;45:624-6.
  29. Singh BB, Udani J, Vinjamury Sp, et al. Safety and effectiveness of an L-lysine, zinc, and herbal-based product on the treatment of facial and circumoral herpes. Altern Med Rev 2005;10:123-7.
  30. Godfrey HR, Godfrey NJ, Godfrey JC, Riley D. A randomized clinical trial on the treatment of oral herpes with topical zinc oxide/glycine. Altern Ther Health Med 2001;7:49-56.
  31. Prasad AS, Fitzgerald JT, Bao B, et al. Duration of symptoms and plasma cytokine levels in patients with the common cold treated with zinc acetate. A randomized, double-blind, placebo-controlled trial. Ann Intern Med 2000;133:245-52.
  32. Mossad SB, Macknin ML, Medendorp SV, Mason P. Zinc gluconate lozenges for treating the common cold. A randomized, double-blind, placebo-controlled study. Ann Intern Med 1996;125:81-8.
  33. Godfrey JC, Conant Sloane B, Smith DS, et al. Zinc gluconate and the common cold: a controlled clinical study. J Int Med Res 1992;20:234-6.
  34. Al-Nakib W, Higgins PG, Barrow I, et al. Prophylaxis and treatment of rhinovirus colds with zinc gluconate lozenges. J Antimicrob Chemother 1987;20:893-901.
  35. Brody I. Topical treatment of recurrent herpes simplex and post-herpetic erythema multiforme with low concentrations of zinc sulphate solution. Br J Dermatol 1981;104:191-4.
  36. Farr BM, Conner EM, Betts RF, et al. Two randomized controlled trials of zinc gluconate lozenge therapy of experimentally induced rhinovirus colds. Antimicrob Agents Chemother 1987;31:1183-7.
  37. Zarembo JE, Godfrey JC, Godfrey NJ. Zinc(II) in saliva: determination of concentrations produced by different formulations of zinc gluconate lozenges containing common excipients. J Pharm Sci 1992;81:128-30.
  38. Macknin ML, Piedmonte M, Calendine C, et al. Zinc gluconate lozenges for treating the common cold in children: a randomized, controlled trial. JAMA 1998;279:1962-7.
  39. Dreno B, Trossaert M, Boiteau HL, Litoux P. Zinc salts effects on granulocyte zinc concentration and chemotaxis in acne patients. Acta Derm Venereol 1992;72:250-2.
  40. Amer M, Bahgat MR, Tosson Z, et al. Serum zinc in acne vulgaris. Int J Dermatol 1982;21:481-4.
  41. Michaelsson G, Vahlquist A, Juhlin L. Serum zinc and retinol-binding protein in acne. Br J Dermatol 1977;96:283-6.
  42. Michaelsson G, Ljunghall K. Patients with dermatitis herpetiformis, acne, psoriasis and Darier’s disease have low epidermal zinc concentrations. Acta Derm Venereol 1990;70:304-8.
  43. Goransson K, Liden S, Odsell L. Oral zinc in acne vulgaris: a clinical and methodological study. Acta Derm Venereol 1978;58:443-8.
  44. Gupta VL, Chaubey BS. Efficacy of zinc therapy in prevention of crisis in sickle cell anemia: a double blind, randomized controlled clinical trial. J Assoc Physicians India 1995;43:467-9.
  45. Prasad AS, Beck FW, Kaplan J, et al. Effect of zinc supplementation on incidence of infections and hospital admissions in sickle cell disease (SCD). Am J Hematol 1999;61:194-202.
  46. Zemel BS, Kawchak DA, Fung EB, et al. Effect of zinc supplementation on growth and body composition in children with sickle cell disease. Am J Clin Nutr 2002;75:39-7.
  47. Hillstrom L, Pettersson L, Hellbe L, et al. Comparison of oral treatment with zinc sulphate and placebo in acne vulgaris. Br J Dermatol 1977;97:681-4.
  48. Leonard MB, Zemel BS, Kawchak DA, et al. Plasma zinc status, growth, and maturation in children with sickle cell disease. J Pediatr 1998;132:467-71.
  49. Prasad AS. Zinc deficiency in patients with sickle cell disease. Am J Clin Nutr 2002;75:181-2.
  50. Meynadier J. Efficacy and safety study of two zinc gluconate regimens in the treatment of inflammatory acne. Eur J Dermatol 2000 May;10:269-73.
  51. Michaelsson G, Juhlin L, Vahlquist A. Effects of oral zinc and vitamin A in acne. Arch Dermatol 1977;113:31-6.
  52. Dreno B, Amblard P, Agache P, et al. Low doses of zinc gluconate for inflammatory acne. Acta Derm Venereol 1145;69:541-3.
  53. Orris L, Shalita AR, Sibulkin D, et al. Oral zinc therapy of acne. Absorption and clinical effect. Arch Dermatol 1978;120:1018-20.
  54. Weismann K, Wadskov S, Sondergaard J. Oral zinc sulphate therapy for acne vulgaris. Acta Derm Venereol 1977;57:357-60.
  55. Pierard-Franchimont C, Goffin V, Visser JN, et al. A double-blind controlled evaluation of the sebosuppressive activity of topical erythromycin-zinc complex. Eur J Clin Pharmacol 1995;49:57-60.
  56. Feucht CL, Allen BS, Chalker DK, et al. Topical erythromycin with zinc in acne. A double-blind controlled study. J Am Acad Dermatol 1980;3:483-91.
  57. Schachner L, Eaglstein W, Kittles C, Mertz P. Topical erythromycin and zinc therapy for acne. J Am Acad Dermatol 1990;22:253-60.
  58. Habbema L, Koopmans B, Menke HE, et al. A 4% erythromycin and zinc combination (Zineryt) versus 2% erythromycin (Eryderm) in acne vulgaris: a randomized, double-blind comparative study. Br J Dermatol 1145;121:497-502.
  59. McElroy BH, Miller SP. Effectiveness of zinc gluconate glycine lozenges (Cold-Eeze) against the common cold in school-aged subjects: a retrospective chart review. Am J Ther 2002;9:472-5.
  60. Fuse H, Kazama T, Ohta S, Fujiuchi Y. Relationship between zinc concentrations in seminal plasma and various sperm parameters. Int Urol Nephrol 1999;31:401-8.
  61. Henkel R, Bittner J, Weber R, et al. Relevance of zinc in human sperm flagella and its relation to motility. Fertil Steril 1999;71:1138-43.
  62. Chia SE, Ong CN, Chua LH, et al. Comparison of zinc concentrations in blood and seminal plasma and the various sperm parameters between fertile and infertile men. J Androl 2000;21:53-7.
  63. Hunt CD, Johnson PE, Herbel J, Mullen LK. Effects of dietary zinc depletion on seminal volume and zinc loss, serum testosterone concentrations, and sperm morphology in young men. Am J Clin Nutr 1992;56:148-57.
  64. Mohan H, Verma J, Singh I, et al. Inter-relationship of zinc levels in serum and semen in oligospermic infertile patients and fertile males. Indian J Pathol Microbiol 1997;40:451-5
  65. Omu AE, Dashti H, Al-Othman S. Treatment of asthenozoospermia with zinc sulphate: andrological, immunological and obstetric outcome. Eur J Obstet Gynecol Reprod Biol 1998;79:179-84.
  66. Zaichick VYe, Sviridova TV, Zaichick SV. Zinc in the human prostate gland: normal, hyperplastic and cancerous. Int Urol Nephrol 1997;29:565-74.
  67. Lagiou P, Wuu J, Trichopoulou A, et al. Diet and benign prostatic hyperplasia: a study in Greece. Urology 1999;54:284-90.
  68. Lawson KA, Wright ME, Subar A, et al. Multivitamin use and risk of prostate cancer in the National Institutes of Health-AARP Diet and Health Study. J Natl Cancer Inst 2007;99:754-64.
  69. Heyneman CA. Zinc deficiency and taste disorders. Ann Pharmacother 1996;30:186-7.
  70. Abu-Hamdan DK, Desai H, Sondheimer J, et al. Taste acuity and zinc metabolism in captopril-treated hypertensive male patients. Am J Hypertens 1988;1:303S-8S.
  71. Zaichick VY, Sviridova TV, Zaichick SV. Zinc concentration in human prostatic fluid: normal, chronic prostatitis, adenoma and cancer. Int Urol Nephrol 1996;28:687-94.
  72. Henkin RI, Martin BM, Agarwal RP. Efficacy of exogenous oral zinc in treatment of patients with carbonic anhydrase VI deficiency. Am J Med Sci 1999;318:392-405.
  73. Henkin RI, Martin BM, Agarwal RP. Decreased parotid saliva gustin/carbonic anhydrase VI secretion: an enzyme disorder manifested by gustatory and olfactory dysfunction. Am J Med Sci 1999;318:380-91.
  74. Ripamonti C, Zecca E, Brunelli C, et al. A randomized, controlled clinical trial to evaluate the effects of zinc sulfate on cancer patients with taste alterations caused by head and neck irradiation. Cancer 1998;82:1938-45.
  75. Henkin RI, Schecter PJ, Friedewald WT, et al. A double-blind study of the effects of zinc sulfate on taste and smell dysfunction. Am J Med Sci 1976;272:285-99.
  76. Mahajan SK, Prasad AS, Lambujon J, et al. Improvement of uremic hypogeusia by zinc: a double-blind study. Am J Clin Nutr 1980;33:1517-21.
  77. Watson AR, Stuart A, Wells FE, et al. Zinc supplementation and its effect on taste acuity in children with chronic renal failure. Hum Nutr Clin Nutr 1983;37:219-25.
  78. Sprenger KB, Bundschu D, Lewis K, et al. Improvement of uremic neuropathy and hypogeusia by dialysate zinc supplementation: a double-blind study. Kidney Int Suppl 1983;16:S315-8.
  79. Huang X, Cuajungco MP, Atwood CS, et al. Alzheimer’s disease, beta-amyloid protein and zinc. J Nutr 2000;130:1488S-92S.
  80. Lovell MA, Robertson JD, Teesdale WJ, et al. Copper, iron and zinc in Alzheimer’s disease senile plaques. J Neurol Sci 1998;158:47-52.
  81. Lovell MA, Xie C, Markesbery WR. Protection against amyloid beta peptide toxicity by zinc. Brain Res 1999;118:88-95.
  82. Maes M, De Vos N, Demedts P, et al. Lower serum zinc in major depression in relation to changes in serum acute phase proteins. J Affect Disord 1999;56:189-94.
  83. Rauscher AM, Fairweather-Tait SJ, Wilson PD, et al. Zinc metabolism in non-insulin dependent diabetes mellitus. J Trace Elem Med Biol 1997;11:65-70.
  84. Blostein-Fujii A, DiSilvestro RA, Frid D, et al. Short-term zinc supplementation in women with non-insulin-dependent diabetes mellitus: effects on plasma 5′-nucleotidase activities, insulin-like growth factor I concentrations, and lipoprotein oxidation rates in vitro. Am J Clin Nutr 1997;66:639-42.
  85. Tang X, Shay NF. Zinc has an insulin-like effect on glucose transport mediated by phosphoinositol-3-kinase and Akt in 3T3-L1 fibroblasts and adipocytes. J Nutr 2001;131:1414-20.
  86. Bianchi GP, Marchesini G, Brizi M, et al. Nutritional effects of oral zinc supplementation in cirrhosis. Nutr Res 2000;20:1209-89.
  87. Bhutta ZA, Bird SM, Black RE, et al. Therapeutic effects of oral zinc in acute and persistent diarrhea in children in developing countries: pooled analysis of randomized controlled trials. Am J Clin Nutr 2000;72:1516-22.
  88. Roy SK, Tomkins AM, Akramuzzaman SM, et al. Randomized, controlled trial of zinc supplementation in malnourished Bangladeshi children with acute diarrhea. Arch Dis Child 1997;77:196-200.
  89. Faruque AS, Mahalanabis D, Haque SS, et al. Double-blind, randomized, controlled trial of zinc or vitamin A supplementation in young children with acute diarrhea. Acta Paediatr 1999;88:154-60.
  90. Sazawal S, Black RE, Bhan MK, et al. Zinc supplementation in young children with acute diarrhea in India. N Engl J Med 1995;33:839-44.
  91. Penny ME, Peerson JM, Marin RM, et al. Randomized, community-based trial of the effect of zinc supplementation, with and without other micronutrients, on the duration of persistent childhood diarrhea in Lima, Peru. J Pediatr 1999;135:208-17.
  92. Bhutta ZA, Black RE, Brown KH, et al. Prevention of diarrhea and pneumonia by zinc supplementation in children in developing countries: pooled analysis of randomized controlled trials. J Pediatr 1999;135:689-97.
  93. Muller O, Becher H, van Zweeden AB, et al. Effect of zinc supplementation on malaria and other causes of morbidity in west African children: randomised double blind placebo controlled trial. BMJ 2001;322:1567.
  94. Aggarwal R, Sentz J, Miller MA. Role of zinc administration in prevention of childhood diarrhea and respiratory illnesses: a meta-analysis. Pediatrics 2007;119:1220-30.
  95. Baqui AH, Black RE, El Arifeen S, et al. Effect of zinc supplementation started during diarrhoea on morbidity and mortality in Bangladeshi children: community randomised trial. BMJ 2002;325:1059-62.
  96. Bilici M, Yildirim F, Kandil S, et al. Double-blind, placebo-controlled study of zinc sulfate in the treatment of attention deficit hyperactivity disorder. Prog Neuropsychopharmacol Biol Psychiatry 2004;28:181-90.
  97. Arnold LE, Votolato NA, Kleykamp D, et al. Does hair zinc predict amphetamine improvement of ADD/hyperactivity? Int J Neurosci 1990;50:103-7.
  98. Berger MM, Spertini F, Shenkin A, et al. Trace element supplementation modulates pulmonary infection rates after major burns: a double-blind, placebo-controlled trial. Am J Clin Nutr 1998;68:365-71.
  99. Mahajan PM, Jadhav VH, Patki AH, et al. Oral zinc therapy in recurrent erythema nodosum leprosum: a clinical study. Indian J Lepr 205;66:51-7.
  100. Mathur NK, Bumb RA, Mangal HN. Oral zinc in recurrent Erythema Nodosum Leprosum reaction. Lepr India 1983;55:547-52.
  101. Bekaroglu M, Aslan Y, Gedik Y, et al. Relationships between serum free fatty acids and zinc, and attention deficit hyperactivity disorder: a research note. J Child Psychol Psychiatry 1996;37:225-7.
  102. Toren P, Eldar S, Sela BA, et al. Zinc deficiency in attention-deficit hyperactivity disorder. Biol Psychiatry 1996;40:1308-10.
  103. Mathur NK, Bumb RA, Mangal HN, Sharma ML. Oral zinc as an adjunct to dapsone in lepromatous leprosy. Int J Lepr Other Mycobact Dis 1984;52:3-8.
  104. George J, Bhatia VN, Balakrishnan S, Ramu G. Serum zinc/copper ratio in subtypes of leprosy and effect of oral zinc therapy on reactional states. Int J Lepr Other Mycobact Dis 1991;59:20-4.
  105. Petrus EJ, Lawson KA, Bucci LR, Blum K. Randomized, double-masked, placebo-controlled clinical study of the effectiveness of zinc acetate lozenges on symptoms in allergy-tested subjects. Curr Ther Res 1998;59:595-607.
  106. Rodriguez de la Serna A, Diaz-Rubio M. Multicenter clinical trial of zinc acexamate in the prevention of nonsteroidal antiinflammatory drug induced gastroenteropathy. Spanish Study Group on NSAID Induced Gastroenteropathy Prevention. J Rheumatol 205;21:927-33.
  107. Jimenez E, Bosch F, Galmes JL, Banos JE. Meta-analysis of efficacy of zinc acexamate in peptic ulcer. Digestion 1992;51:18-26.
  108. Garcia-Plaza A, Arenas JI, Belda O, Diago A, et al. [A multicenter, clinical trial. Zinc acexamate vs famotidine in the treatment of acute duodenal ulcer. Study group of zinc acexamate]. Rev Esp Enferm Dig 1996;88:757-62.
  109. Frommer DJ. The healing of gastric ulcers by zinc sulphate. Med J Aust 1975;2:793-6.
  110. Golik A, Zaidenstein R, Dishi V, et al. Effects of captopril and enalapril on zinc metabolism in hypertensive patients. J Am Coll Nutr 1998;17:75-8.
  111. Sturniolo GC, Mestriner C, Irato P, et al. Zinc therapy increases duodenal concentrations of metallothionein and iron in Wilson’s disease patients. Am J Gastroenterol 1999;94:34-8.
  112. Henkin RI, Foster DM, Aamodt RL, Berman M. Zinc metabolism in adrenal cortical insufficiency: effects of carbohydrate-active steroids. Metabolism 1984;33:491-501
  113. Brewer GJ, Dick RD, Johnson VD, et al. Treatment of Wilson’s disease with zinc: XV long-term follow-up studies. J Lab Clin Med 1998;132:264-78
  114. Turk S, Bozfakioglu S, Ecder ST, et al. Effects of zinc supplementation on the immune system and on antibody response to multivalent influenza vaccine in hemodialysis patients. Int J Artif Organs 1998;21:274-278.
  115. Hoogenraad TU, Van Hattum J, Van den Hamer CJ. Management of Wilson’s disease with zinc sulphate. Experience in a series of 27 patients. J Neurol Sci 1987;77:137-46.
  116. Anderson LA, Hakojarvi SL, Boudreaux SK. Zinc acetate treatment in Wilson’s disease. Ann Pharmacother 1998;32:78-87.
  117. Berger MM, Shenkin A, Revelly JP, et al. Copper, selenium, zinc, and thiamine balances during continuous venovenous hemodiafiltration in critically ill patients. Am J Clin Nutr 2004;80:410-6.
  118. Kugelmas M. Preliminary observation: oral zinc sulfate replacement is effective in treating muscle cramps in cirrhotic patients. J Am Coll Nutr 2000;19:13-5.
  119. Hebel SK, ed. Drug Facts and Comparisons. 52nd ed. St. Louis: Facts and Comparisons, 1998.
  120. OTC Ingredient List. FDA Office of Nonprescription Products. March 2006. Available at: fda.gov/cder/Offices/OTC/Ingredient_List_P-Z.pdf.
  121. Fosmire GJ. Zinc toxicity. Am J Clin Nutr 1990;51:225-7.
  122. Blondeau JM. Expanded activity and utility of the new fluoroquinolones: a review. Clin Ther 1999;21:3-40.
  123. The Age-Related Eye Disease Study (AREDS) Research Group. The effect of five-year zinc supplementation on serum zinc, serum cholesterol and hematocrit in persons randomly assigned to treatment group in the age-related eye disease study: AREDS Report No. 7. J Nutr 2002;132:697-702.
  124. Penttila O, Hurme H, Neuvonen PJ. Effect of zinc sulfate on the absorption of tetracycline and doxycycline in man. Eur J Clin Pharmacol 1975;9:131-4.
  125. Lomaestro BM, Bailie GR. Absorption interactions with fluoroquinolones. 1995 update. Drug Saf 1995;12:314-33.
  126. Brewer GJ, Yuzbasiyan-Gurkan V, Johnson V, et al. Treatment of Wilson’s disease with zinc: XI. Interaction with other anticopper agents. J Am Coll Nutr 1993;12:26-30.
  127. Seelig MS. Auto-immune complications of D-penicillamine – A possible result of zinc and magnesium depletion and of pyridoxine inactivation. J Am Coll Nutr 1982;1:207-14.
  128. Hansten PD, Horn JR. Drug Interactions Analysis and Management. Vancouver, WA: Applied Therapeutics Inc., 1997 and updates.
  129. Solecki TJ, Aviv A, Bogden JG. Effect of a chelating drug on balance and tissue distribution of four essential metals. Toxicology 1984;31:207-16.
  130. Reyes AJ, Olhaberry JV, Leary WP, et al. Urinary zinc excretion, diuretics, zinc deficiency and some side-effects of diuretics. S Afr Med J 1983;64:936-41.
  131. Wester PO. Urinary zinc excretion during treatment with different diuretics. Acta Med Scand 1980;208:209-12.
  132. Golik A, Modai D, Weissgarten J, et al. Hydrochlorothiazide-amiloride causes excessive urinary zinc excretion. Clin Pharmacol Ther 1987;42:42-4.
  133. Leary WP, Reyes AJ, Van der Byl K. Urinary magnesium and zinc excretion after two different single doses of amiloride in healthy adults. Curr Ther Res 1983;34:205-16.
  134. Tyrer LB. Nutrition and the pill. J Reprod Med 1984;29:547-50.
  135. King JC. Do women using oral contraceptive agents require extra zinc? J Nutr 1987;117:217-9.
  136. Smith JC, Brown ED. Effects of oral contraceptive agents on trace element metabolism – a review. In: Prasad AS (ed). Trace Elements in Human Health and Disease. Vol.II, Essential and Toxic Elements. New York: Academic Press, 1976. 315-45.
  137. Prasad AS, Oberleas D, Lei KY, et al. Effect of oral contraceptive agents on nutrients: I. Minerals. Am J Clin Nutr 1975;28:377-84.
  138. Prema K, Ramalakshmi Ba, Babu S. Serum copper and zinc in hormonal contraceptive users. Fertil Steril 1980;33;267-71.
  139. Sturniolo GC, Montino MC, Rossetto L, et al. Inhibition of gastric acid secretion reduces zinc absorption in man. J Am Coll Nutr 1991;10:372.
  140. McNeil JJ, Anderson A, Christophidis N, et al. Taste loss associated with oral captopril treatment. BMJ 1979;448:1555-6.
  141. Smit AJ, Hoorntje SJ, Donker AJ. Zinc deficiency during captopril treatment. Nephron 1983;34:196-7.
  142. Wood RJ, Zheng JJ. High dietary calcium intakes reduce zinc absorption and balance in humans. Am J Clin Nutr 1997;65:1803-9.
  143. McKenna AA, Ilich JZ, Andon MB, et al. Zinc balance in adolescent females. Am J Clin Nutr 1997;65:1460-4.
  144. Food and Nutrition Board, Institute of Medicine. Dietary Reference Intakes for Calcium, Phosphorus, Magnesium, Vitamin D, and Fluoride. Washington, DC: National Academy Press, 1999. Available at: http://books.nap.edu/books/0309063507/html/index.html.
  145. Broun ER, Greist A, Tricot G, Hoffman R. Excessive zinc ingestion. A reversible cause of sideroblastic anemia and bone marrow depression. JAMA 1990;264:1441-3.
  146. Atik OS. Zinc and senile osteoporosis. J Am Geriatr Soc 1983;31:790-1
  147. Faure P, Benhamou PY, Perard A, et al. Lipid peroxidation in insulin-dependent diabetic patients with early retina degenerative lesions: effects of an oral zinc supplementation. Eur J Clin Nutr 1995;49:282-8.
  148. Hahn CJ, Evans GW. Absorption of trace metals in the zinc-deficient rat. Am J Physiol 1975;228:1020-3.
  149. O’Brien KO, Zavaleta N, Caulfield LE, et al. Prenatal iron supplements impair zinc absorption in pregnant Peruvian women. J Nutr 2000 130:2251-5.
  150. Shils ME, Olson JA, Shike M, Ross AC, eds. Modern Nutrition in Health and Disease. 9th ed. Baltimore, MD: Williams & Wilkins, 1999.
  151. Valberg LS, Flanagan PR, Chamberlain MJ. Effects of iron, tin, and copper on zinc absorption in humans. Am J Clin Nutr 1984;40:536-41.
  152. Crofton RW, Gvozdanovic D, Gvozdanovic S, et al. Inorganic zinc and the intestinal absorption of ferrous iron. Am J Clin Nutr 1145;50:141-4.
  153. Rossander-Hulten L, Brune M, Sandstrom B, et al. Competitive inhibition of iron absorption by manganese and zinc in humans. Am J Clin Nutr 1991;54:152-6.
  154. O’Brien KO, Zavaleta N, Caulfield LE, et al. Influence of prenatal iron and zinc supplements on supplemental iron absorption, red blood cell iron incorporation, and iron status in pregnant Peruvian women. Am J Clin Nutr 1999;69:509-15.
  155. Donangelo CM, Woodhouse LR, King SM, et al. Supplemental zinc lowers measures of iron status in young women with low iron reserves. J Nutr 2002;132:1860-4.
  156. Solomons NW, Jacob RA. Studies on the bioavailability of zinc in humans: effects of heme and nonheme iron on the absorption of zinc. Am J Clin Nutr 1981;34:475-82.
  157. Davidsson L, Almgren A, Sandstrom B, Hurrell RF. Zinc absorption in adult humans: the effect of iron fortification. Br J Nutr 1995;74:417-25.
  158. Zumkley H, Bertram HP, Vetter H, et al. Zinc metabolism during captopril treatment. Horm Metab Res 1985;17;256-8.
  159. O’Connor DT, Strause L, Saltman P, et al. Serum zinc is unaffected by effective captopril treatment of hypertension. J Clin Hypertens 1987;3:405-8.
  160. Weismann K, Hoyer H. Serum zinc levels during oral glucocorticoid therapy. J Invest Dermatol 1986;86:715-6.
  161. Yunice AA, Czerwinski AW, Lindeman RD. Influence of synthetic corticosteroids on plasma zinc and copper levels in humans. Am J Med Sci 1981;282:68-74.
  162. Scott R, Ferrie B, McLelland A, Fell GS. The effect of steroid therapy on serum trace metal levels in sub-fertile males. Urol Res 1984;12:213-5.
  163. Ellul-Micallef R, Galdes A, Fenech FF. Serum zinc levels in corticosteroid-treated asthmatic patients. Postgrad Med J 1976;52:148-50.
  164. Flynn A, Pories WJ, Strain WH, et al. Rapid serum zinc depletion associated with corticosteroid therapy. Lancet 1971;2:1169-72.
  165. Aydinok Y, Coker C, Kavakli K, et al. Urinary zinc excretion and zinc status of patients with beta-thalassemia major. Biol Trace Elem Res 1999;70:165-72.
  166. Canatan D, Temimhan N, Dincer N, et al. Continuous desferrioxamine infusion by an infusor in thalassemia major. Acta Paediatrica 1999;88:550-2.
  167. Silliman CC, Peterson VM, Mellman DL, et al. Iron chelation by deferoxamine in sickle cell patients with severe transfusion-induced hemosiderosis: a randomized, double-blind study of the dose-response relationship. J Lab Clin Med 1993;122:48-54.
  168. Schiliro G, Russo A, Azzia N, et al. Leukocyte alkaline phosphatase (LAP). A useful marker of zinc status in beta-thalassemic patients. Am J Ped Hematol Oncol 1987;9:149-52.
  169. Ozutemiz AO, Aydin HH, Isler M, et al. Effect of omeprazole on plasma zinc levels after oral zinc administration. Ind J Gastroenterol 2002;21:216-8.
  170. Serfaty-Lacrosniere C, Wood RJ, Voytko D, et al. Hypochlorhydria from short-term omeprazole treatment does not inhibit intestinal absorption of calcium, phosphorus, magnesium, or zinc from food in humans. J Am Coll Nutr 1995;14:364-8.
  171. Personal communication: Pantoprazole IV – safety and tolerability of EDTA. Medical Information Department, Wyeth Pharmaceuticals Inc., Philadelphia, PA. February 24, 2005.
  172. Von Hoff DD. Phase I trials of dexrazoxane and other potential applications for the agent. Semin Oncol 1998;25:31-6.
  173. Hasinoff BB. Chemistry of dexrazoxane and analogues. Semin Oncol 1998;24:3-9.
  174. Cantilena LR, Klaassen CD. The effect of chelating agents on the excretion of endogenous metals. Toxicol Appl Pharmacol 1982;63:344-50.
  175. Thomas DJ, Chisholm JJ. Lead, zinc, and copper decorporation during calcium disodium ethylenediamine tetraacetate treatment of lead-poisoned children. J Pharmacol Exp Ther 1986;239:829-35.
  176. American Academy of Pediatrics Committee on Drugs. Treatment guidelines for lead exposure in children. Pediatrics 1995;96:155-60.
  177. Allain P, Mauras Y, Premel-Cabic A, et al. Effects of an EDTA infusion on the urinary elimination of several elements in healthy subjects. Br J Clin Pharmacol 1991;31:347.
  178. Lonnerdal B. Dietary factors influencing zinc absorption. J Nutr 2000;130:1378s-83s
  179. Krone CA, Wyse EJ, Ely JT. Cadmium in zinc-containing mineral supplements. Int J Food Sci Nutr 2001;52:379-82.
  180. Weismann K. Chelating drugs and zinc. Dan Med Bull 1986;33:208-11.
  181. De Palma P, Franco F, Bragliani G, et al. The incidence of optic neuropathy in 84 patients treated with ethambutol. Metab Pediatr Syst Ophthalmol 1145;12:80-2.
  182. Mahalanabis D, Chowdhury A, Jana S, et al. Zinc supplementation as adjunct therapy in children with measles accompanies by pneumonia: a double-blind, randomized controlled trial. Am J Clin Nutr 2002;76:604-7.
  183. Akhondzadeh S, Mohammadi MR, Khademi M. Zinc sulfate as an adjunct to methylphenidate for the treatment of attention deficit hyperactivity disorder in children :a double blind and randomized trial. BMC Psychiatry 2004;4:9
  184. Agte VV, Chiplonkar SA, Gokhale MK. Interaction of riboflavin with zinc bioavailability. Ann NY Acad Sci 1992;669:314-6.
  185. Khedun SM, Naicker T, Maharaj B. Zinc, hydrochlorothiazide and sexual dysfunction. Cent Afr J Med 1995;41:312-5.
  186. Campbell IA, Elmes PC. Ethambutol and the eye: zinc and copper (letter). Lancet 1975;2:711.
  187. Birmingham CL, Goldner EM, Bakan R. Controlled trial of zinc supplementation in anorexia nervosa. Int J Eat Disord 205;15:251-5.
  188. Palm R, Hallmans G. Zinc and copper metabolism in phenytoin therapy. Epilepsia 1982;23:453-61.
  189. Cohanim M, Yendt ER. The effects of thiazides on serum and urinary zinc in patients with renal calculi. Johns Hopkins Med J 1975;136:137-44.
  190. Mountokalakis T, Dourakis S, Karatzas N, et al. Zinc deficiency in mild hypertensive patients treated with diuretics. J Hypertens Suppl 1984;2:S571-2.  .
  191. Relea P, Revilla M, Ripoll E, et al. Zinc, biochemical markers of nutrition, and type I osteoporosis. Age Ageing 1995;24:303-7.
  192. Nielsen FH, Milne DB. A moderately high intake compared to a low intake of zinc depresses magnesium balance and alters indices of bone turnover in postmenopausal women. Eur J Clin Nutr 2004;58:703-10.
  193. Ducray A, Bondier JR, Michel G, et al. Recovery following peripheral destruction of olfactory neurons in young and adult mice. Eur J Neurosci 2002;15:1907-17.
  194. Spencer H, Norris C, Williams D. Inhibitory effects of zinc on magnesium balance and magnesium absorption in man. J Am Coll Nutr 205;13:479-84.   .
  195. Khanna VJ, Shieh S, Benjamin J, et al. Necrolytic acral erythema associated with hepatitis C effective treatment with interferon alfa and zinc. Arch Dermatol 2000;136:755-7.
  196. Vir SC, Love AH. Zinc and copper nutriture of women taking oral contraceptive agents. Am J Clin Nutr 1981;34:1479-83.
  197. Oberleas D, Prasad AS. Factors affecting zinc homeostasis. In: Prasad AS (ed). Trace Elements in Human Health and Disease. Vol 1, zinc and copper. Academic Press, New York, 1976.  Moser-Veillon PB. Zinc: consumption patterns and dietary recommendations. J Am Diet Assoc 1990;90:1089-93
  198. Liukko P, Erkkola R, Pakarinen P, et al. Trace elements during 2 years’ oral contraception with low-estrogen preparations. Gynecol Obstet Invest 1988;25:113-7.
  199. Katz RL, Keen CL, Litt IF, et al. Zinc deficiency in anorexia nervosa. J Adolesc Health Care 1987;8:400-6.
  200. Bhandari N, Bahl R, Taneja S, et al. Effect of routine zinc supplementation on pneumonia in children aged 6 months to 3 years: randomised controlled trial in an urban slum. BMJ 2002;324:1358.
  201. King AB, Schwartz R. Effects of the antituberculous drug ethambutol on zinc absorption, turnover and distribution in rats fed diets marginal and adequate in zinc. J Nutr 1987;117:704-8.
  202. Sazawal S, Black RE, Menon VP, et al. Zinc supplementation in infants born small for gestational age reduces mortality: a prospective, randomized, controlled trial. Pediatrics 2001;108:1280-6.
  203. Strause L, Saltman P, Smith KT, et al. Spinal bone loss in postmenopausal women supplemented with calcium and trace minerals. J Nutr 205;124:1060-4.
  204. Jafek BW, Linschoten M, Murrow BW. Zicam Induced Anosmia. American Rhinologic Society 49th Annual Fall Scientific Meeting abstract. Orlando, Florida. September 20, 2003. http://app.american-rhinologic.org/programs/2003ARSFallProgram071503.pdf(Accessed 24 November 2003).
  205. Uebayashi H, Hatanaka T, Kanemura F, Tonosaki K. Acute anosmia in the mouse: behavioral discrimination among the four basic taste substances. Physiol Behav 2001;72:291-6.   McBride K, Slotnick B, Margolis FL. Does intranasal application of zinc sulfate produce anosmia in the mouse? An olfactometric and anatomical study. Chem Senses 2003;28:659-70.
  206. Burd GD. Morphological study of the effects of intranasal zinc sulfate irrigation on the mouse olfactory epithelium and olfactory bulb. Microsc Res Tech 1993;24:195-213. Mayer AD, Rosenblatt JS. Peripheral olfactory deafferentation of the primary olfactory system in rats using ZnSO4 nasal spray with special reference to maternal behavior. Physiol Behav 1993;53:587-92.
  207. DeCook CA, Hirsch AR. Anosmia due to inhalational zinc: a case report (abstract). Chem Senses 2000;25:659.
  208. Public Health Advisory. Loss of sense of smell with intranasal cold remedies containing zinc. U.S. Food and Drug Administration, June 16, 2009. Available at: http://www.fda.gov/Drugs/DrugSafety/PublicHealthAdvisories/ucm166059.htm(Accessed 16 June 2009).
  209. Dooren JC. FDA warns against use of Zicam. The Wall Street Journal, June 16, 2009. Available at http://online.wsj.com/article/SB124516778692319231.html#mod=djemHL?mg=co…(Accessed 16 June 2009).
  210. Alexander TH, Davidson TM. Intranasal zinc and anosmia: the zinc-induced anosmia syndrome. Laryngoscope 2006;116:217-20.
  211. Health Canada / GlaxoSmithKline Consumer Healthcare. Association of long-term, excessive use of zinc-containing Poli-Grip products with myeloneuropathy and blood dyscrasias. February 18, 2010. Available at: http://hc-sc.gc.ca/dhp-mps/alt_formats/pdf/medeff/advisories-avis/prof/2….
  212. GlaxoSmithKline Consumer Advisory. GlaxoSmithKline (GSK) warns about a potential health risk associated with long-term, excessive use of GSK’s zinc-containing denture adhesives Super Polygrip Original, Ultra Fresh and Extra Care. February 18, 2010. Available at: gsk.com/media/consumer-advisories/US.pdf.
  213. Hurd RW, Van Rinsvelt HA, Wilder BJ, et al. Selenium, zinc, and copper changes with valproic acid: possible relation to drug side effects. Neurology 1984;34:1393-5.
  214. Jackson JL, Lesho E, Peterson C. Zinc and the common cold: a meta-analysis revisited. J Nutr 2000;130:1512S-5S.
  215. Agren MS. Studies on zinc in wound healing. Acta Derm Venereol Suppl (Stockh) 1990;154:1-36.
  216. Henderson LM, Brewer GJ, Dressman JB, et al. Effect of intragastric pH on the absorption of oral zinc acetate and zinc oxide in young healthy volunteers. JPEN J Parenter Enteral Nutr 1995;19:393-7.
  217. Beutler KT, Pankewycz O, Brautigan DL. Equivalent uptake of organic and inorganic zinc by monkey kidney fibroblasts, human intestinal epithelial cells, or perfused mouse intestine. Biol Trace Elem Res 1998;61:19-31.
  218. Patel, A. B., Mamtani, M., Badhoniya, N., & Kulkarni, H. (2011). What zinc supplementation does and does not achieve in diarrhea prevention: a systematic review and meta-analysis. BMC infectious diseases11(1), 1-17.
  219. Lazzerini, M., & Wanzira, H. (2016). Oral zinc for treating diarrhoea in children. Cochrane database of systematic reviews, (12).
  220. Sturniolo, G. C., Mestriner, C., Irato, P., Albergoni, V., Longo, G., & D’Incà, R. (1999). Zinc therapy increases duodenal concentrations of metallothionein and iron in Wilson’s disease patients. The American journal of gastroenterology94(2), 334-338.
  221. Brewer, G. J., Dick, R. D., Johnson, V. D., Brunberg, J. A., Kluin, K. J., & Fink, J. K. (1998). Treatment of Wilson’s disease with zinc: XV long-term follow-up studies. Journal of Laboratory and Clinical Medicine132(4), 264-278.
  222. Hill, G. M., Brewer, G. J., Juni, J. E., Prasad, A. S., & Dick, R. D. (1986). Treatment of Wilson’s Disease with Zinc II. Validation of Oral 64Copper with Copper Balance. The American journal of the medical sciences292(6), 344-349.
  223. Krinsky, N. I., Beecher, G. R., Burk, R. F., Chan, A. C., Erdman, J. J., Jacob, R. A., … & Traber, M. G. (2000). Dietary reference intakes for vitamin C, vitamin E, selenium, and carotenoids. Institute of Medicine.
  224. Gupta, R., Garg, V. K., Mathur, D. K., & Goyal, R. K. (1998). Oral zinc therapy in diabetic neuropathy. The Journal of the Association of Physicians of India46(11), 939-942.
  225. Marchesini, G., Bugianesi, E., Ronchi, M., Flamia, R., Thomaseth, K., & Pacini, G. (1998). Zinc supplementation improves glucose disposal in patients with cirrhosis. Metabolism47(7), 792-798.
  226. Tang, X. H., & Shay, N. F. (2001). Zinc has an insulin-like effect on glucose transport mediated by phosphoinositol-3-kinase and Akt in 3T3-L1 fibroblasts and adipocytes. The Journal of nutrition131(5), 1414-1420.
  227. Schaeken, M. J. M., Van der Hoeven, J. S., Saxton, C. A., & Cummins, D. (1996). The effect of mouthrinses containing zinc and triclosan on plaque accumulation, development of gingivitis and formation of calculus in a 28‐week clinical test. Journal of clinical periodontology23(5), 465-470.
  228. Stephen, K. W., Saxton, C. A., Jones, C. L., Ritchie, J. A., & Morrison, T. (1990). Control of gingivitis and calculus by a dentifrice containing a zinc salt and triclosan. Journal of Periodontology61(11), 674-679.
  229. SVATUN, B., SAXTON, C. A., & RÖLLA, G. (1990). Six‐month study of the effect of a dentifrice containing zinc citrate and triclosan on plaque, gingival health, and calculus. European Journal of Oral Sciences98(4), 301-304.
  230. Svatun, B., Saxton, C. A., Huntington, E., & Cummins, D. (1993). The effects of a silica dentifrice containing Triclosan and zinc citrate on supragingival plaque and calculus formation and the control of gingivitis. International Dental Journal43(4 Suppl 1), 431-439.
  231. Fairbrother, K. J., Kowolik, M. J., Curzon, M. E., Müller, I., McKeown, S., Hill, C. M., … & White, D. J. (1997). The comparative clinical efficacy of pyrophosphate/triclosan, copolymer/triclosan and zinc citrate/triclosan dentifrices for the reduction of supragingival calculus formation. The Journal of Clinical Dentistry8(2 Spec No), 62-66.
  232. Hu, D., Sreenivasan, P. K., Zhang, Y. P., & De Vizio, W. (2010). The effects of a zinc citrate dentifrice on bacteria found on oral surfaces. Oral health & preventive dentistry8(1), 47.
  233. Fine, D. H., Furgang, D., Sinatra, K., Charles, C., McGuire, A., & Kumar, L. D. (2005). In vivo antimicrobial effectiveness of an essential oil‐containing mouth rinse 12 h after a single use and 14 days’ use. Journal of clinical periodontology32(4), 335-340.
  234. Balogh, Z., El-Ghobarey, A. F., Fell, G. S., Brown, D. H., Dunlop, J., & Dick, W. C. (1980). Plasma zinc and its relationship to clinical symptoms and drug treatment in rheumatoid arthritis. Annals of the Rheumatic Diseases39(4), 329-332.
  235. Jafari, A., Noormohammadi, Z., Askari, M., & Daneshzad, E. (2020). Zinc supplementation and immune factors in adults: a systematic review and meta-analysis of randomized clinical trials. Critical Reviews in Food Science and Nutrition, 1-19.
  236. Hosseini, R., Ferns, G. A., Sahebkar, A., Mirshekar, M. A., & Jalali, M. (2021). Zinc supplementation is associated with a reduction in serum markers of inflammation and oxidative stress in adults: A systematic review and meta-analysis of randomized controlled trials. Cytokine138, 155396.
  237. Habbema, L., Koopmans, B., Menke, H. E., Doornweerd, S., & De Boulle, K. (1989). A 4% erythromycin and zinc combination (Zineryt®) versus 2% erythromycin (Eryderm®) in acne vulgaris: a randomized, double‐blind comparative study. British Journal of Dermatology121(4), 497-502.
  238. Schachner, L., Eaglstein, W., Kittles, C., & Mertza, P. (1990). Topical erythromycin and zinc therapy for acne. Journal of the American Academy of Dermatology22(2), 253-260.
  239. Feucht, C. L., Allen, B. S., Chalker, D. K., & J Jr, G. S. (1980). Topical erythromycin with zinc in acne: a double-blind controlled study. Journal of the American Academy of Dermatology3(5), 483-491.
  240. Piérard-Franchimont, C., Goffin, V., Piérard, G. E., Visser, J. N., & Jacoby, H. (1995). A double-blind controlled evaluation of the sebosuppressive activity of topical erythromycin-zinc complex. European journal of clinical pharmacology49(1), 57-60.
  241. Yee, B. E., Richards, P., Sui, J. Y., & Marsch, A. F. (2020). Serum zinc levels and efficacy of zinc treatment in acne vulgaris: A systematic review and meta‐Dermatologic Therapy33(6), e14252.
  242. MJ, V. L. (1991). Comparative study of 3 drugs (aceglutamide aluminum, zinc acexamate, and magaldrate) in the long-term maintenance treatment (1 year) of peptic ulcer. Revista espanola de enfermedades digestivas: organo oficial de la Sociedad Espanola de Patologia Digestiva80(2), 91-94.
  243. Garcia-Plaza, A., Arenas, J. I., Belda, O., Diago, A., Domínguez, A., Fernández, C., … & de la Santa, J. (1996). A multicenter clinical trial. Zinc acexamate versus famotidine in the treatment of acute duodenal ulcer. Study Group of Zinc acexamate (new UP doses). Revista Espanola de Enfermedades Digestivas: Organo Oficial de la Sociedad Espanola de Patologia Digestiva88(11), 757-762.
  244. Jimenez, E., Bosch, F., Galmes, J. L., & Banos, J. E. (1992). Meta-analysis of efficacy of zinc acexamate in peptic ulcer. Digestion51(1), 18-26.
  245. Díaz-Rubio, M. (1994). Multicenter clinical trial of zinc acexamate in the prevention of nonsteroidal antiinflammatory drug induced gastroenteropathy. Spanish Study Group on NSAID Induced Gastroenteropathy Prevention. The Journal of Rheumatology21(5), 927-933.
  246. Hinojosa, J., Prósper, M., Primo, J., & Molés, J. R. (1993). The effect of a single nighttime dose of zinc acexamate (ZAC) on basal and pentagastrin-stimulated gastric secretion. Revista espanola de enfermedades digestivas: organo oficial de la Sociedad Espanola de Patologia Digestiva83(1), 55-56.
  247. Ronald, B. T. (2001). Ineffectiveness of intranasal zinc gluconate for prevention of experimental rhinovirus colds. Clinical infectious diseases33(11), 1865-1870.
  248. Belongia, E. A., Berg, R., & Liu, K. (2001). A randomized trial of zinc nasal spray for the treatment of upper respiratory illness in adults. The American journal of medicine111(2), 103-108.
  249. Eby, G. A. (1997). Zinc ion availability–the determinant of efficacy in zinc lozenge treatment of common colds. The Journal of antimicrobial chemotherapy40(4), 483-493.
  250. Eby, G. A., Davis, D. R., & Halcomb, W. W. (1984). Reduction in duration of common colds by zinc gluconate lozenges in a double-blind study. Antimicrobial Agents and Chemotherapy25(1), 20-24.
  251. Hemilä, H. (2011). Zinc lozenges may shorten the duration of colds: a systematic review. The open respiratory medicine journal5, 51.
  252. Johnstone, J., Roth, D. E., Guyatt, G., & Loeb, M. (2012). Zinc for the treatment of the common cold: a systematic review and meta-analysis of randomized controlled trials. Cmaj184(10), E551-E561.
  253. Arens, M., & Travis, S. (2000). Zinc salts inactivate clinical isolates of herpes simplex virus in vitro. Journal of clinical microbiology38(5), 1758-1762.
  254. Eby, G. A., & Halcomb, W. W. (1985). Use of topical zinc to prevent recurrent herpes simplex infection: review of literature and suggested protocols. Medical hypotheses17(2), 157-165.
  255. BRODY, I. (1981). Topical treatment of recurrent herpes simplex and post‐herpetic erythema multiforme with low concentrations of zinc sulphate solution. British Journal of Dermatology104(2), 191-194.
  256. Al Sulaiman, K., Aljuhani, O., Al Shaya, A. I., Kharbosh, A., Kensara, R., Al Guwairy, A., … & Korayem, G. B. (2021). Evaluation of zinc sulfate as an adjunctive therapy in COVID-19 critically ill patients: a two center propensity-score matched study. Critical Care25(1), 1-8.
  257. Tolino, E., Skroza, N., Mambrin, A., Proietti, I., Bernardini, N., Balduzzi, V., … & Potenza, C. (2021). An Open-label Study Comparing Oral Zinc to Lymecycline in the Treatment of Acne Vulgaris. The Journal of clinical and aesthetic dermatology14(5), 56.
  258. Yee, B. E., Richards, P., Sui, J. Y., & Marsch, A. F. (2020). Serum zinc levels and efficacy of zinc treatment in acne vulgaris: A systematic review and meta‐Dermatologic Therapy33(6), e14252.
  259. Demetree, J. W., Safer, L. F., & Artis, W. M. (1980). The effect of zinc on the sebum secretion rate. Acta dermato-venereologica60(2), 166-169.
  260. Rebello, T., Atherton, D. J., & Holden, C. (1986). The effect of oral zinc administration on sebum free fatty acids in acne vulgaris. Acta dermato-venereologica66(4), 305-310.
  261. Traikovich, S. S. (1999). Use of topical ascorbic acid and its effects on photodamaged skin topography. Archives of otolaryngology–head & neck surgery125(10), 1091-1098.
  262. Hunt, C. D., Johnson, P. E., Herbel, J., & Mullen, L. K. (1992). Effects of dietary zinc depletion on seminal volume and zinc loss, serum testosterone concentrations, and sperm morphology in young men. The American journal of clinical nutrition56(1), 148-157.
  263. CHIA, S. E., ONG, C. N., CHUA, L. H., HO, L. M., & TAY, S. K. (2000). Comparison of zinc concentrations in blood and seminal plasma and the various sperm parameters between fertile and infertile men. Journal of andrology21(1), 53-57.
  264. Henkel, R., Bittner, J., Weber, R., Hüther, F., & Miska, W. (1999). Relevance of zinc in human sperm flagella and its relation to motility. Fertility and sterility71(6), 1138-1143.
  265. Fuse, H., Kazama, T., Ohta, S., & Fujiuchi, Y. (1999). Relationship between zinc concentrations in seminal plasma and various sperm parameters. International Urology and Nephrology31(3), 401-408.
  266. Mohan, H., Verma, J., Singh, I., Mohan, P., Marwah, S., & Singh, P. (1997). Inter-relationship of zinc levels in serum and semen in oligospermic infertile patients and fertile males. Indian journal of pathology & microbiology40(4), 451-455.
  267. Shankar, A. H., & Prasad, A. S. (1998). Zinc and immune function: the biological basis of altered resistance to infection. The American journal of clinical nutrition68(2), 447S-463S.
  268. Siberry, G. K., Ruff, A. J., & Black, R. (2002). Zinc and human immunodeficiency virus infection. Nutrition Research22(4), 527-538.
  269. Lovell, M. A., Xie, C., & Markesbery, W. R. (1999). Protection against amyloid beta peptide toxicity by zinc. Brain research823(1-2), 88-95.
  270. Lovell, M. A., Robertson, J. D., Teesdale, W. J., Campbell, J. L., & Markesbery, W. R. (1998). Copper, iron and zinc in Alzheimer’s disease senile plaques. Journal of the neurological sciences158(1), 47-52.
  271. Huang, X., Cuajungco, M. P., Atwood, C. S., Moir, R. D., Tanzi, R. E., & Bush, A. I. (2000). Alzheimer’s disease, β-amyloid protein and zinc. The Journal of nutrition130(5), 1488S-1492S.
  272. Li, Z., Li, B., Song, X., & Zhang, D. (2017). Dietary zinc and iron intake and risk of depression: A meta-analysis. Psychiatry research251, 41-47.
  273. Swardfager, W., Herrmann, N., Mazereeuw, G., Goldberger, K., Harimoto, T., & Lanctôt, K. L. (2013). Zinc in depression: a meta-analysis. Biological psychiatry74(12), 872-878.
  274. Maes, M., De Vos, N., Demedts, P., Wauters, A., & Neels, H. (1999). Lower serum zinc in major depression in relation to changes in serum acute phase proteins. Journal of affective disorders56(2-3), 189-194.
  275. Meyer, F., Galan, P., Douville, P., Bairati, I., Kegle, P., Bertrais, S., … & Hercberg, S. (2005). Antioxidant vitamin and mineral supplementation and prostate cancer prevention in the SU. VI. MAX trial. International journal of cancer116(2), 182-186.
  276. Liang, J. Y., Liu, Y. Y., Zou, J., Franklin, R. B., Costello, L. C., & Feng, P. (1999). Inhibitory effect of zinc on human prostatic carcinoma cell growth. The Prostate40(3), 200-207.
  277. Leitzmann MF, Stampfer MJ, Wu K, Colditz GA, Willett WC, Giovannucci EL. Zinc supplement use and risk of prostate cancer. J Natl Cancer Inst. 2003 Jul 2;95(13):1004-7. doi: 10.1093/jnci/95.13.1004. PMID: 12837837.
  278. Lawson, K. A., Wright, M. E., Subar, A., Mouw, T., Hollenbeck, A., Schatzkin, A., & Leitzmann, M. F. (2007). Multivitamin use and risk of prostate cancer in the National Institutes of Health–AARP Diet and Health Study. Journal of the National Cancer Institute99(10), 754-764.
  279. Zaichick, V. Y., Sviridova, T. V., & Zaichick, S. V. (1997). Zinc in the human prostate gland: normal, hyperplastic and cancerous. International urology and nephrology29(5), 565-574.
  280. Zaichick, V. Y., Sviridova, T. V., & Zaichick, S. V. (1996). Zinc concentration in human prostatic fluid: normal, chronic prostatitis, adenoma and cancer. International urology and nephrology28(5), 687-694.
  281. Prasad AS. Zinc deficiency in patients with sickle cell disease. Am J Clin Nutr. 2002 Feb;75(2):181-2. doi: 10.1093/ajcn/75.2.181. PMID: 11815307.
  282. Hyun, T. H., Barrett-Connor, E., & Milne, D. B. (2004). Zinc intakes and plasma concentrations in men with osteoporosis: the Rancho Bernardo Study. The American journal of clinical nutrition80(3), 715-721.
  283. Relea, P., Revilla, M., Ripoll, E., Arribas, I., Villa, L. F., & Rico, H. (1995). Zinc, biochemical markers of nutrition, and type I osteoporosis. Age and ageing24(4), 303-307.
  284. Atik, O. S. (1983). Zinc and senile osteoporosis. Journal of the American Geriatrics Society31(12), 790-791.
  285. Nielsen, F. H., & Milne, D. B. (2004). A moderately high intake compared to a low intake of zinc depresses magnesium balance and alters indices of bone turnover in postmenopausal women. European journal of clinical nutrition58(5), 703-710.
  286. Spencer H, Norris C, Williams D. Inhibitory effects of zinc on magnesium balance and magnesium absorption in man. J Am Coll Nutr. 1994 Oct;13(5):479-84. doi: 10.1080/07315724.1994.10718438. PMID: 7836627.
  287. Sturniolo, G. C., Mestriner, C., Irato, P., Albergoni, V., Longo, G., & D’Incà, R. (1999). Zinc therapy increases duodenal concentrations of metallothionein and iron in Wilson’s disease patients. The American journal of gastroenterology94(2), 334-338.
  288. Ågren, M. S. (1990). Studies on zinc in wound healing.
Vademecum bestellen
Vademecum
Vademecum bestellen
3-secties
  • Aandoeningen
  • Monografie
  • Oplossingen

Prijs
€ 29,90 (exclusief BTW)

Bestel vademecum
Bestel vademecum
Sluiten